Donderdag in de Lichte week, de 1e week na Pascha – opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebben.

      En er was iemand uit de Farizeeën, wiens naam was Nicodemus, een overste der Joden; deze kwam in de nachts tot Hem en zei tot Hem:
        Rabbi, wij weten, dat Gij van God gekomen zijt als leraar; want niemand kan die tekenen doen, welke Gij doet, tenzij God met Hem is.
Jezus antwoordde en zei tot hem:
        Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt,
kan hij het Koninkrijk Gods niet zien.
Nicodemus zei tot Hem:
        Hoe kan een mens geboren worden, als hij oud is? Kan hij dan voor de tweede maal in de moederschoot ingaan en geboren worden
Jezus antwoordde:
        Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk Gods niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest. Verwonder u niet, dat Ik u gezegd heb: Gijlieden moet wederom geboren worden. De wind blaast, waarheen hij wil, en gij hoort zijn geluid, maar gij weet niet, vanwaar hij komt of waar hij heengaat; zo is een ieder, die uit de Geest geboren is.
Nicodemus antwoordde en zeide tot Hem: Hoe kan dit geschieden?
Jezus antwoordde en zei tot hem:
        Gij zijt de leraar van Israël, en deze dingen verstaat gij niet? Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: wij spreken van wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, en gij neemt ons getuigenis niet aan. Indien Ik u lieden van het aardse gesproken heb, zonder dat gij gelooft, hoe zult gij geloven, wanneer Ik u van het Hemelse spreek?
        En niemand is opgevaren naar de hemel, dan die uit de hemel nedergedaald is de Zoon des mensen. En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo moet ook de Zoon des mensen verhoogd worden, opdat een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebbenJohn.3: 1-15.

    En Petrus antwoordde hun:
Bekeert u en een ieder van u late zich dopen op de naam van Jezus Christus, tot vergeving van uw zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen, die verre zijn zovelen als de Here, onze God, ertoe roepen zal.
      En met nog meer andere woorden getuigde hij, en hij vermaande hen, zeggende Laat u behouden uit dit verkeerde geslacht.
Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd.
      En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden.
      En er kwam vrees over alle ziel en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen
Hand.2: 38-43.

‘Iets nieuws leren? Geen tijd!’

Hier volgt iets spectaculairs, iets nieuws en besef daarbij dat:
     Er is niets waar je na lang zoeken inzicht in hebt gekregen
    dat niet kan worden getoond, want
    ‘ware liefde’, dat – ‘deel je met anderen’
”.

Navolgers van Christus, dienaren van de Heer, blijken niet altijd ‘even gemotiveerd‘ om aan de slag te gaan met ‘ iets nieuws te leren‘ een opleiding of training.  Geen tijd, te druk, geen zin, geen geld; het zijn allemaal voorbeelden van obstakels die dienaren des Heren tegen kunnen komen als het om leren gaat. Wanneer zijn zij enthousiast en wanneer niet? En kun je als Kerk-organisatie jouw toegewezen navolgers stimuleren om iets nieuws te leren? Ja dat kan, bijvoorbeeld door hen te inspireren en mogelijkheden aan te bieden, te faciliteren. Er zijn uiteraard veel verschillende redenen waarom dienaren des Heren er soms toe besluiten [nog] niet door te leren. De gedachte dat een leven lang leren noodzakelijk is, maar ook leuk, is zeker nog geen gemeengoed.

In de lezing van Johannes spreekt onze Heer en Zaligmaker
vandaag over Hemelse aangelegenheden.

schematische weergave van onze doop in Christus; schematic representation of our baptism in Christ; تمثيل تخطيطي لمعموديتنا في المسيح.

Opnieuw geboren worden betekent natuurlijk niet dat je nog een keer uit je moeder geboren dient te worden, maar
het gaat hier om het geestelijk herboren worden.
Dat houdt in dat de Heilige Geest jou persoonlijk overtuigt van jouw nalatigheid ten opzichte van God en de mensen en dat dìt je juist uitnodigt tot onze Heer en Verlosser te gaan.
Het besef dat je maar een gebrekkig mens bent ten opzichte van God, hetgeen de Heilige Geest in je bewerkt is het begin van de wedergeboorte.
– “En als Hij [de Heilige Geest] komt, zal Hij de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid en van oordeel” John.16: 8.

