Paasmaandag – de Vader, Die Mij heeft gezonden, heeft Zelf aan Mij een Gebod gegeven.

Als druiven in de woestijn vond Ik Israel; als vroege vijgen, als eerste opbrengst aan de vijgenboom, zag Ik uw vaderen. Zij echter gingen naar Baäl Peor en wijdden zich aan de schandgod; daardoor werden zij even gruwelijk als het voorwerp van hun liefdeHosea 9: 10.

      ’s-Morgens vroeg, bij Zijn terugkeer naar de stad, werd Christus hongerig. En daar Hij een vijgenboom aan de weg zag staan, ging Hij erheen, doch Hij vond niets daaraan, dan alleen bladeren. En Hij zeide tot hem: Nooit zal aan u enige vrucht meer groeien, in eeuwigheid! En terstond verdorde de vijgenboom.
       En toen de discipelen dat zagen, verwonderden zij zich en zeiden: Hoe is de vijgenboom zo terstond verdord?
Maar Jezus antwoordde en zei tot hen:
♨︎ ➥ ♨︎
–  meer aandacht te besteden aan de onrijpe vijgen van de vijgenboom
Voorwaar, Ik zeg u, indien gij geloof hebt en niet twijfelt, zult gij niet alleen doen wat met de vijgenboom is gebeurd, maar zelfs indien gij tot deze berg zegt: Hef u op en werp u in de zee, het zal geschieden. En al wat gij in het gebed gelovig vragen zult, zult gij ontvangen.
        En toen Hij de Tempel was binnengegaan, naderden de overpriesters en de oudsten van het Volk Hem, terwijl Hij leerde, en zij zeiden: ‘Krachtens welke bevoegdheid doet Gij deze dingen? En wie heeft U deze bevoegdheid gegeven?’.
        Jezus antwoordde en zei tot hen:
Ik zag je onder de vijgenboom
Ik zal u ook een vraag stellen en indien gij Mij daarop antwoord geeft, zal Ik u ook zeggen, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. Vanwaar was de doop van Johannes? Uit de hemel of uit de mensen?
En zij overlegden onder elkander en spraken:
‘ Indien wij zeggen: Uit de hemel, zal Hij tot ons zeggen: Waarom hebt gij hem dan niet geloofd? Doch indien wij zeggen: Uit de mensen, zijn wij bevreesd voor de schare, want zij houden allen Johannes voor een profeet. En zij antwoordden en zeiden tot Jezus: Wij weten het niet.
Hij van Zijn kant zeide tot hen:  
        Dan zeg Ik u ook niet, krachtens welke bevoegdheid Ik deze dingen doe. Wat dunkt u? Iemand had twee kinderen. Hij ging naar de eerste en zei: ‘Kind, ga en werk vandaag in de wijngaard. En hij antwoordde en zei: Ja, heer, maar hij ging niet. Hij ging naar de tweede en sprak evenzo. En deze antwoordde en zei: Ik wil niet, maar later kreeg hij berouw en ging toch.  Wie van de twee heeft de Wil van Zijn Vader gedaan?
Zij zeiden: De laatste.
        Jezus zei [daarop] tot hen:
Voorwaar, Ik zeg u, de tollenaars en de hoeren gaan u voor in het Koninkrijk Gods. Want Johannes heeft u de weg der gerechtigheid gewezen en gij hebt hem niet geloofd. De tollenaars en de hoeren echter hebben hem geloofd, doch hoewel gij dat zag, hebt gij later geen berouw gekregen en ook in hem geloofd.
        Hoort een andere gelijkenis.
Parabel tot de werkers in de Wijngaard
Er was een heer des huizes, die een wijngaard plantte, en er een heg omheen zette, en er een wijnpers in groef en een toren bouwde; en hij verhuurde die aan pachters en ging naar het buitenland.
        Toen nu de tijd der vruchten naderde, zond hij zijn slaven naar die pachters om zijn vruchten in ontvangst te nemen.
        Maar de pachters grepen zijn slaven, sloegen de een, doodden de andere en stenigden een derde. Hij zond weer andere slaven, nog meer dan eerst, en zij behandelden hen op dezelfde wijze.
        Ten laatste zond hij zijn zoon tot hen, zeggend: ‘Mijn zoon zullen zij ontzien’.
Maar toen de pachters de zoon zagen, zeiden zij tot elkander:
Dit is de erfgenaam, komt, laten wij hem doden om zijn erfenis aan ons te brengen. En zij grepen hem en wierpen hem buiten de wijngaard en doodden hem.
Wanneer nu de heer van de wijngaard komt, wat zal hij met die pachters doen
Zij zeiden tot Hem: ‘Een kwade dood zal hij die kwaden doen sterven en de wijngaard zal hij verhuren aan andere pachters, die hem de vruchten op tijd zullen afleveren’.
        Jezus zei [daarop] tot hen:
‘ Hebt gij nooit gelezen in de Schriften: De steen, die de bouwlieden afgekeurd hadden, deze is tot een hoeksteen geworden; van de Heer is dit geschied, en het is wonderlijk in onze ogen?
Daarom, Ik zeg u, dat het Koninkrijk Gods van u zal weggenomen worden en het zal gegeven worden aan een volk, dat de vruchten daarvan opbrengt
“ Matth.21: 18-43.

