Maandag na Kruisverheffing – voorafgaand aan Zondag Climacos, april de 1e april Maria van Egypte gedenkdag

Noach offerde op een reukaltaar nadat hij en zijn gezin de Zondvloed overleefden, door Joseph Anton Koch [1803]

    Toen de Heer de liefelijke reuk rook, zei de Heer bij Zichzelf:
Ik zal de aardbodem niet weer vervloeken om de mens, omdat het voortbrengsel van des mensen hart boos is van zijn jeugd aan, en Ik zal al wat leeft niet weer slaan, zoals Ik gedaan heb.
       Voortaan zullen, zolang de aarde bestaat, zaaiing en oogst, koude en hitte, zomer en winter, dag en nacht, niet ophouden.
       En God zegende Noach en zijn zonen en zei tot hen: ‘     Weest vruchtbaar, wordt talrijk en vervult de aarde. En de vrees en de schrik voor u zij over al het 
gedierte der aarde en over al het gevogelte des hemels, al wat zich op de aardbodem roert en alle vissen der zee; in uw hand zijn zij gegeven.
Alles wat zich roert, wat leeft, zal u tot spijze [voedsel] zijn; Ik heb het u alles gegeven evenals het groene kruid.
Alleen vlees met zijn ziel, zijn bloed, zult gij niet eten.
       En waarlijk, Ik zal uw eigen bloed eisen; van al het gedierte zal Ik het eisen en van de mensen onderling zal Ik het leven des mensen eisen.
       Wie des mensen bloed vergiet, diens bloed zal door de mens vergoten worden, want naar het 
beeld Gods heeft Hij de mens gemaakt.
       En gij, weest vruchtbaar en wordt talrijk, wemelt op de aarde, ja, wordt talrijk daarop’Gen.8: 21-9: 7.

 

Jacob’s Ladder

    De Heer der heerscharen heeft gezworen:
Voorwaar, zoals Ik gedacht heb, zo zal het geschieden, en zoals Ik besloten heb, zal het tot stand komen:  Ik ga Assur [Hebr. = ‘geleid, stap’] in Mijn land verbreken en het op Mijn bergen vertreden; dan zal zijn juk van hen worden weggenomen en weggenomen de last van hun schouder.
Dit is het besluit dat gemaakt is over de ganse aarde, en dit is de hand die uitgestrekt is over alle volkeren.
Want de Heer der heerscharen heeft een besluit genomen; wie zal het verijdelen?
En zijn hand is uitgestrekt; wie zal haar afwenden?
In het sterfjaar van koning Achaz [Hebr. = ‘hij heeft gegrepen’] kwam deze Godsspraak: ‘   Verheug u niet, gij gans Filistea [ Hebr. = ‘ land van gasten of land van tijdelijke bewoners, immigranten’], omdat de roede die u sloeg, verbroken is want uit de wortel der slang zal een adder voortkomen en haar vrucht zal een vliegende draak zijn. Dan weiden de eerstgeborenen der geringen en de armen legeren zich veilig, maar uw wortel doe Ik van honger sterven en uw overblijfsel zal hij doden. Jammer, gij poort; schreeuw, gij stad; sidder, gij gans Filistea! Want uit het noorden komt rook en in de gelederen blijft niemand achter’.
     Wat zal men dan de gezanten van het Volk antwoorden? Dat de Heer Sion gegrondvest heeft en dat daarin de ellendigen van Zijn Volk zullen schuilenIsaiah 14: 24-32.

