Woensdag ná Zondag van Johannes Climacos – vooràfgaand aan Zondag van H. Maria van Egypte

God respects our freedom and does not force us to love or follow Him

    Wie heeft dit bewerkt en tot stand gebracht?
Hij, Die de geslachten van de aanvang af heeft geroepen;
Ik, de Heer, Die de eerste ben, en bij de laatsten ben Ik dezelfde.
De kustlanden [de Lage Landen?] zagen het en werden bevreesd; de einden der aarde sidderden, zij naderden en kwamen nabij; de een hielp de ander en zei tot zijn makker: ‘Houd moed!’.
De werkman bemoedigt de goudsmid; wie met de hamer plet, bemoedigt degene die op het aambeeld slaat, en hij zegt van het soldeersel: ‘Het is goed’. Daarop bevestigt hij het met spijkers, opdat het niet wankele.
       Maar gij, Israël, Mijn knecht, Jaäcob, die Ik verkoren heb, nakroost van mijn vriend Abraham,
Gij, die Ik gegrepen heb van de einden der aarde en geroepen uit haar uithoeken, tot wie Ik zei:
‘ Gij zijt mijn knecht, Ik heb u verkoren en u niet versmaad; vrees niet, want Ik ben met u; zie niet angstig rond, want Ik ben uw God. Ik sterk u, ook help Ik u, ook ondersteun Ik u met mijn heilrijke rechterhand. Zie, allen die tegen u in woede ontstoken zijn, staan beschaamd en worden te schande; de mannen die u bestrijden, worden als niets en komen om; gij zult hen zoeken, maar niet vinden, de mannen die u bestoken; zij worden als niets, ja vernietigd, de mannen die tegen u oorlog voeren.
       Want Ik, de Heer, uw God, grijp uw rechterhand vast; die tot u zeg: Vrees niet, Ik help u.
Vrees niet, gij wormpje Jaäcob, gij volkje Israël! Ik ben het, Die u help, luidt het Woord des Heren, en uw Verlosser is de Heilige van Israël.  Zie, Ik stel u tot een scherpe, nieuwe dors-slede met dubbele sneden; gij zult bergen dorsen en verbrijzelen, en heuvelen zult gij tot kaf maken“ Isaiah 41: 4-14.

Abram een met God rondtrekkende nomade by Francesco Bassano

    Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de Heer aan Abram en zei tot hem:
      Ik ben God, de Almachtige, wandel voor Mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal Mijn Verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken.
  Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem:
      Wat Mij aangaat, zie, Mijn Verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal Mijn Verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig Verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft het ganse land Canaän, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn.
Voorts zei God tot Abraham:
‘En wat u aangaat, gij zult Mijn Verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachten
“ Gen.17: 1-9.

    Een wijs zoon verheugt de vader, maar een dwaas van een mens veracht zijn moeder.
Dwaasheid is vreugde voor de verstandeloze, maar een mens van verstand houdt de rechte weg.
Plannen ‘mislukken’ bij gebrek aan overleg, maar door de veelheid van raadgevers komt iets tot stand.
Iemand heeft vreugde, als hij een gepast antwoord geeft, en hoe goed is een woord op zijn tijd!
Het pad des levens gaat voor de verstandige opwaarts, opdat hij ontwijke het dodenrijk beneden.
Het huis der hoogmoedigen breekt de Heer [systematisch] af, maar Hij maakt de grenspaal der weduwe vast.
De plannen van de boze zijn de Heer een gruwel, maar liefelijke woorden zijn rein.
Wie hunkert naar onrechtmatige winst, vernielt zijn eigen huis [kerk]; maar wie geschenken haat, zal leven.
Het hart van de rechtvaardige overweegt, wat hij zal antwoorden, maar de mond der goddelozen stort boosheden uit.
Ver is de Heer van de goddelozen, maar het gebed der rechtvaardigen hoort Hij.
Vriendelijk stralende ogen verheugen het hart; een goede tijding verkwikt het gebeente.
Het oor, dat luistert naar de terechtwijzing die ten leven is, zal vertoeven te midden der wijzen.
Wie de tucht in de wind slaat, veracht zijn leven; maar wie naar terechtwijzing luistert, verkrijgt verstand.
De vreze des Heren voedt op tot wijsheid, en deemoed gaat vooraf aan de eer.
De mens heeft overleggingen des harten, maar het antwoord der tong is van de Heer.
Al iemands wegen zijn rein in zijn ogen, maar de Heer toetst de geesten.
Beveel de Heer uw werken, dan zullen uw voornemens gelukken.
De Heer heeft alles gemaakt voor zijn doel, ja, zelfs de goddeloze voor de dag des kwaads.
Iedere hooghartige is de Heer een gruwel; voorwaar, hij blijft niet ongestraft.
Door liefde en trouw wordt de ongerechtigheid verzoend, door de vreze des Heren wijkt men van het kwaad.
Als iemands wegen de Heer behagen, doet Hij zelfs diens vijanden vrede met hem maken.
Beter een weinig met gerechtigheid, dan grote inkomsten met onrecht.
Het hart des mensen overdenkt zijn weg, maar de Heer bestiert [bestuurt] zijn gang“ Spreuken 15: 20;16: 9.

