Maandag ná de Zondag van de Orthodoxie – de dag der Waarheid, Die verkondigd wordt.

Vier engelen met de vier winden, Bamberg Apocalypse

    En de Heer, onze God, maakte voor de mens en voor zijn vrouw kleren van vellen en bekleedde hen daarmee.
       En de Heer, onze God, zei:
      Zie, de mens is geworden als een van Ons een door de kennis van goed en kwaad; 
nu dan, laat hij zijn hand niet uitstrekken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij in eeuwigheid zou leven.
       Toen zond de Heer, onze God hem weg uit de hof van Eden om de aardbodem te bewerken, waaruit hij genomen was. En Hij verdreef de mens en Hij stelde ten oosten van de hof van Eden de cherubs met een flikkerend zwaard, dat zich heen en weer wendde, om de weg tot de boom des levens te bewaken.
       De mens nu had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn; en zij zei:
       Ik heb met de hulp des Heren een man verkregen.
Voorts baarde zij zijn broeder Abel; en Abel werd schaapherder, Kaïn landbouwer.
Na verloop van tijd nu bracht Kaïn van de vruchten der aarde aan de Heer een offer; ook Abel bracht er een van de eerstelingen van zijn schapen, van hun vet; en
de Heer sloeg acht op Abel en zijn offer, maar op Kaïn en zijn offer sloeg Hij geen acht.
Toen werd Kaïn zeer toornig en zijn gelaat betrok.
En de Heer zei tot Kaïn:
Waarom zijt gij toornig en waarom is uw gelaat betrokken? Moogt gij het niet opheffen, indien gij goed handelt? Doch indien gij niet goed handelt, ligt de zonde als een belager aan de deur, wiens begeerte naar u uitgaat, doch over wie gij moet heersen
Gen.3: 21-4: 7.

Het al-oude verhaal van de zgn. broederschap van de mens wordt nog iedere dag herhaald; je behoeft enkel maar om je heen te kijken – het entertainment met haar maskerade is zelfs in de Kerk doorgedrongen. Uit beleefdheid kunnen de leiders niet anders dan elkaar vriendelijk bejegenen; het liefst omringt met gelijkvormige wereldse leiders. Het spel wordt gespeeld, maar de werkelijkheid is anders, zij gunnen elkaar ‘het Licht’, de goddelijke uitstraling niet in de ogen.
Zij doen voorkomen of zij de kennis en de macht in handen hebben, de werkelijkheid is geheel anders.
Ook vandaag zien we het grote spel weergegeven worden net zoals de H. Ambrosius zijn “De Nabuthae” begint, een werk dat zijn naam ontleent aan deze ongelukkige man die in staat was om de machtigen die toen op de troon waren tegen te spreken.

Abel is killed by his brother Cain

      Er was eens een man genaamd Nabot [Hebr.= ‘vruchten’]. De Jizreeliet Nabot had een wijngaard, te Jizreel [Hebr.=‘God zaait’] gelegen naast het paleis van Achab [Hebr.= ‘broeder van de vader’], de koning van Samaria [Hebr.=‘voogdijschap’].
Achab had zich in Samaria een ‘ivoren paleis‘ gebouwd.
Daarop ontstond er een “conspiracy”, een samenzwering, zoals we heden ten dage nog steeds kennen, die Achab, de koning van Samaria, in verzoeking bracht, verleidde.
Om deze grond, die wijngaard [wie kent de wijngaard des Heren niet?] te verkrijgen,  doet de koning Nabot verschillende voorstellen, maar Nabot verwerpt ze allemaal en zegt:
Dat de Heer, onze God, het mij moge verbieden, u [zgn. koning en alleenheerser] de erfenis van mijn vaderen te geven’ en ‘hij keerde zijn gezicht om en wilde niets eten’ [hij hield dus samen met zijn belager – maaltijd en keerde zich af].
De koning is echter verwond in zijn trots en het ontgaat zijn vrouw, Izebel, niet, hoe boos haar echtgenoot wel niet is. Izebel was overigens de dochter van koning Itho-Baäl de 1e van Tyrus.

