Het Orthodoxe Paasfeest – het Liturgisch gebeuren en uitleg van de diensten vormen tezamen een geheel.

God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld zou veroordelen, maar opdat de wereld door Hem behouden zou wordenJohn.3: 17.
Zijn Zoon, onze Heer en Zaligmaker heeft ons immers gezegd: 
Je hebt niets -‘meer òf minder’- nodig dan Mijn Genadegaven, want
jouw kracht wordt eerst zichtbaar in jouw zwakheid
2Cor.12: 9.

        De volgorde van het Christelijk Paasfeest is voor ons Orthodoxen vastgelegd in het Pascha-boek, de weergave van de liturgische diensten welke van de ochtend van Witte donderdag tot en met de diensten van de Paasnacht, welke vaak tot in de kleine uurtjes kunnen voortduren.
        Pascha is het allerhoogste Feest dat naast het Hoogfeest van
Kerst, de geboorte in het vlees van onze Heer en Verlosser en
Pinksteren de geboorte van de Kerk, het Lichaam van de Heer, welke in die op
Christus berichtte [Christo-centrische] Orthodoxe Kerk groots worden gevierd.
        Wij belijden vanaf onze doop/aanname in de Orthodoxe Broeder- zusterschap dat wij Christus belijden als onze Koning en God. We vergeten maar al te vaak dat God’s Koninkrijk reeds gekomen is en dat wij dóór de doop mede-burgers geworden zijn en dat wij beloofd hebben onze trouw aan ‘dìt Koninkrijk‘ bóven àlles te stellen.
        Wij dienen ons derhalve ten alle tijde te herinneren dat Christus Zich [op Palmzondag] maar voor een paar uur werkelijk als Koning in onze belevingswereld op aarde heeft kunnen manifesteren – de mens verschilt ‘tè veel‘ van het Goddelijke en staat God naar ‘hèt Leven‘ . . . . .

doodsengel by Nicolas Aselt

        Pascha is de voortzetting van het in Oude Testament bekende Pesach feest, hetgeen letterlijk [over-] springen betekent, denk daarbij aan een jong lammetje dat langs trekt, daarbij wordt gedacht aan ‘de engel van de dood’ die voorbij ging zie: Ex.12: 13.
        Wij bouwen hier op aarde aan het Hemels Koninkrijk van Vrede en Gerechtigheid en als zodanig heeft onze Heer en Verlosser de zondelast van deze wereld weggenomen en leidt Hij ons – zowel hier op aarde als in het ‘hier-na-maals’ naar de Hemelse Vrede.

        De vier Evangelisten hebben elk op hun eigen bijzondere wijze, met hart, ziel,  vanuit verstandelijke menselijke vermogens de geschiedenis verhaald van het leven van Christus.
Het leven van onze Heer en Zaligmaker is , in zinnen, woorden en leestekens verweven met het Oude Testament, met de Thora van Mozes, de boeken van de Profeten en de Psalmen.
Dit geldt eveneens voor de Orthodoxe hymnen, die in de verschillende [land’s-]talen worden gezongen, in alle talen op dezelfde dag, dezelfde teksten, die helaas niet door iedereen worden begrepen.

Litie Palmzondag:
tn.1    De Al-Heilige Geest ,
Die ook de navolgers
[vanuit het hart] leerde in vreemde talen te spreken,
heeft de onschuldige kinderen der Hebreeën aangedreven te roepen:
Hosanna in den hoge, gezegend Hij Die komt, de Koning van Israël
[de Kerk]”.

