Donderdag in de Grote en Heilige week – de grootsheid van het Goddelijke Mysterie

Statenbijbel uit 1729, gedrukt door Pieter & Jacob Keur, Dordrecht, Nederland.

Het Goddelijke Mysterie van vandaag is een samengesteld gedeelte uit de Blijde Boodschap; aangezien vandaag acht wordt geslagen op
diverse hoogtepunten bestaande uit:
1.]. het wassen van de voeten van de volgelingen door Christus,
2.]. het Laatste Avondmaal,
3.]. het gebed in de hof van Olijven [Gethsemane] en het verraad van Judas:

Het Laatste Avondmaal van onze Heer Jezus Christus met Zijn volgelingen
valt samen met de dienstbaarheid in het wassen van de voeten en het verraad van Judas. De diepere betekenis van beide gebeurtenissen is “Liefde”.
Het laatste Avondmaal is de eschatologische openbaring van de verlossende Liefde van God voor de mens, Liefde, Die vanuit het hart tot het Heil van de mensheid, uit God voortkomt.
Het verraad van Judas onthult dat zonde, dood en zelfvernietiging eveneens te wijten zijn aan de liefde, maar nu in een destructieve zin, een liefde die verdeelt, tot niets leidt en de mens tot waanzin drijft, waarbij alles behalve de liefde heerst.
Hier wordt het Mysterie van deze unieke dag, de Grote Donderdag in een paar woorden samengevat.
De liturgische vieringen, waar het licht en duisternis, vreugde en verdriet
vreemd genoeg in elkaar overgaan en ons met een gemengde gevoel achterlaat.   
         Jullie weten allemaal maar al te goed, dat het over twee dagen Paasfeest is, en daartoe wordt  de Zoon des mensen in het -hier en nu- overgeleverd om gekruisigd te worden. Daartoe komen de overpriesters en de oudsten van het Volk bijeen in het paleis van de hogepriester, genaamd Kajafas en zij beramen ‘ongestoord’ een plan om onze Heer en Verlosser door list in handen te krijgen en te doden.
Maar zij zeiden:
‘Niet op het feest, opdat er geen opschudding onder het Volk zal ontstaan, stel je toch eens voor, zeg?’.

Verslag van ooggetuigen; Report of eyewitnesses; Αναφορά των αυτόματων μαρτύρων; تقرير شهود العيان.

”     Toen Jezus te Bethanië was, in het huis van Simon de melaatse, kwam er
een vrouw tot Hem met een albasten kruik vol kostbare Myron en
goot die uit over Zijn hoofd, terwijl Hij daar aanlag.
Toen de discipelen dit zagen, waren zij verontwaardigd en zeiden: ‘Waartoe die verkwisting?. Want deze
[Myron] had duur verkocht en aan de armen gegeven kunnen worden‘.
Maar Jezus merkte het op en zei tot hen: “ Waarom valt gij deze vrouw lastig? Want zij heeft een goede daad aan Mij verricht. De armen hebt gij immers altijd bij u, maar Mij hebt gij niet altijd.
Want toen zij deze Myron over Mijn lichaam uitgoot, heeft zij dat gedaan om Mijn begrafenis voor te bereiden.
Voorwaar, Ik zeg u, overal waar deze Blijde Boodschap verkondigd zal worden in de gehele wereld, zal ook tot haar gedachtenis gesproken worden van wat zij gedaan heeft”.
Vervolgens gaat een van de twaalven, genaamd Judas Iskariot, naar de overpriesters en hij zegt: “Wat wilt gij mij geven? Dan zal ik Hem u overleveren”
En zij stellen hem dertig zilverlingen ter hand. En van toen af zocht hij een goede gelegenheid om Hem over te leveren.
Op de eerste dag van het feest der ongezuurde broden, kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden: ‘Waar wilt Gij, dat wij toebereidselen maken voor U om het Pascha te eten?
Hij zei: Gaat naar de stad
tot die-en-die en zegt tot hem: ‘De Meester zegt: Mijn tijd is nabij; bij u houd Ik met mijn discipelen het Pascha’.
En de discipelen deden, zoals Jezus hun had opgedragen, en zij maakten het Pascha gereed. Toen het avond geworden was, lag Hij aan met de twaalf discipelen
“ Matth.26: 2-20;

