1e Zondag van de Vasten – Orthodoxie, ke[r]npunt van het Christelijke Geloof

    Hij leidde hem tot Jezus. Jezus zag hem aan en zei:
Gij zijt Simon, de zoon van Johannes, gij zult heten Kefas, wat vertaald wordt met Petrus.
       De volgende dag wilde Hij naar Galilea vertrekken en Hij vond Filippus.
       En Jezus zei tot hem: Volg Mij.
Filippus nu was uit Betsaida, de stad van Andreas en Petrus.
Filippus vond Natanaël en zei tot hem:
       Wij hebben Hem gevonden, van Wie Mozes in de wet geschreven heeft en de Profeten, Jezus, de zoon van Jozeph, uit Nazareth.
En Natanaël zei tot hem:
       Kan uit Nazareth iets goeds komen?
Filippus zei tot hem:
       Kom en zie.
Jezus zag Natanaël tot Zich komen en zei van hem:
Zie, waarlijk een Israëliet, in wie geen bedrog is!
       Natanaël zei tot Hem:
       Vanwaar kent Gij mij?
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Eer Filippus u riep, zag Ik u onder de vijgenboom.
       Natanaël antwoordde Hem:
Rabbi, Gij zijt de Zoon van God, Gij zijt de Koning van Israel!
Jezus antwoordde en zei tot hem:
Omdat Ik tot u gezegd heb: Ik zag u onder de vijgenboom, gelooft gij?
Gij zult grotere dingen zien dan deze
John.1: 43-51.

    Door het Geloof heeft Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, maar hij heeft liever met het Volk God’s kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.
       En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuel en de profeten, die door het Geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, 
de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weer hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap. Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij hebben rondgezworven in schapenvachten en geitenvellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling  – de wereld was hunner niet waardig – zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komen.
            Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
            Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeftHebr.11: 24-26, 32- 12:2a.

      laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt”.

Er wordt vandaag de dag veel gesproken en geschreven over onze houding ten opzichte van het geestelijk leven, over het leven door God’s Geest en het verlangen daarnaar of het gebrek daaraan. Bij al ons spreken en schrijven over deze dingen, is het wel van belang om te weten waar het in in dit verlangen nu ten diepste om gaat. Misschien heeft wel niemand beter dan Paulus onder woorden gebracht wat dit verlangen inhoudt: “‘Niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij” Gal.2: 20.

Het verlangen naar het Goddelijke, het streven naar perfectie komt tot uitdrukking waar mensen door de Geest geleid en tot eer van de Vader Jezus Christus centraal stellen in hun leven en in Hem alles zoeken en vinden wat ze nodig hebben.

Wie en wat jij bent in Christus is zó bijzonder dat God daar allerlei nieuwe begrippen en omschrijvingen aan Zijn Volk, Zijn grote publiek, heeft laten zien.
Zo verschijnen begrippen als:
  Hoop, op de plaats, die jij temidden van het Volk bekleed,
  Het Erfdeel, dat ons te wachten staat,
  De Verzoening door Zijn Bloed,
  De Oproep tot verkondiging,- de opwekking het goede te doen en
  De Genadegaven.
Onze Heer en Meester heeft dit juist in dát deel van de Blijde Boodschap gedaan
wat expliciet voor de hedendaagse gelovige is bestemd.
Beginnend bij Mozes was God al 1500 jaar bezig met het op schrift laten stellen van Zijn Woord en helemaal aan het einde is daar Paulus die schrijft dat hij de taak heeft ontvangen:
om het Woord van God te vervullen, namelijk het geheimenisCol.1: 25,26.
En zó is wat op dát moment -‘nog niet’- geopenbaard was – en werd daarom dus juist daarom ‘verborgen’, niet of nauwelijks zichtbaar genoemd.
Paulus heeft ons dit door zijn verkondiging onder de heidenen bekend gemaakt en met compleet nieuwe, niet altijd gemakkelijk te aanvaarden woorden, zoals vandaag.
En dáár zit nu juist het verschil in want Christus heeft ons ‘Zelf’ persoonlijk geroepen:
  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.

