Maandag ná vergeving’s-zondag – Orthodoxie & persoonlijke pelgrimstocht en handelen in Christus

David & Salomon

    De Spreuken van Salomo, de zoon van David, de koning van Israël,
om Wijsheid en tucht te verkrijgen, om verstandige woorden te verstaan, om de tucht 
aan te nemen, die verstandig maakt, gerechtigheid en recht en rechtschapenheid; om de onverstandigen schranderheid, de jongeling kennis en bedachtzaamheid te geven.
       De wijze dient inzicht te horen en te vermeerderen inzicht en wie verstandig is, zal overleg  verwerven, om te verstaan spreuk en beeldspraak, woorden en raadselen van wijzen.
       De vreze des Heren is het begin van de kennis; de dwazen verachten wijsheid en tucht.
Hoor, mijn zoon *, de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet; want zij zijn een liefelijke krans voor uw hoofd, een keten voor uw hals.
Mijn zoon*, indien zondaren u willen verleiden, bewillig niet; indien zij zeggen:
Ga met ons, laat ons loeren op bloed, laat ons de onschuldige belagen, ook al geeft hij geen oorzaak; laat ons hen levend verslinden evenals het dodenrijk, met huid en haar, gelijk degenen die in de groeve neerdalen; wij zullen
[tesamen] allerlei kostbare dingen vinden, wij zullen onze huizen vullen met buit; Jij zult met ons je [mede-]aandeel krijgen, een buidel zal er zijn voor ons allen.
Mijn zoon*, ga niet met hen op weg; weerhoud uw voet van hun pad; want hun voeten snellen naar het kwaad en haasten zich om bloed te vergieten. Want tevergeefs is het net uitgespannen voor de ogen van al wat vleugels heeft; zij echter loeren op hun eigen bloed en leggen een hinderlaag voor hun eigen leven.
Zó zijn de paden van ieder die hunkert naar onrechtmatige winst, die haar bezitters het leven ontneemt.
De Wijsheid roept luid op iedere straat, op de pleinen verheft zij haar stem
Spreuken 1: 1-20 [lezing maandag ná vergeving’s-zondag].

voor zoon mag ook dochter gelezen worden, past beter in ons gender-identiële tijdperk, Salomon zal daar in al z’n Wijsheid mee ingestemd hebben.

Het is echt de moeite waard om het boek Prediker eens te bestuderen.
Met name omdat juist dit boek ons laat zien dat de mens en de wereld waarin [de mens naast] Salomo leeft, op zich genomen niets voorstellen en uiteindelijk nergens op uitkomen.
Natuurlijk is dit geen plezierige mededeling, maar laten wij eerlijk zijn:
      ook al zouden wij de Blijde boodschap naast ons neerleggen,
dan zou deze er nog wel degelijk zijn
”.
Waarom dàn deze Blijde boodschap op jezelf te laten inwerken en
tegelijkertijd door bepaald worden dat er wel degelijk
een uitweg uit de zinloosheid is?
Het boek Prediker staat namelijk niet op zichzelf, maar vormt een onderdeel van het Oude Testament, die aan het Nieuwe vooraf gaat, waarin ons geleerd wordt
dat iedere mens slechts tot zijn/haar doel kan komen als hij/zij zich van God afhankelijk opstelt.
De uiteindelijke bedoeling daarvan is dat de mens niet meer in zichzelf en zijn eigen werk en wijsheid roemt, maar dat hij/zij volledig op God kan vertrouwen.

Studies tonen aan dat de grenzen tussen Kerk en religieus ervaren geen grenzen meer kent – spiritualiteit blijkt zeer vloeiend te zijn geworden en dat heeft tot het gevolg dat de zoekende mens zich op vreemd, niet-christelijke gronden gaat begeven en z’n voorvaderlijke bron totaal terzijde schuift.
Niet-Christelijke spiritualiteit beweegt zich regelmatig op esoterisch, alleen voor ingewijden bestemd vlak en neigt naar egocentrisme, terwijl God toch het middelpunt is van ons bestaan. 

We zijn door onderwijs en wetenschap gewend geraakt het denken, het ervaren en het beslissen op basis van onze democratische achtergrond.
Voor God is de mens echter altijd dezelfde, God kijkt dieper dan wij in ons menselijk bestaan gewend zijn; Hij kent ons en kijkt over al de grenzen heen.

