5e Zondag van de Grote en Heilige Vasten – gedachtenis van de H. Maria van Egypte.

Maria van Egypte, by Dr. Stéphane René

    En wederom nam Hij [onze Heer en Verlosser] de twaalven terzijde en begon tot hen te spreken over hetgeen over Hem zou komen:
           Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen, en zij zullen Hem bespotten en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, en na drie dagen zal Hij opstaan.
            En Jaäcobus en Johannes, de twee zonen van Zebedeus, kwamen tot Hem en zeiden tot Hem: Meester, wij wilden wel dat Gij ons deedt, wat wij U zullen vragen.
Hij zei tot hen:
‘Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?”.
Zij zeiden tot Hem:
‘ Geef ons, dat wij de een aan uw rechterzijde en de andere aan uw linkerzijde mogen zitten in uw Heerlijkheid.
Doch Jezus zei tot hen:
‘ Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik drink, of met de doop gedoopt worden, waarmee Ik gedoopt word?
Zij zeiden tot Hem:
‘ Wij kunnen het’.
Jezus zei tot hen:
‘ De beker, die Ik drink, zult gij drinken en met de doop, waarmede Ik gedoopt word, zult gij 
gedoopt worden, maar het zitten aan mijn rechterzijde of linkerzijde, staat niet aan Mij te geven, maar het is voor hen, voor wie het bereid is.
                     En toen de tien dit hoorden, begonnen zij het Jaäcobus en Johannes kwalijk te nemen.
En Jezus riep hen tot Zich en zei tot hen:
                     Gij weet, dat zij, die regeerders der volken heten, heerschappij over hen voeren, en hun rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het echter onder u niet.
                     Maar wie groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal aller slaaf zijn.
Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar on te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velenMarc.10: 32b-45.

Christus tronend, de Theotokos en Johannes de Doper by Ann Chapin

    Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf.
Want als [reeds] het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden,  hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen?Hebr.9: 11-14.

  Staat recht, let op,
kom dan zo vaak als in je mogelijkheden ligt tezamen om God te danken om Hem
Zijn lof te doen toekomen.
Want wanneer je elkaar regelmatig op dezelfde plaats ontmoet, worden de machten van de tegenstrever/de satan vernietigd, want de vernietiging waar deze onderkruiper naar streeft
wordt voorkomen door de eenheid van jullie gezamenlijk Geloof
”.
Heilige Ignatius van Antiochië

Heilige Zosimas [haar biechtvader] en de heilige Maria van Egypte

De zondag van de gedachtenis van de Heilige Maria confronteert ons met een verhaal/legende welke ons is overgeleverd door Patriarch Sophronius, die het uit de tweede hand heeft, hij vernam deze ‘leven’s-legende, welke gestoeld is op datgene wat de Heilige Zosimas, een biechtvader heeft beleefd, heeft ervaren:
– het is dus in het geheel niet zeker dat de H. Maria van Egypte werkelijk heeft bestaan maar dat deze Heilige gebaseerd is op het leven van de Heilige Maria van Magdala bij wie door de Heer ‘Zelf‘ 12 duivelen zijn uitgedreven; dit levensverhaal heb ik reeds eerder gepubliceerd, daarom vandaag een thema, welke hier zeer nauw mee samenhangt, ‘de Goddelijke Liturgie‘.

Onze Heer zei tegen zijn volgelingen “ga” en dat is exact wat zij de eeuwen door hebben gedaan, ‘de Blijde Boodschap’ overbrengen naar iedereen, die het maar horen wil.