De vergelijking/ het voorhouden van de vijgenboom, is het symbool van de wereld, die geschapen is om geestelijke vruchten te dragen en tekort schiet in haar antwoord aan God. Het is tevens een veroordeling van de Farizeeërs, d.w.z. de blinde vlek, het kortzichtige van de huichelachtige godsdienstigheid van hen die denken dat zij leiders zijn i.p.v. toezichthouders van degenen waarover zij zijn aangesteld. Zij nemen zich de wijsheid in pacht als het licht van de wereld, maar van wie in feite wordt gezegd:
Jullie sluiten het Koninkrijk der Hemelen toe voor de mensen. Immers, jullie gaan er zelf niet binnen en die trachten binnen te gaan, laten jullie niet toe daarin te komenMatth.23: 13, om over het vervolg nog maar niet te spreken.
De hoofdrol van een spelleider is aansluitend de opdracht om een goed verteller te zijn, teneinde de identiteit van de Geschiedenis, de Identiteit, de Waarden, Normen en de Betrokkenheid van de mensen [door alle tijden] te benadrukken.
Christus, onze Heer en Verlosser echter ging nog een stap verder door niet alleen het verhaal van de mensen te vertellen, maar tevens door hen dit aan hen vóór te leven:
    Er waren onder hen enige Grieken [en anderstalige Joden] onder hen, die
opgingen om op het feest 
[Pascha] te aanbidden dezen dan
gingen tot Philippos, die van Bethsaida
[“Huis der Barmhartigheid”, ontzorgen] in Galilea was, en vroegen hem en zeiden:
        ‘Heer, wij zouden Jezus wel willen zien’.
Philippos ging en zei het aan Andreas; Andreas en Philippos gingen en zeiden het aan Jezus.
        Maar Jezus antwoordde hun en zei:
‘ De [Het] uur is gekomen, dat de Zoon des mensen verheerlijkt moet [dient te] worden.

”     Zaaien, indien de Graankorrel sterft, brengt zij veel Vrucht voort”; “Σπορά, εάν ο σπόρος του σιταριού πεθαίνει, παράγει πολλά φρούτα”;
” البذر ، إذا ماتت حبة القمح ، فإنها تنتج الكثير من الفاكهة’”;
“Sowing, if the grain of wheat dies, it produces much fruit”.

Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.
Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven. Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en waar Ik ben, daar zal ook mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren. Nu is mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen?
Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hiertoe ben Ik in deze ure[n] gekomen. Vader, verheerlijk Uw naam! Toen kwam een stem uit de hemel[en]: ‘Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal hem nogmaals verheerlijken!’.
De schare dan, die daar stond en toehoorde, zei, dat er een donderslag geweest was; anderen zeiden: Een engel heeft tot Hem gesproken.
        Jezus antwoordde en zei:
‘ Niet om Mij is die stem er geweest, maar om u. Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste van deze wereld buiten geworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken.
        En dit zei Hij om aan te duiden, welke dood Hij sterven zou.
De schare dan antwoordde Hem:
Wij hebben uit de Wet gehoord, dat de Christus tot in eeuwigheid blijft; hoe kunt Gij dan zeggen, dat de Zoon des mensen moet verhoogd worden? Wie is deze Zoon des mensen?
        Jezus dan zei tot hen:
‘Nog een korte tijd is het licht onder u. Wandelt, terwijl gij het licht hebt, opdat de duisternis u niet zal overvallen; en wie in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat. Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn.
        Dit sprak Jezus en Hij ging heen en verborg Zich voor hen.
En hoewel Hij zovele tekenen voor hun ogen gedaan had, geloofden zij niet in Hem, opdat het woord van de profeet Isaiah vervuld werd, dat hij sprak:
        Heer, wie heeft geloofd, wat hij van ons hoorde? En aan wie is de arm des Heren geopenbaard?
Hierom konden zij niet geloven, omdat Isaiah elders gezegd heeft:
        Hij heeft hun ogen verblind en hun hart verhard, dat zij niet met hun ogen zien, met hun hart verstaan en zich bekeren, en Ik hen zal genezen.
Dit zei Isaiah, omdat hij Zijn Heerlijkheid zag en van Hem sprak.
En toch geloofden zelfs uit de oversten velen in Hem, maar ter wille van de Farizeeën kwamen zij er niet voor uit, om niet uit de Synagoge te worden gebannen; want zij waren gesteld op de eer der mensen, meer dan op de eer van God.
        Jezus riep en zei:
Wie in Mij gelooft, gelooft niet in Mij, maar in Hem, Die Mij gezonden heeft; en wie Mij aanschouwt, aanschouwt Hem, die Mij gezonden heeft. Ik ben als een licht in de wereld gekomen, opdat een ieder, die in Mij gelooft, niet in de duisternis zal blijven. En indien iemand naar mijn woorden hoort, maar ze niet bewaart, Ik oordeel hem niet, want Ik ben niet gekomen om de wereld te oordelen, doch om de wereld te behouden. Wie Mij verwerpt en Mijn Woorden niet aanneemt, heeft een, die hem oordeelt het Woord, Dat Ik heb gesproken, dat zal hem oordelen ten jongsten dage. Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een Gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet. En Ik weet, dat Zijn Gebod eeuwig Leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zo als de Vader Mij gezegd heeft

John.12: 20-50.

Leven is zelfopenbaring
Christus neemt Zijn Vader tot getuige wanneer Hij zegt:
” indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft,
blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.
Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar
wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven.
Indien iemand Mij wil dienen, hij volge Mij, en
waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn”
[zie lezing van Johannes de Theoloog].
Paulus gaat daarop voort:
‘Wanneer Christus, Die [door het Doopsel] Uw Leven is aan het einde van uw loopbaan zal verschijnen, dan zult ook u met Hem verschijnen is Heerlijkheid’ 2Col.3:4.
Uit de Woorden van Christus komen niet één, maar twee punten van radicale kritiek naar voren.
Aan de ene kant betekent de zelfopenbaring van het leven dat
ons leven als persoon niet pas tot stand komt door sociale, economische en politieke structuren waarin we nu eenmaal geworpen zijn.
Leven onttrekt zich ‘door de Heilige Geest’ radicaal aan de macht van dit of dat systeem, oftewel, ‘ik is niet gelijk aan een ander’.
Maar als anderen mijn leven nooit gemaakt hebben – en dat geldt zelfs voor mijn biologische ouders –, ben ik er aan de andere kant zelf net zo min ‘de bron’ van.                              Het leven is mij, net als aan iedereen, door de Goddelijke voorzienigheid doorgegeven.
Hoezeer we ook kinderen van onze ouders, de geschiedenis en de maatschappij zijn, zijn we eerst en vooral kinderen van het Goddelijk bedoelde Leven.
Deze scherp geformuleerde zin van leven, die we ‘naar het beeld van God geschapen’ kunnen noemen, zijn wij ‘kinderen van God’.
Natuurlijk openbaart het leven, dat wil zeggen deze aldus geformuleerde God, Zich op een bepaalde historische locatie en wordt verwoord door de ‘taal van de wereld’.
Toch valt de zelfopenbaring van leven onmogelijk tot die feitelijke plaats en tijd te herleiden.
Om het korter te formuleren:
Hier lijkt de waarheid van openbaring als wezenskenmerk van de christelijke God intact te worden gehouden.
Met Openbaring als trauma gaat ‘als de graankorrel niet sterft‘ verder dan de woorden van Christus.
Om dit thema te doordenken, speelt het ‘gelaat van de Ander’ een cruciale rol.
Het namelijk niet zó dàt er in den beginne een kant-en-klaar autonoom subject bestaat dat vervolgens door Goddelijke inmenging op rationele wijze ethiek en moraal in elkaar wordt gezet.
Neen, ‘het gelaat van de Ander, mijn naaste’ doet op mij een appèl om verantwoordelijkheid te aanvaarden.
Eerst dàn wordt een mens als moreel subject in het leven geroepen.

“ Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem eren”.
Paulus volgt Christus zijn grote voorbeeld op de voet en zegt:
      Want hiertoe is Christus gestorven en levend geworden, opdat
Hij en over doden en over levenden Heerschappij zou voeren
Rom.14: 9 en
      Dwaas! Wat gij zelf zaait,
wordt niet levend, of het moet gestorven zijn, en
als gij zaait, zaait gij niet het toekomstige lichaam, maar
slechts een korrel, bijvoorbeeld van koren, of van iets anders.
Maar God geeft er een lichaam aan, gelijk Hij dat gewild heeft, en
wel aan elk zaad zijn eigen lichaam
“ 1Cor.15: 36-38.
En de tollenaar, die Hem volgde verkondigt:
      Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar
wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden“ Matth.10: 39 en
      Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die
zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verloren heeft
om Mijnentwil, die zal het vinden.
Want wat zou het een mens baten, als
hij de gehele wereld won, maar schade leed aan zijn ziel?
Of wat zal een mens geven in ruil voor zijn leven?
Want de Zoon des mensen zal komen in
de Heerlijkheid van Zijn Vader, met zijn engelen, en
dan zal Hij een ieder vergelden naar zijn daden“ Matth.16: 25-27.

Christus onder de Heiligen, de mensheid wordt slechts vervuld in Hem; Christ among the Saints, humanity is only filled in Him

Nu wordt ons Christelijk gevoel, het Christelijk ego, totaal overhoop gehaald. 
Christus zei tot hen:
Mijn ziel is zeer bedroefd, tot sterven aan toe; blijft hier en waakt met Mij. 
En Hij ging een weinig verder en
Hij wierp Zich met het aangezicht ter aarde en bad” Matth.26: 38, 39a en
“     Mijn ziel is uiterst beangst; Hoe lang wacht Gij, o Heer?
Wend U tot mij, Heer; bevrijd mijn ziel; red mij, omwille van Uw erbarmen.
Want in de dood is er niemand die U gedenkt: wie kan U belijden in de hades?
Ik ben afgetobd door zuchten, elke nacht schrei ik mijn bed nat:
ik besproei mijn rustplaats met tranen.
Mijn oog is dof van verdriet; ik ben oud geworden onder al mijn vijanden” Psalm 6: 4-8.
            En moet ik dan nu zeggen [bidden]:
Vader, verlos mij van dit uur?”. 
Neen, daarom ben ik [zover gekomen] naar dit uur gegaan!
Vader, verheerlijk Uw Naam” John.12: 27,28 en
      Als Ik Mijzelf eer, betekent mijn eer niets;
mijn Vader is het, die Mij eert, van wie gij zegt:
Hij is onze God, en gij kent Hem niet, maar Ik ken Hem.
En indien Ik zei: Ik ken Hem niet, dan zou Ik u gelijk zijn,
een leugenaar; doch Ik ken Hem en Zijn Woord bewaar ik“ John.8: 54,55 en
      Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het [Uw] Werk te voleindigen, dat
Gij Mij te doen gegeven hebt.
En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid,
Die Ik bij U had, eer de wereld was.
Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die
Gij Mij uit de wereld gegeven hebt.
Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en
zij hebben uw Woord bewaard“ John.17: 4-6 !!!
En “     Toen kwam een stem uit de hemel[en]:
‘Ik heb hem verheerlijkt, en Ik zal 
hem nogmaals verheerlijken!’”
conf. “     Toen Judas dan heengegaan was, zei Jezus:
‘Nu is de Zoon des mensen verheerlijkt en God is in Hem verheerlijkt
“ John.13: 31 en
bij de doop in de Jordaan:
      En zie, de Hemelen openden zich, en Hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen.
En zie, een stem uit de hemelen zei:
‘Deze is mijn Zoon, de geliefde, in Wie Ik mijn welbehagen heb’
“ Matth. 3: 16,17 en
op de berg Thabor terwijl Petrus nog sprak:
“ zie, daar overschaduwde hen een lichtende wolk, en zie, een stem uit de wolk zei:
‘Deze is mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!
” Matth.17: 5

