Woensdag na de Zondag van Maria van Egypte, voorafgaand aan Lazaros Zaterdag/Palmzondag

de thuisreis, de terugreis naar het Vaderland; the journey home, the return journey to the Fatherland; το ταξίδι στο σπίτι, το ταξίδι επιστροφής στην Πατρίδα; رحلة المنزل ، رحلة العودة إلى الوطن.

    Roep luidkeels, houd [u] niet in, verhef uw stem als een bazuin en maak Mijn volk zijn overtreding bekend en het huis van Jaäcob zijn zonden.
Wel zoeken zij Mij dag aan dag en hebben zij een welgevallen aan de kennis van Mijn wegen, als een Volk dat Gerechtigheid doet en het recht van Zijn God niet veronachtzaamt.
Zij vragen Mij rechtvaardige verordeningen, zij hebben er een welgevallen aan tot God te naderen.
– Waarom vasten wij, als Gij er toch niet op let:
⁌   Waarom verootmoedigen wij ons, als Gij er toch geen acht op slaat?
Zie, op uw vastendag doet gij zaken en drijft gij al uw arbeiders aan.
Zie, tot twist en tot strijd vast gij en om te slaan met snode vuist; gij vast heden niet om uw stem in den hoge te doen horen.
Zou dit het vasten zijn, dat Ik verkies, een dag, waarop de mens zichzelf verootmoedigt: dat hij 
zijn hoofd laat hangen als een bies [oeverplant] en zich rouwgewaad en as tot een leger [bed] spreidt?
            Noemen jullie dat een vasten, dat een dag die de Heer welgevallig is?
Is dit niet het vasten dat Ik verkies:
⁌   de boeien der goddeloosheid los te maken,
⁌   de banden van het juk te ontbinden,
⁌   verdrukten vrij te laten en elk juk te verbreken?
Is het niet:
⁌   dat gij voor de hongerige uw brood breekt en
⁌   arme zwervelingen in uw huis brengt,
⁌   ja, als gij een naakte ziet, dat gij hem bekleedt en
⁌   u niet onttrekt aan uw eigen vlees en bloed?
              Dan zal uw licht doorbreken als de dageraad en uw wond zich spoedig sluiten uw heil zal voor u uit gaan, de Heerlijkheid des Heren zal uw achterhoede zijn.
             Als jullie dàn roepen, zal de Heer antwoorden;
            als jullie om hulp roepen, zal Hij zeggen: Hier ben Ik.
⁌   Wanneer gij uit uw midden het juk wegdoet, het wijzen met de vinger en het spreken van boosheid nalaat,
⁌   Wanneer gij de hongerige schenkt wat gij zelf begeert en de verdrukten verzadigt, dan zal in de duisternis uw licht opgaan en uw donkerheid zal zijn als de middag.
            En de Heer zal u voortdurend leiden, u in dorre streken verzadigen en uw gebeente krachtig maken; dan zult gij zijn als een besproeide hof en als een bron, waarvan het water niet teleursteltIsaiah 58: 1-11.

bij ‘Heer ik roep [Vespers van 6e woensdag]:
tn.5.    Rijk ben ik aan hartstochten, ik draag het bedrieglijk gewaad der huichelarij; ik verheug mij in de slechtheid der onmatigheid en toon onmetelijke harteloosheid:
want ik veracht mijn ziel die neergeworpen ligt voor de poort der boete, die hongert naar het goede en lijdt door mijn onachtzaamheid.
Maar Gij Heer, maak mij tot een Lazarus, door arm te zijn aan zonden,
opdat mij niet, wanneer ik daarom bid, de druppel aan de vinger geweigerd moet worden, om mijn tong te verkwikken in het onuitblusbare vuur.
Doch laat mij wonen in de schoot van Vader Abraham,
want Gij zit de menslievende
”.    [herh.]

tn.5   Met niet te breken liefde hebt gij Christus nooit verloochend, heilige Martelaren: door zoveel mishandelingen en noteringen te ondergaan
hebt gij de hoogmoed der tirannen ter aarde geworpen.
Gij hebt het Geloof onwrikbaar en ongeschonden bewaard,
en zijt daarom overgegaan naar het Koninkrijk der Hemelen.
Gij hebt vrijmoedigheid verworven bij God,
smeek tot Hem om Vrede voor de wereld en
voor onze zielen om de grote Genade
”.