Vanaf ‘dàt moment zal de Vernieuwing in je gehele leven doorwerken, naarmate
jij God’s Geest persoonlijk maar de ruimte geeft òm ‘Zijn werk’ te doen.
Je zou het kunnen vergelijken met het leven van een jong geboren mensje dat
aan het begin van zijn leven staat en nog vele dingen dient te leren alvorens
tot volkomen volwassenheid te komen.
Onze Heer en Verlosser antwoordde Nicodemus op z’n vraag:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand geboren wordt
uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan
” John.3: 5.

Doop in de Jordaan door Elena Cheraksova

         De nieuwe geboorte wordt bewerkt door water en Geest.
Water is een Mysterie van het Woord van God, het Doop-Mysterie dat
jou reinigt en schoonwast, je bekleed met Christus.
Daarnaast is de Geest van God er om je te wijzen dat jouw verkeerde gewoontes die je van het leven in God’s nabijheid verwijderen en
wat je daaraan dient te gaan doen. Daarbij zal Hij het nieuwe leven van Jezus meer en meer in jou uitwerken.
Iemand die opnieuw geboren is, kun je herkennen aan het feit dat
deze mens gelooft dat Jezus Christus, de Zoon van God is.
Die persoon leeft vanuit het Geloof en draagt van daaruit overvloedig vrucht.
Dat wil zeggen dat de uitwerking van het navolgen van Christus zichtbaar is in iemands leven.
Een ieder, die gelooft, dat Jezus de Christus is, is uit God geboren; en ieder, die Hem liefheeft, die deed geboren worden, heeft [ook] degene lief, die uit Hem geboren is.
            Hieraan onderkennen wij, dat wij de kinderen God’s liefhebben, wanneer wij God liefhebben en Zijn geboden doen. Want dit is de liefde van God, dat wij Zijn geboden bewaren. En zijn geboden zijn niet zwaar, want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning, die de wereld overwonnen heeft; ons Geloof.
Wie is het, die de wereld overwint, dan wie gelooft, dat Jezus de Zoon van God is?
Dit is Hij, die gekomen is door water en bloed, Jezus Christus, niet slechts met water [de doop], maar met het water en met het bloed [het Kruis].
En de Geest is het, Die getuigt, omdat de Geest de Waarheid is
1John.5: 1-6.

de doop, bekleed worden met Christus

Samenvattend zou je kunnen zeggen, dat iemand die opnieuw geboren wordt, nieuw leven ontvangt door Jezus, wat betrekking heeft op zijn of haar gehele leven.
Maar is het nu zo dat iedereen die als navolger van Christus gedoopt is automatisch behouden is?
Behouden betekent hetzelfde als redden.
Onze Heer en Verlosser is gekomen om mensen te redden en niet om ze te veroordelen.
God heeft [immers] Zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om de wereld te veroordelen, maar om haar van de ondergang te redden…” John.3: 17.
Dit is een getrouw Woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden…” 1Tim.1: 15.
In geheel de Blijde Boodschap wordt gesproken dat je
het eeuwige Leven ontvangt door het Geloof in Christus Jezus:
⁌           Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij
zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat
een ieder, die in Hem gelooft, niet verloren zal gaan, maar
eeuwig leven zal hebben
” John.3: 16.
Niemand kan zichzelf verlossen of door goede werken voor God rechtvaardig staan.
⁌           Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en
dat is niet uit uzelf: het is een gave van God;
niet uit werken, opdat niemand zal roemen.
Want Zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om
goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat
wij daarin zouden wandelen
Eph.2: 8-10.
Door het Geloof in wat onze Heer en Verlosser uit liefde voor de mensen
voor ons aan het Kruis heeft gedaan – d.w.z. ook voor jou persoonlijk en
door Wie Hij, als Zoon van God is, wordt de gebroken relatie
tussen God en jou hersteld.
Op het moment dat jij gelooft wat Onze Heer en Verlosser
voor jou heeft gedaan en dat aanvaardt, spreekt
God, de Vader jou vrij van schuld.
⁌           Want indien gij met uw mond belijdt, dat Jezus Heer is, en
met uw hart gelooft, dat God Hem uit de doden heeft opgewekt,
zult gij behouden worden; want met het hart gelooft men tot
gerechtigheid en met de mond belijdt men tot behoudenis.
Immers het schriftwoord zegt:
‘ Al wie op Hem zijn Geloof bouwt, zal niet beschaamd uitkomen.
Want er is geen onderscheid tussen Jood en Griek.
Immers, een en dezelfde is Heer over allen,
rijk voor allen, die Hem aanroepen; want:
al wie de Naam des Heren aanroept,
zal behouden worden’
” Rom.10: 9-13.
Voor degenen die in Jezus zijn, is er geen veroordeling meer en
toch geeft de Blijde Boodschap wèl de volgende waarschuwing.
Je kunt wel gered zijn, maar God vraagt ook synergie, d.w.z.
dat jij met Hem samenwerkt om tot betere resultaten in je leven te komen en
je dienovereenkomstig toewijdt in de Gehoorzaamheid aan Hem.
Waarachtig Geloof wordt gekend aan de uitwerking ervan:
⁌   Want elke boom wordt aan zijn eigen vrucht gekend. Want van dorens leest men geen vijgen, en van een braamstruik oogst men geen druif” Luc.6: 44.
⁌   Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het Geloof zonder werken   doodJac.2: 26.
⁌   Wie zegt, dat hij in Hem blijft, behoort ook zelf zo te wandelen, als Hij gewandeld heeft” 1John.2: 6.

