Zondag van de Verloren Zoon & de les van het genoeg

Blijdschap in het Hemels Koninkrijk over een zondaar, die zich bekeert; Joy in the Kingdom of Heaven about a sinner who repents; Χαρά στη Βασιλεία των Ουρανών για έναν αμαρτωλό που μετανοεί; فرحة في مملكة السّماء عن الخاطئ الذي يتوب.

    Alzo is er, zeg Ik u, blijdschap bij de engelen Gods over een zondaar, die zich bekeert.
En de Heer zei vervolgens:
Iemand had twee zonen.
De jongste van hen zei tot zijn vader:
        ‘ Vader, geef mij het deel van ons vermogen, dat mij toekomt’.
En hij [de vader] verdeelde het bezit onder hen.
En weinige dagen later maakte de jongste zoon alles te gelde en ging op reis naar een ver land, waar hij zijn vermogen verkwistte in een leven van overdaad.
Toen hij er alles doorgebracht had, kwam er een zware hongersnood over dat land en hij begon gebrek te lijden.
En hij trok er op uit en drong zich op aan een van de burgers van dat land en die zond hem naar het veld om zijn varkens te hoeden.
En hij begeerde zijn buik te vullen met de schillen, die de varkens aten, doch niemand gaf ze hem.
Toen kwam hij tot zichzelf en zei:
        ‘Hoeveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed en ik kom hier om van de honger. Ik zal opstaan en naar mijn vader gaan en tot hem zeggen:
        Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten; stel mij gelijk met een uwer dagloners’.
En hij stond op en keerde naar zijn vader terug.
En toen hij nog veraf was, zag zijn vader hem en werd met ontferming bewogen.
En hij liep hem tegemoet viel hem om de hals en kuste hem.
En de zoon zeide tot hem: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en voor u, ik ben niet meer waard uw zoon te heten.
        Maar de vader zeide tot zijn slaven:
Brengt vlug het beste kleed hier en trekt het hem aan en doet hem een ring aan zijn hand en schoenen aan zijn voeten.
En haalt het gemeste kalf en slacht het, en laten wij een feestmaal hebben, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is gevonden.
En zij begonnen feest te vieren.
– Zijn oudste zoon was op het land, en toen hij dicht bij huis kwam, hoorde hij muziek en dans.
En hij riep een van de knechten tot zich en vroeg, wat er te doen was.
Deze zei tot hem:
Uw broeder is gekomen en uw vader heeft het gemeste kalf laten slachten, omdat hij hem gezond en wel terug heeft.
Maar hij werd boos en wilde niet naar binnen gaan.
Toen kwam zijn vader naar buiten en drong bij hem aan.
Maar hij antwoordde en zeide tot zijn vader:
Zie, zovele jaren ben ik al in uw dienst en nooit heb ik uw gebod overtreden, maar mij hebt gij nooit een bokje van een geit gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Doch nu die zoon van u gekomen is, die uw bezit heeft opgemaakt met slechte vrouwen, hebt gij voor hem het gemeste kalf laten slachten.
Doch hij [de vader] zei tot hem:
Kind, gij zijt altijd bij mij en al het mijne is het uwe. Wij moesten feestvieren en vrolijk zijn, want uw broeder hier was dood en is levend geworden, hij was verloren en is gevonden.
Luc.15: 10, 11-32.

    Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig.
       Alles is mij geoorloofd maar ik zal mij door niets laten knechten.
Het voedsel is voor de maag en de maag voor het voedsel, en God zal zowel het een als het ander teniet doen.
Maar het lichaam is niet voor de ontucht, doch voor de Heer, en de Heer voor het lichaam.
God heeft niet alleen de Heer opgewekt, maar zal ook ons opwekken door Zijn Kracht.
Weet gij niet, dat uw lichamen leden van Christus zijn?
Zal ik dan leden van Christus wegnemen om er leden van een ontuchtige van te maken? Volstrekt niet!
Of weet gij niet, dat wie zich aan een ontucht hecht, een lichaam (met haar) is? Want, zegt Hij, die twee zullen tot een vlees zijn.
Maar die zich aan de Here hecht, is een geest (met Hem).
Ontvlucht de ontucht. Elke andere zonde, die een mens doet, gaat buiten zijn eigen lichaam om.
Maar door de ontucht bezondigt men zich aan zijn eigen lichaam.
Of weet gij niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, die in u woont, die gij van God ontvangen hebt, en dat gij niet van uzelf zijt?
Want gij zijt gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam
1Cor.6: 12-20.