Nabot wordt gestenigd, om de wijngaard – Weltchronik Fulda, detail

            Zij belooft hem vervolgens: ‘Ik zal jou, via mij, -de wijngaard van Nabot- doen toekomen‘.  Zij beveelt vervolgens om twee valse getuigen, vijanden van Nabot, te vinden, zodat ze hem in het openbaar stelt – God te hebben beschuldigd en God, zowel als de koning te hebben vervloekt -.
Zo gezegd, zo gedaan. Nabot wordt gestenigd en Achab komt in bezit van de wijnstok 1Kon.21.
Aldus het waar gebeurde verhaal van een geschiedenis uit 869-850 voor Christus.
We zien hetzelfde gebeuren in het Sanredrin [Hebr.
סַנְהֶדְרִין = ‘samen zitting houden’], het joodse gerechtshof, dat uit 71 leden bestond, waarbij onze Heer en Verlosser van Godslastering beticht werd. De geestelijke leidslieden van Israël, waarvan de ‘crème de la crème’ van de samenleving  verenigd was hebben er ‘niet altijd‘ blijk van gegeven op een zedelijk hoog peil te staan.
Zo ziet u er is niets nieuws onder de zon, hoogwaardigheidsbekleders bevestigen elkaar in hun rol en dat is op de Zondag van de Orthodoxie echt nooit anders geweest. Om de gespeelde eenheid niet te versluieren wordt dit schouwspel aanstaande zondag voor het Nederlandse publiek in Rotterdam nog eens dunnetjes overgedaan/ alleen in Nederland zònder de koning.
Het is dan niet verwonderlijk dat óók in ons bevriende België stemmen opgaan ‘Kerk en Staat’ eveneens van elkaar te scheiden; het is immers zo dàt iedere mens slechts het woord spreekt uit de hand, die het ‘werelds’ brood geeft.

♨︎♨︎♨︎   Waarachtig Geloof heeft niets te vrezen, aanleren en jezelf verdiepen in het Goddelijke is het essentieel en het begin van een spiritueel leven.
God tracht de mensheid aan Zich te binden, dwingt of bedreigt niemand en heeft de tijd, haast zich derhalve niet. Als een waarachtige Vader wacht Hij ons op, dringt wel aan en wacht ‘met ons‘ op de terugkeer van onze broeder, welke blijkt te zijn afgeweken en vermijdt al het mogelijke om onze toekomst op het spel te zetten.
Goddelijke kerkenwerk wordt daarom -‘in openheid en waarheid’- verricht, niet in achterafzaaltjes, de stemming is onbaatzuchtig, verheft zichzelf niet.
En het rondom staande volk gaat er van uit dat onze toezichthouders en spelleiders degenen zijn die -‘onvoorwaardelijk‘- te vertrouwen zijn.
Waarachtig Geloof heeft niets om bang voor te zijn, behoeft zich dus in het geheel niet te omringen met hoogwaardigheidsbekleders, zich door een koor van militairen te omringen; het is immers de Heer, Die onze Herder is, de Énige Die ons redt in geval van nood.
Orthodoxie is ons persoonlijk eigendom, maakt hier op aarde reeds deel uit van ònze schat, òns erfdeel, welke wij als een grote Bruidsschat koesteren.
Alleen daarom verkondigen wij, door ons persoonlijk functioneren ons Geloof aan onze omgeving. Daar behoeven wij geen bevestiging vanuit de overheid, want wij weten ons omringt door talloze getuigen, die reeds vóór òns ‘de wereld‘  hebben afgewezen.
Dìt is hetgeen ons bescherming biedt en ons vertrouwen op de Heer doet groeien in de zekerheid dat wij vanuit den Hoge beschermd zullen worden.
Willen wij onze werken werkelijk tot bloei laten komen, dan dienen wij in alle nederigheid ons vertrouwen te stellen op de Heer, en niet op hoogstaande op
– zichzelf en hun kapitaal – gerichte mensen.
Deze afgeronde eenheid in de Christelijke Leer dient in alle nederigheid in te zien wat onze dagelijkse inzet inhoudt en dient absoluut niet door/met pracht en praal aan de wereld getoond te worden. Deze manier van doen dient het uitgangspunt te zijn van onze spelleiders, maar tevens van de toezichthouders, opdat wij als eenvoudige gelovigen in staat worden gesteld ons allemaal te realiseren dat wij tot ‘dezelfde Kerk‘ behoren en aan hetzelfde doel werken. Deze manier van werken is immers het stempel van onze identiteit.
Ons werk is gericht op de verworpenen der aarde, aan allen, die belast en beladen zijn, die gebukt gaan onder de overweldigende heerschappij van een wereld waarin iedereen slechts aan zichzelf denkt.
In de minre broeders ontmoeten we immers Christus, dat wil zeggen in de voedselbank, de kledingbeurs en wat voor voorzieningen wij al niet voor de minderbedeelden opzetten. Jezelf omringen met de ‘crème de la crème’ van de samenleving stoot degenen, die Christus tot Zich roept slechts af.
Orthodoxe Christenen ervaren de “Gekruisigde” in het dagelijks leven om zich heen en bevestigen hun doen en laten niet door wereldse buitensporigheden.
Wij, Orthodoxen, zijn werkelijk in gevaar indien wij ons niet opnieuw keren tot onze Heer en Zaligmaker als de Énige ‘Heer en Meester’ van ons leven.
“Onze Verlosser is – de Heer – en ‘Heer der heerscharen‘ is Zijn Naam – de heilige van Israël en ‘geheel‘ Zijn Kerk” conf. Isaiah 47: 4.