➻             Christus stond, wetende, dat de Vader Hem alles in handen had gegeven en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heenging, van de maaltijd op en Hij legde Zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmee. Daarna deed Hij water in het bekken en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met de doek, waarmede Hij omgord was.
Hij kwam dan bij Simon Petrus. Deze zei tot Hem: ‘Heer, wilt Gij mij de voeten wassen?’. Jezus antwoordde en zei tot hem: ‘Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het later verstaan’. Petrus zei tot Hem: ‘Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid! Jezus antwoordde hem: ‘Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij’.
Simon Petrus zei tot Hem: ‘Heer, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd!’. Jezus zei tot hem: ‘Wie gebaad heeft, behoeft zich alleen de voeten te laten wassen, want hij is geheel rein; en gijlieden zijt rein, doch niet allen’. Want Hij wist, wie Hem verraden zou; daarom zei Hij: ‘Gij zijt niet allen rein’.
Toen Hij dan hun voeten gewassen had en zijn klederen aangedaan en weer plaats genomen had, zei Hij tot hen: ‘Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb?. Gij noemt Mij Meester en Heer, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. Indien nu Ik, uw Heer en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender. Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet. Ik spreek niet van u allen; Ik weet, wie Ik heb uitgekozen; maar het schriftwoord moet vervuld worden: Hij, die mijn brood eet, heeft zijn hiel tegen Mij opgeheven
“ John.13: 3-17;
➻             En terwijl zij aten, zei Hij: ‘Voorwaar, Ik zeg u, dat een van u Mij verraden zal. En zeer bedroefd, begonnen zij, een voor een, tot Hem te zeggen: ‘Ik ben het toch niet, Heer? Hij antwoordde hun en zei: Die zijn hand met Mij in de schotel heeft gedoopt, die zal Mij verraden.
De Zoon des mensen gaat wel heen gelijk van Hem geschreven staat, doch wee die mens, door wie de Zoon des mensen verraden wordt. Het ware voor die mens goed geweest, als hij niet geboren was.
Judas, zijn verrader, antwoordde en zei: ‘Ik ben het toch niet, Rabbi?’.  Hij zei tot hem: ‘Gij hebt het gezegd’.
       En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak de zegen uit, brak het en gaf het aan zijn discipelen en zei: ‘Neemt, eet, dit is Mijn Lichaam’. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zei: ‘Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van Mijn Verbond, Dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader’.
       En na de lofzang gezongen te hebben vertrokken zij naar de Olijfberg.
Toen zei Jezus tot hen:
‘Gij zult allen aan Mij aanstoot nemen in deze nacht. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen der kudde zullen verstrooid worden. Doch nadat Ik zal zijn opgewekt, zal Ik u voorgaan naar Galilea.
Petrus antwoordde en zei tot Hem: ‘Al zouden allen aanstoot aan U nemen, ik nooit!’. Jezus zei  tot hem: ‘Voorwaar, Ik zeg u, in deze nacht, eer de haan kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen’.
Petrus zei tot Hem: ‘Zelfs al moest ik met U sterven, ik zal U voorzeker niet verloochenen’. Zo spraken ook al de discipelen.
       Toen ging Jezus met hen naar een plaats, genaamd Getsemane, en Hij zeide tot de discipelen: ‘Zet u hier neder, terwijl Ik heenga om daar te bidden’.
En Hij nam Petrus en de twee zonen van Zebedeus mee en Hij begon bedroefd en beangst te worden.
       Toen zei Hij tot hen: ‘Mijn ziel is zeer bedroefd, tot stervens toe; blijft hier en waakt met Mij’.
En Hij ging een weinig verder en Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad, zeggend:
‘Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat deze beker Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt
“ Matth.26: 21-39;
 “        En Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven. En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen.
En Hij stond op van het gebed
“ Luc.22: 43-45a;
➻             En Hij kwam bij zijn discipelen en vond hen slapende, en Hij zei tot Petrus: ‘
Waren jullie mensen zo weinig bij machte een uur met Mij te waken?  Waakt en bidt, dat jullie niet in verzoeking komen; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak’.
       Wederom, ten tweeden male, ging Hij heen en bad, zeggende: ‘Mijn Vader, indien deze beker niet kan voorbijgaan, tenzij dan dat Ik die zal drinken, uw wil geschiede!’.
En toen Hij terugkwam, vond Hij hen slapende, want hun ogen waren bezwaard.