    De heiligen, ons voorgegaan, hebben hier niets verworven, maar
zijn aan ’t einde van hun baan als vreemdeling gestorven.
Maar zij geloofden dat God’s hand die hen tot daar geleid had
in ’t beter, hemels vaderland een stad voor hen bereid had.
Geprezen zij Zijn Naam! Hij deed hen veilig gaan!
Komt, zingen wij tezamen met alle heiligen

Uit: Gezang 103, Liedboek voor de kerken 1973

De Heer maakte me blij door
mij te laten drinken van de beker van het lijden

Hieromartyr Onuphrius (Gagalyuk), † 1938.

De stilte van God vormt gefluister in onze ziel; The silence of God makes whispering in our soul; Η σιωπή του Θεού ψιθυρίζει στην ψυχή μας; صمت الله يهمس في روحنا.

Wij zijn gekocht en betaald. Verheerlijkt dan God met uw lichaam.
Wij leven in een chaotische tijd, in een chaotische wereld.
We hebben waarschijnlijk allemaal wel momenten in ons leven gehad waarin
we het allemaal niet meer zo goed konden onderscheiden.
Misschien viel de stroom ‘s nachts thuis uit en onze ogen hadden een tijdje nodig om zich aan te passen na het verlaten van de voorstelling, we waren onze bril kwijt, of
we waren net onderweg van oost naar west, van links of naar rechts, 
hadden geen zicht meer op onze belemmeringen en tekortkomingen en
werden verblind door alles wat de wereld ons wel niet aanbiedt.
Helaas dienen wij te bekennen dat er ook momenten in ons leven zijn geweest waarop we op andere manieren blind waren toen onze acties, woorden en gedachten tegen God’s bedoelingen voor ons leven ingingen.
In feite is het een voortdurende strijd om een duidelijke kijk te krijgen op
hoe onze dagelijkse inspanningen onze ziel beïnvloeden, evenals die van
onze naasten in wie we de Heer ontmoeten.
Afscheid nemen’, dingen achter je laten roept geen gunstig beeld op.
Een verlaten landschap, een verlaten huis, een leeg hoofd, allemaal beelden die iets negatiefs zeggen; ze spreken over een plaats, die verlaten is, slechts een herinnering, waar eenzaamheid ervaren wordt, want alleen jijzelf mist iets, de wereld zal het een zorg zijn.
Verlaten’ betekent ‘zonder inhoud’ of ‘niets bevattend’, met andere woorden er is iets ‘niet’ wat er ‘wèl’ kon zijn. Meestal gaat het om de afwezigheid van iets goeds. Maar soms krijgt de leegte juist een positieve kwalificatie.
Pas als het hoofd tè vol geweest is, kan het een opluchting zijn
wanneer je het eens – met een uitstapje- helemaal leeg kunt maken,
zoals het uitwaaien aan het strand,
dankzij een periode van afwezigheid van externe prikkels.
Leegte kan ook de betekenis van ‘vrijheid’ betekenen,
indien het bijvoorbeeld om een lege agenda gaat,
een periode zònder zwaarwegende verplichtingen.
Maar ook dàn hopen de meeste mensen dat
die leegte, die eenzaamheid ‘niet’ leeg blijft, maar
zich weer vult met aangename, ontspannende zaken.

Alles is mij geoorloofd, maar niet alles is nuttig.
       Alles is mij geoorloofd maar ‘
ik’ zal mij ‘door niets’ laten knechten”.
De grote apostel Paulus herinnert ons er vandaag aan dat wij uit
de duisternis van heidendom en immoraliteit zijn gekomen door
Christus aan te nemen in de doop en het leven van Zijn Lichaam, de Kerk.
In plaats van terug te keren naar de schimmige wegen van de wereld,
roept hij ons op om het Licht [de paas-verlichting] aan te doen,
ons [weer] te bekleden met Christus,
[nadat Christus met het Kruis op de kerkdeur slaat]
de waarheid over jezelf te gaan zien en dienovereenkomstig te leven.
Ontwaakt uit de slaap, sta op uit de dood en Christus zal je Licht geven“.
Het is geen tijd om in een dronken bui te zijn of
op een andere manier in de zelfgenoegzaamheid van de wereld
slechts gesust te worden, maar
in plaats daarvan om alert en gefocust te zijn zodat
we niet terug in de duisternis worden ondergedompeld.