Daar zit hem het verschil in en tezamen vormen ze een fantastische Blijde Boodschap voor de gelovige, die ervoor zorgt dat je geheel anders in het leven mag staan.

En dáárìn mogen we elkaar erkennen, zeker in de grote en Heilige vasten, we zijn al een week onderweg en hebben onze atletische lichamen gebogen
tijdens de dienst van de Canon van Andreas van Kreta.
Wìj, Orthodoxen zijn op weg gegaan:
door in het Geloof volwassen teworden, en
⤽ wij weigeren door te gaan voor een kind van wereld, maar wij beseffen dat wij liever met het Volk van God ‘het kwaad, het menselijk juk’ verdragen,
dan tijdelijk van de zonde te genieten; en
♨︎ wij achten de smaad van Christus groter dan de rijkdom van de wereld, want wij houden onze blik gericht op de vergelding’
♨︎ ‘Wij hebben Hem gevonden, van Wie Mozes in de wet geschreven heeft en de Profeten, Jezus, de zoon van Jozeph, uit Nazareth’.

Ja, zo reageren wij wanneer wij zojuist zijn gedoopt /òf in de Orthodoxie aangenomen zijn, maar ‘tonen wij ons dan niet, zoals de huichelaars, een somber gelaat; en maken wij ons aangezicht ontoon-baar, om ons aan de mensen te vertonen, wanneer wij vasten’?.
Zijn wij beter dàn àl die anderen, die Carnaval hebben gevierd of
mede-navolgers van Christus, die in het geheel niet over vasten spreken.
Ben je jezelf dan wèrkelijk bewust van het idee dat Christus
jou reeds zag onder de vijgenboom?
Ja, ‘wij’, orthodoxen hebben Hem gevonden, van
Wie Mozes in de Wet geschreven heeft en de Profeten,
Jezus, de zoon van Jozeph, uit Nazareth en
kloppen ons als de huichelaars op de borst,
wij zijn immers ook zondaars onder de mensen, of niet soms?
Wij herkennen Hem als mens onder de mensen en zeggen met Natanaël:
      Kan uit Nazareth iets goeds komen?’ èn leven ons gezellige orthodoxe leventje verder.
Maar zijn wij dàn wel zó volwassen geworden in het Christelijk Geloof?
Christelijk Geloof, wat is dat eigenlijk?
En Paulus geeft hier in zijn verkondiging aan Hebreeën ook
aan de heidenen opnieuw een profiel aan:
wij, die zo’n grote mensenmassa aan getuigen rondom ons hebben,
  Laten we afleggen alle last en zonde, die ons zo licht in de weg staat;

  Laten we met volharding de wedloop lopen, die voor ons ligt.
  Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op onze Heer Jezus Christus”.
En Hij gaat nog verder:
Onze Heer Jezus Christus is de Leidsman èn de Voleinder van het Geloof.
Dat onze Verlosser tevens onze Leidsman is, dat is wel te begrijpen,
zeker met de woorden die in de tweede zin volgen.
Onze Heer en Verlossers laat ons zien dat we slechts door lijden tot Heerlijkheid zullen komen, als mensen zullen groeien naar Volwassenheid.
Het lijden in deze wereld zal uiteindelijk niet opwegen aan de Heerlijkheid die we in de ons toekomende tijd, het Hiernamaals zullen ontvangen.
Onze Heer en Verlosser bleef Zijn ogen Zelf immers onafgebroken richten op
het einde van Zijn aardse loopbaan en dat was niet het Kruis, maar dat was Zijn Opstanding en Zijn Hemelvaart.
En alleen op die manier hield de God-mens het Leven vol. 