Van Jozef
tn.5.   Lichamelijk was U nog over de Jordaan, maar U riep tot Uw metgezellen:
Reeds is Mijn vriend Lazaros gestorven en hij wordt nu in het graf gelegd.
Ik verheug Mij, Mijn vrienden omwille van u, opdat jullie mogen weten dat Ik alles weet, daar Ik als God overal tegenwoordig ben, zonder begrenzing in ruimte of tijd,
ook al ben Ik een zichtbare Mens.
Komt, laat ons tot hem gaan, om hem weer tot leven te brengen, 
opdat de Dood bemerkt dat hij verslagen is, in het vooruitzicht van zijn totale vernietiging die Ik zeker tot stand zal brengen:
want Ik ben gekomen om aan de wereld grote Genade te schenken
“.

tn.5.   Gelovigen, volgen wij Martha en Maria na en zenden wij voorsprekers tot de Heer: door God ingegeven heilige werken, opdat Hij onze ziel komt opwekken,
die als een dode ellendig neerligt in het graf der zorgeloosheid,
gevoelloos, zonder vreze God’s, en beroofd van alle levenskracht.
Laat ons daarom tot Hem roepen:
Heer, Die Uw vriend Lazaros uit de dood hebt opgewekt,
door de Kracht van Uw hulp, breng ook ons allen tot leven, Medelijdende,
Die ons de grote Genade schenkt
“.

tn.5.   Twee dagen is Lazaros nu in het graf, hij ziet hen die
in alle tijden gestorven zijn en aanschouwt schrikwekkende beelden:
een ontelbare menigte, gevangen in de boeien van de Hades;
daarom wenen zijn zusters bittere tranen, wanneer zij het graf aanschouwen.
Doch daar komt Gij Christus om Zijn eigen vriend tot Leven te brengen,
zodat allen eenstemmig uitroepen:
Gezegend zijt Gij, Verlosser, ontferm U over ons
“.

  Ik heb Hem lief, want de Heer verhoort de stem van mijn smeking.
Hij heeft Zijn oor naar mij geneigd: in al mijn dagen wil ik Hem aanroepen.
Stervensweeën omringen mij, aan helse gevaren was ik ten prooi; ik vond kwelling en smart.
Maar ik heb de naam des Heren aangeroepen: o Heer, bevrijd mijn ziel.
Barmhartig en rechtvaardig is de Heer; onze God is genadig.
De Heer behoedt wat zwak is; ik was vernederd, maar Hij heeft mij gered.
Keer terug, mijn ziel, tot Uw rust, want de heer heeft u welgedaan.
Hij heeft mijn ziel ontrukt aan de dood; mijn ogen van tranen, mijn voeten van struikelen.
Ik wil de Heer welgevallig zijn, in het land der levenden
Psalm 114[115] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Prokimen
tn.4. Ik wil de Heer welgevallig zijn in het licht der levenden”.

  Ik heb Hem lief, want de Heer verhoort de stem van mijn smeking;
Hij heeft Zijn door naar mij geneigd, in al mijn dagen wil ik Hem aanroepen
”.

  Ik heb de Naam des Heren aangeroepen: o Heer, bevrijd mijn ziel.
Barmhartig en Rechtvaardig is de Heer, onze God is Genadig
”.

  De Heer behoudt wat zwak is, ik was vernederd maar Hij heeft mij gered;
keer terug mijn ziel, tot uw rust, want de Heer heeft u welgedaan
”.

    Ik Geloof, ook al heb ik gesproken, toen ik ten uiterste was vernederd.
In mijn verbijstering had ik gezegd: elke mens is een leugenaar.