        De teksten van het Evangelie hebben dezelfde achtergrond als die van de Joodse Leer en zijn soms letterlijk, via rechtstreekse citaten, nog vaker door subtiele verwijzingen,  die in eerste instantie alleen bestemd lijken voor oren die zeer vertrouwd zijn met de Joods- Christelijke Literatuur.
        Op een enkeling in sommige van de Christus-belijdende Joodse gemeenschappen na,  beschouwt iedere Jood ‘Christus’ slechts als een Profeet, terwijl de Christelijk Leer vasthoudt aan hetgeen Christus Zelf verkondigd heeft, namelijk dat
        Hij “de Zoon van God” is en als ‘geheel God’ en ‘geheel mens’ voor
ons is nedergedaald uit de maagd Maria, de Theotokos en onder ons heeft gewoond.
        Dit is heel lang door maar al te veel Christelijke Bijbeluitleggers niet begrepen, maar een goed luisteraar heeft maar een half woord nodig, want
Christus, Zelf was  afkomstig uit de boom van Jesse en
legt o.a. aan de Emmaüsgangers uit dat,
        Zijn Missie voortkomt uit/aan de hand van de Psalmen en de Profeten.
Het is nog maar sinds enkele decennia dat – her en der in leerhuizen – en
op enkele theologische leerstoelen vanuit dit inzicht opnieuw naar al die merkwaardige en unieke teksten wordt gekeken.

Het Mysterie van de Drie-eenheid

        Voor ons Christenen is God – ‘in de hoedanigheid van de Heilige Drieëenheid’ –
onafgebroken ‘scheppend’ aanwezig in de wereld en vormt Hij nog steeds
– via de Heilige Geest – de leidraad van het evoluerend proces van het Geloof.

Litie Palmzondag:
tn.2.    Ere zij U, o Christus, Die in den hoge op God’s troon gezeteld zijt, en nu opgewacht wordt door Uw kostbaar Kruis.
Daarom verheugt zich de dochter Sion en juichen de volkeren der aarde; de kinderen dragen twijgen; de Leerlingen spreiden hun kleding uit.
Heel de wereld heeft geleerd tot U te roepen:
Gezegend zijt Gij, Verlosser, ontferm U over ons“.

Het Joodse volk is in haar oude verwachting blijven hangen en wacht nog steeds op de ‘Messias’ en verwachten dus dat Hij nog steeds moet komen aan het einde der tijden, terwijl de navolgers van Christus spreken over hetzelfde moment als
de wederkomst van de “Zoon van God”.
In Christus blijft immers niets hetzelfde, want alles is vervuld,
getranscendeerd, en heeft een nieuwe betekenis gekregen.
          Alles wat onze Heer en Verlosser, Jezus Christus doet en zegt,
zegt en doet hij al het ware reeds vanuit de plek waar Hij thuis hoort:
in de schoot van de Vader’; Zijn en onze vader.
Het lijkt wel of de harde werkelijkheid: de ‘honger’-lijders,
zij die wenen en zij die dorsten naar gerechtigheid al overwonnen is;
alsof het nog slechts een korte tijd zal duren tot
het Koninkrijk van God definitief zal aanbreken.

        De Kerkvaders hebben de Vasten dikwijls vergeleken met de tocht door de woestijn van het uitverkoren Volk, veertig jaar/dagen lang.
Uit de Blijde Boodschap weten we, dat God, om Zijn Volk voor wanhoop te bewaren, alsmede om Zijn uiteindelijke doel kenbaar te maken, vele Mysteriën/Wonderen heeft verricht zolang de tocht duurde;
. . . . . overeenkomstig daarmee spreken de Kerkvaders op soortgelijke wijze over de veertig dagen van de Vasten.
        Algemeen wordt aangenomen dat in de tweede eeuw de Kerk slechts een hele korte vastentijd kende voor de jaarlijkse viering van Pascha en deze werd tevens niet op alle plaatsen op dezelfde manier gehouden.
Zoals we deze nu kennen is de Grote en Heilige Vasten de vrucht van een lange en uitermate complexe historische ontwikkeling, waarvan nog niet alle aspecten zijn bestudeerd.
        Wel is duidelijk dat de Vasten voor de mens het terugvinden is van zijn – ‘bij de doop’ – ingezegende Geloof, het is tevens het terugvinden van het Leven, van
de Goddelijke bedoeling ervan, van de sacrale diepte van het Geloof.