    Ware gerechtigheid strekt ten leven, maar wie het kwaad najaagt, hem strekt het ten dode. De verkeerden van hart zijn de Heer een gruwel, maar de oprechten van wandel zijn Hem welgevallig.
       Voorwaar, de boze blijft niet ongestraft, maar het geslacht der rechtvaardigen wordt bevrijd.
⁌  Als een gouden ring in een varkenssnuit is een schone vrouw zonder verstand.
. . . . . Wat de rechtvaardigen wensen, brengt enkel geluk; wat de goddelozen hopen, loopt uit op 
toorn.
⁌  Er zijn er, die uitstrooien en toch nog meer verkrijgen; terwijl anderen meer inhouden dan recht is en toch gebrek lijden.
⁌  De zegenende ziel wordt overvloedig verkwikt, wie laaft, wordt ook zelf gelaafd.
⁌  Wie koren achterhoudt, hem vloekt het volk; maar zegening daalt neer op het hoofd van de verkoper.
⁌  Wie het goede nastreeft, zoekt welbehagen; maar wie het kwade najaagt, hem zal het overkomen.
⁌  Wie op zijn rijkdom vertrouwt, die zal vallen; maar als fris loof zullen de rechtvaardigen uitspruiten.
⁌  Wie zijn huis in wanorde brengt, zal wind erven; de dwaas wordt een slaaf van de wijze van hart.
♨︎ . . . . . De vrucht van de rechtvaardigen is een boom des levens, en wie wijs is, wint harten.
♨︎ Zie, aan de rechtvaardige wordt vergolden op aarde,
⁌  hoeveel te meer aan de goddeloze en de 
zondaar!
♨︎ Wie tucht liefheeft, heeft kennis lief;
⁌  maar wie terechtwijzing haat, is dom.
♨︎  De goede verkrijgt welgevallen van de Heer,
⁌  maar een mens met slinkse streken veroordeelt Hij.
⁌  Geen mens blijft staande door goddeloosheid,
♨︎  maar de wortel der rechtvaardigen is niet te verwrikken.
♨︎  Een degelijke vrouw is de kroon van haar man,
⁌  maar als bederf in zijn gebeente is zij, die 
beschaamd doet staan.
♨︎  De overleggingen der rechtvaardigen zijn recht,
⁌  de voornemens der goddelozen zijn bedriegerij.
⁌  De woorden der goddelozen loeren op bloed,
♨︎ maar de mond der oprechten redt hen uit
“ Spreuken 11: 19-12: 6.

‘ tezamen met al degenen, die treuren, hoort het Geloof het onhoorbare, ziet het Geloof het onzichtbare, gelooft de mens het ongelooflijke en ontvangt in de treurnis het onmogelijke’;                  ‘together with all those who mourn, Faith hears the inaudible, Faith sees the invisible, man believes the unbelievable and receives in the grieving the impossible’ 

De Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer zegt ons:
Want indien gij de mensen hun overtredingen vergeeft, zal uw Hemelse Vader ook u vergeven; maar indien gij de mensen niet vergeeft, zal ook
uw Vader uw overtredingen niet vergeven
” Math.6: 14,15.
En nogmaals:
Maar ik zeg je: heb je vijanden lief,
zegen degenen die je vervloeken,
doe goed aan degenen die je haten en
bid voor degenen die je beledigen en vervolgen
Matth.5: 43,44.
Betekent dit dat we tot in de kleinste finesses iedereen maar dienen te vergeven voor alle zonden, zelfs de ergste?
Bijvoorbeeld, om pedofielen te vergeven die uw kinderen verkrachten en doden,
de moordenaars van uw familie of naaste mensen, terroristen die duizenden mensen opblazen, van baby’s tot oude mensen …
Vergeven zij ook en houden zij van harte van hun medemensen?
Ik heb onderkent, dóór gekregen, met m’n verstand kunnen oppakken, dat
de tegenstrever, de satan hen hiertoe heeft verleidt, maar de persoon ‘zelf’ beslist immers toch of hij ten onder gaat aan de zonde of niet soms?