Strekdam, die de sterkte versterkt; Stretchdam, which strengthens the strength

    Toen Jozef het huis binnengekomen was, brachten zij het geschenk dat zij bij zich hadden, bij hem binnen en zij bogen zich voor hem ter aarde. Daarop vroeg hij hen naar hun welstand en zei:   Is het wèl met uw oude vader, over wie gij gesproken hebt? Leeft hij nog?’.
En zij zeiden: Het is wel met uw knecht, onze vader; hij leeft nog.
Daarop knielden zij en bogen zich neer.
       Toen hij zijn ogen opsloeg, zag hij zijn broeder Benjamin, de zoon van zijn moeder, en zei: ‘ Is dit uw jongste broeder, over wie gij tot mij gesproken hebt?’.
En hij zei: ‘     God zij u genadig, mijn zoon’.
       Toen haastte Jozef zich weg, want zijn hart ging in ontroering uit naar zijn broeder, en hij zocht gelegenheid om te wenen; hij trad een kamer binnen en weende daar.
       Daarna wies hij zijn gelaat en trad naar buiten, bedwong zichzelf en zei: ‘Dient het maal op’.
>>   Toen kon Jozef zich niet langer bedwingen voor allen die bij hem stonden, en hij riep:  ‘     Laat allen van mij weggaan’. En daar stond niemand bij hem, toen Jozef zich aan zijn broeders bekend maakte.
Daarop brak hij uit in luid geween, zodat de Egyptenaren en Farao’s huis het hoorden.
      En Jozef zei tot zijn broeders:
‘ Ik ben Jozef; leeft mijn vader nog?’.
Doch zijn broeders konden hem niet antwoorden, want zij deinsden van schrik voor hem terug.

Josef [Hebr. = ‘de Heer heeft toegevoegd’]
         Toen zeide Jozef tot zijn broeders:
‘ Komt toch naderbij’. Daarop naderden zij.
En hij zei: ‘ Ik ben uw broeder Jozef, die gij naar Egypte verkocht hebt. Maar weest nu niet verdrietig en ziet er niet zo ontsteld uit, omdat gij mij hierheen verkocht hebt, want om u in het leven te behouden heeft God mij voor u uit gezonden.
         Want reeds twee jaren is er hongersnood geweest in dit land en er komen nog vijf jaren, waarin niet geploegd of geoogst zal worden.
Daarom heeft God mij voor u uit gezonden om u een voortbestaan te verzekeren op aarde, en om voor u een groot aantal geredden in het leven te behouden.
Dus zijt gij het niet, die mij hierheen gezonden hebt, maar God; Hij heeft mij gesteld tot Farao’s vader en tot heer over geheel zijn huis en tot heerser in het gehele land Egypte.
Trekt haastig naar mijn vader en zegt tot hem: Zo zegt uw zoon Jozef: God heeft mij gesteld tot heer over geheel Egypte, komt tot mij, draal niet.
Gij zult in het land Gosen wonen en gij zult dicht bij mij zijn, gij en uw kinderen en uw kindskinderen, uw kleinvee en uw runderen en al wat gij hebt.
En ik zal daar voor u zorgen, want er zal nog vijf jaar hongersnood zijn, opdat gij niet verarmt, gij, noch uw huis, noch iemand van de uwen.
En zie, uw eigen ogen en die van mijn broeder Benjamin zien, dat het mijn mond is, die tot u spreekt.
Vertelt dan aan mijn vader al de heerlijkheid die ik in Egypte bezit, en alles wat gij gezien hebt, en brengt mijn vader haastig hierheen’.
        Toen viel hij zijn broeder Benjamin om de hals en weende, en Benjamin weende aan zijn hals.
En hij kuste al zijn broeders hartelijk en weende, hen omhelzende. Daarna eerst spraken zijn broeders met hem.
Toen het gerucht in Farao’s huis vernomen werd, dat Jozefs broeders waren gekomen, was dit Farao en zijn dienaren aangenaamGen.43: 26-31;45: 1-16.

 

Profeet David, zoon van Jesse, bidt . . . . .

