Dinsdag na de Zondag van Maria van Egypte, voorafgaand aan Lazaros Zaterdag/Palmzondag

    Belijdt de Heer, want Hij is goed, want eeuwig duurt Zijn Barmhartigheid.

Christus op het meer van Galilea, by Eugène Delacroix

Getuigt dit, gij die bevrijd zijt door de Heer; die Hij bevrijd heeft uit de hand van uw vijand.
Want Hij heeft hen bijeengebracht uit alle streken: vanuit het oosten, het zuiden, het noorden en de zee.
Sommigen verdwaalden in de woestijn, in waterloos land, en vonden geen weg naar een bewoonde plaats. 
Zij leden honger en dorst: hun ziel bezweek in hun binnenste.
Zij riepen tot de heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit de nood.
Hij leidde hen naar een goede weg, zodat zij aankwamen in een bewoonde streek.
Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen. Want Hij heeft de smachtende ziel verzadigd, en de hongerige met goederen vervuld.
Anderen waren gezeten in het duister, in de schaduw des doods, ellendig, in de boeien geslagen. Want zij hadden Gods woorden bitter gemaakt, de raad van de Allerhoogste geminacht. Toen werd hun hart door kwelling vernederd; zij werden zwak, en er was niemand die hielp.
Maar zij riepen tot de Heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit hun nood.
Hij voerde hen weg uit het duister van de schaduw des doods; Hij verbrak hun boeien. Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid, om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen.
Hij heeft immers de bronzen poorten verbrijzeld de ijzeren grendels verbroken.
Hij heeft hen opgeheven van de weg hunner boosheid, want om hun ongerechtigheden waren zij vernederd.
Hun ziel walgde van elke spijs, zij stonden reeds voor de poorten des doods.
Maar zij riepen tot de Heer in hun beproeving, en Hij verloste hen uit hun nood.
Hij zond Zijn woord uit om hen te genezen; Hij ontrukte hen aan hun ondergang.
Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen. Dat zij Hem opdragen een offer van lof; dat zij met blijdschap Zijn werken bejubelen.
In schepen kozen weer anderen zee, zij deden hun werk op de grote wateren.
Zij zagen de werken des Heren: Zijn wonderdaden in de geweldige diepte.
Hij sprak, en een stormwind stak op: de golven werden opgezweept.
Zij vlogen omhoog naar de hemel, en vielen omlaag in de diepte: hun ziel kromp ineen van ellende. Zij schudden en slingerden als waren zij dronken al hun bedrevenheid schoot tekort.
Toen riepen zij tot de Heer in hun beproeving, en hij ontrukte hen aan hun nood.
Want Hij gaf bevel aan de storm, en die werd tot kalmte; Hij deed de golven bedaren. Hoe verheugden zij zich over die rust, terwijl Hij hen voerde naar de verlangde haven.
Dat zij de Heer belijden om Zijn barmhartigheid om Zijn wonderen voor de kinderen der mensen. Dat zij hem verheffen in de bijeenkomst van het Volk, hem loven in de zitting der oudsten.
Ook maakte Hij stromen tot een woestijn, waterlopen tot dorstig land. Vruchtbare grond tot een zoutmoeras, om de slechtheid van die daar woonden. Maar ook heeft Hij woestijn in plassen veranderd in de dorre grond stroomt nu water.
Daar deed Hij de hongerigen wonen; zij bouwden daar steden tot hun verblijf.
Zij zaaiden akkers en plantten wijngaarden; deze droegen rijkelijk vrucht.
Hij zegende hen, en zij vermenigvuldigden zich uitermate; ook hun vee maakte Hij talrijk.
Dan weer werd hun aantal gering, zij werden gekweld door verdrukking, ellende en smart. Verachting kwam neer op hun vorsten: Hij deed hen verdwalen in ongebaande streken.
Maar de arme hielp Hij uit zijn gebrek: Hij maakte zijn gezin tot een kudde.
Mogen de oprechten dit zien en zich verheugen; moge alle ongerechtigheid de mond worden gestopt.
Wie is wijs om dit alles te houden ? Wie wil de barmhartigheden van de Heer verstaan ?” Psalm 106[107] vert. ROK. ’s-Gravenhage

Prokimen [Vespers]
tn.7.    Wees verheven boven de Hemelen, o God;
overheen de aarde zij Uw Heerlijkheid”