Ter bevestiging van de ware weergave van de historie rond de wijngaard van Nabot wordt momenteel in het Louvre een grote plaat van basalt bewaard, waarvan drie stukken zijn teruggevonden met de tekst:
    Wat Omri [de voorganger van Achab] betreft, koning van Israël, hij vernederde Moab vele jaren. En zijn zoon [Achab] volgde hem op en ook hij zei: ‘ik zal Moab vernederen’. Zo sprak hij in mijn tijd, maar ik overwon hem en zijn huis, terwijl Israël onderging voor immer“.
  Onze Heer en Zaligmaker heeft willen bekendmaken, hoe rijk de Heerlijkheid van Zijn Geheimenis is onder de heidenen: ‘ Christus onder u, de hoop der Heerlijkheid’.
Slechts Hem verkondigen wij, wanneer wij ieder mens
[ongeacht rang of stand] terechtwijzen en wij onderrichten iedere mens in alle wijsheid, om ieder mens in Christus volmaakt te doen zijn” conf. Col.1: 27,28.
    Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot leven en godsvrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; door Deze zijn wij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst.
Maar schraagt om deze reden met betoon van alle ijver door uw Geloof de deugd, door de deugd de kennis, door de kennis de zelfbeheersing, door de zelfbeheersing de volharding, door de volharding de godsvrucht, door de godsvrucht de liefde tot de [mede-]broeders [in Christus] en door de broederliefde de liefde jegens allen” [de gehele mensheid] 2Petr.1: 5-8.