  Wat kan ik de heer teruggeven, voor alles wat Hij mij geschonken heeft /
Ik zal de Kelk des Heils nemen, en de Naam des heren aanroepen.
ik zal de Heer mijn geloften inlossen, ten aanschouwen van heel Zijn volk.
Kostbaar voor het aanschijn des heren is het sterven van Zijn gewijden.
O Heer, ik ben immers Uw dienstknecht, de zoon van uw dienstmaagd:
Gij hebt mijn boeien verbroken.
U wil ik een lofoffer opdragen; ik wil de naam des Heren aanroepen.
Ik zal de Heer mijn geloften inlossen, ten aanschouwen van Zijn volk.
In de voorhoven van het Huis des Heren; in Uw midden, Jeruzalem
Psalm 115 [116] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Prokimen
tn.4.   Ik zal de Heer mijn geloften inlossen ten aanschouwen van heel Zijn Volk”

“Ik Geloof, ook al heb ik gesproken torn ik ten uiterste was vernederd:
in mijn verbijstering had ik gezegd: elke mens is een leugenaar”

“Wat kan ik de Heer teruggeven voor alles wat Hij mij geschonken heeft?
Ik zal de Kerk des Heils nemen en de Naam des Heren aanroepen”.

“Kostbaar voor het aanschijn des Heren is het sterven van Zijn Gewijden.
O Heer, ik ben immers Uw dienst-knecht[-maagd];
Gij hebt mij de boeien verbroken”.

De Heer verhoort de stem van de aanhoudende nederige verzoeken van iedere mens, daarom kunnen wij Orthodoxe gelovigen niet ophouden te roepen:
    Heer Jezus Christus, Zoon van God, ontferm u over ons zondaars” [ = het Jezusgebed].
Wij beseffen maar al te goed dat wij onze knopen niet behoeven te tellen of zoals dat bij geliefden gebruikelijk is, de bloemblaadjes van het madeliefje te verwijderen en te zeggen: “ Hij houdt wèl van mij; Hij houdt niet van mij”.
Onze Heer heeft immers gezegd dat “Hij Zich met de engelen verheugt over elke zondaar, die zich bekeert”.
Je kunt echter soms nog zulke mooie plannen hebben, maar als de tegenstrever een spaak in jouw wiel probeert te steken, dien je jouw strategie aan te passen en dat is hetgeen wij de afgelopen periode getracht hebben te doen.
Isaiah houdt ons vandaag het volgende voor:
  Indien je God lief hebt . . . . . zoek je Hem elke dag en probeer je Zijn wegen na te volgen. Want wanneer een God’s-Volk gerechtigheid heeft gedaan en het oordeel van hun God niet terzijde hebben gesteld, vragen zij Hem vervolgens om een rechtvaardig oordeel en verlangen zij er naar God zoveel mogelijk nabij te komen”.
Nu ons vasten, welke haar einde nadert, is een belangrijke vorm van vroomheid, toewijding en spirituele groei.
Toen onze Heer en Verlosser Zich onder ons mensen begon te manifesteren was de praktijk van vasten reeds alom bekend.
Bovenstaande lezing van Isaiah laat ons weten dat de Pedagogie, die onze Heer ons hieromtrent oplegt; al eeuwenlang door de Profeten aan het Volk van het Eerste Verbond werd voorgehouden.
Onze Heer en Verlosser benadrukt dit fenomeen eveneens:
⁌        En wanneer gij vast, toont dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; want zij maken hun aangezicht ontoonbaar, om zich aan de mensen te vertonen, wanneer zij vasten. Voorwaar, Ik zeg u, zij hebben hun loon reeds. Maar gij, zalf uw hoofd, als gij vast, en was uw 
gelaat, om u niet bij uw vasten aan de mensen te vertonen, maar aan uw Vader, die in het verborgene is; en uw Vader, die in het verborgene ziet, zal het u vergeldenMatth.6: 16-18;
⁌        Toen kwamen de discipelen van Johannes tot Hem en vroegen: Waarom vasten wij en de Farizeeën wel, maar uw discipelen niet?
Jezus zei tot hen: ‘ Kunnen soms bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vasten.
En niemand zet een niet-gekrompen lap op een oud kledingstuk; want de ingezette lap scheurt iets af van het kledingstuk en de scheur wordt erger. Ook doet men jonge wijn niet in oude zakken; anders barsten de zakken en de wijn loopt weg en de zakken gaan verloren; maar men doet jonge wijn in nieuwe zakken en beide blijven samen behoudenMatth.9: 14-17;
⁌        Zijn discipelen vroegen Hem, wat de bedoeling van deze gelijkenis [ van het zaad in de aarde] was. En Hij zei:
  Aan u allen is het gegeven de geheimenissen van het Koninkrijk Gods te kennen, maar aan de anderen [worden zij gepredikt] in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien en horende niet begrijpen.
Dit is de gelijkenis: Het zaad is het woord Gods.
Die langs de weg, zijn zij, die het gehoord hebben; daarna komt de duivel en neemt het woord uit hun hart weg, opdat zij niet zouden geloven en behouden worden.
Die op de rotsbodem, zijn zij, die het woord, zodra zij het horen, met blijdschap ontvangen; en dezen hebben geen wortel, zij geloven voor een tijd en in een tijd van beproeving worden zij afvalligLuc.18: 9-14.
Wij verkondigen niet voor niets in onze Geloofsbelijdenis over “ de Heilige Geest, Die door de Profeten gesproken heeft !!!”.
God heeft in de persoon van de Heilige Geest, Die uitgaat van de Vader dit essentiële reeds lang van tevoren gedefinieerd.
Deze profetieën vertegenwoordigen zowel de Heilige Traditie als de geschiedenis.
Wanneer we het harmonieus samengaan van het Woord des Heren in de leringen van Isaiah en Christus volgen, mogen we dat doen.
Gebruik daarom deze passage als een door God gegeven meetlat om ons vasten te evalueren.