Heiligt het menselijk doel de middelen, die hij/zij inzet?
    Gerechtigheid en recht doen, is de Heer welgevalliger dan offers. Trotsheid van ogen en opgeblazenheid van hart; de glans der goddelozen is zonde.
De plannen van de vlijtige strekken tot louter overvloed, maar al wie overijlt, komt slechts tot gebrek.
Schatten verwerven met bedrieglijke tong is een verwaaiende nevel, dodelijke valstrikken. De gewelddaad der goddelozen sleurt hen mee, want zij weigeren recht te doen. Kronkelend is de weg van de bedrieger, maar een eerlijk man is recht in zijn doen. Beter te wonen op een hoek van het dak dan met een twistzieke vrouw in een gemeenschappelijke woning. De begeerte van de goddeloze gaat uit naar het kwaad; zijn naaste draagt hij geen genegenheid toe.
Straft men de spotter, dan wordt de onverstandige wijs; onderricht men de wijze, hij zal kennis verwerven. De Rechtvaardige let op het huis van de goddeloze en stort de goddelozen in het verderf.
Wie zijn oor gesloten houdt voor het hulpgeroep van de geringe, zal, als hij zelf roept, geen antwoord ontvangen. Een heimelijke gave doet de toorn bedaren, een geschenk in de buidel hevige gramschap.
Recht doen is een vreugde voor de rechtvaardige, maar een verschrikking voor de bedrijvers van ongerechtigheid. Een mens die afdwaalt van de weg van het verstand, zal tot rust komen in de vergadering der schimmen.
Wie van vermaak houdt, zal gebrek lijden; wie olie en wijn liefheeft, wordt niet rijk.
De goddeloze is een losprijs voor de rechtvaardige, en de trouweloze komt in de plaats van de oprechten.
Het is beter te wonen in een woestijn dan met een twistzieke en gramstorige vrouw.
In de woning van de wijze is kostelijke voorraad en olie, maar een dwaas van een mens brengt het door.
Wie gerechtigheid en liefde najaagt, vindt Leven, Gerechtigheid en Eer
Spreuken 21: 3-21.

Kathisma [metten]
tn.6.    Weggeteerd door de ziekte der zonde
lig ik op het leger [bed] der wanhoop,
Geneesheer van zieken bezoek mij daarom in Uw Menslievendheid,
sta niet toe dat ik inslaap in de verschrikkelijke dood, opdat
ik U vurig mag toeroepen Menslievende”

U, Die alle Genade schenkt, ‘Heer ere zij U’”.     [herh.]

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen
”.

tn.6.    De Engelengroet van Gabriël aan de Maagd is het begin van onze Verlossing,
want bij het horen van het ‘Verheug u’ ontweek zij de begroeting niet,
zij twijfelde niet zoals Sara in de tent van Abraham,
maar antwoordde uit geheel haar hart:
Zie de Dienstmaagd des Heren, mij geschiedde naar uw woord
”.

tn.5.    Sinds gisteren is Lazaros ziek, zo meldden zijn zusters aan Christus;
Bethanië, bereid u met vreugde voor om
Uw Meester en Koning als Gast te ontvangen;
en roep met ons: ‘Heer ere zij U’
    [herh.]

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,
Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen
”.

tn.5.    Alheilige Moeder Gods, schutsmuur der Christenen,
bevrijd uw volk dat dringend tot U roepen:
  Sta ons bij in onze strijd tegen onze slechte en hoogmoedige gedachten,
opdat wij mogen roepen tot u:
Verheug u, die altijd Maagd zijt gebleven
”.

Het lied van Mozes bij de Rietzee

Lied van Mozes

2e Irmos
tn.6.    Ziet, ziet, Ik ben Uw God, Die in de woestijn manna deed regenen voor Mijn Volk, en water deed opwellen uit de rots, door de kracht van Mijn rechterhand

Christus, Die van nature boven alles rijk zijt, Gij zijt vrijwillig arme geworden, Gij, Die aan al wat leeft hun voedsel schenkt, hebt uit vrije wil honger geleden.
Verzadig mij, die honger naar Uw Genade, O Woord, en
maak mij deelgenoot van Uw Hemelse Dis”.

Maak mij Christus, zoals Lazarus tot iemand, die arm aan zonden is en
verstrooi de rijkdommen die ik ten onrechte heb vergaard
[geld en daaruit voortvloeiende macht vrijwillige heb aanvaard].
Doch maak mij rijk aan volmaakte liefde tot U, Medelijdende en
bevrijd mij van de angstwekkende straf der hel.

