Zaterdag vóórafgaand aan Kruisverering – Zaterdag van al de Zielen, Die zijn overgegaan.

    Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie Mijn Woord hoort en Hem gelooft, Die Mij gezonden heeft, heeft eeuwig leven en komt niet in het oordeel, want hij is overgegaan uit de dood in het leven.
       Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de ure komt en is [hier en] nu, dat de doden naar de stem van de Zoon van God zullen horen, en die haar horen, zullen leven.
Want gelijk de Vader leven heeft in Zichzelf, heeft Hij ook de Zoon gegeven leven te hebben in Zichzelf.
En Hij heeft Hem Macht gegeven om Gericht te houden, omdat Hij de Zoon des mensen is.
       Verwondert u hierover niet, want de ure komt, dat allen, die in de graven zijn, naar Zijn stem zullen horen, en zij zullen uitgaan, wie het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven,
wie het kwade bedreven hebben, tot de opstanding ten oordeel.
       Ik kan van Mijzelf niets doen; gelijk Ik hoor, oordeel Ik, en Mijn oordeel is Rechtvaardig, want Ik zoek niet Mijn wil, doch de Wil van Hem, Die Mij gezonden heeftJohn.5: 24-30.

M’n kinderkens, ‘onwetendheid. begeerte en afkeer is de oorzaak van lijden‘.

    Doch wij willen u niet onkundig laten, broeders [zusters], wat betreft hen, die ontslapen, opdat gij niet bedroefd zijt, zoals de andere [mensen], die geen hoop hebben.
       Want indien wij geloven, dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal God ook zo hen, die ontslapen zijn, door Jezus weer terugbrengen met Hem.
       Want dit zeggen wij u met een Woord des Heren: wij, levenden, die achterblijven tot de komst des Heren, zullen in geen geval de ontslapenen voorgaan, want de Heer Zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij de klank van een bazuin God’s, neerdalen van de Hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Heer tegemoet in de lucht, en zo zullen wij altijd met de Heer wezen1Thess.4: 13-17.

Selectieve observatie, Geloof in God of Humanisme

Hoe dwaas, lijkt het / Hoe zinloos, absurd / Om een natie te her-definiëren / Op zoek naar het  Woord de Waarheid uit de weg te gaan“.
Exit‘ heeft hals over kop zijn intrede gedaan in het dagelijks gebruik
– onvermijdelijk in mondiale gesprekken als ‘sorry‘ of als commentaar op persoonlijke en landelijke  omstandigheden.
Als reactie op het disfunctioneren van het mondiaal en landelijk politiek systeem probeert de eenvoudige kiezer het tij te keren.

In het begin was het Woord, het Woord horen, het Licht zien

Voor degenen die het leven moe zijn, lichamelijk of geestelijk uitgeput zijn,
zijn er enkele interessante parallellen tussen het Woord en het politieke fenomeen. Het is zo gemakkelijk de afkomst uit de schepping en het gevormd zijn uit het stof
als niet[s] terzake doend terzijde te stellen.
Ik heb er genoeg van geef mij op zo’n moment maar een mengsel van medicijnen en de brand [het verslindend vuur] erin; God zegene de greep – wordt ons door de globalisten en humanisten van de wereld voorgehouden. Slechts het economisch genoegen wordt gewaardeerd en de mens is slechts bijzaak, product van een proces tot wereld’s genoegen. Wij houden u in ons schrijven echt niet voor dat het allemaal rozengeur en maneschijn is in de Kerk op deze aardbol, er is ons immers genoeg bekend om onszelf als deelgenoot aan het Lichaam van Christus kapot over te schamen.
       Dit neemt echter niet weg dat ‘wij‘ als navolgers van Christus in Hem, als het Woord blijven geloven en belijden dat wij trachten het Goddelijke verbeeld te evenaren.

Schutsmuur zijt gij der maagden, maagd en Moeder des Heren, toevlucht voor wie zijn nood bij u klaagde

Onze Heer en Meester heeft gezegd: Ik ben het Licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in duisternisJohn.8: 12.
       Het Licht van Christus verlicht de gehele wereld en waar wij toe geroepen zijn met de olie in onze lampen de wereld te herinneren aan de gelijkenis van de wijze maagden, die met hun lampen op pad gingen de Bruidegom tegemoet conf. Matth.25: 1-13.
De lampen wijzen ons erop waakzaam te blijven met het oog op de wederkomst van de Heer; en dat niet alleen op het einde der tijden, maar ieder ogenblik, in ons eigen hart.