transfiguratie, verheerlijking op de berg Thabor

          “ De schare dan, die daar stond en toehoorde, zei, dat er een donderslag geweest was; anderen zeiden:
Een engel heeft tot Hem gesproken.
        Jezus antwoordde en zei:
‘ Niet om Mij is die stem er geweest, maar om u. Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste van deze wereld buiten geworpen worden; en als Ik van de aarde verhoogd ben, zal Ik allen tot Mij trekken’.
        En dit zei Hij om aan te duiden, welke dood Hij sterven zou
 “
John.12: 29-33.

En daarop antwoord[t]de de schare [de wereld]:
Wij hebben van de Wet gehoord dat de Christus [de Messias] voor eeuwig blijft.
      de slaaf blijft niet eeuwig in het huis,
de Zoon
[Zonen] blijft [blijven] er eeuwig.
Wanneer dan de Zoon u vrijgemaakt heeft,
zult gij werkelijk vrij zijn
John.5: 35,36 en
“     Mijn Waarheid en Mijn Barmhartigheid zullen met hem zijn;
in Mijn Naam verheft Hij zijn hoorn
“ Psalm 88[89]: 37 en
“     Bij U is heerschappij op de dag van Uw Kracht,
in de stralende luister van Uw heiligen
“ Psalm 109[110]: 4 en
      En Mijn knecht [uit het huis van] David zal Koning over hen wezen;
een Herder zal er voor hen allen zijn.
Zij zullen naar Mijn verordeningen wandelen en
naarstig Mijn inzettingen onderhouden
“ Ezechiël 37: 24 en
      En Hem werd Heerschappij gegeven en eer en
Koninklijke macht, en alle volkeren, natiën en talen dienden Hem.
Zijn Heerschappij is een eeuwige Heerschappij, Die niet zal vergaan, en
Zijn Koningschap is een, dat onbederfelijk is
“ Daniël 7: 14 
En Johannes de Theoloog gaat verder en verkondigt
aan de hand van Zijn Blijde Boodschap:
“ Hoe kunnen jullie dan zeggen, dat
de Zoon des mensen moet verhoogd worden?
Wie is deze Zoon des mensen?
”, want
hij neemt de woorden van de Heer ter hand:
“  Nog een korte tijd is het Licht onder u.
Wandelt, terwijl gij het Licht hebt, opdat
de duisternis u niet zal overvallen; en
wie in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat.
Gelooft in het Licht zolang gij het Licht hebt, opdat
jullie kinderen van het Licht mogen zijn
” John.12: 35,36.

Bij de doop wordt ons het Levende Water
-hetgeen de Heilige Geest symboliseert -,
Welke ons na Christus’ dood aan het kruis en Zijn Opstanding is beloofd,
ter ver-Heerlijking aangeboden/gegeven.