Het vasten heeft de Jongelingen van Babylon zo gehard
[door het vuur van de Heilige Geest]

Wordt niet moe hen na te volgen, mijn ziel,
dan zult ge het vuur der begeerten blussen
door de verkwikkende dauw van de Heiige Geest.

Theotokos of ‘The Akathist’ – Icon

Theotokion – Tot u, die onze Vreugde in uw schoot gedragen hebt, roepen wij, verheug u, Hoog-Begenadigde, Moeder God’s en Maagd.
Smeek tot God, Die u geboren hebt doen worden, dat wij die u steeds weer bezingen, verlost worden van gevaar en bederf.

2e Irmos
tn.5.    Ziet, ziet, dat Ik God ben, Die Mij met vlees heb bekleed in Mijn vrijwillig raadsbesluit,
om Adam, die door de slang in overtreding gevallen was uit de dwaling te redden
”.

Ziet, ziet, dat Ik God ben: Ik ben gebleven aan de overzijde van de Jordaan,
hoewel Ik gehoord had dat Lazarus zwaar ziek was;
Ik heb gezegd dat hij niet zou sterven, maar dat dit geschiedde tot Mijn Heerlijkheid.

De zusters van Lazarus zonden onder tranen bericht over Lazaros’ ziekte aan U, Die alles [al] weet.
Maar U blijft nog enige tijd daar, om het wonder groter te doen zijn, en
aan Uw Leerlingen [en ons] ontzagwekkende gebeurtenissen te doen zien.

Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,

Eenheid in Drie Personen, Die dezelfde Macht bezit;
Éen-wezenlijke Koninklijke Heerlijkheid,
Die Uw Heerschappij uitstrekt over heel de tijd [en ruimte]:
heel de menigte der Engelen verheerlijkt U, tezamen met het menselijk geslacht,
als de Vader en de Zoon en de Heilige Geest”.

Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen”.

Wie zou niet vol bewondering zien hoe de Schepper in u, Maagd,
de gevallen Adam herschept en in onzegbare eenwording uit u in het vlees geboren wordt omwille van onze Verlossing, zonder daarbij verandering te ondergaan?

Ere aan U, onze God, eer aan U”.

Maak u nu gereed, Bethanië, om vol vreugde de Koning van het Heelal te ontvangen.
Want Hij komt tot u om te laten zien hoe Lazaros terugkomt vanuit het bederf naar het Leven.

Hymne van de Drie Jongelingen

8e Irmos
tn.6.
    Temidden van de vlammengloed deed U dauw [de doop] neerdalen voor de Gerechten.
En Nehemia’s offer
hebt U door water ontstoken;
want Gij, o Christus
hebt alles alleen door Uw Wil geschapen:
U verheffen wij in alle eeuwigheid
”.

Wanneer ik denk aan de talloze overtredingen, dan word ik gewond in het diepst van mijn geweten: ik, ellendige. lijd pijn als door een schroeiende vlam.
Woord van God, ontferm U over mij in Uw Genade.

Zonder acht te slaan op de edele leven’s-wijze van Lazaros, heb ik die van de harteloze Rijke nagevolgd.
Barmhartige God, bekeer mij, opdat ik U mag ver-Heerlijken in alle eeuwen.

Zwaar benig aangetast door de ziekten van mijn ziel;
mij wacht de dood van de wanhoop.
Hoezeer heb ik Uw zorg nodig, Die hen weer Levend maakt, die roepen tot U.

theotokion Alheilige Maagd, behoud mij en kom mij te hulp in mijn ziekte;
want u hebt Hem Die de Barmhartigheid liefheeft gebaard.
Hem verheffen wij in alle eeuwen.

9e Irmos
tn.5. 
  Verheug u, Isaiah, want de Maagd heeft ontvangen in haar schoot en
Emmanuël de God-mens gebaard. Zijn Naam is: Opgang van het Licht,
Hem ver-Heerlijken wij en u o Maagd, bezingen wij”.

Bereid uw doodsgewaden voor, wijze Lazaros, want
u zult het leven verlaten en morgen sterven;
en zie naar het graf dat u zult bewonen.
Maar Christus zal u weer tot Leven brengen, wanneer
Hij u zal opwekken op de vierde dag.