       Hoewel het uiteindelijk doel van de Vasten het Pascha is, het beloofde land van het Hemels Koninkrijk, is er aan het einde van elke week van de Vasten een bepaalde ‘onderbreking’ – een vooruitlopen op die bestemming.
        Het zijn twee “Eucharistische” dagen – zaterdag en zondag – die voor de geestelijke tocht die de Vasten is, een bijzonder betekenis hebben.
Als de Sabbat in z’n diepste geestelijke realiteit de aanwezigheid is van het  Goddelijke ‘Zéér Goede’ in de structuur van deze wereld, dan is het ook ‘deze wereld’ die in Christus in een ‘nieuw Licht’ is gezet en door Hem tot iets ‘nieuws’ is gemaakt.
        Christus schenkt de mens het Koninkrijk van God dat “niet van deze wereld is”.
En hierin wordt het essentiële “breekpunt” bereikt, dat voor de navolger van Christus alle dingen nieuw maakt;
        het ‘goed-zijn‘ van de wereld en van alles wat de wereld bevat, verwijst nu naar hun laatste vervulling in God, naar het Koninkrijk dat gaat komen en dat Zich in al haar Heerlijkheid eerst ten volle zal manifesteren nádàt ‘deze wereld’ door Hem beeindigd is.
Bovendien heeft deze wereld door het verwerpen van Christus, als de “Zoon van God” zichzelf bekend tot de macht van de “Prins van deze wereld” en is:
        Wij weten, dat wij uit God zijn en de gehele wereld in het boze ligt. Doch wij weten, dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in Zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige God en het eeuwige leven1John.5: 19.20.

        De Sabbath, de 7e dag van de voltooing van de Schepping, de dag van “deze wereld” werd -‘in Christus’- de dag van de verwachting, de dag vóór de dag des Heren.

‘open’ baring; ‘open’ birth

        De transformatie van de Sabbath vond plaats op de Grote en Heilige Sabbath, toen Christus, nadat ‘al Zijn Werken vervuld waren‘ in het graf rustte.
        De dag daarna, “ de eerste dag ná de Sabbath” de 8e dag, straalde
het Leven op uit het levenschenkende graf en tot de Myron-dragende vrouwen werd gezegd: “Verheugt U !!!”.
De leerlingen “ konden het van blijdschap niet geloven en verwonderden zich”.
De twee, die onderweg waren en Christus ontmoetten in Emmaüs -‘Lucas en Cleophas’- kregen persoonlijk van de verrezen Heer, die zij vanwege zijn verrezen staat [hun ogen waren bevangen], zodat zij Hem niet herkenden, hetgeen eerst aan hen duidelijk werd bij het breken van het Brood.
Zij haastten zich vervolgens om deze ontmoeting aan de Apostelen te melden en zeiden tegen elkaar: “     Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij onderweg tot ons sprak en ons de Schriften opende?“.
         Met de Opstanding/Verrijzenis nam de eerste dag van de nieuwe schepping een aanvang.
Aan de nieuwe dag neemt de Kerk, [het Lichaam van Christus] deel op zondag en ze begint een nieuw leven op zondag. Toch leeft ze en beweegt ze zich in de tijd van “deze wereld”, die in haar Mystieke/Wonderbare diepte Sabbath is geworden, want volgens Paulus:
“  Indien u dàn met Christus opgewekt zijt, zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, gezeten aan de rechterhand van God. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Want u bent allen gestorven en uw leven is verborgen met Christus in God.
Wanneer Christus verschijnt, die ons leven is, zult ook gij met Hem verschijnen in Heerlijkheid
Col. 1-4.