    Rechtvaardigen juicht in de Heer; de Gerechten past lofzang.
Belijdt den Heer op de harp, zingt een Psalm voor Hem op de tiensnaar.
Zingt voor Hem een nieuw lied, zingt goed het overwinningslied.
Want recht is het Woord des Heren, al Zijn werken zijn trouw.
De Heer bemint goedertierenheid en recht; de barmhartigheid des Heren vervult de aarde.
Door het Woord des Heren staan de hemelen vast; door de adem van Zijn mond al hun krachten. Als in een wijnzak verzamelt Hij het water der zee, in Zijn schatkamers bergt Hij de afgrond. Dat heel de aarde de Heer zal vrezen, dat voor Hem beven alle bewoners der wereld.
Want Hij sprak, en alles ontstond; Hij gebood, en het heelal werd geschapen.
De Heer verijdelt de plannen der heidenen, Hij verwerpt de gedachten der volkeren en de   voornemens der vorsten.
Maar het plan des Heren blijft in eeuwigheid; de gedachten van Zijn hart houden stand van
geslacht tot geslacht.
Zalig het Volk, wiens God de Heer Zelf is: het Volk dat Hij zich tot erfdeel verkiest.
De Heer ziet neer uit de hemel, Hij aanschouwt alle zonen der mensen.
Uit Zijn eeuwige woonplaats ziet Hij neer over allen die de aarde bewonen.
Hij vormt ieders hart afzonderlijk; Hij begrijpt al hun werken.
Een koning wordt niet gered door veel troepen, een reus niet door zijn overvloedige kracht. Onbetrouwbaar ten behoud is een paard, zelfs al zijn kracht brengt geen zekere redding.
Zie de ogen des Heren lichten over hen die Hem vrezen, die vertrouwen op Zijn Genade[-gaven]. Om hun ziel aan de dood te ontrukken, om hen te voeden ten tijde van gebrek. Onze ziel verbeidt de Heer, want Hij is onze Helper en Beschermer.
Want in Hem verheugt zich ons hart, wij vertrouwen op Zijn heilige Naam.
Heer, Uw Barmhartigheid zal over ons komen, zoals wij vertrouwen op U
Psalm32[33] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

 

‘Komt allen tot Mij en Ik zal u rust geven’