eenzaam en alleen

       En Hij liet hen daar en ging wederom heen en bad ten derden male, opnieuw dezelfde woorden sprekende.
Toen kwam Hij bij de discipelen en zei tot hen:
‘ Slaapt nu maar en rust. Zie, de ure is nabijgekomen, en de Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen van zondaren. Staat op, laten wij gaan. Zie, die Mij overlevert, is nabij.
       En terwijl Hij nog sprak, zie, daar was Judas, een van de twaalven, en met hem een grote schare met zwaarden en stokken, gezonden vanwege de overpriesters en oudsten van het Volk. En die Hem overleverde had hun een teken gegeven, zeggend: ‘Die ik zal kussen, die is het; grijpt Hem’. En terstond trad hij op Jezus toe en zei: ‘Wees gegroet, Rabbi, en hij kuste Hem . . . . . Maar Jezus zeide tot hem: ‘Vriend, waartoe zijt gij hier?’.
Toen traden zij toe, sloegen de handen aan Jezus en grepen Hem. En zie, een van die bij Jezus waren, strekte zijn hand uit, trok zijn zwaard en hij trof de slaaf van de hogepriester en sloeg hem het oor af. Toen zei Jezus tot hem:
‘Breng uw zwaard weer op zijn plaats, want allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen. Of meent gij, dat Ik mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen? Hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, die zeggen, dat het aldus moet geschieden?’.
       Op dat ogenblik sprak Jezus tot de scharen:
‘Als tegen een rover zijt gij uitgetrokken met zwaarden en stokken om Mij gevangen te nemen? Dagelijks zat Ik in de tempel te leren, maar gij hebt Mij niet gegrepen. Doch dit alles is geschied, opdat de schriften van de Profeten in vervulling zouden gaan’. Toen lieten al de discipelen Hem alleen en vluchtten.
Die nu Jezus gegrepen hadden, leidden Hem weg naar Kajafas, de hogepriester bij wie de schriftgeleerden en oudsten bijeengekomen waren.
       En Petrus volgde Hem van verre tot aan de hof van de hogepriester, en binnengekomen zijnde, ging hij tussen de dienaars zitten om de afloop te zien.
De overpriesters en de gehele Raad trachtten een vals getuigenis tegen Jezus te vinden om Hem ter dood te brengen, maar zij vonden er geen, hoewel er vele valse getuigen optraden.
Maar ten laatste traden er twee op, die verklaarden: ‘Deze heeft gezegd: Ik kan de tempel Gods afbreken en binnen drie dagen opbouwen’.
En de hogepriester stond op en zei tot Hem: ‘Geeft Gij geen antwoord; wat getuigen dezen tegen U?’.
Maar Jezus bleef zwijgen. En de hogepriester zei tot Hem:
‘ Ik bezweer U bij de levende God, dat Gij ons zegt, of Gij zijt de Christus, de Zoon van God’.
       Jezus zei tot hem:
‘ Gij hebt het gezegd. Doch Ik zeg u, van nu aan zult gij de Zoon des mensen zien, gezeten aan de rechterhand der Macht en komende op de wolken van de hemel.
Toen scheurde de hogepriester zijn klederen en zei:
‘Hij heeft God gelasterd! Waartoe hebben wij nog getuigen nodig? Zie, nu hebt gij de godslastering gehoord. Wat dunkt u?’.
Zij antwoordden en zeiden: ‘Hij is des doods schuldig’.
Toen spuwden zij Hem in het aangezicht en sloegen Hem met vuisten; anderen sloegen Hem in het gelaat en zeiden:
‘ Profeteer ons, Christus, wie is het, die u geslagen heeft?’.

Petrus:’k ken die mens niet’  Rembrandt, Dordrecht museum

Petrus zat buiten in de hof en er kwam een slavin naar hem toe, die zei:
‘Ook gij waart bij Jezus, de Galileeër’.
Maar hij loochende het ten aanhoren van allen en zei: ‘Ik weet niet, wat gij zegt’.
Toen hij naar het portaal ging, zag een andere hem en zij zei tot hen, die daar waren:
‘ Die man was bij Jezus, de Nazoreeër.
En wederom loochende hij het met een eed: ‘Ik ken die mens niet’.
Even later kwamen zij, die daar stonden, naar Petrus toe en zeiden:
‘ Waarlijk, ook gij behoort tot hen, want ook uw uitspraak verraadt u’.
Toen begon hij zich te vervloeken en te zweren: ‘Ik ken de mens niet’.
En terstond kraaide een haan.
En Petrus herinnerde zich het woord, dat Jezus gesproken had:
‘Eer de haan kraait, zult gij Mij driemaal verloochenen’. En hij ging naar buiten en weende bitter.
      Toen het nu morgen geworden was, namen al de overpriesters en de oudsten van het Volk het besluit tegen Jezus om Hem te doden. En zij boeiden Hem, leidden Hem weg en zij leverden Hem over aan Pilatus, de stadhouder
“ Matth.26: 40-27: 2.

NB.: is er sprake van een voetwassing dan wordt John.13: 3-11 tijdens de voetwassing gelezen en John.13: 12-17 erna.

Apostellezing:
        Want zelf heb ik bij overlevering van de Heer ontvangen, wat ik u weer overgegeven heb, dat de Heer Jezus in de nacht, waarin Hij werd overgeleverd, een brood nam, de dankzegging uitsprak, het brak en zei: ‘Dit is Mijn Lichaam voor u, doet dit tot Mijn Gedachtenis.
Evenzo ook de beker, nadat de maaltijd afgelopen was, en Hij zei:
‘ Deze beker is het Nieuwe Verbond in Mijn bloed, doet dit, zo dikwijls gij die drinkt, tot Mijn Gedachtenis. Want zo dikwijls gij dit brood eet en de beker drinkt, verkondigt gij de dood des Heren, totdat Hij komt.
Wie dus op onwaardige wijze het brood eet of de beker des Heren drinkt, zal zich bezondigen aan het lichaam en bloed des Heren.
Maar ieder dient zichzelf te beproeven en dient te eten dan van het brood en te drinken uit de beker. Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen.
Indien wij echter onszelf beoordeelden, zouden wij niet onder het oordeel komen. Maar onder het oordeel des Heren worden wij getuchtigd, opdat wij niet met de wereld zouden veroordeeld worden
1Cor.11: 23-32.