Geloof heeft de hoop als basis
We denken na over deze zinnebeelden van wijsheid om ons bij te staan het vasten maar snel achter ons te laten – voordat wij er überhaupt aan zijn begonnen.
Het is nog niet te laat om de bakens te verzetten en de goede richting aan te gaan houden.
De goede moordenaar vond immers het Hemels Koninkrijk op het laatste ogenblik terwijl hij naast de Heer aan een aangrenzend kruis werd gekruisigd.
Laat God je hart raken! Lees bovenstaande verzen van Salomon en Isaiah – overweeg ze en stel jezelf vragen teneinde jouw ommekeer te bewerkstelligen, teneinde je op die weg te ondersteunen en je naar het Groot en Heilg Pascha te begeleiden.
Zijn het mijn eigen normen, die ik voorop stel of die van God?
– Neem hierbij de zaligsprekingen van de bergrede [Matth.5: 3-12] tot leidraad. Wat is de wezenlijke bedoeling en wat is niet zo belangrijk.

  • God’s geboden [Ex.20: 1-17] zijn het er slechts 10 of onnoemlijk meer zoals uit de Thora [Hebr.= ‘God’s onderwijs, pedagogie’] blijkt.
    – De leringen van de Apostelen [Rom.12, Eph. 4-6; 1Petr. 2-4 en de Jaäcobus-brief].
  • Onze Heer en Verlosser is, net als Zijn Vader, een rechtvaardige God, die er van uit gaat dat leven, werkelijk Geloof inhoudt, welke uitgaat van het gebod van de Liefde tot God en de naaste.
    Beperk ik m’n dagelijks voedsel en vermeerder ik m’n gebeden als uitdaging of als middel om werkelijk te bouwen aan mijn relatie en gehoorzaamheid aan God? Dient mijn vasten slechts mijn ego, m’n eigen doelen en behoefte tot afvallen? Verlang ik nog wel naar God’s Genade-gaven, wanneer ik als mens onnoemlijk tekort schiet.

Kom ik dichter bij God en vind ik vrede in m’n hart [mijn tempel/mijn kerkje]?Ben ik in staat volgende week woensdag het Mysterie van de Ziekenzalving te ontvangen
⁌   de olie der Vreugde en de Liefde” – alvorens met de Heer op te gaan in lijden, sterven en Opstanding/Verrijzenis?
Kan ik de heilige discipline opbrengen deze laatste week nog waakzaam te blijven, met Hem onder ogen te zien van datgene wat ons met Hem te wachten staat – of zijn we dermate vermoeid dat óók òns net als zijn Apostelen de slaap overvalt?
Al knopen tellend zal het bij – ‘het ene gewaad, met de keppel [plaats van de erehoed] op’ – niet meevallen ten opzichte van de priester onder de arbeiders in de wijngaard. Zij, die een zwarte – ‘overall’ [=‘werkkleding] – dragen, waarvan slechts de banden over de schouder [die de broek ophouden] aangeven dat er een juk wordt gedragen. Heb je werkelijk de handen wel eens uit de mouwen gestoken of een schort omgedaan om in de keuken bij de afwas òf bij het bereiden van de maaltijd te assisteren? Heb je een voedsel- of kledingbank wel eens van binnen bekeken? Het liefdesleven bij God bestaat immers niet alleen door de ogen op te slaan aan de vier zijden van het offeraltaar?
De zalvingen op het hoofd en al de zintuigen zijn een uiting van hetgeen zich ‘innerlijk‘ afspeelt en is te vergelijken met de H. Geest, Die neerdaalt bij de geesteszalving van Christus na Diens doop in de Jordaan [Theophanie]. Het is vervolgens de stem van de Vader, Die weerklinkt met de woorden: “ Deze is Mijn Zoon, de Geliefde, in Wie Ik Mijn wel-behagen heb”.
Dezelfde woorden klonken bij de ontmoeting van onze Heer en Verlosser op de berg Thabor, toen Deze Zich met Mozes en Elia onderhieldt. Zeggen wij met de Apostel tot Christus: “Heer, het is goed dat wij hier zijn. Als Gij wilt zal ik hier drie tenten opslaan, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia”.

