Maandag na Zondag van Johannes Climacos – voorafgaand aan Zondag van H. Maria van Egypte

    Daarom, zo zegt de Heer van de koning van Assur [Hebr.= ‘een stap‘] :
hij zal in deze stad niet komen; hij zal geen pijl daarin schieten, geen schild daartegen opheffen en geen wal daartegen opwerpen.
Langs de weg die hij gekomen is, zal hij terugkeren, maar in deze stad zal hij niet komen, luidt het Woord des Heren.
En Ik [de Heer] zal deze stad beschutten om haar te verlossen om Mijnentwil en ter wille van Mijn knecht David.
Toen ging de Engel des Heren uit en sloeg in het leger van Assur honderd-vijfentachtig-duizend man. Toen men vroeg in de morgen opstond, zie, zij allen waren lijken.
Dus brak Sanherib, de koning van Assur, op en aanvaardde de terugtocht; en hij bleef te Nineve.
       Eens, toen hij zich neerboog in de tempel van zijn god Nisrok, doodden zijn zonen, Adrammelek en Sareser, hem met het zwaard; doch zij ontkwamen naar het land Ararat.
Zijn zoon Esarhaddon werd koning in zijn plaats.
       In die dagen werd Hizkia ten dode toe ziek. Toen kwam de Profeet Isaiah, de zoon van Amoz, tot hem en zei tot hem:
  Zo zegt de Here: tref beschikkingen voor uw huis, want gij zult sterven en niet herstellen’.
Toen keerde Hizkia [Hebr.=’ de Heer is mijn kracht’]zijn gelaat naar de wand en bad tot de Heer en zei:
Ach, Heer, gedenk toch, dat ik voor uw aangezicht in trouw en met een volkomen toegewijd
hart gewandeld heb en gedaan heb wat goed is in uw ogen. En Hizkia weende luid.
Toen kwam het Woord van de Heer tot Isaiah:
       Ga en zeg tot Hizkia: zo zegt de Heer, de God van uw vader David: Ik heb uw gebed gehoord, Ik heb uw tranen gezien; zie, Ik zal aan uw levensdagen vijftien jaar toevoegen, en Ik zal u en deze stad uit de macht van de koning van Assur redden en deze stad beschuttenIsaiah 37: 33- 38: 6.

Abram een met God rondtrekkende nomade by Francesco Bassano

    Abram bleef wonen in het land Canäan en Lot vestigde zich in de steden van de Streek, en sloeg zijn tenten op tot bij Sodom.
       De mannen van Sodom nu waren zeer slecht en zondig tegenover de Heer.
En de Heer zei tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had:
      ‘ Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor al de tijden geven.
En Ik zal uw nageslacht maken als het stof van de aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen, ook uw nageslacht te tellen zou zijn.
Sta op, doorwandel het land in zijn lengte en breedte, want u zal Ik het geven’.
       Daarna sloeg Abram zijn tenten op en ging wonen bij de terebinten van Mamre bij Hebron, en hij bouwde daar een altaar voor de HeerGen.13: 12-18.

Life-Giving Spring, with Christ & the Theorokos invisibly sanctifying the waters

    De vreze des Heren is een bron des levens, om de strikken van de dood te ontwijken.
In de menigte van Volk is de heerlijkheid van de koning Heerlijkheid, maar in gebrek aan onderdanen ligt de ondergang van de machthebber.
De lankmoedige is groot van verstand, maar wie kortaangebonden is, hoopt dwaasheid op.
Een zachtmoedig hart is leven voor het vlees, maar jaloersheid is vertering voor de beenderen.
Wie de behoeftige verdrukt, smaadt diens Maker; maar wie zich over de arme ontfermt, eert Hem.
In zijn rampspoed wordt de goddeloze geveld, maar de rechtvaardige vindt zelfs in zijn dood een schuilplaats. In het hart van de verstandige rust de wijsheid, zelfs te midden der zotten wordt zij onderkend. Gerechtigheid verhoogt een volk, maar zonde is een schandvlek van de natiën.
Het welgevallen van de koning valt een verstandig dienaar ten deel, maar hem die zich schandelijk gedraagt, treft zijn verbolgenheid.
Een zacht antwoord keert de grimmigheid af, maar een krenkend woord wekt de toorn op. De tong der wijzen brengt degelijke kennis voort, maar de mond der zotten stort dwaasheid uit.
De ogen des Heren zijn aan alle plaatsen, opmerkzaam acht gevend op kwaden en goeden.
Zachtheid van tong is een boom des levens, maar valsheid in haar is een verderf in de geest“  Spreuken 14: 27-15: 4.