Alle leden van het Lichaam van Christus ontvangen dezelfde Genade,
hetgeen zij nodig hebben om te overleven.
Voor veel mensen heeft deze bekende tekst veel betekenis, zoals
Een offer voor God is een berouwvolle geest; God, Gij versmaadt geen vermorzeld en nederig hartPsalm 50[51]: 19.
En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn Genade is u genoeg, want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid.
Zeer gaarne zal ik dus in zwakheden ’
nòg méér’ roemen, opdat
de Kracht van Christus over mij zal komen.
Daarom heb ik een welbehagen in zwakheden, in schandelijke beledigingen,
noden, vervolgingen, benauwenissen ter wille van Christus, want
als ik zwak ben, dan ben ik machtig
2Cor.12: 9,10.
Christus doet ons toekomen wat wij nodig hebben en dat
is de conclusie van de parabel die Hij ons vandaag voorschotelt.
Laat je niet knechten door de wereld, laat je niet bij de neus nemen door
pracht en praal, door grillige populisten, die met hun strijd om het leiderschap, welke het houvast van het Lichaam van Christus op het spel zetten.
Mits er eensgezind wordt opgetreden bestaat er in de Kerk nog een mogelijkheid om de tegenstrever, die als een briesende leeuw rondgaat, te elimineren.
Daar hebben wij geen mannetjesputters voor nodig, die goed van de tongriem zijn gesneden,
maar de bescheidenheid en eenvoud van een monastiek leven.
Alleen vasten en gebed kan de ontucht, de tegenstrever weerstaan.
Zoals er staat geschreven: “Aan elke mens werd gegeven, wat hij nodig had”.
Hierin zeggen we niet dat er respect dient te worden opgebracht voor individuele personen – God verhoede het – maar onze zwakheden in overweging te nemen.
Laat degene daarom, die er minder behoefte aan heeft God te danken,
niet bedroefd zijn; en hij die steeds maar meer verlangt, zal vernederd worden vanwege zijn zwakheid, en niet trots gemaakt worden door de goedheid die hem getoond is: en zó zullen ‘alle‘ leden van het Lichaam ‘in Vrede’ voortleven.

In oorspronkelijke vorm
Laat vooral het kwaad van de tweedracht zich niet bij het
geringste woord of aanwijzing om welke reden dan ook voordoen.
Indien iemand zich hieraan schuldig maakt, dient dit bekend te worden en
zal er een passende straf op volgen.
Net als in een gezin zijn in een christelijke gemeenschap
geen twee gelovigen hetzelfde en derhalve dient eenieder
gelijkwaardig met het volste respect behandeld te worden.
Hierin dient in navolging van Christus bovenal nederigheid beoefend te worden;
geen mens mag zichzelf immers verheffen boven de ander.

Zwakke eigenschappen
En daarin onderkennen we de zwakheid van het kerkelijk systeem
– de Kerk is immers uit op de verheffing van de individuele mens;
– het enige hoofd van de Kerk is Christus [‘Één is Heilig, Één is Heer’] en
alleen daarom al kan en mag niemand zich [‘tot Heerlijkheid van God de Vader’]
verheffen boven wie dan ook.
Paulus spreekt van: “Er werd mij een steek van mijn vlees gegeven,
een engel van Satan, om me te betasten
”; en hierop volgt:
“Mijn Genade is u genoeg”.