Deze vraag wordt maar al te vaak gesteld door mensen die het Christendom net ontdekt hebben of dit juist integendeel bewust afwijzen.
De eerste geven aan hoe een dergelijk commando uitvoerbaar is en de laatste hebben al besloten dat het praktisch niet haalbaar en oneerlijk is.
Het is en blijft echter een moeilijke vraag, vergelijkbaar met waarom het kwaad in de wereld überhaupt bestaat, en hoe de algoede God zulke gruweldaden laat plaats vinden, toelaat dat het gebeuren kan.
Laten we een beetje op grond van berekeningen -‘hier en nu’- verwachtingen opwekken, m.a.w. speculeren.

De bezigheid of het spel van het Geloof

Laat niemand u misleiden;
لا تدع أي شخص يضلل لك;
Μην αφήσετε κανέναν να σας παραπλανήσει;
არავის მივცეთ შეცდომა.

Om te beginnen dienen de geboden in kwestie te worden gelezen in de context van de gehele ‘Bergrede‘ van onze Heer en Zaligmaker, hetgeen immers de hoogste lat aangeeft, die en mens zich maar kan voorstellen:
” . . . . . Gij dan zult volmaakt zijn, gelijk uw hemelse Vader volmaakt isMatth.5: 48
De vervulling van het gebod van liefde [tot God en de naaste] is de hoogste assimilatie met God, voor zover wij als mens kunnen opbrengen.
Een voorbeeld werd gegeven door onze Heer Jezus Christus Zelf.
Aan het groot en Heilig Kruis bad Hij voor zijn vijanden: ” Vader! Vergeef hen, want zij weten niet wat zij doen “ Luc.23: 34.
God bewijst Zijn liefde voor ons door het feit dat Christus voor ons stierf
toen we nog zondaars waren
Rom.5: 8.
Het is duidelijk dat het onmogelijk is om naar de bovenste trede van de ladder te klimmen, je dient eerst te leren lopen en dan stapje voor stapje, treedje bij treedje omhoog te kruipen.
Om jezelf aan te leren te bidden voor de mensen, die anderen wat aandoen, de daders, bijvoorbeeld voor naasten die onder veel lawaai en onrust vechtpartijen uitlokken, voor een passagier in een tram die je opzij duwt en je tegen de schenen trapt, een puber[-kind] wat grappen maakt en je niet gehoorzaamt, een oude man die je honderd keer per dag over hetzelfde aanspreekt en maar blijft herhalen wat de mens in z’n algemeenheid niet wil horen of zien.
. . . . . Wanneer je dit begint te doen, zul je verbazingwekkende veranderingen in je ziel opmerken en tenminste begin je voor een gedeelte in te zien hoe het toch nog mogelijk is om de vijand en de verkrachter lief te hebben.

De liefdeswet des Heren overstijgt het ‘natuurlijke proces’ en zelfs het goddelijke gegeven welke door de profeet Mozes werd aangereikt.
Maar “het onmogelijke voor de mens is mogelijk voor GodLuc.18: 27,
en we kennen in de geschiedenis van de Kerk maar al te veel voorbeelden van hen, die hen wel òf juist niet in staat bleken te geven deze wet van Christus te realiseren en het met geheel hun hebben en houden hebben kunnen vervullen.
De eerste in de rij van voorbeelden, die de fout in ging was wat het Oude Testament aangaat Adam en David met Betseba en
in het nieuwe testament die de Apostelen, die de eersten wensten te zijn en het voorbeeld van de martelaar Stephanos, die bad voor degenen die hem stenigden Hand.7: 60.
We kennen ook de apostel Paulus, die bidt voor de Joden en z’n vervolgers,
hoewel hij zoveel door hun doen en laten geleden heeft 1Cor.4: 11-13.
Je vraagt naar een situatie, die in onze tijd nog maar gerealiseerd en bewezen  dient te worden, maar ik ben persoonlijk hier te lande mede-christenen tegengekomen, die hun zoon of dochter vermoord zagen worden en zij kenden de moordenaars persoonlijk.
Ze moesten zo’n tragedie daadwerkelijk doorstaan en indien ze niet de Genade van liefde hadden verkregen, dan zouden ze op z’n minst de wraak dienen te hebben op te geven en te leren te bidden voor degenen, “die hen hebben gehaat en tot op het bot hebben beledigd”.