    Onze God is toevlucht en kracht, Hij is een Helper in de beproevingen die zo hevig over ons zijn gekomen.
Daarom vrezen wij zelfs niet tijdens een aardbeving,
⁌   als de bergen geworpen worden in het hart van de zee.
⁌   als de wateren brullen en woest dooreen woelen,
⁌   als de bergen geschokt worden door Zijn macht.
Het zwellen van de rivier verblijdt de stad Gods: de Allerhoogste heiligt Zijn woontent.
God is in haar midden, zodat zij niet wankelt; God helpt haar bij het eerste ochtendlicht.
De natiën ontstelden, koninkrijken storten ineen; de Allerhoogste liet Zijn stem weerklinken, de aarde wankelde. 
De Heer der krachten is met ons; onze Beschermer is de God van Jaäcob [/Israël (Kerk)].
Komt en aanschouwt Gods werken: de wonderen die Hij op aarde verricht.
Hij doet oorlogen ophouden tot aan de grenzen der aarde.
Hij zal de boog breken, de wapens verbrijzelen, en de schilden verbranden in het vuur.
Leert en weet dat Ik God ben:
Ik wordt verheven onder de volkeren, verheven over de aarde.
De Heer der krachten is met ons; onze Beschermer is de God van Jaäcob
Psalm45[46] vert. ROK. ’s-Gravenhage.

God zal onze stad beschermen, om het te redden voor ons eigen bestwil en omwille van Zijn dienaar David.
Onze Heer en Verlosser geeft ons de moed om en blijft ons moed inspreken, zelfs in het midden van overweldigende omstandigheden, onze beproevingen en kwellingen.  Ondanks alle tegengestelde doeleinden en plannen van de mensen, geeft Hij een sterke zekerheid.
Alles wat ons overkomt wanneer wij ons in de gekste omstandigheden in de handen van mensen bevinden, gebeurt uiteindelijk voor/tot winst en tot eer van God”, Zo luidt een van de uitspraken van de Servische toezichthouder Nikolaj Velimirović Николај Велимировић] in de proloog van Ochrid.
Laten wij ontwaken en ons onophoudelijk openstellen voor voor de aan-houdende, niet-aflatende liefderijke Goedheid die we elk moment van de dag en bij elke draai in ons leven maar weer van God ontvangen.
Wanneer je bovenstaande passage van de Profeet Isaiah leest, neem je voorzeker de Blijde Boodschap ter harte:
God ondersteunt Zijn Volk ten alle tijde, omdat Hij van ons houdt“.
Zijn Verbond met Zijn Christelijke Gemeenschap – en met elk individueel lid ervan – zal standhouden tot en met de einden der tijden, tot in de eeuwen der eeuwen.

Isaiah verhaalt ons dat de stad Jeruzalem uit de belegering door het Assyrische leger werd bevrijd toen de dood het Assyrisch kamp in de nacht overviel, ​​waarschijnlijk als gevolg van een verwoestende pest.
Er waren geen alternatieven voor hem:
”  Sanherib [Hebr.= doorn, klei of dofheid], vertrok en keerde terug naar Nineve” [Hebr.= ‘ verblijf van Ninus, de stichter van het Assyrische rijk],
de koning van de Assyriërs rijk, welke vele volkeren aan zich onderwierp en woonde daar”. Hoe en waarom kon deze ommekeer gebeuren?
God legt het via de Profeet Isaiah uit:
Ik zal deze stad beschermen, om het te redden voor Mijn eigen bestwil en omwille van Mijn dienaar David“.