Desiderius Erasmus Roterodamus, Hans Holbein de Jonge

En in dàt geval blijft er niets anders over en zeggen we volmondig met Desiderius Erasmus [een Rotterdam’s spelleider [1478-1536], Augustijner kanunnik, theoloog, filosoof, schrijver en humanist:
” Ik verdraag derhalve deze Kerk, totdat ik een betere zal zien, en
zij is wel genoodzaakt, mij te verdragen,
totdat ‘
ikzelf’ beter zal worden”.
Ook deze Desiderius ‘Goudæ conceptus, Roterodami natus’ [Lat: ‘in Gouda verwekt; in Rotterdam geboren’] was een oprecht en waarachtig navolger van Christus;  zijn houding en gedachtegoed weerspiegelt de door God gegeven vrijheid van mensen en hun daarop volgende vrede, de Heer is immers met de werkelijk nederige navolgers verbonden.
Erasmus schreef zijn ‘Lof der zotheid’, een uitgave die door uit te gaan van een zot als spreker in deze declamatio de spot kon drijven met de misplaatste ernst waarmee alle mensen, ongeacht beroep, stand, of positie, hun eigen belangen najagen, en de groteske kortzichtigheid waarmee zij klaar stonden met hun oordeel over elkaar.
Hij werd benoemd tot raadsheer van keizer Karel V en vestigde hij zich in de Nederlanden [1516-1521] waar hij in Antwerpen, Brugge, Leuven en Mechelen verbleef.
In 1521 woonde hij enige tijd in Anderlecht en in 1535 vetrok hij naar Bazel in Zwitserland.
Daar overleed hij op 12 juli 1536, zijn graf ligt in de Münster van Bazel.
Zijn laatste woorden waren volgens de overlevering: “Lieve God“;
Uit deze laatste zucht blijkt een enorme liefdesverklaring, maar het blijft tot op de dag van vandaag lastig om te zeggen, want er is op dit moment weinig in Zijn Lichaam, de Kerk om ècht verliefd op te worden.
Maar juist dàt verwijst ons terug naar de liefde, een Liefde, Die weet dat wàt er ook gebeurt, wij niet kunnen en mogen ophouden een onderling innig verbonden [Orthodoxe] Kerk te zijn.
    Te dien dage zal wàt de Heer doet – uitspruiten tot sieraad en Heerlijkheid zijn en de vrucht van het land tot glorie en luister voor de ontkomenen van Israël [de Kerk].
En het zal geschieden, dat wie overgebleven is in Sion, overgelaten in Jeruzalem, heilig zal heten; ieder die in Jeruzalem ten leven is opgeschreven, wanneer de Heer het vuil van de dochters van Sion zal hebben afgewassen en de bloedvlekken van Jeruzalem daaruit zal hebben weggespoeld door de Geest van gericht en van uitdelging.
[Eerst] Dàn zal de Heer over het gehele gebied van de berg Sion en over de samenkomsten die daar gehouden worden, des daags een wolk scheppen en ’s-nachts een schijnsel van vlammend vuur, want over al wat heerlijk is, zal een beschutting zijn.
En er zal een hut zijn tot een schaduw overdag tegen de hitte en tot een schuilplaats en een toevlucht tegen stortbui en regen.
. . . . . Ik wil van mijn Geliefde zingen, het lied van mijn Beminde over Zijn wijngaard. Mijn Geliefde had een wijngaard op een vruchtbare heuvel; Hij spitte hem om, zuiverde hem van stenen, beplantte hem met ‘edele wijnstokken’, bouwde daarin een toren en hieuw ook een perskuip daarin uit. En Hij verwachtte, dat de wijngaard goede druiven zou voortbrengen, maar deze bracht wilde druiven voort.
. . . . . Nu dan, inwoners van Jeruzalem en mannen van Juda, spreekt toch recht tussen Mij en Mijn wijngaard. Wat was er nog aan Mijn wijngaard te doen, dat Ik er niet aan gedaan heb? Waarom verwachtte Ik, dat deze goede druiven zou voortbrengen, en bracht hij wilde druiven voort?
. . . . . Nu dan, Ik wil u doen weten, wat Ik met Mijn wijngaard ga doen: zijn doornhaag wegnemen, opdat hij verwoest zal worden; zijn muur doorbreken, opdat hij vertrapt zal worden; Ik zal hem tot een wildernis maken, hij zal gesnoeid noch behakt worden, zodat er dorens en distels opschieten; en Ik zal de wolken gebieden, dat zij op hem geen regen doen vallen.
. . . . .Welnu, de wijngaard van de Heer der heerscharen is het huis van Israël [Zijn Kerk], en de mannen van Juda zijn de planten waarin Hij vreugde heeft; Hij verwachtte goed bestuur, maar zie, het was bloedbestuur; rechtsbetrachting, maar zie, het was rechtsverkrachtingIsaiah 4: 2-5: 7.

En wat moet ik er verder nog aan toevoegen wanneer ik gebruik makend van het boek Spreuken voortga met de lezingen van de Maandag na de Zondag van de Orthodoxie:
    Wanneer Hij met spotters te doen heeft, spot Hij Zelf [God Zelf], maar de nederigen geeft Hij Genade. De wijzen beërven eer, maar de dwazen laden schande op zich.