            Christus is in het Evangelie van vandaag onderweg, opgaande naar Jeruzalem en zoals gebruikelijk ging de Heer hen vooruit.
Hij nam het voortouw en zij waren verbaasd en zij, die volgden, waren bevreesd: “    Wat hing hen nu weer boven het hoofd”, want zij gingen het onheil tegemoet, immers de Farizeeërs en Sadduceeërs hadden geen beste plannen met Hem, zij bedreigden hem en dat wisten Christus’ volgelingen maar al te goed.
          Waar Christus vervolgens over spreekt – ondanks het feit dat hij de twee baantjes-jagers op hun plaats zet met de mededeling:
. . . Bij ons in huis [de Kerk] doen wij het niet op die manier – jullie weten dat het er in de wereld anders aan toe gaat, dáár kom je toezichthouders, regenten der volkeren tegen, die heerschappij over anderen voeren en degenen die boven hen gesteld zijn oefenen macht over hen uit.
Maar . . . . . als het aan Mij [Christus] ligt, en Ik neem aan dat dàt nagevolgd wordt, zal degene die groot wil zijn, groot zijn in het dienen en zich van al wat in de wereld gebruikelijk is distantiëren
”.
                 Nu we weten allemaal wat daaruit voortgekomen is, de Kerk is als de wereld geworden en de een is baas over de ander baas, dus ruzie en onenigheid in de Kerk alom.
Maar lòs daarvan gaat onze Heer vèrder met dàtgene wat Hij zich voorgenomen had: “    Hij had immers de twaalf wederom terzijde genomen en had hen willen verkondigen begon tot hen te spreken over hetgeen Hem de komende periode zou overkomen”.

                 En vervolgens onthult onze Heer de geschiedenis, die wij allen kennen uit de gebeurtenissen van de grote en Heilige week.
Onze Heer was als Zoon van God op de hoogte dat Hij nu Hij zou opgaan naar Jeruzalem Hij daar zou gaan lijden en sterven; we kennen dit allemaal want wij beleven dit ieder zondag of door-de-weekse- dagen wanneer er een Goddelijke Liturgie is.
Maar ook de Profeten hebben het een en ander reeds jaren daarvoor voorzegd – en onze Heer, wist dat uiteraard – als mens en joods pedagoog/leraar kende Hij de Schrift van kaft tot kaft.

Het laatste oordeel, koorbank Bolsward

“     Die dag [de Dag des Oordeel’s]  zal zeker komen, brandend als een oven.
Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen slechts stoppels zijn die door de hitte van de dag worden verschroeid – zegt de Heer der Heerscharen. Geen wortel of tak zal er van hen overblijven.
Maar voor jullie die ontzag voor Mijn Naam hebben zal de zon stralend opgaan, de zon die Gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt. Huppelend als kalveren die op stal hebben gestaan zullen jullie naar buiten komen. Dan vertrappen jullie de wettelozen; op die dag die Ik heb voorbereid, zullen zij niet meer zijn dan stof onder jullie voeten, zegt de Heer der Heerscharen.
Houd je aan het onderricht van Mozes, mijn dienaar, aan wie Ik op de berg Horeb regels en wetten heb gegeven, die gelden voor geheel Israël [de Kerk].
Voordat de dag des Heren aanbreekt, die groot is en ontzagwekkend, stuur ik Elia, en hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders. Anders zou ik het land volledig moeten vernietigenMaleachi 3: 19-24.

Het Oude zoals het Nieuwe testament eindigt met de dag des Oordeel’s.
In profetische geschriften zoals Maleachi, wordt het oordeel afgeschilderd als een dag van goddelijke verbranding tegen “allen die goddeloos handelen”: Die dag
    zal zeker komen, brandend als een oven. Wie hoogmoedig zijn of wie zich goddeloos gedragen, zullen slechts stoppels zijn die door de hitte van de dag worden verschroeid – zegt de Heer der Heerscharen. Geen wortel of tak zal er van hen overblijvenMaleachi 3: 19.
            Toch wordt het ook beschreven als een dag van “genezing” en rechtvaardiging voor de rechtvaardigen, voor hen die de naam van de Heer vrezen:
      Maar voor jullie die ontzag voor Mijn Naam hebben zal de zon stralend opgaan, de zon die Gerechtigheid brengt en genezing in haar vleugels draagt. Huppelend als kalveren die op stal hebben gestaan zullen jullie naar buiten komen“ Maleachi 3: 20.
Vandaar dat Maleachi elke generatie aanspoort om te leven in overeenstemming met de Wet van de Heer, zoals eerst aan Mozes gegeven:
      Houd je aan het onderricht van Mozes, mijn dienaar, aan wie Ik op de berg Horeb regels en wetten heb gegeven, die gelden voor geheel Israël [de Kerk]“.
        We dienen uit ontzag voor God’s Naam bij voortduring in al ons doen en laten de Blijde Boodschap te raadplegen, ons doen en laten te toetsen aan de Pedagogie van de Heer, Maleachi 3: 19,20, willen we enige vooruitgang boeken op onze geestelijke weg.