De 5 wijze en de 5 dwaze maagden

Ook ik ben een beetje moe geworden wanneer ik om mij heen kijk; herhaaldelijk probeer ik aan de hand van de Waarheid in Christus – de tekenen spreken voor zich – iets te zeggen over de waarschijnlijke toekomst, die ons te wachten staat.
Maar hoeveel inzicht heb je als mens eigenlijk en hoe kun je aangeven wat nog in het verschiet licht? Indien ik het goed heb gaf God ons de aandrang over het verleden na te denken, maar slagen we er maar erg weinig in God na-te-rekenen: “     Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op Zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekken. Ik heb ingezien, dat het niet in hun eigen macht staat, maar als men zich verheugt en zich te goed doet in zijn leven, kortom als iemand eet en drinkt en het goede geniet bij al zijn zwoegen, dan is dat [slechts] een [Genade-]gave van GodPrediker 3: 11-13.

gelijkenis van de Maagden [coptische icoon]

Onze Hoop is derhalve gericht op God, de formeerder der mensen,  en dàt is de basis van ons Geloof in het vertrouwen dat alleen ‘Hij‘ ons zal opvangen wanneer wij de scheidslijn van het leven hebben overschreden:
    Oordeel mij, God; voer mijn rechtszaak, tegen een ongewijd volk.
Bevrijd mij van de on-gerechte mens en van de bedrieger.
God, Gij zijt toch mijn sterkte, waarom verstoot Gij mij?
Waarom moet ik treurig voortgaan onder de slagen van mijn vijanden?
Zend Uw Licht uit en Uw Waarheid, om mij te geleiden.
Zij zullen mij [via Uw Ladder] voeren naar Uw Heilige Berg, naar Uw woonplaats.
Dan zal ik opgaan tot God’s altaar; tot de God die mijn jeugd verblijdt.
Ik wil U belijden op de harp, God, mijn God.
Waarom zijt gij zo treurig mijn ziel? Waarom verontrust ge mij ?
Vertrouw op God, want ik zal Hem belijden:
Hij is het heil van mijn aanschijn; Hij is mijn God
Psalm 42[43] vert. ROK ’s-Gravenhage.

Je weet je gekend door Christus

Wij zijn van stof en in de aarde waaruit wij genomen zijn zullen wij tot stof terugkeren; het lijkt wel heel wat, dat leven [en bij sommigen ook dat lichaam] van ons, maar aan alles komt een keer een eind en dàn wacht ons een liefdevolle ontvangst van God.
Vol vertrouwen kunnen wij na alle ellende, verlossing en dankbaarheid het leven loslaten. Je weet je gekend door Christus en dat geeft ons leven zin, door Hem weten we dat het leven niet in het niets hangt.
Het gaat ons bij het bestuderen van het Woord niet om het lezen, maar om datgene wat ons een leven lang treft en dit/dat is een onlosmakelijk gebeuren welke ons op de been houdt, welke ons in staat stelt ons Kruis te dragen.
Het is het antwoord op Zijn roepen in het hart, hetgeen Hij al vanaf het begin der schepping doet.
God heeft de mens gemaakt, hoe Hij dat deed is Zijn zaak, daar behoeven wij niet onze menselijke wetenschap op los te laten:
    Hij vormde de mens uit stof, uit aarde [Hebr.= adamah] en blies hem levensadem in de neus” Gen 2: 7. Dit woord ‘aarde’ wordt in de Blijde Boodschap zowel gebruikt om ‘grond’ aan te duiden, als ‘grondgebied’. We zijn afgelopen week in Genesis 4 hetzelfde woord tegengekomen, toen we  lazen over Kaïn, de landbouwer [c.q. de grondbewerker].
Het woord ‘stof’ [Hebr.= aphar] wordt gebruikt wanneer God de tegenstrever als slang veroordeeld heeft tot ‘stof happen’ [zie Gen.3: 14], daar vinden we hetzelfde woord. Maar staat hier dat de slang letterlijk aarde zal eten?