We hebben de voorbereidingsperiode achter ons gelaten en komen nu tot het moment dat we het punt bereiken waarop we ons hebben voorbereid en doen wat we doen.
Het Evangelie van Johannes neemt ten opzichte van de andere drie, die
meer op elkaar lijken, een bijzondere positie in.
Het is later geschreven, vanuit een ‘grotere afstand tot het leven’ [= ‘helicoptervieuw’] welke de Evangeliën immers beschrijven; de gehele Blijde Boodschap is een afspiegeling van ‘ons eigen leven‘.
Het lijkt alsof Johannes heel dat gebeuren vanuit de hoogte, van bovenaf aanschouwt.
Niet voor niets wordt hij in de Kerkelijke Traditie vereenzelvigd met de adelaar en zijn hoge vlucht. Alles wat onze Heer en Verlosser doet en zegt, zegt en doet Hij al het ware reeds vanuit de plek waar  Hij – ‘als geheel God en toch geheel mens‘ – thuis hoort:
in de schoot van de Vader’;
Zijn’ en ‘onze Vader, Die in de Hemelen zijt . . .

Nôtre Dame

Het lijkt wel of de harde werkelijkheid hier wordt geopenbaard, nèt zoals juist – dit jaar – in deze heilige periode – nota bene -:
het boegbeeld van de Theotokos, de ‘Nôtre Dame’ in het hart van Europa in brand staat.
                Zij die hongeren en dorstten naar Gerechtigheid, worden in de weergave van Johannes aangeduid alsof alles al overwonnen is; alsof het nog slechts een korte tijd zal duren tot het Hemels Koninkrijk, de Heerschappij van God definitief zal aanbreken.
               Wij Orthodoxen zijn op de hoogte van een Moeder God’s Icoon, die wanneer deze van de Heilige berg verdwijnt, de asceten in hun achterhoofd de mededeling meegeeft dat ook zij daar dienen te verdwijnen, het einde der tijden is dan op handen.
               Ook onze Heer en Zaligmaker wordt bij Johannes niet getoond met  ‘bloed, zweet en tranen’ en zondet het ‘God, mijn God, waarom mij verlaten’.
Het drama, zoals dit verwoord is bij de andere drie Evangelisten is gericht op ons zwaarmoedige gedragen lijden in plaats van het Hemel-juichend ‘Alleluja’, de overwinning op de zonde.
Daar behoef je je rijkelui’s portemonnee niet voor te trekken, dat beleven wij in de stilte van ons hart, onze tempel. 