Elia, de Voorloper

               Dàn zal degene die ontzag hebben voor God’s Naam [-het Jezusgebed-] de zon iedere dag stralend zien opgaan, de Zon, Die Gerechtigheid en genezing onder haar vleugels [Psalm 90(91)] voortbrengt.
        Maleachi houdt zijn Volk [en ons] voor dat de Profeet Elia de laatste dag zal aankondigen, komende om het hart van ‘
de Vader naar zijn zoon’ te keren en het hart van ‘een mens naar zijn naasteMaleachi 3: 23. Dat is de reden dat het Joodse volk op de sederavond nog altijd een stoel open laat om Elia te verwelkomen.

                            Teneinde de boodschap van het geestelijk ‘vuur en verbranding’ van Maleachi op ‘deze laatste grote dag’ te begrijpen, wenden we ons tot de waarschuwing van Paulus:

Apostel Paulus, als een asceet in de gevangenis, Rembrandt, Harmenszoon van Rijn ca. 1627

Ziet dan toe, dat gij Hem, die spreekt, [onze Heer en Verlosser, de middelaar van een nieuw Verbond] niet afwijst. Want als genen niet ontkomen zijn, toen zij Hem afwezen, die Zijn God’s-spraak op aarde deed horen, hoeveel te minder wij, als wij ons afwenden van Hem, Die uit de hemelen [spreekt]. Toen heeft Zijn stem de aarde doen wankelen, doch thans heeft Hij een Belofte gegeven, zeggend: ‘Nog eenmaal zal Ik niet slechts de aarde, maar ook de Hemelen doen beven.
       Dit: nog eenmaal, doelt op een verandering der wankele dingen als van iets, dat slechts geschapen is, opdat zal blijven, wat niet wankel is. Laten wij derhalve, omdat wij een on-wankelbaar Koninkrijk ontvangen, dankbaar zijn en hierdoor God vereren op een Hem welbehaaglijke wijze met eerbied en ontzag, want onze God is een verterend vuurHebr.12: 25- 29.

Wat betekent het om te zeggen dat “God een verterend vuur is?”.
       Waarom wuift Maleachi onze harten met beelden van een grote brandende wind terwijl de Heer menselijke wezens vernietigt die naar Zijn eigen beeld zijn gemaakt – in vlammen doet opgaan?
       In Rooms- katholieke kringen wordt met Pinksteren gezongen:
  Geest, Die Vuur en Liefde zijt, Geest die leeft van eeuwigheid,
voortkomt van de Zoon en Vader
[Philioque],
leid, o Heer, ons altijd nader
door uw Liefde, door Uw Licht,
tot Uw heilig aangezicht
”.
       Daarmee wordt verkondigt dat iedereen Die van God houdt, dit herkent.
God is liefde, dus God is vuur.
En vuur verteert allen die niet zelf vuur zijn en maakt helder en glanzend allen die zelf vuur zijn“.
       Degenen die God helder en stralend maakt, hebben, zoals de
heilige Johannes van Climacos van de berg Sinaï zegt:
       een ziel die ‘verlangt en broedt tot de Heer
        met het vuur van liefde
” uit de Ladder stap 30.
Toch vernietigt God de zonde.
In het gebed tijdens de Goddelijke Liturgie voorafgaand aan  de Orthodoxe ontmoeting met onze Heer en Verlosser vraagt  de Byzantijnse hagiograaf
Συμεών Μεταφραστής [Simeon Metaphrastes (de vertaler)] Zijn Schepper:

Maria van Egypte en de beker van het Heil

       Zie, ik nader tot de Goddelijke gaven [Communie].
Verschroei mij niet, mijn Schepper door deze gemeenschap.
Gij zijt immers een vuur, dat de onwaardigen verteert.
Maar reinig mij van alle smet.
        Huiver, sterveling, bij het aanschouwen van het Goddelijk Bloed.
Het is een vuur, dat de onwaardigen verbrandt.
Maar het Goddelijk Lichaam maakt ook mij tot God[-dragend], en is mijn voedsel.
Het neemt mijn geest op in God, en
voedt wonderbaar mijn verstand
”.