Het Licht is slechts een korte tijd onder ons mensen. Mensen, ga toch op je pelgrimstocht door het leven, wanneer je het Licht [uiteindelijk] te pakken hebt, zorg dan dat de duisternis je absoluut niet inhaalt.
Zoals Christus bij de opwekking van Lazaros zei:
      Gaan er geen twaalf uren in een dag?
Als iemand overdag loopt, stoot hij zich niet, omdat
hij het licht van deze wereld kan zien; maar
wanneer iemand bij nacht loopt, stoot hij zich, omdat
het Licht niet in hem is
“ John.11: 9,10.
Dus wanneer je het Licht hebt bemachtigd, geloof dan in het Licht, opdat
jullie zonen van het Licht moogt zijn:
“     Want jullie waren vroeger duisternis, maar
thans zijn jullie Licht in de Heer; wandelt als kinderen van het Licht,
– want de vrucht van het Licht bestaat in louter Goedheid en Gerechtigheid en Waarheid
– en toetst wat de Heer welbehaaglijk is
  Eph.5: 8-10 en
      Maar gij, broeders, zijt niet in de duisternis, zodat die dag u als een dief zou kunnen overvallen: ‘want jullie  zijn allen kinderen van het Licht en kinderen van de dag. Wij behoren niet aan nacht of duisternis toe; laten wij dan ook niet slapen gelijk de anderen, doch wakker en nuchter zijn. Want die slapen, slapen ’s-nachts en die zich bedrinken, zijn ’s-nachts dronken, maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van Geloof en Liefde en met de helm van de Hoop op de zaligheid; want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Heer Jezus Christus, Die voor ons gestorven is, opdat wij, hetzij wij waken, hetzij wij slapen, tezamen met Hem zouden leven“ 1Thess.5: 4-10.
Dat is wat Jezus zei; toen ging hij weg en verborg zich voor hen
– net zoals toen zij Hem bedreigden:
      Zij namen dan stenen op om naar Hem te werpen; maar
Jezus verborg Zich en verliet de Tempel
“ John.8: 59.

Het diepste wat we kunnen doen in iemands leven en het laatste wat we aan het einde van een leven voor elkaar kunnen doen, is bidden.
Elke sterke liefde zal de limiet bereiken van wat we kunnen krijgen, maken en voor elkaar kunnen doen.
Voor een eindig en beperkt wezen, zoals we zijn, is het enige wat overblijft dan om de ander waarvan je houdt,
vrij te laten in het rijk van het oneindige en voor hem/haar te bidden vanuit het hart.
Dus daarom kijken we uiteindelijk naar de afscheidsrede van Jezus in het Evangelie van Johannes met een gebed:
”     Thans ga Ik naar Hem die Mij gezonden heeft, en toch vraagt niemand van u Mij: ‘Waar gaat Gij heen?’.
Omdat Ik u dit gezegd hebt, is uw hart vol droefheid. Toch zeg Ik u de Waarheid: ‘het is goed voor jullie dat Ik heenga; want als Ik niet heenga, zal de Helper niet tot u komen. Nu Ik wel ga, zal Ik Hem tot jullie zenden'” John. 16: 5-7.

Op het kruispunt van ons leven, aan het einde van alle menselijke mogelijkheden, hebben we geen andere keuze dan dicht bij elkaar ‘voor God’ te verzamelen en om voor elkaar te pleiten, net zoals Johannes de Theoloog dit in
zijn weergave van de Blijde Boodschap weergeeft.
Op dit ogenblik van ons laatste ‘niet-langer-weten-vermogen’ blijft ons niets anders over dan ons tot het oneindige, tot God te wenden – althans blijft ons niets anders over dan de oneindig troostende gelegenheid tot een diep gebed voor de ander teneinde voor hem/haar het eeuwig leven binnen te stappen en rust te vinden bij de Schepper.
      Alles wat we in onze liefde diep verlangen is precies dit: dat de ander eeuwig kan zijn in heel zijn/haar bestaan, dat is van God, en in God kan hij/zij voor altijd gelukkig zijn; deze gebeden komen voort uit liefde tot de naaste.
Indien je van iemand houdt, kun je hem/haar dit alleen maar voor altijd toewensen.
Je vraagt in feite om zoveel mogelijk, oneindig goddelijk geluk; dat wil zeggen, men hoopt voor hem/haar dat hij/zij God in zijn/haar eigen hart mag ervaren op zo’n manier dat God zijn/haar hele leven innerlijk kan vervullen en de eeuwigheid in zal leiden.
Het leven is immers voltooid, wanneer God de regie over het leven volledig overneemt.
Het is niet voor niets dat dit gebed aan het einde van de afscheidsrede van onze Heer en Verlosser Jezus Christus het Hoog Priesterlijk gebed wordt genoemd
– in de allerhoogste mate terecht, want iets anders verdient het niet “priesterlijk”, maar slechts spelleider genoemd te worden en bij de doop hebben we  ‘allemaal’ de priesterlijke kruinschering ontvangen, opdat ook wijzelf het voortouw mogen nemen !!! als evenbeeld aan God zijn geschapen.
Christus gaat ons eveneens als eenvoudig ‘spelleider’ vóór op de pelgrimstocht van het leven, zoals het gebed tot heil en zegen voor de naasten [de anderen] tot God teneinde tot goddelijke zuiverheid, bescherming en waarheid te komen.   
De woorden en de vragen, die onze Heer en Verlosser stelt aan Zijn Vader voor ieder van ons, tonen hoe uniek Zijn Blijde Boodschap is en hoe Christus God’s volledig Beeld en gelijkenis aan ons voorhoudt.
Dit is precies wat Jezus ons in alles wat hij deed wilde laten zien;
met betrekking tot Zijn volgelingen is Zijn gebed daarom een dankgebed.
Maar omdat we nog steeds in de wereld leven lopen wij [door de tegenstrever] gevaar en met het oog op onze pelgrimstocht betreft het ook een voorbede, dat
God ons zal beschermen zoals onze weg een aanvang nam door ons antwoord op de roep van de persoon van Jezus van Nazareth.