wolk en een Mysterie zo mooi; cloud and a Mystery so beautiful

De Apostel, de ‘ná’-volger was nog niet uitgesproken of een lichtende wolk overschaduwde hen en uit de wolk klonk een stem: “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn welbehagen heb gesteld; luistert naar Hem”.
En op het horen van deze woorden, werpen wij ons eveneens ter aarde neer en worden aangegrepen door een grote vrees voor het Mysterie van het Leven.
Maar onze Heer en Verlosser is ons nabij en laat ons weten: “Staat allen op en weest niet bang”.
        Ook bij het Mysterie van de ziekenzalving bevinden wij ons in de tijd van God, Die geen tijd kent en in de eeuwen der eeuwen verblijft; ook bij het ontvangen van dit Mysterie geldt dat de Orthodoxie geen praktijk van ‘Eucharistische gastvrijheid’ kent – ook hier wordt voor de naderen tot dit Mysterie verlangt dat er eenheid is van Geloof – en dat ook dit Mysterie niet het middel tot eenheid is.
De manier waarop wij met onszelf communiceren, is bepalend voor de kwaliteit van het contact met onze Heer en Verlosser; het vraagt om nauwkeurigheid, specifiek positief bekrachtigende invloed – dit legt de grondslag voor onze relatie met onze omgeving. Op die wijze wordt van dag tot dag, van moment tot moment, onze droom tot beeld van God te zijn, bewaarheid en zullen op die manier Zijn Pedagogie in de wereld verkondigen. Het Christelijk leven is namelijk een aaneen-schakeling van momenten, die staan te wachten tot we ze gaan onderzoeken en de juiste afweging maken.

    Wie zijn mond en zijn tong [z’n pen] bewaakt, bewaart zichzelf voor benauwdheden. Een overmoedige en vermetele heet spotter, hij, die handelt in mateloze overmoed.
De begeerte van de luiaard brengt hem ten dode, want zijn handen weigeren te werken.
De begerigheid begeert de ganse dag, maar de rechtvaardige geeft en houdt niet terug.
Het offer der goddelozen is een gruwel, hoeveel te meer, als hij het met boze bedoeling brengt.
Een leugenachtig getuige zal omkomen, maar een mens die luistert, zal zegevierend spreken.
De goddeloze zet een onbeschaamd gezicht, maar de oprechte, hij geeft vastheid aan zijn wandel.
Er is geen wijsheid en geen verstand, geen raad is er tegenover de Heer.
Het paard wordt opgetuigd tegen de dag van de strijd, maar de zege is van de Heer.
Een goede naam is verkieslijker dan veel rijkdom, gunst is beter dan zilver en goud.
Rijken en armen ontmoeten elkander; hun aller Maker is de Heer.
De schrandere ziet het onheil en bergt zich, maar de onverstandigen gaan hun gang en moeten boeten.
Het loon van onderworpenheid [vreze des Heren] is rijkdom, eer en leven“ Spreuken 21: 23-22: 4.

  Barmhartig en Rechtvaardig is de Heer.
Ik heb Hem
[en mijn naasten] lief, daarop verhoort de Heer
de stem van mijn smeking
”.