       Dit bovenstaande dient tot op het bot te worden ervaren en daarom kent de Orthodoxie niet, hoewel het ook ons pijn doet, zoals andere christelijke kerken een praktijk van “eucharistische gastvrijheid” – wordt in de Russische traditie stelselmatig het Mysterie van de Biecht afgenomen, voorafgaand aan het communiceren. Daarom ontvangt een kind, dat zo juist gedoopt is als volwaardig lid en navolger van Christus, het Lichaam en Bloed van Christus.
       In dit gebed klinkt de aloude roep door:
      Hoor, Israël, de Heer, onze God, de Heer is een, en
gij zult de Heer, uw God, liefhebben 
uit geheel uw hart en
uit geheel uw ziel en uit 
geheel uw verstand en uit geheel uw krachtMarc.12: 30.
Wij Orthodoxen smeken op onze blote knieën, net als het Joodse Volk en de Heilige Simeon, dat onze Heer en Heiland ons reinigt.
We zijn absoluut overtuigd dat de “Zon der gerechtigheid” is Opgestaan en dat wij beschutting vinden onder zijn vleugelen
– beschutting betekent dat wij als vanzelfsprekend genezing/ reiniging van onze zonden verkrijgen – ​​”met genezing onder zijn vleugelsMaleachi 3: 30.

Iedereen die [bij de doop] gezalfd is “tot genezing van lichaam en ziel” door “het horen van het Geloof“, heeft zich met “Christus bekleed”, heeft Christus aangedaan – is navolger van Christus geworden.
Wanneer deze zijn kledingstuk van onvergankelijkheid zuiver en ongeschonden heeft bewaard, dankzij de Goddelijk ontvangen Genadegaven – kàn niet anders dan – dankbaar zijn voor de overvloed aan Liefde, Die hij/zij uit de hoge mag ontvangen.
De vier Evangeliën staan vol met verslagen over de genezingen die door onze Heer en Verlosser tot stand zijn gebracht. Talloze gelovigen zijn teruggebracht tot hun juiste gedachten en in hun harten gevestigd door Zijn Genadige aanraking.

De grote dag van de Heer zal worden aangekondigd door de terugkeer van Elia de profeet: “die vóór zijn verwekking geheiligd was. . . engel van lichaam en vurige intelligentie. Die Hemelse ascetische mens en voorloper van de wederkomst van Christus.
“Johannes de Doper waarschuwt zijn generatie in de geest en kracht van Elia” Luc.1:17 dat de Messias komt om te leggen Zijn bijl “aan de wortel van de bomen“, want “elke boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur gegooid Matth.3: 10.
Christus vergelijkt op zijn beurt Johannes de Doper met Elia:
Maar ik zeg u dat Elia ook is gekomen, en
zij deden met hem wat zij wilden,
zoals van hem geschreven is
Marc. 9:13.
Laten we daarom de morele wetten gedenken die door God zijn gegeven door zijn dienaar Mozes.
De verordeningen die Hij op Horeb bevolen heeft zijn voor heel Israël [Kerk]
– de mensen van het Oude en het Nieuwe Verbond.