God & wereld – Woord & Schepping; God & World – Word & Creation.

In de dagelijkse praktijk is de wandel van de gelovige met God niet zonder moeite, wij leven immers in een periode van ons bestaan dat God Zich verborgen houdt. Heel af en toe mogen we ervaren dat Hij Zich laat ervaren in Zijn Genadegaven, Zijn Mysteriën, terwijl Hij ons toch onafgebroken nabij is.
Maar God’s beslissingen ten aanzien van ons leven zijn vaak niet te doorgronden,
omdat ze vaak heel direct en confronterend zijn; het belang in een bepaalde context, haar betekenis en gewicht roepen veelal de vraag op: Waarom?
Intermenselijke onrechtvaardigheid en overeenstemming met onze menselijk maatstaven zijn dan moeilijk te aanvaarden.
Wij mensen zijn gewend persoonlijke gebreken en de schade die dat veroorzaakt te vermijden – bij God ligt dat anders.
Veelal is slechts op zeer lange termijn het doel van bepaalde gebeurtenissen te ontdekken.

Voor ons mensen blijft er op onze weg dan niets anders over dan vanuit  medemenselijkheid overleg te plegen, naar elkaar te luisteren en na lang overleg uiteindelijk tot een beslissing te komen.
Een mens houdt er op z’n geestelijke weg niet van door andere mensen met voldongen feiten te worden geconfronteerd.
Zeker wanneer voldongen feiten door een zichzelf verheffende overheid worden veroorzaakt geeft dit de nodige drukte, levendigheid [reuring]. Veelal kan dan ineens niet meer worden aangegeven hoe na bepaalde gebreken de schade kan worden vermeden.
  En toch wordt het hechte fundament Gods niet aan het wankelen gebracht, vanwege het feit dat eenieder kan waarnemen dat: De Heer de zijnen kent, en een ieder, die de naam des Heren noemt, dient te breken met de ongerechtigheidconf. 2Tim2: 19.
Wij worden allen geacht door onze manier van doen, ons leven een beeld van God ten toon te spreiden. Dit houdt in dat wij alles in het werk stellen om datgene te doen wat betrekking heeft op heiligheid.
Onze God is immers Heilige en is daar oneindig Krachtig in – is daarin onvoorwaardelijk te vertrouwen.
Heiligheid nastreven in alles wat je doet betekent
⁌  dat je onreine en beschamende relaties met anderen tracht te vermijden,
⁌  dat je persoonlijk in doen en laten het kwaad tracht te vermijden,
⁌  dat je elkaar onvoorwaardelijk open en eerlijk tegemoet treedt,
⁌  dat je dronkenschap en andere buitensporigheden mijdt,
⁌  dat je lichamelijke uitspattingen [overspel] en hoogmoed onderdrukt.
Want er wordt immers gezegd:
    de kudde God’s, die bij u is, wordt niet gedwongen, maar beweegt zich vrij,
overeenkomstig de Wil van God, niet uit schandelijke winzucht, maar uit bereidwilligheid, niet als heerschappij voerend over hetgeen u ten deel gevallen is, maar als voorbeeld tot de gehele kudde
1Petr.5: 2,3, en even verder:
    Evenzo gij, jongeren, onderwerpt u aan de oudsten. Omgordt u allen jegens elkander met nederigheid, want God weerstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij Genade.
Vernedert u dan onder de machtige hand van God, opdat Hij u te zijner tijd zal verhogen1Petr.5: 5,6.
Ons wordt duidelijk gemaakt dat wij ons in onze menselijke zorgen – in al onze kommernis op God dienen te richten, want Hij zorgt als een Vader voor allen en eerst dàn verkrijgen wij ‘een stil en ontvankelijk hart‘.