Immers, in het gebed des Heren, het “Onze Vader” bidden wij  alsof we onderhandelen met God: “En vergeef ons onze schulden, zoals wij onze schuldenaren vergevenMatth.6: 12.

En indien wij ons hiertoe door het Mysterie van de Doop verbonden hebben,
dit contract met God zijn aangegaan, dan bestaat er voor ons ‘geen enkel voordeel’ uit dit gehele gebed des Heren te halen; dan wordt het gebed een offer van onszelf aan God.
En indien we beginnen, de geboden van de wet volgend,  om “een oog om oog en een tand om een tand na te gaan strevenMatth.5: 38, dan zullen we allemaal ontzettend kwaadaardig worden en zelfs de oudtestamentische wet zal daardoor met de voeten getreden worden,
dat, we met het kwaad het goede zouden willen bereiken,  door voor onszelf zelfs in het kwaad het goede voor ogen te stellen.
. . . . . Dwing jezelf echter daarom in al je onvermogen en verdriet om voor jouw persoonlijke vijanden te bidden, het is immers voor de mens van levensbelang om onderscheid te maken tussen zonde en de mens.
De zonde, die de mensen bedrijven, dienen wij te haten en te veroordelen.
Maar de mens, als een beeld van God, is slechts in het leven geroepen, om lief te hebben.
Hij die God liefheeft“, zegt Maximos de Belijder, “kan het niet helpen dat
hij van iedereen houdt als zichzelf, hoewel  hij geen voorstander is van de hartstochten van degenen die zich onder hen bevinden, die zich nog steeds niet gereinigd hebben
”.
Daarom is het zó dat, indien een Christen hun bekering en ommekeer/correctie ziet, dat deze zich verheugt in de onmetelijke en onuitsprekelijke vreugde, welke
hem/haar als Genadegave door God gegeven is.
Verzamel derhalve voor jezelf vele wijze en waardevolle gedachten uit de Heiligenlevens over datgene wat werkelijke Liefde betreft en hoe je deze in je persoonlijk leven kunt bereiken.
Toen er een verhandeling geschreven werd over het boek van Fyodor Dostoevsky, ‘De Gebroeders Karamazov’ werden daarin eveneens met grote urgentie deze vragen gesteld en werden middelen aangereikt om de fictie in realiteit om te zetten en  een leven’s-weg voor ogen te zien als een Jacob’s-ladder ten Hemel.
Laten we dus leren God en de naaste lief te hebben, en  moge de Heer ons redden van alle kwaad!

 

Miniatuur woestijnmoeder uit het Menologion van Basil II [ca 1000 na Chr]

Maria van Egypte wordt in de Orthodoxe Kerk vereerd vereerd als de patroonheilige van de boetelingen, de Rooms Katholieke Der gaat nog verder en verbindt haar aan een bestaand e vrouw, een heilige, die ca. 344 – ca. 421 heeft geleefd.
De belangrijkste informatiebron is echter een verheven levensverhaal [VITA], toegeschreven aan de H. Sophronius patriarch van Jeruzalem
[634-638]. Of het een fictieve vergelijking is met het leven van de H. Maria Magdalena, van wie wij weten dat door onze Heer en Verlosser twaalf duivelen werden uitgedreven ligt voor de hand.