Schrijf dit op voor het volgend geslacht:
Ook het Volk dat nog niet geboren is, zal de Heer loven.
Want onze Heer en Meester ziet neer uit Zijn verheven Heiligdom,
onze God ziet uit de Hemel neer op de aarde
” Psalm 101[102]: 19-21.

 

‘lijdende melaatse mens’, ca.1510  door Matthias Grunewald [1480-1528 Germany]

uit: het gebed van iemand die bijna sterft van ellende;
      de mens vertelt hier aan de Heer hoe ongelukkig deze is:
‘Heer, verhoor ons gebed, laat ons roepen tot U komen; 
wend Uw aangezicht niet van ons af, vanwege
het zuchten en steunen van uw dienaren, die
gevangen zijn te horen, om hen vrij te laten, die de dood nabij zijn‘.

                       Dàt het Lichaam van Christus het medicijn is tegen de zonde en
                      Zijn Bloed de enige manier is waarop een mens van zijn onoplosbare,
                      – ‘niet te genezen’ – pijn afkomt en van zijn zondelast verlost wordt.
Het Lichaam van Christus is uitgegroeid tot een schat van Goddelijke perfectie en
wast altijd rein van alle zonde en rechtvaardigheid.
Met uitzondering van iedere hooghartige verkondiger, die predikt dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest onder de mensen onbekend zal blijven tot het moment dat zij zich eerst met Hem kunnen verenigen.
Hij predikte Christus weliswaar in woord en de daad maar vergeet;
⁌     dat het nuttigen van het Lichaam en Bloed méér is,
  dan het wegslikken van materie.
⁌     dat het lijden en sterven aan het Groot en Heilig Kruis méér is,
dan een rituele slachting, die wij herdenken.
  Wij offeren met dit onbloedig offer van Brood en Wijn onszelf
    temidden van het vlees en het bloed, waaruit wij zelf bestaan
⁌     wij bevelen aan Christus God onszelf, elkaar en geheel ons leven aan”,
in de Heilige Geest bieden wij de moeder God’s en alle heiligen gedenkend aan
    God ons gehele leven aan. “Aan U, o Heer!” wordt in de vragende Litanie gebeden.
  Wij bieden als Christenen ons leven aan ter slachting aan het Groot en Heilig Kruis, dat
wij mèt Christus dragen, mèt het bijbehorend verdriet en het leed en mèt de kwelling toen
Hij het tijdstip naderde om ná gebed en vasten temidden van zweet van bloed geofferd te worden.
     Judas verraadde Hem en liet Hem door de tegenstander grijpen en
     deze mens was door zijn doen en laten
     met handen en voeten gebonden aan zijn boosdoeners [de wereld] en
     hij getuigde daarmee eveneens voor Pilatus, zoals de apostel Paulus zegt.
Vanwege zijn grote getuigenis draagt hij
eveneens bij aan de dood, de dood aan het Groot en Heilig Kruis.
      Jezus dan, alles wetende, wat over Hem komen zou, kwam naar voren en zeide tot hen: ‘Wie zoekt gij?’
Zij antwoordden Hem: Jezus de Nazireeër. Hij zeide tot hen: Ik ben het.
En ook Judas, zijn verrader, stond bij hen.
Toen Hij dan tot hen zeide: ‘Ik ben het, deinsden zij terug en vielen ter aarde’.
Wederom dan stelde Hij hun de vraag:
Wie zoekt gij? En zij zeiden: Jezus, de Nazireeër.
Jezus antwoordde: Ik zeide u, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan; opdat het Woord vervuld werd, dat Hij gesproken had: ‘Wie Gij Mij gegeven hebt, uit hen heb Ik niemand laten verloren gaan’
“ John.18: 4-9