Bij Johannes wordt heel bedeesd aangegeven:
Zie het Lam van God, Dat de zondelast de wereld uit-d[r]aagt” om aan te geven “  Heer ik ben niet waardig, dat U komt onder mijn dak, maar spreek slechts één enkel Woord en ik zal gezond worden”.
       Daarmee belijden wij dat wij wanneer wij God naderen ons bewust zijn van:
    Heer, ik Geloof en belijd dat Gij de Christus zijt, de Zoon van de Levende God; in de wereld gekomen om zondaar, onder wie ik de eerste ben, te verlossen . . . . .”.
            Net als veel schrijvers is Johannes zich er diep van bewust dat het niet alleen om het schrijven van een drama gaat, maar om het bespelen van de menselijke ego als instrument van de Goddelijke Voorzienigheid;
– in werkelijkheid onderkent de mens dat er een groot verschil bestaat tussen
lezen en beleven van de Blijde Boodschap en het werkelijk in de praktijk toepassen:
            Het is onmogelijk te realiseren zonder de Goddelijke Genadegaven vanuit den Hoge”.
Zij beseffen maar al te goed dat het als navolger van Christus gaat om hetgeen Paulus stelt:
    Indien ik hetgeen ik afgebroken heb, weer opbouw,
bewijs ik daardoor, dat ik zelf een
overtreder ben.
Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven.
Mèt Christus ben ik gekruisigd, en tòch leef ik,
[dat is] niet meer ‘mijn’ ik [ego], maar Christus leeft in mij.
En voor zover ik nu
[nog] in het vlees leef
leef ik door het Geloof in ‘ de Zoon van God’,
Die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven.
Ik ontneem aan de Genade God’s haar kracht niet; want
indien er gerechtigheid door de wet is,
dan is Christus tevergeefs gestorven
Gal.2: 18-21.
            Maar weet wel om met de H. Augustinus te spreken
De spijs wordt ons gegeven voor de geest, teneinde
het beest in ons tot andere daden aan te zetten
”.
            Veel artiesten zouden geweldig zijn in het schrijven van hymnes, maar
ze kunnen in het geheel niet zingen of instrumenten bespelen en
indien ze dat al doen valt de betekenis weg omdat
ze minder bekwaam zijn dan anderen, die andere talenten bezitten.
            Zo bezitten wij gezamenlijk als en in ‘het Lichaam van Christus
de volheid, waarnaar wij zó hevig naar verlangen.
            Liturgisch gezien zoals voor-af-gaand is beschreven
is Lazarus-zaterdag het voorfeest van Palmzondag;
beide feesten hebben immers een gemeenschappelijk thema:
Triomf en Overwinning.
De zaterdag toont ons de Vijand, dat is de dood;
            Palm-zondag verkondigt de betekenis van de Overwinning als
de zege van het Hemels Koninkrijk.
            Het is als het aanvaarden door de wereld van haar ‘énige Koning‘,
Jezus Christus, dè ‘énige Heer’, tot “Heerlijkheid van God, de Vader“.
“     Het uur is gekomen, [en het is – ‘ hier en nu’ – dat de Zoon des mensen verheerlijkt moet worden.
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, indien de graankorrel niet in de aarde valt en sterft,
blijft zij op zichzelf; maar indien zij sterft, brengt zij veel vrucht voort.
       Wie zijn leven liefheeft, maakt dat het verloren gaat, maar
wie zijn leven haat in deze wereld, zal het bewaren ten eeuwigen leven.
       Indien iemand Mij wil dienen, dient hij Mij na te volgen Mij, en waar Ik ben, daar zal ook Mijn dienaar zijn. Indien iemand Mij dienen wil, de Vader zal hem erenJohn.12: 23-28.
“     Je Leven liefhebben heeft tot gevolg dat je verloren gaat, maar
wie zijn leven haat in deze wereld, zal  het bewaren ten eeuwigen leven” John.12: 25.

➥✥➥ In de logica van de wereld is dit onaanvaardbaar:
Sommige naasten, die zich hier te lande vermaken aan de wereldse geneugten, lopen rond met het idee dat naarmate het aantal Christenen door vergrijzing en
vertrek uit dit leven afneemt ook de Kerk zal verdwijnen.
            Niets is minder waar de Kerk gelooft dat doordat deze martelaren, die om Christus wil hun leven hebben voltooid, de Kerk, ‘het Lichaam van Christus’, juist doen opbloeien.
Diegenen, die stierven in de getuigenis aan de Levende God, werden juist aan de Kerk en haar getuigenis in de wereld toegevoegd, omdat zij door hun bloed van de Vader, Die in de Hemelen verblijft getuigen.

Jan Hus, spiezer chronik 1485

            Zó heerst ook onder sommige toezichthouders het idee dat zij wanneer zij individuen of groepen van individuen letterlijk of figuurlijk – ‘ in de kerkelijke ban doen ‘ – ; zij de Kerk behoeden voor afglijden.
Niets is minder waar, degenen, die in de getuigenis aan de Éne, de Heilige en ondeelbare Drieëenheid het leven achter zich lieten, zijn allen een getuigenis voor hun nazaten.
Het enige wat een magistraat in dit soort situaties tot taak heeft is dat hij die functie slechts op zich heeft genomen om het Geloof in ‘Christus als zoon van God, de Vader, in de Heilige Geest’ te versterken in geval van zwakte of twijfel.
Het lijkt normaal te zijn geworden dat een bisschop en z’n spelleider in de eerste plaats de opponent – ‘verwijdert/opzij schuift/dood’ – om God’s kuddeke te beschermen – een gemeenschap gedijt èchter alleen door het lijden en sterven van de toezichthouder/de spelleider, want God leidt Zijn Kerk slechts op ‘Zijn’ manier, met behulp van Martelaren.