Heeft God wel een uitverkoren Volk?
Het antwoord op deze vraag kunnen we alleen maar vinden in de Blijde Boodschap, de Heilige Schrift welke de Goddelijke Pedagogie heeft vastgelegd.
Wanneer je dit onderwerp bestudeert in het licht van de Blijde Boodschap, welke door God geïnspireerde mensen is geschreven dan zal je ontdekken dat het misschien in tegenspraak is met wat je hebt tot nog toe hebt geleerd.
Of je nu Nederlander bent Griek, Rus, Roemeen, Serviër of Syriër, die allemaal op de een of ander manier wel behoorlijk nationalistisch geïndoctrineerd zijn – kijk maar bij voetbalwedstrijden en de Olympische spelen.
Wat betekent de uitdrukking “uitverkoren” eigenlijk?
Velen denken dan onmiddellijk aan Israël en klopt dit wèl helemaal, want ook de Israëliërs laten van zich spreken, al is het alleen maar ten opzichte van de Palestijnen. De Blijde Boodschap is heel wat genuanceerder, Die zegt;
    Wanneer de Heer, uw God, u in het land gebracht zal hebben, dat gij in bezit gaat nemen, en Hij voor u uit vele volken verdreven zal hebben, de Hethieten, de Girgasieten, de Amorieten, de C
anaänieten, de Perizzieten, de Chiwwieten, en de Jebusieten, zeven volken, talrijker en machtiger dan gij, en de Heer, uw God, hen aan u overgeleverd zal hebben, zodat gij hen [geestelijk of in werkelijkheid onderdrukt] verslaat, dan zult gij hen volkomen met de ban slaan [ja, zij zullen in de ban vallen en ook jullie God aanbidden]; gij zult met hen geen Verbond sluiten [geen enkel compromis, geen gepolder] en hun [hierin] geen Genade verlenen.
Gij zult u ook met hen niet verzwageren
[familieverbanden met hen aangaan]; uw dochters zult gij aan hun zonen niet geven, noch hun dochters nemen voor uw zonen; want zij zouden uw zonen van Mij doen afwijken, zodat zij andere goden zouden dienen, en de toorn des Heren tegen u zou ontbranden en Hij u weldra zou verdelgen.
Maar aldus zult gij met hen doen: hun altaren [datgene wat zij als god, als idolen hebben] zult gij afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen, hun gewijde palen  omhouwen en hun gesneden beelden met vuur verbranden.
Want gij zijt een Volk, dat [slechts] de Heer, uw God, heilig is; u heeft de Heer, uw God, uit alle volken op de aardbodem uitverkoren om zijn eigen volk te zijn [God is dus dè God boven àl de wereldse goden]. Niet, omdat gij talrijker waart dan enig ander volk, heeft de Heer Zich aan u verbonden en u uitverkoren; veeleer zijt gij het kleinste van alle volkenDeut 7: 1-7.

  • Voor alle Volkeren der aarde, for all the People of the World

        “Want gij zijt een volk, dat de Heer, uw God, Heilig is; ú heeft de Heer, uw God, uit alle volkeren op de aardbodem uitverkoren om Zijn Eigen Volk te zijn”                  – tegen wie was dit gesproken?

  •     Hoor dan, Israël [Kerk], en onderhoud ze [al Zijn inzettingen en geboden] naarstig, opdat het u wèl ga, en opdat gij zeer talrijk wordt, zoals de Heer, de God van uw vaderen, u heeft toegezegd, in een land, vloeiende van melk en honig. Hoor, Israël: de Heer is onze God; de Heer is één!Deut.6: 3,4.
    Het laat dus zien dat God als de Énige God van Hemel en aarde gezien dient te worden en dat dit is uitgesproken tegen Israël [de Kerk]. In die tijd bestond Israël uit een volk dat met Mozes uit Egypte [uit de woestijn kwam], uit de ellende, toen zij “  vermoeid en belast waren, en God hen slechts rust kon komen verlenen
    Ja, ook zij dienden als God’s Volk “Zijn juk op zich te nemen en van God te leren van Mij, want alleen Hij is en zal Zachtmoedig en Nederig zijn van hart en op die wijze zullen zij rust vinden voor hun zielenMatth.11: 27,28.
    Daarom heeft God hen uitverkoren om voor Hem een eigen Volk te zijn uit al de volkeren, die op de aarde wonen.
    Wanneer je dit weet valt het begrip in de tekst van Isaiah op z’n plaats – zelfs voor ‘ Benjamin Netanyahu’ de president van het huidige Israël en al z’n voorgangers; het is ook hier het oude liedje – het is de schuld van de hang naar Macht, naar het kapitaal.
          O Jaäcob, O Israël [nog] weinig [van over] in getal, Ik zal je helpen, en Ik zal u verlossen, o Israël” zo zegt God. Tijdens een intense vervolging van de nieuw gevormde kerken in Klein-Azië, schreef ook de apostel Petrus dit om zijn belegerde gemeenten aan te moedigen en herinnerde hen eraan dat
    zij uitverkorenen waren, van het nieuwe Verbond in Christus, de Zoon van God”.