Draag als Christen, als navolger van Christus dit Lichaam dat gegeten wordt de huid, de door nagels doorboorde handen en aanvaard het doorboord worden door de speer, het gestoken worden met een bajonet in de zijde en aanvaard de lijfelijke pijn als Zijn grote pijn en lijden dat Hij gedragen heeft – en bovenal de pijn toen hij genageld aan het kruis hing en uitriep “ God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten”.
Dit is het Heilig Lichaam en het Heilig Bloed, het Bloed van Christus dat vergoten is, tot vergeving van de zonden der mensen, welke wij mede-ervaren in ons christelijk leven in deze wereld.
Daarop verduisterde God, de Schepper van Hemel en aarde, de zon en beefde de aarde en wordt de gehele wereld en de kosmos gezuiverd uit de gruwel van de zonde.
De letterlijke Wet – de Wet van het Oude Testament – bezat geen macht om degenen te dusdanig te vormen dat zij tot volmaaktheid konden komen, want
het is een onvolmaakte wet, een menselijke wet.
Het was nodig om de wet van de Heilige Geest, de Liefde tot de mensen tot het uiterste te openbaren, de volledige en bekwame nieuwtestamentische wet van de Goddelijke Liefde tot de mensen en de onderlinge liefde van de mens, die de mens tot volmaaktheid brengt.
De pijn en het leed, de kwellingen, die door christenen wordt gedragen en het bloed, zweet en tranen, die als offer aan God daaruit voorkomen verdienen het om opnieuw gezegend te worden.
Hetgeen de mens door zijn hoogmoed veroorzaakt heeft, de verwijdering van God, heeft zij verloren als gevolg van de zonden, die hen ook na de doop niet ten goede komt als iets wat mensen teniet gedaan hebben en
dit wordt als gevolg van het bloed van het Nieuwe Testament en het lichaam van Christus, die aan het kruis geofferd is opgeheven.
 Dit is het geheim van dankzegging – het grote Mysterie dat wacht op de gerechtigheid van God, degenen die hebben erkend dat Isaäc zich tot God heeft gewend met hun zonden. God heeft ons volgelingen van Christus onze zonden vergeven; deze vorm van vergeving noemen wij indirecte vergeving.

 

Hij toonde Zijn Hart voor de mensen

      En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun Zijn handen en Zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer [na Zin Opstanding] zagen. Jezus dan zei nogmaals tot hen: “Vrede zij u!’ ‘Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u’.
En na dit gezegd te hebben, blies Hij op hen en zei tot hen: ‘Ontvangt de Heilige Geest. Wie gij hun zonden kwijtscheldt, die zijn ze kwijtgescholden; wie gij ze toerekent, die zijn ze toegerekend’
“ John. 20:20-23.

Indien je ooit iemand barmhartigheid betoont, zal jou eveneens Genade betoond worden.
Indien je mededogen toont aan iemand die lijdt (en dit is natuurlijk geen grote daad), word je tot de martelaren gerekend.
Indien u iemand vergeeft die jou heeft beledigd, dan zullen niet alleen al jouw zonden worden vergeven, maar je zult een kind van de Hemelse Vader worden.
Indien je bidt vanuit je hele hart voor redding – zelfs al is het een beetje – zul je gered worden.
Indien je jezelf bestraft, jezelf beschuldigt en jezelf voor God veroordeelt vanwege je zonden, met een gevoelig geweten, zelfs voor deze zul je gerechtvaardigd zijn.
H. Moses van Optina 

Na de ontmoeting, ‘het ontvangen van Zijn Lichaam en Zijn Bloed’; After the meeting, ‘receiving His Body and His Blood.

Wij blijken keer op keer God’s Vertrouwen te verkrijgen, maar toch vervallen wij in onze ongerechtigheden, omdat wij als mensen fouten maken en om ons te ontdoen van onze herhaalde zondeval en vergeving te verkrijgen is het essentieel, dat we haast om onszelf te bekeren en de strijd tegen de zonde aan te gaan.
Door regelmatig het Lichaam en Bloed van Christus te ontvangen, worden wij genezen hetgeen het medicijn is voor de genezing van het menselijk kwaad blijkt te zijn.
conf. Heilige Nicholas Cabasilas

”     Een rechtvaardig mens, verstoten van wijsheid, die is als een lamp in volle zon.
Het gebed van degene, zich beledigingen herinnerend, die is als een zaad dat op de rots is geworpen.
Een asceet, zonder barmhartigheid, die is als een onvruchtbare boom.
Een verwijt dat voortkomt uit het begeren, dat is als een vergiftigde pijl.
Een lofbetuiging voortkomend uit dubbelhartigheid , dat is een verborgen valkuil.
Een onredelijke raadgever blijkt een blinde leider te zijn.
De kring van de spotters breekt het hart.
Geregeld een wijs mens bezoeken is als een verfrissende bron.
Een wijze raadgever is een veilige schutsmuur.
Een onredelijke vriend, verstoten van wijsheid, is een vat vol onheil.
Het is beter een huis in rouw te zien dan een wijze die een dwaas volgt.
Het is beter bij wilde dieren te verblijven dan met begerige lieden rond te dolen.
Het is beter in een graf te verblijven dan met verdorven mensen op te trekken.
Verkies eerder te leven met gieren dan met hebzuchtige en onverzadigbare mensen.
Verkies liever een moordenaar als gezel dan een ruziemaker.
Verkies het gezelschap van een zwijn boven dat van een gulzigaard, want
de pens van een zwijn past beter in de mond van een gulzigaard.
Verkies het gezelschap van melaatsen boven dat van trotsen