Minder behoeften creëren
Een waarachtig navolger van Christus zal zich tot het uiterste beperken in z’n behoeften,
doet meer met minder – is niet zelfvoorzienend en opgeblazen van trots.
– Trots geeft anderen de schuld; veroorzaakt hardheid, een laatdunkende houding, een onafhankelijke opstelling waarbij men niet open staat voor de hulp die anderen te bieden hebben.
– Trots geeft een eigen fout niet toe en erkent geen persoonlijke verantwoording.
En áls ze dit al doet, praat ze de fout goed en zoekt er nèt zolang een verklaring voor, totdat er geen verdriet of berouw meer over bestaat.
– Trots geeft ons het gevoel dat we ‘geestelijker’ zijn of dichter bij de Heer staan dan anderen.
– Trots brengt een gebiedende, veeleisende geest voort. Dit heeft tot gevolg dat we ons concentreren op hetgeen ‘niet’ voor ons is gedaan, in plaats van op wat ‘wèl’ voor ons is gedaan.
– Trots verlangt naar het verleden of naar de toekomst, maar is nooit tevreden met het heden.
– Trots opent de deur voor een geest die zich niet laat corrigeren of onderwijzen.
– Trots heeft tot gevolg dat ik situaties beoordeel naar wat ze voor mij persoonlijk betekenen in plaats van wat ze betekenen voor God.
– Trots is de wortel van een negatieve houding, veroordeling, kritiek, laster en kwaadsprekerij.
– Trots roddelt, breekt af, brengt schade toe aan iemands reputatie en geniet van berichten over mislukking en zonde.
En dit is allemaal heel confronterend, ten opzichte van mijzelf, maar ook
in de mij omringende Kerk.
Want ik zie het allemaal gebeuren in mijn leven en
dat neem niet weg dat ‘ook ik’ nog steeds veel trots in mijzelf onderken.
De Profeet David zingt immers in een Psalm:
  Heer, mijn hart is niet hoogmoedig; ik heb mijn ogen niet trots opwaarts geslagen.
Ik houd mij niet op met grootse dingen, noch met hetgeen te wonderbaar voor mij is.
Als ik niet nederig gezind was, of zó ik mijn ziel had verheven.
Als een gespeend kind op de schoot van zijn moeder, zó had Gij mijn ziel vergolden.
Doch Israël [de Kerk] dient te vertrouwen op de Heer, van nu af tot in eeuwigheid
”.
Psalm 130[131] vert. ROK ’s-Gravenhage.
Als toezichthouder en spelleider dient ook de Kerk nederig dank te zeggen aan
de God en Vader van onze Heer Jezus Christus Die voorzag in gezondheid, òf energie, òf fysieke kracht, òf intellectueel inzicht, of enig ander geschenk.
De sterksten dienen derhalve alleen al als voorbeeld nederig te zijn.
Wij hebben niet méér van ‘alles’ nodig, meer eten, meer drinken, meer en mooiere onderkomens, rusten, genegenheid, stilte, gesprek, zelfbevestiging, werk of tijd.
Wij dienen daarom alleen om deze reden al zeer nederig te zijn, en gewoon te erkennen dat wijzelf het verloren kind zijn met behoefte aan speciale bekommernis.
Op die wijze zullen wij, altijd en overal, dankbaar zijn, juist de zwakken dienen dankbaar te zijn.
En wie de zwakken zijn dat weten wij maar al te goed.

Nederigheid en dankbaarheid
Eerst nederigheid vervolgens dankbaarheid en op die wijze zullen alle leden
van de christelijke gemeenschap, de Kerk, Vrede met elkaar ondervinden.
Een gemeenschap waar de sterken nederig zijn en de zwakke dankbaar zal als
een Godshuis worden waar onderlinge [naasten-]liefde zal overheersen.
Eenheid en gelijkheid onder broeders en zusters, eerbied voor elkaar en
een grote innerlijke vrijheid van geest.
    Jaagt de Liefde na en streeft naar de Genadegaven van de Heilige Geest,
doch vooral naar het profeteren. Want wie in een tong spreekt, spreekt niet
tot mensen, maar tot God, want niemand verstaat het;
door de Geest spreekt hij/zij geheimenissen.
Maar wie profeteert, spreekt voor de mensen
stichtend, vermanend en bemoedigend
1Cor.14: 1-3.

Genadegaven
Genadegaven zijn namelijk zo groot, zo diep, zo wijds, zo wonderlijk,
zo verrassend, zo tegendraads, zo krachtig, zo veelomvattend!
En dàn gaat het niet eens allereerst om wat Genade nu precies is.
Want het gaat niet zozeer om definities en omschrijvingen,
hoe belangrijk die ook zijn.
Misschien hebt u in uw gedachten ook wel een omschrijving van Genade.
Zoiets als:
– Genade is dat ik niet zelf iets voor mijn zonden behoef op te brengen,
dat heeft onze Heer en Verlosser immers reeds gedaan. Òf:
– Genade is dat onze God en Vader zo eindeloos goed voor ons is. Òf:
– Genade is de onverdiende gunst. Òf:
– Genade is een onvoldoende verdienen en toch nog een beloning krijgen.
En dat is allemaal ook wel waar en goed gezegd, maar nogmaals:
het gaat er niet om wat we in onze gedachten allemaal niet weten over Genade,
het gaat erom of we de Genade van God in ‘hart en ziel’ ervaren.