De “wolk van getuigen” zoals een schrijver dit omschrijft, is het fundament van het Koninkrijk der Hemelen; slechts ‘zij’ moedigen ons uit den hoge aan om hen te blijven volgen.
Dat is de reden waarom de Orthodoxe Kerk het gelovige Volk voorhoudt naast de Blijde Boodschap, de levens van de Heiligen te bestuderen.
Zij zijn ‘de Groten’ onder ons en ons het meest nabij, die ons “de Grote Liefde van Christus”, onze Heer tot bewijs voorhouden.
Het uiteindelijke doel is inzicht te verkrijgen in wat de mens zelf zou kunnen doen om het eeuwig Leven te bereiken; dit blijft ten alle tijde een inzicht in een streven naar; aangezien een mens slechts door Genadegaven in staat wordt gesteld daarin een bepaalde positie te bereiken.
            Ieder mens krijgt evenveel Genadegaven en mogelijkheden aangeboden,
ieder mens is voor God gelijk en zal door praktische beoefening van de door gebed en vasten [ascese] verkregen inzichten een bepaald niveau bereiken.
            Eenmaal zo’n bepaald niveau bereikt heeft dit de volgende strijd tot gevolg en dat is de dientengevolge toegenomen aanvallen van de tegenstrever blijven te weerstaan.
            Ook hierin geldt het gezegde in de Taal der Lage Landen, welke mij door een cenobiet levend asceet bevestigd werd: “ Hoe groter de geest, hoe groter het beest”, duidend op het feit dat er met zo’n persoon maar moeilijk ‘samen’ te leven is. Het christelijk koningschap ontleent z’n grandeur niet aan bij voortduring een grotere kroon opzetten, dan goed voor je is, of een vergulde metershoge staf en een een troon, die boven alles uitstijgt. Daarom wordt ons ook door de Blijde Boodschap voorgehouden, dat het voldoende is zijn/haar persoonlijk leven in deze wereld te haten en alleen al dit gegeven zal diegene bewaren ten eeuwigen leven.
            Het streven daar-naar-toe is reeds een martelaarschap en in alle eenvoud voor ons gelovigen weggelegd en daarbij dienen we ons voor te  houden dat slechts God ons hart kent en uiteindelijk zal oordelen.

De Liturgie van de Palmzondag vangt aan met de Grote Vespers, waarin uit de lezingen van het boek der Schepping [Gen.49:1,2- 8-12], het boek Zefanja oproept ons te verheugen en dit luidkeels te verkondigen, terwijl de Profetie van Zacharia overduidelijke is:
    Jubel luid, u dochter van Sion; juich, u dochter van Jeruzalem!
Zie, uw koning komt tot u,
Hij is Rechtvaardig en als Verlosser zegevierend,
Hij is nederig en rijdt op een ezelshengst,
een jong van een ezelin [= een lastdier]
”.
Uit de mond van kinderen en zuigelingen
         hebt Gij U lof bereid.
        Heer, onze Heer en Verlosser,
        hoe wonderbaar is Uw Naam
        over heel de aarde

”   De Verlosser komt heden bij de stad Jerusalem,
zo vervult Hij de Blijde Boodschap. want
allen nemen Palmtakken in hun handen en
breidden hun klederen uit onder Zijn voeten, 
daar zij weten dat Hij in Waarheid onze God is,
tot Wie de Cherubijnen onophoudelijk roepen:
gezegend bent U Zie zo rijk aan Barmhartigheid bent;
ontferm U over ons“.