Laatste oordeel ‘allen, die zonder wet gezondigd hebben, zullen ook zonder wet verloren gaan’

Van slangen is bekend dat ze geen aarde op het menu hebben staan, zelfs geen planten. Nee, alle slangen die wij heden ten dage kennen zijn carnivoor en eten dus levende dieren. En op de beeltenis op iconen brengen wij mensen in beeld, die door de tegenstrever worden verslonden.
Is de slang die we in Genesis 3 tegenkomen dan een soort die niet meer bestaat òf heeft het woord ‘stof’ in dat vers een veel bredere betekenis?
Indien we kijken naar andere plaatsen in de Blijde Boodschap waar dit woord voorkomt, dan zien we dat dat laatste het geval is. Hetzelfde woord wordt in gebruikt voor de as van een verbrand dier:
    Men zal voor de onreine van de as van het dier dat voor ontzondiging verbrand is, nemen en 
daarop in een vat levend water gietenNum.19: 17.
En als Bileam de vraag stelt: “     Wie telt het stof van Jaäcob en wie berekent de drommen ] mensenmassa rond een ongeluk, [een val] van Israël [de Kerk]?
Zal ik zelf de dood der oprechten sterven en zal mijn einde daaraan gelijk zijn!“ Num. 23: 10.
Dàn wordt duidelijk dat hiermee de nakomelingen van de aartsvaders worden bedoeld en niet hun moestuintjes. 
Het probleem van veel christenen die zeggen de blijde Boodschap letterlijk te interpreteren, is dat zij zijn vergeten dat woorden van het Woord van God vaak een bredere en diepere betekenis hebben.
Dat wil zeggen: zij hebben meerdere betekenissen, maar al die betekenissen zijn wel sterk met elkaar verbonden.
Hoe meer je die betekenissen door studie gaat leren kennen,
hoe  meer jij zelf ‘eveneens’ onder de indruk zult geraken van
de rijkdommen, die God voor ons in het verborgene openbaart.

Onze eigen verantwoordelijkheid hangt samen met de Trouw van God, in de perioden van de grote en Heilige vasten worden wij -keer op keer- met onze neus op de feiten gedrukt.
Indien wij zelf niets ondernemen komt God eveneens niet over de brug, doch wanneer Hij onze stuntelige inspanning tot gebed waarneemt komt Hij ons mijlenver tegemoet.
In plaats van de Leer van het Geloof blijkt er steeds sprake te zijn van contemplatie [beschouwing] en door een ascetische houding tonen wij aan de wereld wàt wij van haar doen en laten vinden.
De kerkgemeenschap mag nimmer tot een familiare broedergemeenschap worden, waar wèl en wée met elkaar worden gedeeld, en nationalisme [met vlaggen en nationaal volklied] is voorzeker uit den boze. We dienen op te passen dat de kerk niet gaat verstijven tot een zeurderige overdreven preutse maagd – het gaat in de Kerk immers om te komen tot een blijvende ontmoeting met God en niet van de wereldgeschiedenis.
Met name bij rouwdiensten verwacht de mens een Woord van de andere kant – zij zijn aangewezen op de woorden van de door God-gegeven troost, die de spelleider mag uitspreken –  en door de omstandigheden staan de toehoorders er ook meer dan ooit voor open.
God is geen God van doden, maar van levendenLuc. 20: 38.
Midden in het leven worden wij, altijd en overal, door de dood bedreigd. Niet alleen de fysieke dood, maar ook het afgesneden zijn van contact, het verlies van het eigen zelf, het verlies van gezondheid en het prettig voorkomen, aanzien.
Het is absoluut wáár, dat God van de dood redt, maar dat betekent nog niet dat het ons altijd helder voor ogen staat. Hij doet het telkenmale -ook hier en nu – opnieuw, nadat wij dachten van Hem verlaten te zijn. Voor Hem echter is niemand dood, wij leven allen en zullen leven.
Wij worden door Christus aangesproken en uiteindelijk hangt alles af van de mate waarin wij ons als mens door God aangesproken weten of wij ons werkelijk willen inzetten tot het behoud van ons Geloof. Indien wij onszelf echter, door een paar keer kerkbezoek per jaar beroven van ons bruiloftskleed, dan beroven we ons niet alleen van de schoonheid en de diepte van deze opeenvolging van aanknopingspunten, van een onvervangbare spirituele inspiratie en hulp, maar ontnemen ons tevens van datgene wat het vasten tot betekenis maakt en effectiviteit kan geven; het onophoudelijk gericht zijn op onze Schepper, onze God.

Apolytikion [zaterdag]
tn.2,    Gedenk Heer, in Uw goedheid Uw dienaren en dienaressen, en
vergeef hun wat zij in dit leven hebben gezondigd.
Want niemand is zonder zonde, buiten U, Die
de Macht bezit om ook aan hen, die zijn overgegaan,
de rust te verlenen
”.

Kondakion
tn.8.
  Met Uw Heiligen laat rusten, o Christus,
de zielen van Uw dienaren en dienaressen,
waar geen smart, droefheid noch tranen zijn,
doch waar leven is zonder einde
”.