Dit gebed is derhalve  een gebed van onze Heer en Meester van ons leven uit dankbaarheid en vertrouwen, en in elk woord is het een gebed van vertrouwen.
Vader” – zo begint het gebed – alles wat Jezus aan ons heeft toevertrouwd en als erfenis heeft overgedragen wordt in dit gebed tot de Vader ten behoeve van Zijn kinderen uitgedrukt.
Temidden van deze wereld – die als een woestenij wordt ervaren – willen we ons veilig en zeker voelen onder de vaderlijke [moederlijke] vleugels van de Allerhoogste, onszelf in ons kleine bestaan verenigd weten als deelnemer aan God’s Heerlijkheid;
we willen onszelf ontdekken als iets dat bijdraagt aan de grootsheid van God.
Daarom wanneer wij in de ons omgevende vertrouwelijke ruimte bidden,
kunnen we alleen maar met geheel ons hart verlangen dat we deelgenoot mogen zijn in dit eeuwige gebed met de Heer, de Troon in de Hemelse gewesten en dat onze Vader ons net als de verloren zoon ons tegemoet komt en innig omarmt.
Laten wij dan bidden, dat ieder van degenen om ons heen – in onze wereld – mag de roep mag erkennen en absolute kennis mag verkrijgen:
Wie de man van Nazareth is – uit de stad waar niets goeds uit voort kon komen
– en wat Hij wel niet allemaal voor ons mensen betekent.
Het omvat een erkenning dat ons leven voor God iets is wat waarachtig is en dat welbewust in ons bestaan:
‘het plan van God wordt verenigd’.
Voor ieder van ons is Christus’ Woord gericht – hetgeen verkondigd wordt in de Blijde Boodschap tot de verlamde mens, die totaal hulpeloos en eenzaam bij het bad van Bethsaida [“Huis der Barmhartigheid”, ontzorgen]  doorbracht: na tientallen jaren van verlatenheid werd hij/zij zich bewust van de ogen van Christus, die op hem/haar gericht waren en de hartelijke begroeting, dat
hij/zij zelf een neem eigen krachtig standpunt diende in te nemen en zelf eigen stappen in het leven diende te maken, zodat hij/zij zijn/haar brancard op de sabbath naar zijn/haar huis kon dragen conf. John.5: 1-18.
Mogen we bidden dat de genezende handen van onze Heer ook onze ogen mogen aanraken en open zullen gaan staan voor het Licht:
      De mens, die Jezus genoemd wordt, maakte slijk, streek het op mijn ogen en zei tot mij: Ga heen naar Siloam en was u. Ik ging dan heen en toen ik mij gewassen had, werd ik ziende. En zij zeiden tot hem/haar: Waar is Hij? Hij zei: Ik weet het niet.
Zij brachten hem/haar, die vroeger blind geweest was, naar de Farizeeën.
Nu was het sabbat op de dag, dat Jezus het slijk maakte en zijn/haar de ogen opende.
Opnieuw vroegen hem/haar ook de Farizeeën, hoe hij/zij ziende was geworden. En hij/zij  zei tot hen: ‘Hij legde slijk op mijn ogen, ik waste mij en nu kan ik zien’
Sommige dan van de Farizeeën zeiden: ‘Deze mens komt niet van God, want Hij houdt de sabbath niet’. Anderen zeiden: ‘Hoe kan een zondig mens zulke tekenen doen? En er was verdeeldheid onder hen’. Zij dan zeiden nog eens tot de blinde. Wat zegt gij van Hem, daar Hij uw ogen geopend heeft? En hij/zij zei: ‘Hij is een Profeet’
“ John.9: 11-17.