Jerusalem, miniatur der stadt im jahre 33

We weten dat Jeruzalem, het onneembare bastion van het oude verbondsvolk, later werd verwoest en haar burgers worden tot slaaf gemaakt door de Babyloniërs.
Maar we weten ook dat zelfs in de vorige eeuw, toen grote segmenten van de Kerk  in Oost Europa onder het communisme werden gemarteld en gedood, God zijn Christelijke gemeenschap bleef  verdedigen, want Hades “zal het niet overwinnenMatth.16: 18.
Het Christelijk Geloof bleef via de oude vrouwtjes het vertrouwen in God behouden, velen hadden de Kerk de rug toegekeerd en als bij een wonder werd de voortgang van de Kerk aldaar gespaard.
Niet dat het momenteel allemaal rozengeur en maneschijn is, de sikkel waart nog steeds in de kerk rond, maar toch er is hoop tegen al het machtsgedoe van de mens in.

Ook Mozes verklaart De volgelingen van hun Heer: “Daar is niemand als God, o Jesurun [Hebr.= ‘de Oprechte’]; Hij rijdt langs de hemel als uw helper en in zijn hoogheid over de wolken. . . . Welzalig zijt gij, Israël [Kerk]; wie is aan u gelijk? Een Volk, verlost door de Heer, Die het schild van Uw hulp en het zwaard van Uw hoogheid is. Daarom zullen Uw vijanden veinzen U hulde te brengen, en gij zult op hun hoogten tredenDeut.33: 26 . . .29.

Heilige Theodore, de rekruut

Wanneer wij tegen beledigingen aanlopen, aanvallen of zelfs de dood naderen,
laten we de woorden van Jezus aan de martelaar Theodore the Rekruut herinneren:
Vrees niet, Mijn dienaar Theodore, want Ik ben met jou“. En Theodore was beslist geen rekruut van het een of andere Patriarchaat, die wel even orde op zaken zou komen stellen.
Het is de Heer der Heerscharen, Die de toekomst van het christendom in de Lage Landen bepaalt: ‘de mens is slechts een gereedschap in Zijn handen‘.
”        Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol, het andere [slechts] tot alledaags gebruik? En als God nu, Zijn toorn willende tonen en Zijn kracht bekend maken, de voorwerpen van Zijn toorn, die ten verderve toebereid waren, met veel lankmoedigheid verdragen heeft –  juist om de rijkdom van Zijn Heerlijkheid bekend te maken over de voorwerpen van ontferming, die Hij tot Heerlijkheid heeft voorbereid?Rom.9: 21-23. Indien de Orthodoxe identiteit verwordt tot het opzetten van een stichting, waar van bovenaf aan de knoppen gedraaid wordt, dan wordt het onveilig en voelt er zich geen mens thuis. 

De Profeet Isaiah onthulde al dat God bezorgd is over alle kwellingen die wij ondergaan. God stuurt een schijnbaar onomkeerbare boodschap aan koning Hizkia [Hebr.= ‘de macht is van de Heer’], de 12e koning van Juda, die Hij zijn aanstaande dood aankondigde, maar toch wendde de koning zich nog steeds tot hem als tegen een muur en bad tot de Heer:
En God antwoordt. Aldus, zegt de Heer, de God van David, uw vader: ‘Ik heb je gebed gehoord, ik zie je tranen’Isaiah 38: 4.
Omdat Hizkia op God vertrouwde en vertrouwde op zijn relatie met Hem, bad de koning en weende buiten schaamte. Wetende dat hij “voor God [in waarheid en met een waarachtig hart”] wandelde“, kon hij wenen om het Woord van de Heer.
Hoe kan dan ‘God, Die altijd dezelfde isPsalm 101[102]: 27, “Die met hem was en geen van Zijn woorden ter aarde liet vallen1Sam.3: 19, “ God is geen mens, dat Hij liegen zou; of een mensenkind, dat Hij berouw zou hebben. Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?Num.23: 19.

” . . . . . Mij geschiede naar Uw Woord . . . . .”

Zonder twijfel test de Heer zijn zonen en dochters. Hij plaatst ons harde feiten en woorden voor ogen. Hij toont ons de waarschijnlijke uitkomsten en vervolgens de consequenties van onze acties.
Waarom? Zodat we tot tranen toe zullen ‘wenen‘ [de Belgische uitdrukking van ‘tranen met tuiten huilen‘] en ons zullen bekeren en onze manier van doen en laten zullen veranderen.
Er worden door onze geneesheren slechts -‘vage diagnoses gesteld en hoge rekeningen gedeclareerd. Onvermijdelijke doemt de dood op.
Woeden en sporen we ons tegen de Heer in – òf zorgen we dat we ons gezicht naar de muur keren, biddend en wenend, onze zonden belijdend, Zijn Grootheid onder ogen zien en erkennen dat ons zwak bestaan slechts afhankelijk van God haar bestaan leidt?
Als de HEER het huis [de Kerk] niet bouwt, vergeefs zwoegen de bouwers; als de HEER de stad niet bewaakt, vergeefs doet de toezichthouder/de wachter zijn rondeconf. Psalm 126[127]: 1.