Navolger van Christus

Navolger van Christus en welbevinden

Een navolger van Christus is iemand die zoekt en telkenmale door de Heer wordt gezocht, iemand die luistert en naar wie geluisterd wordt.
Hij/Zij weerspiegelt zijn tijd en staat er toch buiten, een navolger van Christus is altijd alert en nooit onverschillig.
Hij/Zij is zowel boodschapper van God voor de mensen als
de boodschapper van de mensen bij God.
In zijn/haar (half-)slaap/gebed verneemt hij/zij z’n/haar opdrachten, op het eerste gezicht maar een tragisch eenzaam figuur:
Hij/Zij probeert de hoogste graad van zelfverwerkelijking te bereiken.
Hij/Zij geeft zich totaal over aan God.
Hij/Zij weet alles [door gebed] uit de Eerste Hand;
Hij/Zij wordt daardoor God’s klankbord e
n daardoor heeft hij/zij de kenmerken:
Hij/Zij treedt nimmer juichend van blijdschap op,
zelfs niet in zijn/haar triomf.
Hij/Zij valt niet op ondanks z’n/haar krachtig uiterlijk en welluidende stem.
Hij/Zij is fysiek sterk maakt daardoor indruk op z’n/haar omgeving.
Hij/Zij komt op als een legende voor en wordt weer tot een legende.
Hij/Zij is een tijdgenoot van iedereen komt onverwacht uit de hoek.
Hij/Zij draagt eenvoudige kleding met ’n lederen een gordel om zijn lenden.
Hij/Zij heeft weinig balast als bagage, soms een stok in de hand, soms lang haar,
soms geitenharen sokken en sandalen.
Hij/Zij is werkloos, dakloos en daardoor veelal niet gehuwd, danwel is hij/zij gehuwd als beeltenis van zijn/haar Verbond met God.
Hij/Zij komt met weinig of niets rond.
Hij/Zij is taai, stormachtig, meedogenloos, kortaangebonden, onbuigzaam,
hoewel hij/zij zeer vredelievend van aard is.
Hij/Zij luistert heel goed naar iemand.
Hij/Zij geeft met korte overduidelijk zinnen te kennen wat hij/zij bedoelt.
Hij/Zij is de eenzaamste mens ter wereld, leeft met de onzichtbare God.
Hij/Zij heeft een afkeer van zwakte en compromissen.
Hij/Zij roept vrees en afschuw op.
De trotsen dienen naar zijn/haar mening te buigen; de nederigen zullen altijd worden bemoedigd.
Hij/Zij strijdt tegen onrecht/ en Hij/zij verbindt zich met alle joods-, christelijke stromingen.
Hij/Zij behoort slechts toe aan God.

4e ode van het Triodion van Josef, metten 5e donderdag:
  In onthouding hebben de door Christus verlichte Apostelen samengeleefd.
Door hun Goddelijke Voorspraak maken zij ons vasten licht
”.

  Het door God geïnspireerde koor der navolgers van Christus
deed het lied van de Verlossing weerklinken als een 12-snarige harp en
verbrak daardoor de toverzangen van den boze
”.

  Door de stormvloeden van de Heilige Geest hebt U, o Heer en Meester van ons leven,
al wat onder de zon is beproefd.
Daardoor hebt Gij de dorheid van het veelgodendom verdreven
”.

Theotokion
  Schenk mij nederigheid, Alreine en
red mij uit mijn hoogmoedig leven:
gij hebt immers Hem gebaard, Die
de vernederde natuur
weer heeft verheven

Triodion van Theodorus
  Eerbiedwaardige Apostelen, smeek tot de Schepper van de kosmos
dat Hij Zich ontfermt over ons, die u bezingen
”.

  Als arbeiders van Christus, gij heilige navolgers van Christus, hebben jullie
heel de akker der wereld bewerkt door jullie onderricht en
daarin het Goddelijk Woord geplant.
Voortdurend brengen jullie Hem de vruchten en zijt daardoor zelf wijngaard geworden
voor Hem die jullie zo zeer beminnen;
en de wijn van de Heilige Geest hebben jullie doen vloeien voor heel de wereld
”.

  Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest”.

  Beginloze, Uzelf gelijkende, Heilige Almachtige Drieëenheid:
Vader, Woord en Heilige Geest; God, Licht en Leven:
behoed Uw kuddeke
”.

  Nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.   Amen“.

Akathist Hymn tot de Theotokos

  Verheug u, Vlammen-troon;
verheug u, licht-dragende Kandelaar;
verheug u, berg van heiliging;
gij zijt de ark van het Leven,
de Heilige tent van het Leven
”.