    Wilde stier op de Ishtar poort van Babylon

    Dit wordt nog eens dunnetjes herhaald in de bisschoppelijke dienst, wanneer de toezichthouder uit roept:
    Heer, ontferm U, over uw Gemeenschap, Die Gij vanaf den beginne hebt gegrondvest
    oftewel: ” Heer, red a.u.b. Uw Gemeenschap uit de mùil van de léeuw, bescherm ons tegen de horens van de wilde stier
    [De wilde stier (Hebr.= תְּאוֹ) wordt ook wel met “wilde os“, of in oudere vertalingen met “eenhoorn” vertaald. Tegenwoordig gaat men ervan uit dat het om de uitgestorven oeros (Bos primigenius) gaat],
    Wie heeft de eenhoorn zijn vrijheid gegeven, wie heeft hem van zijn banden bevrijd?Job 39: 9-13.
    Want Christus Zelf geeft ons heden ten dage het antwoord op deze dringende oproep:
    ➥➥➥ ” Hij heeft de Almacht van de Vader gekregen om eeuwig leven te schenken”. Dit is -hier en nù- “ het eeuwige leven, dat zij [de volkeren] U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt”.
    En wat dàt aangaat komen zowel wij als christenen met de Joodse bevolking en al de arabische volkeren op één lijn uit, want ook zij hebben in oorsprong in ‘Die Éne God’. Wanneer je de Blijde Boodschap bestudeert kom je uiteindelijk bij de Waarheid uit en laat je jezelf niet meer voor het een of het andere karretje spannen.
        Gij, zaad van Abraham, Zijn dienaren; zonen van Jaäcob, Zijn uitverkorenen”      Hij voerde Zijn Volk uit met gejubel, Zijn uitverkorenen met blijdschapPsalm 104[105]: 6,43 vert. ROK. ’s-Gravenhage.

God roept iedereen, niemand uitgezonderd

Net als in de dagen van Isaiah en Petrus, zijn we met die andere volkeren -nòg stééds- het Volk van God, we laten ons alleen door “de horens van de wilde stier”, de machtigen der aarde, ophitsen. Zij spinnen goed garen bij de chaos, die zij zelf met hun [wapen-]handel en mooie praatjes in stand houden.
Merk op dat de Profetieën van Isaiah dezelfde essentiële boodschap dragen als de brief van de heilige Petrus. God geeft deze geïnspireerde geschriften om Zijn Volk aan te moedigen. Beide mannen schreven terwijl vijanden tegen hen streden.
Beiden verzekerden God’s Volk dat ‘zij’ de uitverkorenen van God waren en dat de Heer hen zou verlossen van elke aanval.

Christus en de twaalf Apostelen

De mensen moesten en moeten niet bang zijn maar eerder op Hem vertrouwen.
Wij putten hier ook moed uit in onze strijd van deze vastentijd, want we zijn ook leden van de uitverkorenen mensen van God.
Laten we luisteren naar de boodschap van de profeet Isaiah.
Andere mensen kunnen afhankelijk zijn van allianties, maar wij behoeven dat in het geheel niet te doen, want:
– God is met ons – “.
Vijanden van de Kerk en van de mensheid tellen uiteindelijk voor niets, want God Zelf verlost 
ons.

Isaiah wist dat de naties aan de oostelijke Middellandse Zee ontregeld werden door opeenvolgende invasiegolven en veroveringen. Ze vreesden de grote rijken die ten oosten van Mesopotamië lagen, tussen de Tigris en de Eufraat rivieren, zie Isaiah 41: 5. Als een profeet stelt Isaiah de vraag van de Heer aan Zijn uitverkoren Volk in het land Juda en aan ons:
    Wie heeft deze invasies ‘
bewerkt en uitgevoerd’, en deze rijken
vanaf het begin van de geschiedenis in het leven geroepen?Isaiah 41: 1-4.
En op deze vraag geeft Isaiah het antwoord van God Zelf:
Ik, God, ben de eerste en in de toekomst ben IkIsaiah 41: 4.

Onze Heer en Verlosser, Die een weg door de zee maakte, een pad door machtige wateren.