H. Isaäc de Syriër [van Ninivé] .

Er waren joodse christenen onder de bekeerlingen, christenen, die gebonden bleven, gebonden aan de Wet en de joodse waarnemingen van de Wet, de perceptie.
Zij onderwezen de christenen in Galatië om de Wet te houden, inclusief de besnijdenis en  ze betekenden de ceremoniële Wet, die vervuld was in Christus, en die vervangen was door de vrijheid van de Genadegaven van de Heilige Geest en  hierin onderwezen zij een heel ander Evangelie, zoals de Apostel Paulus elders zegt:
“       Och, verdroegt gij een weinig onverstand van mij! Maar dat doet gij ook. Want met een ijver Gods waak ik over u, want ik heb u verbonden aan een man om u als een reine maagd voor Christus te stellen. Maar ik vrees, dat misschien, zoals de slang met haar sluwheid Eva verleidde, uw gedachten van de eenvoudige en loutere toewijding aan Christus afgetrokken zullen worden. Want indien de eerste de beste een andere Jezus predikt, die wij niet hebben gepredikt, of gij een andere geest ontvangt, die gij niet hebt ontvangen, of een ander Evangelie, dat gij niet hebt aangenomen, dan verdraagt gij dat zeer wel“ 2Cor. 11: 1-4.
Deze joodse Christenen bleven in hun joodse traditie hangen, in de schaduw van het christendom en het menselijke, dat ‘niet verlost’, wat mensen als creaties in Christus – naar het evenbeeld van de Schepper niet- ‘nieuw maakt’.
Dit zijn degenen, die Paulus aanspreekt in de brief die we via de overlevering vernemen, laten we dit fragment nog maar een keertje horen waar hij zegt:
          Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus. Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen. Maar ik zal ervoor bewaard mogen blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld mij gekruisigd is en ik van de wereld
Gal.6: 12-14.
Daarop wordt gewezen wanneer wij in de Goddelijke Liturgie voorafgaand aan de Epiclese [aanroeping] horen – wanneer wij de Heilige Geest aanroepen:
Neemt en eet” en ‘drinkt uit deze Beker’.
Dàt dient onze dagelijkse spirituele maaltijd te zijn – als volgelingen van Christus volgen wij Hem geïnspireerd door de Heilige Geest dàgelijks door ons Kruis op te nemen.
Zovelen om ons heen verlangen om hier een goede vertoning in het vlees van te maken, uiterlijke schijn, deze zouden je dwingen weliswaar aangesneden te worden, maar niet genuttigd te worden; alleen opdat ze niet aan  het [mede-] lijden deelachtig zullen worden; de vervolging vanwege het kruis van Christus.
Want zelfs niet degenen die aangesneden zijn bewaren de onvoorwaardelijke Goddelijke Liefdeswet, maar zij verlangen om u te laten besnijden, opdat zij mogen roemen in uw vlees.
  En luister hiernaar, dit is de sleutel tot het Heil, tot de Hemelpoort:
”       Maar God verhoede dat ik zou moeten opscheppen, behalve in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld heeft gekruisigd voor mij en ik voor de wereld”.
Wat de ontrouw bewijst is datgene wat Paulus aldus beschrijft:
“         Maar het dient zo te blijven; God is waarachtig en ieder mens leugenachtig, gelijk geschreven staat: Opdat Gij gerechtvaardigd wordt in uw woorden [in Zijn Woord] en overwint in uw rechtsgedingen [Zijn Rechtsgeding].
Maar indien onze onrechtvaardigheid Gods rechtvaardigheid staaft, wat zullen wij dan zeggen? Is God, Die zijn toorn doet voelen – ik spreek op menselijke wijze – soms onrechtvaardig?
Volstrekt niet! Hoe zal God anders de wereld oordelen?
” Rom.3: 4-6.

De vraag is nu waarom de Joodse christenen dit leerden?
Waarom hebben ze zich gezocht [zich zo thuis gevoeld] om bij ‘de oude Wet’ van Mozes te blijven hangen . . . . . om gevangen te blijven zitten in de mentaliteit, waar we nog altijd in verblijven – in het type, wachtend in de schaduw [d.w.z. ‘niet in het Licht van Christus] op de vervulling.
Ze proberen er in op te vallen en uit te blinken de ogen van die onbekeerde Joden,
• die beweerden dat ook de joden bekeerlingen hadden,
• die de Tradities van hun voorvaderen hadden verlaten.
Dat wil zeggen, ze zochten het compromis met de geest van de wereld en
het ongeloof van de Joden, met de vijanden van het Kruis!
• Ten einde een compromis te sluiten, om
te voorkomen een uitdrukking van schuld of afkeuring op te lopen;
verwelkomden zij Christus met het milde verwijt Hem vervolgens
met het opnemen van het Kruis ‘alleen’ te laten, omdat ze ‘niet’ werkelijk geloofden.
• Onder al deze wereldsheid was deze weerstand uiteindelijk
een gebrek aan vertrouwen in het offer van onze Heer.
Blijkbaar hadden geen vertrouwen, maar het had een zweem van
spirituele,  geestelijke vernieuwing – wedergeboren worden was er niet bij.