De metten van deze donderdag in de Lichte week beginnen opnieuw met de lofpsalmen, waaronder:

tn.2.    Een Engel riep het
Verheug Utot de hoog-begenadigde,
reeds voor Gij ontvangen was, O Heer.
Evenzo wentelde een Engel de steen van Uw roemrijk graf bij Uw Opstanding.
Zo bracht de een, waar smart was het symbool van de vreugde; en waar eerst de dood had geheerst, mocht de ander verkondigen U de Leven-schenkende Meester.
Daarom roepen wij tot U: Weldoener van het heelal,
Heer, eer komt slechts U toe
”.

tn.5.    Ofschoon, Heer, de wettelozen het graf hadden verzegeld,
bent U uit de groeve getreden, zoals u geboren bent uit de Moeder God’s.
Uw on-lichamelijke Engelen verstonden niet hoe U het vlees hebt aangenomen; en
onzichtbaar bleef Uw Opstanding voor de soldaten, die U bewaakten.
Want beide Mysteries zijn door hun verhevenheid verzegeld voor
het onderzoek van een geschapen verstand.
Maar Uw wonderen zijn geopenbaard aan ons, die in Geloof het Mysterie aanbidden.
Schenk aan ons, die u loven daarvoor de vreugde en de grote Barmhartigheid
”.

tn.5.    Zoals U, Heer getreden zijt uit het verzegelde graf,
bent U ook bij Uw [ons] Leerlingen binnengegaan, ondanks de gesloten deuren,
om hun [ons] de wondertekenen te tonen van het Lichaam, dat
U hebt aangenomen, lankmoedige [= toegevende] Verlosser.
U hebt geleden als het zaad van David, maar
als Zoon van God bevrijdt U de wereld.
Groot is Uw Barmhartigheid,
onvatbare [=niet te begrijpen] Verlosser:
ontferm U over ons en red ons
”.

Bij: Heer, ik roep . . . vespers van deze donderdag in de Lichte week

tn.6.  Over de hel hebt U, Christus, de overwinning behaald, door
Uzelf te laten verheffen aan het Kruis, om hen die gezeten waren in
de schaduw van de dood met U te doen opstaan, daar
U geheel vrij bent onder de doden, vanuit de woonplaats van het Licht.
Al-Machtige Verlosser, ontferm U over ons
”.

tn.6.    Heden heeft Christus de dood vertreden, zoals Hij voorzegd had:
Hij is opgestaan, en heeft weer Vreugde aan de wereld geschonken.
Daarom zingen wij allen tezamen:
Bron van het Leven, ontoegankelijk Licht,
Al-Machtige Verlosser, ontferm U over ons
”.

tn.6.  “  Wij roemen Uw Kruis, o Christus, en
bezingen Uw Opstanding, want
U bent onze God, en
buiten U kennen wij geen ander
”.

tn.6.    Ere zij Uw Macht, o Heer, want
U hebt hem vernietigd, die
de heerschappij had over de dood:
door Uw Kruis hebt U ons vernieuwd; en
U schenkt ons Leven en onsterfelijkheid
”.

tn.6.    Altijd de Heer zegenend,
bezingen wij Zijn Opstanding; want
Hij heeft aan het Kruis geleden, en
door Zijn dood de dood vernietigd”.

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest”,

tn.6.    Uw graf, Heer, heeft de boeien van de onderwereld verscheurd en gebroken; en
Uw Opstanding uit de doden heeft de gehele wereld verlicht:
Heer, eer aan U
”.

  Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen”.

tn.6.    Alheilige Maaagd, wie zou u niet zaligprijzen?
Wie zou uw rein baren niet bezingen?
Immers de Eengeboren Zoon, Die
buiten alle tijd uit de Vader is voortgekomen,
is uit u, Al-reine geboren.
Op onzegbare wijze is Hij vlees geworden:
hoewel Hij [geheel] God was,
is Hij [geheel] mens geworden omwille van ons.
Toch is Hij niet verdeeld in twee Personen, maar
in beide onvermengde naturen blijft Hij de ene Heer en God.
Smeek tot Hem, verheven Al-zalige, dat
Hij Zich over onze zielen zal ontfermen”.

  Ik wil U liefhebben, Heer mijn kracht; de Heer is mijn steun, mijn Toevlucht en mijn Bevrijder.
Mijn God, mijn Helper op Wie ik vertrouw, Hij is mijn Verdediger, de hoorn van mijn heil en mijn Beschermer.
Zingend wil ik de Heer aanroepen, dan zal ik verlost zijn van mijn vijanden.
Ik was omringd door smarten van de dood: stromen van onrecht bedreigden mij.
Helse smarten moest ik verduren, zij spanden dodelijke strikken tegen mij.
Maar in mijn beproeving riep ik om hulp tot de Heer; ik riep luid [met luide stem] tot mijn God.
Vanuit Zijn heilige Tempel hoorde Hij mijn stem; mijn geween voor Zijn aanschijn bereikte Zijn   oren.
Toen wankelde bevend de aarde, de grondvesten der bergen werden geschokt.
Zij beefden, omdat God tegen hen toornde [zijn kwaadheid uitte]; rook steeg op van Zijn gramschap.
Vuur vlamde op van Zijn aanschijn: een brandende vuurgloed ging van Hem uit.
Hij boog de hemelen neer om af te dalen; er was duisternis onder Zijn voeten.
Hij besteeg de Cherubijnen en vloog, Hij vloog op de vleugels van de wind.
Hij maakte duisternis tot Zijn schuilplaats; onweerswolken tot een tent om Zich heen.
Maar voor de stralende gloed van Zijn aangezicht barstten de wolken uiteen, met hagel en vlammend vuur.
De Heer deed het donderen uit de hemelen, de Allerhoogste liet Zijn stem weerklinken.
Hij schoot Zijn schichten af en verstrooide hen; talloze bliksems om hen te verwarren.
Toen werden zichtbaar de bronnen der wateren, de grondvesten der aarde werden blootgelegd.
     Om Uw verwijten, Heer; door de ademtocht van de storm van Uw toorn.
➻ Hij reikte vanuit den hoge en greep mij;
➻ Hij ontrukte mij aan de alles overstromende wateren.
➻ Hij bevrijdde mij uit de macht van mijn vijanden; van
hen die mij haatten en mij hadden overmeesterd.
Zij overrompelden mij op de dag van mijn beproeving, maar de Heer is mijn sterkte geworden.
➻ Hij leidde mij uit in vrije ruimte, Hij heeft mij verlost, omdat Hij mij liefheeft.
De Heer vergeldt mij volgens mijn gerechtigheid, Hij vergeldt mij volgens de reinheid van mijn handen.
Want ik heb de wegen des Heren gehouden, ik ben niet goddeloos afgeweken van mijn God. En al Zijn oordelen staan mij voor ogen, Zijn gerechtigheid houd ik niet verre  van mij.
➻ Met Hem zal ik onbevlekt zijn, ik zal mij hoeden voor mijn ongerechtigheid.
Dan vergeldt mij de Heer volgens mijn gerechtigheid, volgens de reinheid van mijn handen voor Zijn ogen.
♨︎ Met een heilige zult Gij U heilig tonen, en onschuldig met een schuldeloos mens.
♨︎ Met een uitverkorene zijt Gij uitgelezen, maar met een arglistige toont Gij Uw list.
Een nederig volk zult Gij verlossen, maar de ogen der trotsen vernedert Gij.
➽ Gij schenkt licht aan mijn lamp; Heer mijn God, verlicht mijn duisternis.
Door U wordt ik bevrijd uit het hol der rovers; met hulp van mijn God spring ik over een muur.
Mijn God, onbevlekt is zijn weg; de uitspraken des Heren zijn louter als vuur.
Hij beschermt allen die op Hem vertrouwen; want Wie is God buiten de Heer, Wie is God buiten onze God ?
De God die mijn sterkte omgordt, Die mijn weg onbevlekt heeft gemaakt.
Die mijn voeten maakt als die van een hert, Die mij vast doet staan op de toppen der bergen.
Die mijn hand onderricht voor de strijd, Die mijn armen staalt tot een boog.
U schenkt mij beschutting om mij te redden, Uw rechterhand heeft mij behouden.
Uw onderricht heeft mij voortdurend gesterkt, Uw lering zelf heeft mij onderwezen.
U maakt mijn schreden ruim onder mij, mijn voeten werden niet zwak.
Ik zal mijn vijanden achtervolgen en inhalen, ik keer niet terug voordat zij vernietigd zijn.
Ik zal hen neerslaan, zij houden geen stand; zij vallen onder mijn voeten.
U hebt mij met kracht omgord voor de strijd, en allen aan mij onderworpen die tegen mij opstaan.
U deed de vijand mij de rug toekeren; die mij haten hebt U vernietigd.
Zij riepen, maar er was niemand om hen te verlossen; zij riepen tot de Heer, maar Hij verhoorde hen niet.
Zo vermorzel ik hen tot stof voor de wind, ik zal hen vertreden als straatvuil.
U ontrukt mij aan de plannen der volkeren; U stelt mij aan tot het hoofd der heidenen.
Een volk, dat ik zelfs niet kende, heeft mij gediend; zodra zij mij hoorden, gehoorzaamden zij.
Zonen van vreemden huichelden voor mij: zij deden zich afgemat voor en wankelden op hun  voeten.
De Heer leeft, en gezegend zal mijn God zijn; hoogverheven is de God van mijn heil.
De God die mij wreekt en volkeren aan mij onderwerpt, Hij bevrijdt mij ook van mijn verbitterde vijanden.
U verheft mij boven hen die tegen mij opstonden; U hebt mij bevrijd van de onrechtvaardige  mens.
Daarom wil ik U belijden onder de volkeren, Heer; ik wil psalmzingen voor uw Naam.
Want Hij verheft het heil van Zijn koning; Hij doet barmhartigheid aan Zijn gezalfde, aan David, zijn zaad, tot in eeuwigheid
”.
Psalm 17[18] vert. ROK. ’s-Gravenhage