Getuigen

. . . . . Hoort, zonen [en dochteren], de tucht van een vader, en weest opmerkzaam, om inzicht te verkrijgen, want ik geef u goede leer; verlaat Mijn onderwijzing niet.
Want toen ik nog als zoon bij Mijn Vader was, teder en een enig kind voor het aangezicht van mijn moeder, onderwees Hij mij en zei tot mij:
. . . . . ‘ Laat uw hart Mijn woorden vasthouden onderhoud Mijn geboden, opdat gij moogt leven.
Verwerf wijsheid, verwerf inzicht, vergeet niet en wijk niet af van de woorden van Mijn mond.
Verlaat haar niet, dan zal zij u bewaren, heb haar lief, dan zal zij u behoeden.
– Het begin der wijsheid is: verwerf wijsheid en verwerf inzicht bij al wat gij bezit.
– Houd haar hoog, dan zal zij u verheffen, zij zal u tot eer brengen, wanneer gij haar zult omhelzen.
– Zij zal een liefelijke krans om uw hoofd leggen, een sierlijke kroon zal zij u schenken.
. . . . . Hoor, mijn zoon [dochter], en neem Mijn woorden aan, opdat uw levensjaren talrijk worden.
– Ik onderricht u in de weg der wijsheid, Ik doe u treden op rechte paden.
– Bij uw wandelen zal uw schrede niet belemmerd worden, wanneer gij loopt, zult gij niet struikelen.
– Houd vast aan de tucht, laat haar niet los, bewaar haar, want zij is uw leven.
– Kom niet op het pad der goddelozen, betreed de weg der bozen niet. Mijd die, ga er niet over; wijk ervan af en ga voorbij.Want zij kunnen niet slapen, wanneer zij geen kwaad kunnen doen; hun slaap wordt hun ontnomen, wanneer zij niet iemand kunnen doen struikelen; want zij eten brood der goddeloosheid en drinken wijn van gewelddadigheid.
➥➥➥ Maar het pad der rechtvaardigen is als het glanzende morgenlicht, dat steeds helderder straalt tot de volle dag.
De weg der goddelozen is als duisternis; zij weten niet, waarover zij kunnen struikelen.
. . . . .Mijn zoon [dochter], sla acht op Mijn woorden, neig uw oor tot Mijn uitspraken;
Laat ze niet wijken uit uw ogen, bewaar ze diep in uw hart.
Want zij zijn leven voor wie ze vinden,
genezing voor hun ganse lichaam
Spreuken 3: 34-4: 22.

Het is al zo vaak gezegd: “Horen, wie het horen wil” en
zeg mij nu nimmer meer dat de Blijde Boodschap te moeilijk voor u is en dat u er niets meer van begrijpt.

Zoals de Profeten het hebben gezien,
zoals de Apostelen het hebben geleerd,
zoals de Kerk het heeft ontvangen,
zoals de Vaders het hebben verkondigd,
zoals de wereld eensgezind heeft aanvaard,
zoals door Genade is opgestraald,
de Waarheid, zoals Die bewezen is,
de leugen, zoals die [uiteindelijk] verdreven is,
de Wijsheid, zoals die vrijmoedig gesproken wordt,
zoals Christus het heeft verkondigd:

denken wij,
spreken [en schrijven] wij,
prediken wij Christus,
onze waarachtige God en Zijn Heiligen;
en wij eren hen
in woorden, in geschriften, in gedachten,
in offers, in kerken en in Iconen.

Het is dat wij ‘Christus‘ vereren en ‘Hem‘ eren wij
. . . . . als ‘God‘ en als ‘Meester‘;
en de heiligen eren wij als Zijn ware dienaren,
en hun betuigen wij een betrekkelijke [niet absolute] verering.

Dìt is het Geloof van de Apostelen,
dìt is het Geloof van de Vaders,
dìt is het Geloof van de [eenvoudige] Orthodoxen,
dìt is het Geloof waardoor de wereld wordt ondersteund.
Verder willen wij de Predikers der goede verering
met broederlijke en vaderlijke liefde huldigen
om de eenvoudige vroomheid waarmee zij hebben gestreden,
en daarom zeggen wij:
            koningen, heilige oppertoezichthouders, toezichthouders, spelleiders, leraren, martelaren en belijders: Eeuwige Gedachtenis !!!