   Uit al hun doen en laten blijkt dat zij vervolging wilden vermijden, zij wilden het Kruis ontlopen, vermijden!
Zij misten het charisma, de ‘Genadegaven‘ van de Heilige Geest.
Je kent misschien wel het woord ‘charisma’, uitstraling:
      Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken, en aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest; aan de een Geloof door dezelfde Geest en aan de ander Gaven van genezingen door die ene Geest; aan de een werking van Krachten, aan de ander Profetie; aan de een het onderscheiden van geesten, en aan de ander allerlei tongen, en aan weer een ander vertolking van tongen. Doch dit alles werkt een en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij [God het] wil“ 1Cor.12: 8-11.
•  De geschiedenis van de Kerk zit vol van zulke mensen, tot
op de dag van vandaag en in onze tijd hebben we
misschien veel te veel van zulke valse, verraderlijke christenen.
                                De Heilige Johannes Chrysostomos zegt dat we Christus liever beledigen en
zelfs verwerpen we aangenaam te zijn voor de mensen;
liever beledigen we God om de mensen te behagen!
We zijn mensen, die mensen behagen, medewerkers, die
samenwerken met de vijanden [de satan en z’n trawanten] van het Kruis.
Het leven van de Kruis vereist opoffering.
Christus ‘eist’ offers van ons, omdat opoffering liefde tot God en
medemenselijkheid en liefde tot de mens [onze naaste] inhoudt.
• Indien we ons niet opofferen, houden we hier allemaal niet van.
•  Indien we niet van onze naasten houden – kunnen we onmogelijk
verenigd worden met de God, Die slecht Liefde is.

Kruis op weg naar de Opstanding

  Het Kruis opnemen en Christus volgen is onze levensweg,
ons pelgrimspad, onze opening naar het leven in liefde tot/met de Meester,
het Eeuwige leven dat we allemaal nastreven en zoeken.
  Indien we het Kruis opzij zetten, het omzeilen, gaan we de verkeerde kant op,
zijn we niet op weg naar het Hemels Koninkrijk,
de weg naar God, want we zetten de Liefde van God op een zijpad.
  Alleen degenen die het Kruis van Christus verheffen worden in de vrijheid van God’s Genadegaven binnengeleid.
  Christus volgen is de kunst van -‘buit te maken’- door je Kruis op te nemen en
uit Liefde tot God en de naaste Christus op Zijn weg hier op aarde te volgen.
Indien we het Kruis verloochenen, ontkennen we het offer,
dan ontkennen wij de kruisiging van ons intellect.
  Dàn blijven we de slaven van de wereld, zoals
we door de verlokkingen van de wereld verworden zijn,
we blijven zoals we -‘voor onze Doop en Myronzalving’ waren en
nemen niet deel aan de versmelting met onze Heer Jezus Christus.
  Wij nuttigen het Lichaam en Bloed niet, wij doen maar wat en blijven in de schaduw van de dood, terwijl er vanuit de schaduw – de grootsheid van de Blijde Boodschap, aan ons bestaan een Heilig en Groots doel in ons bestaan wordt aangeboden; waarmee we kunnen overleven.

Is dat niet geweldig !!!
  Dit is het grote Geheim dat in ons christelijk leven dient ten worden waargemaakt, gerealiseerd:
  Het is de Genadegave van de Heilige Geest en de Kracht van redding, Die overwinning biedt.
  Het inzicht en de beheersing van het Christelijk Geloof, is Christus,
God, Die ons door alles heen draagt in de Heilige Geest tot in de Tempel van het hart.
      Wij weten, dat wij uit God zijn en de gehele wereld in het boze ligt.
Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in Zijn Zoon Jezus Christus.
Dit is de waarachtige God en het eeuwige leven”.
Daarom zegt Johannes de Theoloog:
Kinderkens, wacht u voor de afgoden“ 1John.5: 19-21.
Waar God, via de mens in Christus aanwezig is, ontstaat er “Leven”.
Het leven is je overgeven aan de dood, omdat de mens die de dood proeft
en ik spreek over zijn smaak van de dood, niet alleen op het niveau van het lichamelijke,  maar op geestelijk niveau van de Goddelijke Waarheid, Die door God gecreëerd is, Die Hij schiep – in feite volledig vervreemd is van de liefde van God.
  Het kan alleen maar zijn dat de vervreemding van God compleet is.
Daarom is het Woord van on ze Heer en Meester:
“ Ik ben de Opstanding en het leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder, die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet stervenJohn.11: 25,26.
•  Hier spreekt Christus met Maria, de zuster van Lazaros over de dood van het lichaam, dat bij de tweede komst tot heerlijkheid zal worden hersteld.
“       Draag mij als een zegel op je hart, als een zegel op je arm.
Sterk als de dood is de liefde, beklemmend als het dodenrijk de hartstocht.
De liefde is een vlammend vuur, een laaiende vlam“ Hooglied 6: 8.