Prokimen
tn.7 
  Ik wil U liefhebben, Heer, mijn Kracht;
de Heer is mijn rots, mijn toevlucht en mijn Beschermer
”.

Apostich
tn.6.    Uw Verrijzenis, o Christus onze Heiland,
bezingen de Engelen in de Hemelen:
maak ook ons op aarde waardig om
U met een rein hart te verheerlijken
”.

Nogmaals:
”     Ik zeg u: wij spreken van wat wij weten en wij getuigen van wat wij gezien hebben, en u neemt ons getuigenis niet aan. Indien Ik u lieden van het aardse gesproken heb, zonder dat u gelooft, hoe zult u geloven, wanneer ‘Ik’ [Christus] u van het Hemelse spreek?” [uit bovenstaande Evangelielezing van Johannes].
òf:

Archimandriet Meletios, Russ. Orth. Kerk – H. Nicolaas, Amsterdam

”     Wij hebben afgelopen zondag samen de belangrijkste, de meest beslissende en meest leven’s -veranderende gebeurtenis in de menselijke geschiedenis gevierd. Na weken van voorbereiding hebben wij nieuw leven van Christus ervaren, en een nieuw leven in Christus, niet alleen voor onszelf, maar voor de gehele schepping.
Er dreigt altijd een gevaar dat wanneer dit punt bereikt is, dat we gewoon weglopen . . . . . alsof wanneer je het nieuwe leven in Christus aanvaard hebt, dat het dan wel genoeg is [dat het wel ‘welletjes’ is geweest].
Wat betekent dat nu precies?
Dat kan ieder voor zich slechts zelf beantwoorden, op persoonlijk basis.
Dat wil zeggen:
Wat betekent dit – “leven zonder angst voor de dood” – exact voor jou?
Wat dient er onderzocht te worden?
Wat dient er in jouw leven te worden veranderd?
De Kerk zal ons helpen, ons zoveel als het in haar vermogen ligt bijstaan,
in het bijzonder in de Evangelie-lezingen van aankomende weken.
Maar . . ., desalniettemin [maar, toch],
zullen ‘wij’, als navolgers van Christus het werk dienen te doen.
Hoe verandert God’s roepen jou, of zou de Opstanding van Christus . . .
jouw leven dienen te veranderen?“.
Uit: bulletin nr. 12, 29-4-2019, ROK. Amsterdam.