Binnen diverse Christelijke gemeenschappen is een ingewikkeld probleem als het toezicht houden ontstaan, het geven van raad en de daarop volgende begeleiding in een religieuze omstandigheid in welke een uiteindelijke beslissing plaatsvindt.
In dergelijke omstandigheden dient ruimte in acht genomen te worden voor hoor en wederhoor, niet alleen op zgn. ’hoog’ niveau, maar tot op de laagste niveaus; en op het laagste niveau dan ook nog het meest intensief.
Eerst dán zal er sprake zijn van Liefdevol Goddelijk respect voor de medemens en wordt er een saamhorige gemeenschap rond Christus gevormd.
Zowel gezamenlijk als afzonderlijk worden omstandigheden gecreëerd, die ieder van de navolgers van Christus in zijn/haar waarde laat.
In een dergelijk proces mag er geen sprake zijn van werelds ‘politiek’ bewegen/handelen, het vertrouwen van de mensen die met elkaar samenwerken wordt daardoor totaal ondergraven.
Leiderschap en het houden van toezicht kun je leren, maar daar is altijd -tijd en gelegenheid- kortom ‘volwassen worden‘ voor nodig – veelal leert men Wijsheid niet uit een boekje, maar door het zelf door een ascetisch leven te ondervinden.
Dan zijn we weer terug bij ons uitgangspunt het Boek Prediker.
Je ziet het pas wanneer je het ziet!” en dat is meestal na een voltooid leven.
Terugkijkend op zijn leven zag Jozef dat zijn hele wonderlijke levensloop de weg was waarlangs God zijn broers – later God’s Volk uit wie onze Heer en Verlosser geboren zou worden – van de hongerdood redde [zie Gen.45].
Zonder de Wil van de God, Die Jozef naar Egypte heeft geleid, valt er nog geen haar van ons hoofd. Soms zien we in onze kleine leventjes zomaar iets van Zijn grote plan met deze wereld.
En voor wat zich dáár allemaal wèl niet allemaal afspeelt, mogen we Hem onder alle omstandigheden slechts danken, want geen schepsel kan ons van God’s Liefde scheiden.
Alleen in gesprek met elkaar en in het luisteren naar elkaar, komt uiteindelijk de beslissing van God tot een besluit, die veelal eerst na een zeer lange periode in het christelijk leven van de Kerk wordt bekrachtigd.
Bevel en gehoorzaamheid op het menselijke vlak worden op deze manier
verwijderd door het verbinden van luisteren en het gehoorzamen aan de richting welke onze Heer en Verlosser door Zijn Heilige Geest aangeeft.
Geestelijk leiderschap volgt in deze de stijl van Maria in vergelijking tot die van Martha, gezusters van de ‘Opgestane’ Lazarus:
Maria zat aan de voeten des Heren en liet zich alleen door Hem leiden;
dat is geen gebrek aan toezicht of spelleiderschap, maar
een andere vorm van doen en laten’ durven aan te nemen.
Neem van mij aan christelijk vakmanschap maakt geen beter product dan die van z’n collega’s, maar het uitgangspunt is wèl eventjes wat anders.

H. Andreas van Kreta [fresco]
Hoe zal ik een begin maken om de werken van mijn armzalig leven te bewenen?
Hoe zal ik een begin maken, Christus, met des klaagzang?
Schenk mij toch, in Uw Barmhartigheid, de vergeving van mijn zonden.

Treed nader, ongelukkige ziel, die met vlees zijt bekleed,
tot de Schepper van het Heelal en belijd uw zonden.
Maak voortaan een einde aan uw onverstand, maar breng aan God een innig berouw.

Adam, de gerstgeschapene, heb ik nagevolgd in zijn overtreding.
Daarom zie ook ik mijzelf ontbloot van God en van het eigen Koninkrijk en
van de Heerlijkheid, wegens mijn zonde.

Wee mij, ongelukkige ziel!
Hoe hebt jij jezelf gelijk gemaakt aan de eerste Eva!
Want jouw oog was begerig en je bent bitter gewond door te grijpen naar
de boom en roekeloos te proeven van de verstand-rovende vrucht.

Zoals eens de zichtbare Eva is er nu een zinnebeeldige Eva opgestaan in
de hartstochtelijke begeerte van mijn vlees, die
mij eveneens het zoete toont, doch
mij steeds slechts de drank van de bitterheid doet proeven.

Met recht werd Adam uit Eden verbannen, Verlosser, omdat
hij Uw ene Gebod niet heeft gehouden.
Hoe zal het dan mij vergaan, die
steeds opnieuw Uw Leven-brengend Woord heb verworpen?”.
uit Boetecanon van H. Andreas van Kreta maandag 1e ode.