Reidans van Vreugde, Bethanië, want Christus komt tot u om
aan u een groot en ontzagwekkend Mysterie [RK. Wonder] te verrichten:
Hij zal de dood  in boeien slaan en als God van het heelal
zal Hij Lazaros opwekken die gestorven is en zijn Schepper verheft.

“Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest”,

U bezing ik, in Wezen Éne, beginloze Drieheid,
Heilige en ongedeelde Eenheid, ‘Oorsprong van alle Leven’
U, de door niemand voorgebrachte Vader;
U, Woord en Zoon uit de Vader;
en U, Heilige Geest.
red ons, die u in hymnen bezingen.

“ Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen”.

Uw moederschap gaat het begrip taboven, Moeder God’s, want
zonder man hebt u ontvangen, maagdelijk hebt u gebaard, en
het Kind is God.
Hem verheffend, prijzen wij u zalig.

     Eer aan U, onze God, eer aan U.
Komt, laten wij ons voorbereiden om de Heer
tegemoet te gaan met de palmtakken van onze deugden.
Dan ontvangen wij Hem in onze ziel
als in de stad Jerusalem, terwijl
wij Hem aanbidden en bezingen.

Apolytikion van de Profetie
tn.5 “ De Maagd, die U gebaard heeft, hebt U ons geschonken als onoverwinnelijke muur:
ontruk door haar onze zielen aan de aanvallen die ons rondom bedreigen.

Prokimen uit Psalm 108
tn.8.    Help mij, Heer mijn God, en
red mij volgens Uw Barmhartigheid
”.

God blijf niet zwijgen bij mijn lofzang, want de mond van zondaar en bedrieger is wijd tegen mij geopend:
zij strijden tegen mij zonder reden.

Hij vervolgde armen en bedroefden en
[degenen] van wie het hart gebroken was bracht hij ter dood;
hij hield van vervloeking: deze zal over hemzelf komen;
hij wilde geen zegen: deze zal ver van hem blijven.

U Heer, doe met mij volgens Uw Naam, want
goedertieren is Uw Barmhartigheid; bevrijd mij, want
wat ik ben bedroefd en arm,
mijn hart is beangst in mijn binnenste.

Profeet Isaiah & de cherubijn – Προφήτης Ησαΐας & Χερουβείμ – إشعياء النبي والملاك

    Hij zegt dan: Het is te gering, dat gij Mij tot een knecht zoudt zijn om
de stammen van Jaäcob weer op te richten en de bewaarden van Israël [de Kerk] terug te brengen;
Ik stel u tot een licht der volkeren, opdat Mijn Heil zal reiken tot het einde der aarde. 
Zo zegt de Heer, Verlosser van Israël [de kerk], zijn Heilige,
tot de diep verachte, de bij het volk verafschuwde, de knecht van heersers:
Koningen zullen dit zien en opstaan; vorsten, en zich neerbuigen,
ter wille van de Heer, Die getrouw is, de Heilige van Israël  [de Kerk], Die u [uit-]verkoren heeft.
Zo zegt de Heer:
    Ten tijde van het welbehagen heb Ik u verhoord, en
ten dage van het Heil heb Ik u geholpen;
Ik zal u behoeden en u stellen tot een verbond voor het volk om het land weer te herstellen, om verwoeste eigendommen weer tot een erfdeel te maken,
Om tot de gevangenen te zeggen: Gaat uit!
tot hen die in de duisternis zijn: Komt te voorschijn!
Aan de wegen zullen zij weiden, op alle kale heuvels zal hun weide zijn;
Zij zullen hongeren noch dorsten, woestijngloed noch zonnesteek zal hen treffen,
want hun Hij, Die Zich over hen Ontfermt,
zal hen leiden en hen voeren aan waterbronnen

Isaiah 49: 6-10.

Harp van David

    De Heer zegt tot mijn Heer: zit neer aan mijn rechterhand.
Opdat Ik uw vijanden make tot een steun onder uw voeten.
Een scepter van Kracht zal de Heer u zenden vanuit Sion: heer, temidden van uw vijanden.
Bij U is heerschappij op de dag van uw kracht, in de stralende luister van uw heiligen.
Uit de schoot heb ik U voortgebracht vóór de morgenster.
De Heer heeft gezworen, onveranderlijk: Gij zijt de priester in eeuwigheid, volgens de orde van Melchisedek.
De Heer is aan uw rechterhand; Hij verbrijzelt koningen op de dag van Zijn toorn.
Hij oordeelt de volkeren, maakt talrijk de gevallenen; de hoofden van velen verplettert Hij op de grond.
Uit een beek onderweg zal Hij drinken, en dan het hoofd verheffen
Psalm 109[110] vert. ROK. ’s-Gravenhage