Inderdaad, ons gehele leven kan uit de duisternis van de dood te voorschijn komen in de eeuwige glorie van de dag – zoals bij de opwekking van Lazaros [John.11: 28-54].
Hierbij zullen wij onszelf en onze naasten als zonnetjes ervaren en kan gelden wat onze Heer en Verlosser ons heeft vóór geleefd als Zijn levensopdracht en Zijn werk: dat HijZelf ons voedsel, ons brood is:
      Ik ben het brood des levens; wie tot Mij komt, zal nimmermeer hongeren
en wie in Mij gelooft, zal nimmermeer dorsten
“ John.6: 35.
Maar ons hele leven zal nèt zoals onze Meester gericht dienen te zijn op God, Die wij als realiteit èn -het uiteindelijk weten- èn -als enige herkennen-, waar
wij als kinderen van God ècht uit bestaan.

Synaxarion Grote en Heilige Maandag

Jozef [Hebr.= “Hij zal mogen  toevoegen“, maar ook “God heeft me van mijn schande verlost” en dat allemaal in de woestijn van Egypte; Joseph [Hebr. = “He may add“, but also “God has redeemed me from my shame” and all of that in the desert of Egypt.

Op de Heilige en grote Maandag gedenken wij de zalige, schone Jozef, en de door de Heer vervloekte, verdorde vijgenboom.
Christus heeft de Synagoge doen zien als de vijgenboom, die
geen geestelijke vruchten draagt en daardoor aan dorheid wordt prijsgegeven.
Laat ons daarom die [op de wereld gerichte] hartstochten ontvluchten.
Door de gebeden van de schone Jozef,
Christus onze God, ontferm U over ons.

8e Irmos Metten van deze maandag
tn. 7.   Het onvermoeibaar vlammende vuur,
dat zo rijkelijk van brandstof werd voorzien,
week verschrokken terug voor het lichaam der reine jongelingen, dat even onbevlekt was als hun ziel.
De allesverterende vlammen werden krachteloos.
Maar des te luider klonk de eeuwig durende Hymne:
Al Zijn Werken, zegent de Heer, en verheft Hem in alle eeuwigheid
”.

  Eer aan U, onze God, eer aan U

Toen de Verlosser opging naar Zijn Lijden, zei Hij tot Zijn vrienden:
     ‘Allen zullen u als Mijn vrienden erkennen, indien u Mijn Geboden onderhoudt.
Hebt Vrede met elkander en met allen; weest nederig gezind, en u zult verheven worden.
Erkent Mij als Heer en bezingt Mij in alle eeuwen’.

  Eer aan U, onze God, eer aan U’

  Laat bij u de macht over uw medemensen van tegengestelde aard zijn als gewoon is in de wereld.
Want een eigenmachtige gezindheid past niet bij de Mijnen, doch is eigen aan tyrannen.
Wie dus onder u de eerste [onder gelijken] wil zijn, dient de laatste te zijn van al de anderen.
Maar erkent Mij als Heer en verheft Mij in alle eeuwen.

Zingen, zegenen en aanbidden wij onze Heer en Meester, Hem lovend en verheffend in alle eeuwen.

tn. 7.    Het onvermoeibaar vlammende vuur,
dat zo rijkelijk van brandstof werd voorzien,
week verschrokken terug voor het lichaam der reine jongelingen, dat
even onbevlekt was als hun ziel.
De allesverterende vlammen werden krachteloos.
Maar des te luider klonk de eeuwig durende Hymne:
‘Al Zijn Werken, zegent de Heer, en verheft Hem in alle eeuwigheid’
”.