Meer geld maakt mensen niet gelukkiger
Maakt geld, een weelderig bestaan door macht en invloed gelukkig?
Over deze vraag wordt al gepraat zolang mensen bestaan.
Sommige mensen, vooral rijken, zeggen dat geld niet gelukkig maakt.
Geluk zit in andere dingen, zoals liefde en vriendschap.
Andere mensen beweren dat geld een beetje bijdraagt aan geluk, maar
dat het boven een bepaalde mate van welvaart niets meer toevoegt.
Ook denken de meesten dat het winnen van een loterij niet gelukkig maakt;
nou ja, hoogstens voor heel even.
Maar kloppen al die ideeën wel? Is de rol van macht geld ècht zó onbeduidend?
Of is het vooral heel geruststellend om te denken dat geld een bescheiden rol speelt,
terwijl het eigenlijk wel degelijk belangrijk is voor geluk?
Zijn rijke landen gelukkiger dan arme landen?

Waarom worden we aangetrokken door geld?
Maakt materialisme ongelukkig?
Is de hoogte van je salaris belangrijk?
Waaraan moet je je geld uitgeven om [‘nòg’] gelukkiger te worden?
Dat geld gelukkig kan maken, is een gedachte die steeds meer geaccepteerd wordt.
De grote vraag is alleen: hoeveel inkomen heb je daarvoor nodig?
Wie maandelijks netto 2500 euro te besteden heeft,
is nèt iets gelukkiger dan iemand met een inkomen van 2000 euro.
1000 euro erbij maakt nòg gelukkiger. Maar aan deze groei zit een plafond.
Het ideale maandinkomen blijkt namelijk 4000-4500 euro netto te zijn: Boven dat bedrag word je niet gelukkiger van het geld.
Sterker nog: iemand die 6000 euro te besteden heeft, voelt zich ongeveer nèt zo gelukkig als iemand die maandelijks 2500 euro binnenkrijgt.
Rijke mensen zijn vooral ‘minder’ tevreden over hun vriendschappen, hun werk en hun inkomen.

De vroeg-christelijke Kerk werd door het afwijzen van/aan
‘het steeds méér’ door een heilige ijver naar God geroerd;
de navolgers van Christus verlieten de wereld en lieten bijna al
hun bezittingen over aan de armen of aan een gemeenschappelijke schatkist en
daarna gingen ze vervolgens een ‘seculier’ leven leiden,
door te bidden en de Blijde Boodschap na te vorsen.
Ze woonden meestal niet vèr van hun eigen familie.
Door handwerk te doen, verdienden ze wat ze nodig hadden voor hun basisbehoeften.
Ze verdeelden het kleine geld dat overbleef aan de armen.
Deze mensen werden in navolging van Christus, de apostelen en profeten ”asceten” genoemd. Deze manier van leven ontwikkelde zich zelfs nog meer gedurende de volgende jaren en
vanuit deze manier van leven werd het monastieke leven geboren.
Vrouwen die uit zichzelf wilden en zich volledig aan God wensten te wijden,
beleden eerder, getuigen dat ze een leven van maagdelijkheid verlangden en
daarna leefden zij – in het begin – nog met hun ouders, die
zorgden voor hun levensonderhoud.
Later werd het gebruikelijk dat ook zij als maagden gingen samenwonen.

De vroeg-christelijke opvolgers van de Apostelen droegen geen dure kleding.
Uit de geschriften van de Heilige Basilios de Grote blijkt dat het nut van kleding slechts is
om ons lichaam te beschermen tegen de kou in de winter en tegen de hitte in de zomer.
     Wat is het verschil voor iemand die verstandig is in
     het hebben van lange gewaden met een vloeiende sleep of
     om dwaze en onnodige kleding te dragen die
     niets doen om je warm te houden in de winter en
     om je te beschermen tegen de hitte in de zomer?