    Ik wil U belijden, Heer, uit heel mijn hart; in de raad der gerechten, op hun bijeenkomst. Groot zijn de werken des Heren, uitgelezen naar al Zijn welbehagen.
Belijdenis en luister is Zijn werk, Zijn Gerechtigheid blijft in de eeuwen der eeuwen;
Hij houdt ze in gedachtenis door Zijn  wonderen [Genadige Mysteriën].
Barmhartig en medelijdend is de Heer, Hij schenkt voedsel aan wie Hem vrezen; Zijn Verbond zal hij eeuwig gedenken.
De kracht van zijn werken verkondigt Hij aan Zijn volk, door hun het erfdeel der heidenen te schenken.
De werken van Zijn handen zijn Waarheid en Recht; getrouw zijn al Zijn geboden.
Zij zijn opgericht tot in de eeuwen der eeuwen, om te doen naar waarheid en recht.
Hij heeft bevrijding gezonden aan Zijn volk, voor eeuwig Zijn Verbond gehouden:
Heilig en ontzagwekkend [Groot] is Zijn naam.
Het begin van de Wijsheid is de vreze des Heren: goed begrip hebben allen die er naar handelen.
Zijn lof moge blijven tot in de eeuwen der eeuwen
Psalm 110[111] vert. ROK. ’s-Gravenhage


Rechtvaardigheid bij God,
de bedrieger onderkent dat ook hijzelf bedrogen is
.

Jaäcob met de dochters van Laban – by Louis Gauffier

    Toen zeide de Heer tot Jaäcob:
    Keer terug naar het land uwer vaderen en naar uw maagschap, en Ik zal met u zijn’. 
Daarop liet Jaäcob Rachel en Lea roepen naar het veld, bij zijn kleinvee, en zei tot haar:
    Ik bemerk, dat het gezicht van uw vader jegens mij niet is als gisteren en eergisteren, maar de God van mijn vaderen is met mij geweest.
Ook weet u zelf, dat ik met al mijn kracht uw vader gediend heb.
Maar uw vader heeft mij bedrogen en mijn loon tienmaal veranderd, doch God heeft hem niet toegelaten mij te benadelen.
Wanneer hij zei:
de gespikkelde zullen uw loon zijn, dan wierp al het kleinvee gespikkelde jongen; en
wanneer hij zei:
de gestreepte zullen uw loon zijn, dan wierp al het kleinvee gestreepte jongen.
          Zó heeft God de kudde van uw vader weggenomen en mij gegeven.
Het gebeurde eens in de tijd, toen het kleinvee bronstig was, dat ik mijn ogen opsloeg en ik zag in de droom, en zie,
         de bokken die het kleinvee besprongen, waren gestreept, gespikkeld en gevlekt.
En de Engel Gods zei tot mij in de droom: ‘Jaäcob’. En ik zei: ‘Hier ben ik’.
En Hij zei:
Sla toch uw ogen op en zie toe: al de bokken die het kleinvee bespringen, zijn gestreept, gespikkeld en gevlekt, want Ik heb gezien alles wat Laban u aandoet.
Ik ben de God van Betel, waar gij een opgerichte steen gezalfd hebt, waar gij Mij een gelofte gedaan hebt; welnu, maak u reisvaardig,  ga uit dit land weg en keer naar het land uwer maagschap terug.
Toen antwoordden Rachel en Lea en zeiden tot hem:
          Hebben wij nog deel of erfenis in het huis van onze vader?
Zijn wij door hem niet als vreemden geacht, omdat hij ons verkocht heeft? Ook heeft hij ons geld geheel en al opgemaakt.
Doch al de rijkdom, die God van onze vader weggenomen heeft, die behoort ons en onze kinderen; nu dan, doe al wat God u gezegd heeftGen.31: 3-16.