Aristoteles, painted

Laten we derhalve een eenheid van geest aantrekken, laten we gewoon nederig zijn, gematigd, ver van elke zucht en daarop volgende vloek of slechte toespraak,
onszelf tot rechtvaardigheid omvormen door daden en niet slechts door mooie woorden . . . .
Laat onze lof van God komen, en niet van onszelf. God haat immers degenen die zichzelf prijzen. Laat de getuigenis van onze goede daden vervolgens door anderen dan de huidige [kliek] gegeven worden.
Òf teneinde om te gaan met de problemen van het menselijk leven heeft een ander ziener dit op wereldse wijze geformuleerd:
In alle dingen van de natuur is er wel iets van het wonderbaarlijke. 
De belangrijkste taak, die wij op ons kunnen nemen om de wereld te redden is 
de [om-]vorming van mensen
Aristoteles, filosoof en leraar [384-322 v. Chr.].

Koning David, door Gottlieb Welté

God leidt zachtmoedigen in het oordeel, zachtmoedigen leert Hij Zijn wegen
Psalm 24[25]: 9.
Één ziel in twee lichamen, dat is ware liefde – God, de Vader heeft ons aldus over de mensheid uitgesproken, Hij heeft de mens lief als zijn kind.
Zijn Kracht, Liefde en Genadegaven komen over ons. Hij getuigt van Zijn Geloof en Vertrouwen in de mens en van Zijn verwachting en hoop op de mens, al van voor de grondlegging van de wereld.
Van Godswege is de mens bestemd in de Heerlijkheid van God Zelf te mogen delen. 
Daarin ligt het aanvaarden; God wil er voor de mens zijn.
Wil de mens er ook voor Hem zijn en bevestigen tegen alles wat Hij voor de mens bestemd heeft? Hij stelt de mens ertoe in staat.

Tot U, Heer, verhef ik mijn ziel; mijn God, ik vertrouw op U: 
laat mij niet beschaamd worden in eeuwigheid.
Laat mijn vijand niet over mij spotten; allen immers die U verwachten zullen niet beschaamd staan.
Dat allen beschaamd worden, die tevergeefs ongerechtigheid doen.
Heer, doe mij Uw wegen kennen en leer mij Uw paden. Leid mij in Uw waarheid, en onderricht mij, want Gij zijt God, mijn verlosser, die ik heel de dag verbeid.
Heer, gedenk Uw ontferming en Uw barmhartigheid, *
die immers van eeuwigheid zijn. Mijn jeugdzonden en mijn onwetendheid, gedenk die niet meer.
Maar denk aan mij volgens Uw barmhartigheid, omwille van Uw goedheid, o Heer.
Heilig en gerecht is de Heer, daarom geeft Hij de Wet aan de zondaars op hun weg.
Hij leidt zachtmoedigen in het oordeel, zachtmoedigen leert Hij Zijn wegen.
Alle wegen des Heren zijn ontferming en waarheid, voor wie streven naar Zijn Verbond en Zijn Getuigenissen.
Omwille van Uw Naam, Heer, vergeef mij mijn zonde, hoe talrijk deze ook is.
Wie is de mens die de Heer vreest? Hij geeft hen de Wet op de weg die hij gaat.
Zijn ziel zal rusten temidden van het goede: zijn zaad zal de aarde erven.
De Heer is de sterkte van hen die Hem vrezen: Hij zal hun Zijn Verbond openbaren.
Mijn ogen richt ik steeds op de Heer, want Hij bevrijdt mijn voeten uit de strik.
Zie neer op mij en ontferm U mijner, want ik sta alleen en ben arm.
De beproevingen van mijn hart zijn talrijk geworden, bevrijd mij uit de benauwing.
Zie mijn vernedering en mijn moeiten; vergeef al mijn zonden.
Zie mijn vijanden, hoe talrijk zij zijn, hoe zij mij haten met onrechtvaardige haat.
Behoed mijn ziel en bevrijd mij, laat niet beschaamd staan omdat ik op U vertrouw.
Heer, onschuldigen en gerechten hangen mij aan, omdat ik U verwacht.
O God, bevrijd Israël uit al zijn beproevingen” 
Psalm 24[25] vert. ROK ’s-Gravenhage.