In die zin is Christus dus onze Leidsman.
En het is goed om dit – eens goed – aan elkaar duidelijk te maken.
Misschien is je leven op dit moment wel heel zwaar en ervaar je heel veel lijden van alle gebrokenheid en strijd, maar besef dàn tevens dat aan het einde van jouw levensweg, jouw loopbaan, er een absolute ver-Heerlijking te wachten staat indien je ondanks al het wereldse lijden volhoudt.
En onze Heer en Leidsman, onze Herder doet het je voor, terwijl Zijn lijden nog veel intenser en dieper ging.
Blijf daarom gefocust op onze Heer en Verlosser en weet dat Hij de enige mens is Die ook de voleinder is van het Geloof.

En daar kun je van alles van proberen te maken, maar het grondwoord laat zich niet veel anders vertalen dan met ‘voltooier‘ of met ‘voleinder‘.
Letterlijk staat er dus dat onze Heer en Meester het Geloof voltooit of voleindigt.
Geloofde onze Heer en Meester dat dan?
Ja, onze Heer en Verlosser geloofde in ieder geval dat Zijn lijden niet het eindpunt was.
Kun je dan zeggen dat Hij Zijn geloof voltooide op het moment dat Hij de hemel binnenging? Ja, zo zou je dat kunnen zeggen.
Maar je kunt ‘Leidsman’ wèl betrekken op onze Heer en Meester als de Leidsman,
maar het woord ‘voleinder’ kun je niet betrekken op Zijn Geloof van HemZelf omdat het bezittelijk voornaamwoord ontbreekt en het over het Geloof gaat.
Onze Heer en Verlosser voltooit dus het Geloof.
Welk Geloof is dat dan?
Gezien het feit dat de brief aan de Hebreeën geschreven is aan de Joden in de verstrooiing die vanuit het Joodse geloof christenen zijn geworden zal dit vooral te maken hebben met het Oud Testamentische Geloof.
Dat wat God zichtbaar had laten worden in de dienst van het offer aan het altaar, dat was zinloos zonder het Geloof in de Messias, Die immers zou komen.
En dat Geloof heeft onze Heer en Verlosser voltooid!
Onze Heer en Verlosser voleindigt het Geloof – door Zijn Eigen offer -, door Zich voor ons op te offeren!
Al die offers van het Oude Testament waren een profetie voor het offer dat ‘Hij’ zou brengen en zoals mensen in het Oude Testament -‘vooruit‘- geloofden voor hetgeen ‘Hij’ zou gaan doen,
zó geloven wij Orthodoxen met de andere navolgers van Christus -‘achteruit‘- naar wat ‘Hij’ heeft gedaan. 

Je zou al die offers van het Oude Testament eens moeten bestuderen om op die manier een beeld te krijgen van het offer van onze Heer en Verlosser!
En dit Geloof in de Messias, hetgeen werd uitgebeeld in die offers, dat heeft de Zoon van God beëindigd en hierom is ‘Hij’ tot ons gekomen, gezonden.
En wij leven door dit feit in de tijden van Verzoening!
Dat is bijzonder! Want God, heeft door Zijn Zoon al dat oude opgelost door
Zelf voor ons‘ te sterven en vervolgens onze menselijke zonde waar de dood op  volgt te overwinnen. Het vormt het omslagpunt in de geschiedenis en God’s Liefde stroomt nu rijkelijk!