terugkeer uit de tempel en hereniging met zijn ouders, ets Rembrandt

Indien wij doen wat ons gevraagd wordt – terug te keren naar onze oorspronkelijke schoonheid, het evenbeeld van God, terugkeren naar het land van onze voor-Vaderen, onze verwantschap aan het Rechtschapene, het Goddelijke weer oppakken, dan zal God, de Boetseerder/de Schepper met ons zijn. De ascetische Genadegave omvat alle genadegaven en is de basis van het Christendom.
De navolging van Christus blijkt onlogisch – het is ons door onze Heer en Verlosser, Jezus Christus overgeleverd, als Pedagogie/levenswijze meegegeven. Het is de meest on-logische weg, die je voor jezelf maar in het leven kunt bedenken en daarom is het het meest waarachtige Geloof. Alle andere religies zijn logisch, terwijl het onze boven de logica uitstijgt. Wij zijn het niet die dit feit beoordelen, maar wanneer wij het aanvaarden, dàn schenkt het ons de innerlijke zekerheid van hèt Leven. Daarom is het Christendom in alle tijden en in alle omstandigheden een dwaasheid gebleken in de ogen van de wijsheid van deze wereld. De ascetische gehoorzaamheid aan het Geloof, het vuur waarmee wij gedoopt zijn en de wijze waarop wij aan dit Geloof vast blijven houden, bepaalt ons toekomstige Leven.
Naarmate we het einde van de Grote en Heilige vastenperiode naderen – bepalen wij zelf of wij de koers, die Christus heeft voorgehouden, die Hij heeft uitgezet, vast blijven houden.
Christus is onder ons, Hij is en zal zijn”, al de dagen van ons leven: “   Zijn Heil zal reiken tot het einde der aarde“.
Hij reist Zelf met ons mee op de pelgrimstocht van het leven en
zal ons ook daarna niet ‘los’ laten, maar zal ons begeleiden naar/in
het eeuwige Leven – hoe dat blijft een Mysterie en het is aan God, hoe dat zal worden ingericht.
Gods plan omarmt de hele geschiedenis en biedt redding voor iedereen.
De verlossing zal niet beperkt blijven tot de oude stammen van Jaäcob,
zelfs niet tot het overblijfsel van het oude Israël [de Kerk]:
En gelijk Mozes de slang in de woestijn verhoogd heeft, zo
dient ook de Zoon des mensen verhoogd te worden, opdat
een ieder, die gelooft, in Hem eeuwig leven zal hebben.
Want alzo Lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon
gegeven heeft, opdat eenieder, die in Hem gelooft,  niet verloren zal gaan, maar eeuwig Leven zal hebben
John 3: 14-16.
God wil dat alle mensen gered worden, redding is niet beperkt tot een uitgelezen publiek
    Ik vermaan u dan allereerst smekingen, gebeden, voorbeden en dankzeggingen te doen voor alle mensen[, niet voor de hotemetoten en degenen, die het zo goed met zichzelf getroffen hebben], opdat alle mensen [, de gehele mensheid] een stil en rustig leven mogen leiden in alle godsvrucht en waardigheid.
Dit is goed en aangenaam voor God, onze Heiland, Die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis van de Waarheid komen. Want er is een God en ook een Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus, Die Zich gegeven heeft tot een losprijs voor allen; en daarvan wordt getuigd te juister tijd1Tim.1-6.
Om dieper inzicht te krijgen in de pelgrimstocht op aarde, ‘die we tenslotte met Hem maken’, dienen we de Blijde Boodschap ieder dag, die God ons geeft, aandachtig te bestuderen.
Het leven van Onze Heer en Verlosser Zelf,
Isaiah, de Profeten en de levens van Heiligen en Martelaren
onthullen ons een middel of een manier waarop
wij genezing kunnen verkrijgen en als
waarachtig mens vrucht kunnen dragen
tot lof en eer aan God.
Door de geschiedenis heen hebben vele heilige asceten zich
op een vroegtijdig tijd-stip vernederd.

Christus maakte hen koning in hun rijk/
het leven zonder de wereld, waar zij zelf voor gekozen hadden.
De minderwaardige, de verschoppeling is inderdaad
de Koning der koningen, die boven alle koningen is.

Toen Christus van de Vader kwam, kwam Hij voor iedereen.
De Evangeliën leggen Zijn afwijzing van de wereld nauwkeurig vast,
Zijn Lijden, sterven en Opstanding/ Verrijzenis, maar we treffen tevens het objectief bewijs aan in de tweeduizend jaar daaropvolgende geschiedenis van Zijn Lichaam [de Kerk].
    Wij Christenen zijn als navolgers van Christus het zout der wereld;
indien nu het zout zijn kracht verliest, waarmee zal de wereld dan gezouten worden? 
Het deugt nergens meer toe dan om weggeworpen en door de mensen vertreden te worden.
Wij Christenen, zijn in Christus,  het licht der wereld.
Een stad God’s, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven.
Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar
op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn.
Laat daarom Christenen uw licht zo schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de Hemelen is, verheerlijken” conf. Matth.5: 13-16.
God’s Kracht is meer dan voldoende om  een ​​ieder van ons in staat te stellen
deze vastenperiode goed af te sluiten.