•  Hier wordt gesproken over de mens die vol liefdevol leven is, omdat hij vol is van liefde tot God. Een mens die van God houdt, is een mens die de dood ‘uit’-drukt als of er een slaper voorbij komt. Dit is waar de dood ‘overwonnen’ wordt genoemd. Hier spreekt hij over de dood van het lichaam, dat bij de tweede komst tot heerlijkheid zal worden hersteld.
“Wie in Mij gelooft, als hij sterft, zal hij leven.
Hij die levend is en veilig in Mij, zal de dood voor eeuwig niet zien”.

•  ”Hier spreekt Christus over de mens die vòl liefdevol leven is, omdat
deze mens vòl is van liefde voor God!
Een mens die van God houdt, is een mens die de dood ‘uit’-bant, ‘uit’-drukt, die
slechts als een slaper voorbijtrekt.

Dit is hèt Mysterie van deze unieke dag en de Goddelijke Liturgie, waar licht en duisternis, vreugde en verdriet op zo’n vreemdsoortige wijze verstrengeld zijn, roept ons òp tot de keus waar onze gehele lotsbestemming vanaf afhankelijk is.
     En voor het Paasfeest, toen Jezus wist, dat Zijn uur genomen was . . . . . heeft Hij de Zijnen, die Hij in de wereld liefhad, liefgehad tot het einde . . . . .” John.13: 1.
om de betekenis van het Laatste Avondmaal te begrijpen, dienen we het te gaan zien als het einde van de grote beweging van Goddelijke Liefde, Die begon toen de wereld werd geformeerd, geschapen en die nu voltooid gaat worden in de dood en Opstanding van Christus Jezus, onze Verlosser.
Deze dag, dit bijwonen van dit Mysterie van de Eucharistie gaat ontzettend veel langer mee, dan al de verdere dagen van ons leven.
“God is Liefde” [1John13: 1] en het eerste geschenk van deze Liefde was Leven.
De betekenis, de inhoud van het leven was samensmelting, éénwording, gemeenschap, communio, verbond, huwelijk.

Een levend mens zijn betekent eten en drinken, deelhebben aan de wereld en die wereld is in God’s bedeling een “Goddelijke” wereld, overeenkomstig Zijn Wil, die dient te geschieden.
De wereld zoals God het zag en was dus Goddelijke Liefde veranderd in voedsel, in Lichaam voor de mens. En om levend te zijn, d.w.z. deel te hebben aan die wereld, moeste mens in communie leven met God, god als de betekenis, de inhoud en het doel van zijn leven opgenomen hebben.
Door het menselijk leven te laten opgaan in het Licht van de Liefde van God, zowel ontvangend [consumerend] als praktiserend [offerend], verandert de mens zijn leven ‘in Hem en door Hem’.
De Liefde van God geeft ‘Leven’ aan de mens, die Liefde van de mens voor God verandert dit leven – ‘door de Genadegaven van de Heilige Geest’ – in samenwerking, in communie met God.
was het in het Paradijs,
was het streven van de Voorvaderen,
werd het door de Heilige Geest aan de Profeten geopenbaard aan het Oude Volk en
werd het omdat de mens het nog steeds niet begreep, door Christus verkondigd en voorgeleefd
       opdat wij in Hem eeuwig Leven zouden verwerven.
Door de mens en zijn Liefde tot God dient de gehele schepping veranderd te worden in een alomvattend Mysterie van Goddelijke aanwezigheid en de mens zelf is de priester van dit Mysterie.
Die voorganger, de spelleider, de [door ‘mensen in aanroeping van de Heilige Geest‘ gewijd] priester is de spelleider om ons te begeleiden en
de toezichthouder, die een [door mensen gewijd] bisschop is probeert hier wanneer het uit de hand dreigt te lopen aanwijzingen te geven.
Dáárom wordt telkenmale in de Goddelijke Liturgie
zonder protest van wie dan ook uitgeroepen:
Één is Heilig, één is Heer, Jezus Christus, tot Heerlijkheid van God de Vader, AMEN ”.