Profeet job

In dit leven is zelfs de kracht van de dood beperkt.
De HEER zal u bewaken; de Heer is uw beschutting ter rechterzijdePsalm 120 [121]: 7.  
Werp uw zorgen op de Heer en Hij zal u er doorheen dragen” en ook “ Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u” 1Petr.5: 7, en wees met de rechtvaardige Job stoutmoedig genoeg 
om te zeggen:
Wil Hij mij doden, ik blijf op Hem hopen; ja, mijn wandel
wil ik voor Hem rechtvaardigen. Hij toch zal mij tot Heil zijn, maar een God-vergetene zal voor Hem niet verschijnenJob 13: 15,16.
En bidden wij niet dagelijks: ‘. . . . . Uw Wil geschiede . . . . .’ en geef ons dagelijks kruimels van Uw Brood . . . . .

Christ Pantocrator [Sinaï]

”     Hoor, Israël [Kerk]: de HEER is onze God; de HEER is één!
Gij zult de HEER, uw God, liefhebben met geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht.
Wat Ik u heden gebied, zal in uw hart zijn,  gij zult het uw kinderen inprenten en daarover spreken, wanneer gij in uw huis zit, wanneer gij onderweg zijt, wanneer gij neerligt en wanneer gij opstaat.
Gij zult het ook tot een teken op uw hand binden en het zal u een voorhoofd’s-band tussen uw ogen zijn, en gij zult ze schrijven op de deurposten van uw huis en aan uw poortenDeut.6: 4-9.
      Hoort naar Mij, huis van Jaäcob en geheel het overblijfsel van het huis Israël [de Kerk], Die door Mij gedragen zijt van moeders lijf aan, opgenomen van de moederschoot af.
Tot de ouderdom ben Ik dezelfde en tot de grijsheid toe zal Ik u
[allen] torsen;
Ik heb het gedaan en Ik zal dragen, Ik zal
[u allen] torsen en redden.
Met wie zou je Mij willen vergelijken en gelijkstellen, aan wie Mij gelijk achten, dat wij elkander zouden gelijk zijn?
Isaiah 46: 3-4.

Triodion van Josef [metten 5e maandag]
Hij Die eens de wateren haar grenzen wees door de Macht van Zijn hand en
Die de Rode Zee verdeelde voor het Volk Israël.
Hij is onze God en Hij is verheerlijkt.
Hem bezingen wij, want Hij heeft Zich verheerlijkt
”.

Wij hebben onze geest hernieuwd met de goddelijke ploegschaar der ascese:
laat ons nu vruchtdragend, het koren der deugden uit de door God ingezaaide vasten.
Dan zullen wij in eeuwigheid geen honger meer hebben, maar
vol blijdschap de onvergankelijke Vreugde genieten
”.

Hartnekkige hartstochten houden mijn binnenste in
slavernij en verduisteren mijn armzalige ziel.
Met vermorzeld hart werp ik mij neer voor
Uw onoverwinnelijke Macht, tijdeloos Woord
van de beginloze Vader en ik bid U:
heb medelijden met mij en red mij
”.

Het weldadige Vasten voedt de harten en
begunstigt aan God welgevallige gedachten, terwijl
het de bodemloze zee der hartstochten drooglegt.
Met regen der rouwmondigheid reinigt het ons, die
in Geloof de lof zingen van de Al-beheerser
”.

Theotokion:
Namenrijke bruid, verheug u, maagd Maria, die God gebaard hebt.
Gij zijt de roem van de gelovigen,
de verlossing van de vloek, de ladder die naar de Hemel voert,
het ondoorgrondelijk Mysterie, het braambos dat niet verbrandde,
het onbezaaide land
”.