En hoe gaan wij nu verder?
Schep in mij een rein hart, o God,
en vernieuw in mijn binnenste een rechte [standvastige] geest.
Verwerp mij niet van voor Uw aangezicht en 
neem Uw Heilige Geest niet van mij weg” Psalm 50[51]: 12,13 vert. ROK ’s-Gravenhage.
Er zal dus iets dienen te gebeuren, waardoor het verleden radicaal wordt afgesloten en er geen enkele aanklacht meer overblijft.
David [en wij als deelgenoot aan het menselijk bestaan] is gebroken door zijn zonden en daardoor weet hij wat hij echt nodig heeft, maar tevens weet hij dat God juist een gebroken hart wil aanvaarden, teneinde een nieuw hart te scheppen.
Niet de offers, maar een gebroken hart, dáár kan God pas echt wat mee.
We zijn de zoveelste ‘Tijd met God‘ de veertigdagentijd weer in gegaan en
hoe kun je -hier en nu- wáárachtig anderen om je heen, bv. op het werk van onze Heer en Verlosser wijzen?
Indien je dit van binnenuit, vanuit het hart, jouw tempel en altaar ervaart en
weet dat je hart opnieuw rein is geworden en er geen schaamte meer overblijft.
Eerst dàn ontvang je ‘de Vreugde van het Heil’ opnieuw terug en kun je door je doen en laten vrijmoedig getuigen van ‘onze Heer en Meester en al Zijn werken’.
Laat het, telkens wanneer het verkeerd is gegaan in je leven, jouw persoonlijk gebed zijn dat God een rein hart schept in jou en dat slechts Hij je lippen opent om opnieuw te getuigen van Zijn Heerlijkheid en Glorie.
       Ik weet niet wat er in jouw leven als gelovige wel niet allemaal is misgegaan
en eveneens niet hoe het telkens – net als bij mij – terug blijft komen.
Dat is voor iedereen persoonlijk verschillend en dat doet er ook niet toe.
Maar indien jij met David op deze manier tot God komt, dan zal ‘Hij’ als liefdevolle Vader jouw hart nooit verachten, maar jou in Zijn armen nemen en Zijn Liefde herstellen en jou persoonlijk genezing geven. 
Vervolgens blijft misschien alleen nog de vraag over of als God jou heeft vergeven, jij ook jezelf wilt vergeven en echt opnieuw wilt beginnen.
En ja, sommigen dingen uit het verleden blijven opspelen, zullen je leven lang een rol blijven spelen, sommige verkeerde keuzes hebben immers sporen getrokken, die niet meer uit te wissen zijn, maar weet dan wèl dat het geestelijk anders is, ook als de tegenstrever, de vijand van de mens, je telkenmale probeert met die herinnering ‘klein’ te houden.
David zal ook telkens Bathseba voor ogen hebben gezien en telkenmale beseft hebben dat Uria er niet meer was.
Dat verdwijnt niet, maar hij is ná alles wèl opnieuw gaan leven uit zijn reine, nieuw geschapen hart.
Door het Geloof heeft ook Mozes, volwassen geworden, geweigerd door te gaan voor een zoon van Farao’s dochter, maar hij heeft liever met het Volk God’s kwaad verdragen, dan tijdelijk van de zonde te genieten; en hij heeft de smaad van Christus groter rijkdom geacht dan de schatten van Egypte, want hij hield de blik gericht op de vergelding.
Zo verscheen Mozes met Elias in het Licht van Christus op de berg Thabor, maar daarover volgende week meer.

Apolytikion
tn.2.
    Wij vallen neer voor Uw vlekkeloze icoon, Algoede,
en wij smeken U: vergeef ons onze zonden, Christus God.
In het vlees hebt Gij het Kruis wille bestijgen om
Uw schepselen te ontrukken aan de slavernij van de vijand.
Daarom roepen wij U dankbaar toe:
onze Verlosser, Gij hebt het heelal met Vreugde vervuld,
door de wereld te komen redden”.

Kondakion
tn.8.
    Het onbegrensde Woord van de Vader
werd in het vlees omgrensd, o Moeder God’s,
uit wie Hij dit vlees heeft aangenomen.
De verminkte icoon heeft Hij omgevormd in het oerbeeld en
verbonden meet de Goddelijke Schoonheid.
Omdat wij dit Heil in woord en daad belijden
mogen wij het ook afbeelden op de iconen”.