Want kleding die van fijne zijde is en uit andere dure materialen gemaakt worden, is een ijdelheid die voortkomt uit onwerkelijke fantasieën en
misleidende verlangens van het hart.

erosie en vergankelijkheid van het menselijk bestaan; erosion and impermanence of human existence; τη διάβρωση και την εξώθηση της ανθρώπινης ύπαρξης; تآكل وعدم ثبات الوجود البشري.

Met andere woorden, zo’n ijdelheid is een schaduw, rook,
stof dat in de lucht wordt gegooid en verwaaid, die
rond dwarrelt en tenslotte door de mot afgebroken wordt.
De Profeet Solomon ervoer aanvankelijk het gebruik van
dure kleding maar veroordeelde dit later.
Wij zijn het allemaal met hem eens toen hij schreef over
dat ze een ‘ijdelheid zijn van ijdelheden’ zijn en een opzettelijke keuze van iemands geest.          Maar wat is deze keuze tot zo’n geest?
De Heilige Gregorios de Theoloog beschouwde het als
      een verlangen van een simpele ziel die irrationeel is en
      een verleiding van de mens, misschien afgeleid
      vanwege een oude
[heidense] gewoonte”.
Is het kenmerkend voor een verstandig persoon om zo’n ijdelheid te volgen?
Dient deze zichzelf ooit toe te staan om de schaduwzijde van z’n dromen te zoeken?
Nee, alsjeblieft accepteer dit niet te doen.
Misschien zul je betogen dat de druk van je jeugd je dwingt om dit te doen.
Maar wat is de jeugd?
Salomo wijst ons opnieuw op het gegeven dat:
      Al wat komt is ijdelheid.
      Verheug u, o jongeling, in uw [pubertijd] jeugd, en
      uw hart zij vrolijk in uw jongelingsjaren;
      ja, volg de lust van uw hart en wat uw ogen aanschouwen, maar
      weet, dat God u om al deze dingen in het gericht zal doen komen.
      Weer dus het verdriet uit uw hart en houd de kwalen weg van uw lichaam,
      want jeugd en jonkheid zijn ijdelheid
Prediker 11: 9,10.
Daarom houdt de éne ijdelheid van de àndere ijdelheid, maar
nooit vanwege voorzichtigheid en om de juiste reden.
Misschien zult u zeggen dat het de taak van een bisschop is
om u dure kleren te laten dragen.
Welnu!  Kijk eens naar die bisschoppen uit vroeger tijden.
Bekijk de eenvoudige gewaden van Basilios en Gregorios de Grote.
Bovendien reisden deze gezegende mannetjesputters ‘te voet en alleen’ over grote afstanden.
Ze maakten geen gebruik van voertuigen voortbewogen met mercedes-paardenkracht van grote waarde, die rijkelijk opgetuigd waren.
Zij konden zònder enige begeleiding van [dienaren, ja-zeggers] vele personen die
een processie aanvoerden en hen [slechts] in hun gedrag nastreefden.
Men kan aan deze ijdele fantasie zien dat het hebben van dure kleding
geen substantieel element is, maar eerder
een destructief gevolg voor het ambt van toezichthouder.
Tot dit soort navolgers van Christus zegt de vader in de parabel:
       Kind, wordt niet boos en boos blijf bij ons,
     wees blij en verheugt over de zondaar, die zich bekeert want
     jij bent onafgebroken bij mij gebleven en al ‘Mijn Genadegaven’
     heb ik je doen toekomen.
     Wij dienen daarom feest te vieren en vrolijk te zijn, want
     jouw naaste hier was dood en is weer levend geworden,
     hij/zij was verloren en is gevonden
”.

Apolytikion
tn.4.
  Spoed U tot mij en open Uw Vaderlijke armen; mijn leven heb ik verprutst.
Doch zie slechts op de onuitputtelijke rijkdom van Uw barmhartigheid, o Verlosser, veracht niet mijn hongerend hart.
want vol berouw roep ik tot U:
ik heb gezondigd, Vader, tegen de Hemel en tegen U
”.

Kondakion
tn.3.
  Vol onbezonnenheid heb ik Uw Vaderlijke heerlijkheid weggeworpen,
en met zondaars heb ik de mij door U geschonken rijkdommen verkwist.
Daarom roep ik tot U het woord van de Verloren Zoon:
tegen U heb ik gezondigd, barmhartige Vader,
neem mij aan nu ik boete doe en
maak mij tot een van Uw loondienaren
”.