Zelfverloochening:
    ‘Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen zijn niet Mijn wegen’ [zo] luidt het Woord des Heren.
‘ Want zoals de Hemelen hoger zijn dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten’Isaiah 55: 8,9.
                Hetgeen het meeste schokt is het afleggen van elk logisch begrip van
omwille van het Geloof in het gebod en dat wij onszelf daaraan overleveren.
We zien dat de strijd erin bestaat het goddelijk leven en de goddelijke Wil te ontdekken en wij ontdekken telkenmale dat wij daartoe niet toereikend zijn in de gevallen staat waarin wij ons bevinden.
wordt in wezen datgene wat van buitenaf dwaasheid lijkt, door het Geloof voor ons tot Wijsheid en  de reden dat wij de Kracht van God ontvangen.
Wanneer wij onze eigen wilsverlangens achterlaten, onze eigen gedachten en verlangens, dan leggen wij kleine en onbruikbare zaken af, doch wat ons in ruil daarvoor geschonken wordt is oneindig groot.
             De moed van de [opper-]toezichthouders en hun aanhangers zou hen in deze dienen te verheffen. De moeilijkheden in het ascetisch leven zouden – ‘hier en nu’ – vooral vermeld en gedragen dienen te worden door de [opper-]toezichthouder en zijn trawanten daar waar zij door zalving het Mysterie van de monniks- en hegoumen’s-wijding voltrekken.
Ons gehele aardse leven hebben wij de afgelopen decennia niet anders mee-gemaakt dan regelmatig overvallen te worden door de nacht der zonde, duisternis en dichte mist.
Maar omdat Onze Heer en Verlosser, de redder der mensheid is, heeft Hij ons als een kind – de dageraad Zijn Blijde Boodschap – openbaar gemaakt.
conf. 5e Ode, Grote Canon van Andreas van Kreta.

              De Kerk is Het Lichaam van Christus en daarin is: slechts “ Één Heilig, één Heer, tot Heerlijkheid van God, de Vader” en
daar kan geen mens iets aan veranderen.
Bidt daarom onophoudelijk voor de toekomst van het instituut van de Kerk, opdat zij in alle nederigheid in overleg met de navolgers van Christus voor altijd vrucht mag dragen.
♨︎ ➥ ♨︎           “ De ladder” van de heilige Johannes Climacos bevat het volgende verhaal:
Over Isidore [Gr. Ισόδωρος =Geschenk van God]
Een zekere heerser uit Alexandrië ging naar dat ideale coenobium dat Johannes in zijn boek voorstelt, om daar het monastieke leven te gaan leiden.
Nadat hij een week lang in het Klooster had doorgebracht en de enkelgelijke leefwijze van de vaders had gezien, vroeg de hegoumen hem of hij monnik wilde worden.
Verwaand en hard, zoals rijken gewoonlijk zijn, antwoordde hij hem dat hij zich aan hem overleverde, zoals ijzer is overgeleverd aan het aanbeeld van de smid. De herder van het coenobium was tevreden met dit voorbeeld en gaf hem een ascese.
Hij maakte hem poortwachter van het klooster en vroeg hem om een diepe buiging te maken voor ieder die daar inging en uitging, en hem om hun gebeden te vragen en te zeggen dat hij epileptisch was. Deze mens was niet epileptisch.
Logisch gezien lijkt dit een monsterlijk gebod, maar hij aanvaardde dit.
Hij deed zijn hart geweld aan en in het begin was het alsof hij bloed vergoot.
Doch na het verstrijken van één of twee jaar geloofde hij niet alleen wat hij zei, maar verwierf een nog nederiger gedachte. Hij boeg zijn lichaam naar omlaag en zijn gedachte nog lager, en beschouwde zichzelf geheel onwaardig voor de omgang met de heilige vaders van het klooster.
uit: Arch. Zacharias [Zacharou],
het zegelbeeld van Christus in het hart van de mens
uitg. Orthodox Logos, Tilburg [NL] 
.