Isaiah onderzoekt de manier waarop de mensen van  de kustgebieden reageren op deze bedreigingen en vondsten:
Een ieder die voor zijn buurman oordeelt, dat hij zijn broer zou kunnen helpenIsaiah 41: 6. Met andere woorden, ze vertrouwden daar op allianties en een beroep op afgoden om hen te redden.
Ambachtslieden en hun toezichthouders maakten er immers afgoden en tempels [kerken] van:
ze zijn vastgemaakt met spijkers. Ze regelden ze en ze zullen niet worden verplaatst” Isaiah 41: 6.
Met andere woorden, ze vertrouwden op ‘hun eigen inspanningen’ om het Volk te redden.
De ware bron van moed voor God’s Volk is echter in elke omstandigheid de Heer en Verlosser, Die ons persoonlijk heeft uitgekozen als erfgenamen van Zijn belofte aan Abraham Isaiah 41: 8.
Wat ons ook overkomt, we dienen altijd te luisteren naar het gegeven Woord,
de Blijde Boodschap, net zoals die overleden priester van afgelopen zaterdag
– altijd en immer een bijbeltje bij de hand had om in welke situatie dan ook
alles wat je tegen komt te toetsen aan het Woord van God.
Wij mensen zijn ‘niet’ degenen die onze zaken regelen Isaiah 41: 9, want God zegt ons:
Ik zal helpen en beveilig je” tegen Isaiah 41: 10, lees daar maar.
Voel jij je zwak en verlaten? Ben jij vermoeid en belast? . . . . . Hij verzekert je dat
al je tegenstanders beschaamd en te schande gemaakt zullen wordenIsaiah 41: 10
Loop dus niet gebukt en gebogen, kruip niet in het rond op zoek naar hulp,
maar bid in alle omstandigheden tot de Heer onze God en luister naar Hem die zegt: “
zij zullen allen worden als niets, alsof ze niet bestondenIsaiah 41: 11.
Allerlei dagelijkse gebeurtenissen kunnen ons tot waanzin brengen en dreigen ons te overweldigen, maar – ‘God is met ons’ – .
Wij, uitverkorenen hebben “één God, Die Heilig is, tot Heerlijkheid van God de Vader“, Die ons door alles heen kan dragen in dit leven, zelfs de dood.
Onze ergste vijanden zijn onze eigen angsten en de influisteringen van de boze die ons ertoe aanzet om te sidderen en te beven, om ons heilige Geloof in God op te geven en om alles als een aantrekkelijke oplossing aan te nemen – behalve God.
De Heer, onze God en Verlosser belooft ‘Zijn uitverkoren Volk‘ dat de machten van
uw tegenstanders beschaamd zullen worden en onteerd” door onze Heer en Verlosser Zelf Isaiah 41: 11.
Laat al die hoogwaardigheidsbekleders dus maar begaan, de tijd zal het leren.
Aanslagen op Gods volk – in de vorm van ziekte, het ‘systeem’, de ‘stijgende prijzen‘, ‘het verlies van dierbaren‘, ‘armoede‘, ‘kommer en kwel‘ – “zullen zijn alsof ze niet bestondenIsaiah 41: 12.
De waarachtige strijd om jouw Trouw en behoudt van het Geloof speelt zich af in je hart. “God houdt jouw rechterhand vast en zegt tegen jou: ‘Vrees niet’Isaiah 41: 13.
Luister en Geloof terwijl Hij verklaart:
O Jaäcob, Israël weinig in aantal, ik zal u helpen en ik zal u verlossen
tegen Isaiah 41: 14, lees maar.
Weet wèl, dat hèt doel van jouw uitverkiezing de dienstbaarheid aan God is en
wanneer de dienstbaarheid haar betekenis verliest en dus faalt . . . . . dàn kan de Kerk wel inpakken en de deuren sluiten.

“     Doch het zal geschieden, wanneer de Heer zijn gehele werk op de berg Sion en in Jeruzalem voleindigd heeft, dat
Ik de vrucht der hooghartigheid van de koning van Assur bezoeken zal en
de trots van zijn hovaardige ogen, omdat hij gedacht heeft:
‘     Door de kracht van mijn hand heb ik het gedaan en door mijn wijsheid, want ik ben verstandig; daarom wis ik de grenzen der volken uit, plunder hun voorraden en stoot als een stier de inwoners neer. Ja, mijn hand greep naar het vermogen der volkeren als naar een vogelnest, en zoals men verlaten eieren opraapt, raapte ik de ganse aarde weg, en er was niet een die een vleugel verroerde, de snavel opendeed of piepte’
Isaiah 10: 12-14 [uit de lezing van vorige week woensdag]

Apolytikion
tn.1.
    Heer, red Uw Volk en zegen Uw erfdeel;
en bescherm Uw Gemeenschap door Uw Kruis
”.