In haar Vita staat dat ze vaak de Christelijk genoegdoening in geld weigerde voor haar seksueel bewezen diensten en passen dus geheel in hetgeen bovenstaand is vermeld over het feit dat het maar al te vaak voorkomt dat zondige daden als gunstig [goed] worden voorgesteld.
Wel wordt duidelijk dat zij gedreven werd door een ‘onverzadigbare en een onstuitbare passie’, waar anderen – ook kerkelijke hoogwaardigheid’s-bekleders – nog wel eens flink de mist in mee kunnen gaan. Misschien dat daarom wordt geschreven dat ze vooral leefde van liefdadigheid èn dit aanvulde door het spinnen van vlas, hetgeen namelijk een ‘om-en-om’ draaiende beweging [wel of geen zonde] inhoudt. Is het nu wel of is het nu niet zonde om jezelf seksueel te bevredigen?, menigeen, geen mens uitgezonderd zal hier niet tegenaan gelopen zijn.
Al met al belandt deze vrouw in een situatie waarbij zij eerst door een vreemde kracht wordt weerhouden toe te treden, doch aan de roep van Christus – “ Komt allen, die belast en beladen zijn . . . ” toegeeft – in haar geval – door de Theotokos, waar zij haar hart uitstort.
Zij bad om vergiffenis en beloofde de wereld op te geven, hetgeen inhoudt dat zij een ascetisch leven zou gaan leiden.
Toen probeerde ze opnieuw om de kerk binnen te gaan, mocht ze deze keer naar binnen, echter nadat ze de reliek van het groot en heilig Kruis had vereerd.
Toen ze daarop naar de icoon van de Theotokos terugkeerde om dank te zeggen – hoorde zij een stem die haar zei: “Als je de Jordaan oversteekt, zul je vind niets dan een glorieuze rust”.
Niet voor niets wordt zij als beschermster gezien van de kuisheid [de strijd tegen het vlees, de  bevrijding van alle lichamelijke hartstochten].
Het Servisch Orthodox Synaxarion [Prologue from Ochrid] beweert dat Zosimas leefde tijdens het bewind van keizer Theodosius de jonge, die regeerde van 408 tot 450.
Volgens de traditie leefde Zosimas bijna honderd jaar, stervende in de zesde eeuw en de Vita stelt dat hij drieënvijftig jaar oud was toen hij de heilige Maria van Egypte ontmoette. In de Vita doen zich diverse woestijngebeurtenissen voor, die reeds eerder aan andere woestijnvaders [o.a. Paulus van Thebe (228-341) de kluizenaar uit het Opper-Egypte] werden toegeschreven, o.a. die van de leeuw op het graf, nadat zij voorafgaand aan haar dood via het ontvangen van de H Gaven, Haar Heer en Meester, nog had ontmoet. Haar biechtvader Zosimas zou uiteindelijk haar Vita aan de Patriarch van Jeruzalem hebben overgeleverd.
De H. Maria van Egypte is zoveel in de Culturele verwijzingen aangehaald dat zij in tegenstelling tot de H.Nicolaas nog steeds op de algehele [incl. de R.K.] heiligen-kalender vermeldt staat.
De vroeg-Christelijke levens van de heiligen werden “door mannen geschreven voor een mannelijk monastiek publiek”, de toevallige schaarse verhalen over de woestijnmoeders komen veelal van de vroege woestijnvaders en hun biografen.

Apolytikion
tn.8.    In u, o [woestijn-]moeder, werd God’s icoon weer duidelijk zichtbaar,
doordat gij uw kruis op u genomen hebt om Christus na te volgen.
Aldoende hebt gij ons geleerd het vergankelijk vlees gering te achten en
alle zorg te besteden aan de ziel die immers onsterfelijk is.
Daarom, o heilige moeder maria, verheugt uw geest zich met de engelen“.

Kondakion
tn.4 
  Gij zijt ontkomen aan het duister der zonde en
hebt uw hart door het licht der boete stralend gemaakt.
Gij zijt tot Christus gekomen, Wiens zondeloze en
heilige Moeder gij als borg hebt bekomen.
Daardoor hebt gij de vergeving van zonden verkregen en
gij moogt u nu in de eeuwigheid verheugen
met de Koren der Engelen”.

NB. Geestelijke strijd

Geestelijke strijd van de H. Antonius de Grote – Hieronymus Bosch

Geestelijke strijd eindigt in een volledige erkenning van de deugdzaamheid.
Als een tweede Elckerlyc kunnen wij, gereed om te sterven, uitroepen:
Gij, reine, ongeveinsde Deugd! gij alleen staat uwe lievelingen bij,
als hun alles begeeft
’, en
wij kunnen daar berustend aan toevoegen:
zou ik in deze korte zandwoestijn van het leven voor u niet wandelen?’.
Eén aspect met betrekking tot de Goddelijke deugd domineert hier overweldigend,  namelijk de kuisheid.
De opvattingen dienaangaande zijn rigoureus:  wanneer nog niet in de echt verbonden gelieven we ook maar eenmaal toe te geven aan een opwelling van wellust en zetten daarmee niet minder dan ons eeuwig heil op het spel. Het genot van één enkel ogenblik mag het eeuwigdurend zuivere genieten niet in de waagschaal stellen. 
Dit kuisheid’s-beginsel vormt een van de idealen van de in de loop van de 18e eeuw tot ontwikkeling komende nieuwe burgermoraal.
Hierin wordt nadrukkelijker dan ooit tevoren het gezin als ‘het fundament van de samenleving’ beschouwd, en de voor- en buitenechtelijke erotiek en sexualiteit veroordeeld. De sexualiteit binnen het huwelijk wordt voornamelijk geaccepteerd in functie van de voortplanting.De Schepper die dit ‘tot de wigtigste einden’ [nl. de voortplanting] in de mens zou hebben aangebracht.
✥ ➻ ✥ Het gaat in het Christelijk Geloof echter in de eerste plaats over de relatie van de individuele gelovige met God [vooral door gebed] en de naasten, waaronder de mede gelovigen.
In de tweede plaats gaat het over het omgaan met levensomstandigheden
– vooral de individuele beproevingen en verleidingen – en met innerlijke verlangens bij het zoeken van levensgeluk.
God wil dat gelovigen ‘Hem‘ persoonlijk steeds beter leren kennen en
in de loop van hun leven een groeiende relatie met Hem opbouwen.
Die relatie wordt vooral onderhouden door de persoonlijke omgang met God in het gebed, waarbij het gaat om de relationele aspecten van het gebed.
De is alleen maar te realiseren door regelmatig onderhoud, door het bezoek aan een van de  geloofsgemeenschappen – van hen, die eveneens de Christelijke leer belijden.
Een mens ervaart zich veelal het meest gelukkig wanneer zijn behoeften en verlangens vervuld worden. De Blijde Boodschap, de Pedagogie van de Heer, laat zien dat een waarachtig, blijvend, overvloedig geluk alleen te vinden is bij God en alleen kan worden ervaren in de verbondenheid met onze Heer en Verlosser.
Zelfzuchtige, hoogmoedige verlangens leiden heel gemakkelijk tot zonden.
Door verleidingen worden onze gevoelens aangespoord om verkeerde verlangens te bevredigen en het kost vaak veel innerlijke strijd om je dan te beheersen.
Uiteindelijk geeft de doorslag wat je in je hart de meeste waarde heeft: zowel wat de wereld aan verleidingen te bieden heeft ten opzichte van  de zegeningen van de Genadegaven van God.
Iedere gelovige maakt beproevingen in zijn/haar leven mee, waardoor vooral het gevoel wordt aangeraakt.
Daarin wordt zijn/haar Geloof getest op echtheid; indien het standhoudt zal dat door de beproevingen heen alleen maar groeien en verdiepen.
Bij ernstige beproevingen is er vrijwel altijd een proces nodig om  tot verwerking te komen en zo’n proces is verschillend per situatie en per persoonlijkheid.
Zowel de Vita, de heiligenlevens als de Blijde Boodschap bieden ons een uiteenlopende hoeveelheid van voorbeelden aan van de manier waarop de mens met God’s hulp door de meest uiteenlopende beproevingen kan komen.