37e zondag na Pinksteren – het brood voor de honden en de Canaänitische Vrouw

    En Jezus ging vandaar en trok Zich terug naar de omgeving van Tyrus en Sidon.

de Canaänitische, de Syro-Fenicische Vrouw, by Lentz

En zie, een Canaänitische vrouw uit dat gebied kwam en riep:
‘ Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David, mijn
[kind] dochter is deerlijk bezeten.
Hij echter antwoordde haar met geen woord, en Zijn discipelen kwamen bij Hem en vroegen Hem, zeggend:     Zend haar weg, want zij roept ons na’.
Hij [,onze Heer en Verlosser] echter antwoordde en zei: Ik ben slechts gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël [de Kerk].
Maar zij kwam en viel voor Hem neer en zei:
    Heer, help mij!’
Hij echter antwoordde en zei:
    Het is niet goed het brood der kinderen te nemen en het de honden voor te werpen’.  
Maar zij zei [daarop]:
‘ Zeker, Heer ook de honden eten immers van de kruimels, die van de tafel van hun 
meesters vallen’.
Toen antwoordde Jezus en zei tot haar:
O, vrouw, groot is uw Geloof, u geschiede gelijk gij wenst!
En haar dochter was genezen van dat ogenblik af” 
Matth.15: 21-28.

 

Het hart is verhard, waar het had moeten kloppen voor de Heer, levenloos en koud; The heart is hardened, where it should have knocked for the Lord, lifeless and cold; Η καρδιά είναι σκληρή, όπου θα έπρεπε να χτυπήσει για τον Κύριο, άψυχο και κρύο; القلب صلب ، حيث كان يجب أن يطرق للرب ، بلا حياة وبارد.

    Wij toch zijn de Tempel van de levende God, gelijk God gesproken heeft:
    Ik zal onder hen wonen en wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen Mijn Volk zijn. Daarom gaat weg uit hun midden, en scheidt u af, [zo] spreekt de Heer, en houdt niet vast aan het onreine.
En Ik zal u aannemen, en Ik zal u tot Vader zijn en gij zult Mij tot zonen en dochteren zijn, [zo] zegt de Heer, de Almachtige.
Daar wij nu deze beloften bezitten, geliefden, laten wij ons reinigen van alle bezoedeling van het vlees en van de geest en zo onze heiligheid volmaken in de vreze tot God’

2Cor.6: 16b-18, 7: 1

Komt volkeren van alle tijden
Deze zondag is een bijzondere zondag, want deze sluit een periode af en
wanneer dat zo is dan worden de puntjes nog eens op de ‘i‘ gezet;
de essentie komt aan de orde, want wij gaan aanstaande zondag
een periode van bezinning in, de periode van de vóór-vasten.

Onze Heer en Verlosser trekt zich terug naar de omgeving van Tyros en Sidon:
Tyros [Hebr.= ‘benauwen’] en Sidon [Hebr.= ‘jacht, gejaagd’]; wanneer Christus zich terugtrekt betekent dat dat hij de stilte opzoekt om er te bidden, Zich te bezinnen, te spreken met God, de Vader.

Masterplan ROK Saint Nicholas, Amsterdam by Hadrian Hart

Onlangs was er een [PKN-] catechesegroep, welke een orthodoxe gemeenschap bezocht en de vraag werd gesteld, ‘hoe ‘zien’ jullie God, wat voor voorstelling hebben jullie daarbij‘.
Een dag later liep ik aan het strand in Zandvoort aan zee en zag daar de horizon – en werd overvallen door een gevoel van nietigheid ten opzichte van al de schoonheid, die ons omringt.
Wij nietige mensen kunnen ons geen voorstelling maken van ‘God’, kunnen Hem niet bevatten, niet omschrijven.
Wat we wel weten is dat God immens ‘Groot’ is, onnoemlijk ‘Groot; en ‘Sterk’; en ‘On-sterf-lijk’. Ook de profeet Mozes was zich hiervan bewust en trachtte Hem te ‘vatten’, doch mocht Hem slechts ervaren als een windvlaag, die voorbij kwam.

Christus, onze Heer en God.

Meer is ons bekend geworden doordat God Zijn Zoon zond, Die Hem openbaarde, een tipje van het ‘Mysterie’ oplichtte.
Daardoor weten wij dat dat wij ‘God’ als een ‘Vader’ mogen ervaren en als zodanig met Hem in gesprek mogen gaan; Christus heeft ons dat geleerd in het gebed: ‘Het Onze Vader’.
Via Christus weten wij dat wij een toekomstig ‘Hemels Koninkrijk’ mogen verwachten,
dat wij in godsnaam ‘God’s Naam dienen te heiligen, door datgene te doen wat Hij van ons, Zijn kinderen verwacht.
Dit betekent dat wij ‘Zijn Wil’ vervullen, zoals dat ook in Zijn Koninkrijk in de Hemelen plaats vindt. Als een ‘Barmhartige’ Vader zorgt Hij voor ons en vergeeft onze kinderlijke ongerechtigheden.
Hij is geen God, Die onrecht wil, maar dat wij onze misstappen onder ogen zien en proberen te voorkomen.

Wat ons vandaag wordt voorgehouden is dat Christus bewust is van het feit dat
⁌  ook Hij Zich bevindt in een wereld, welke de mens benauwt,
⁌  doordat de mens opgejaagd wordt door alles wat er om hem heen plaatsvindt,
⁌  zich uiteindelijk in de stilte van het hart, In de Tempel van de Levende God terugtrekt en met God, de Vader in gesprek gaat, alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Christus leert ons bidden – tot het immens ‘Grote’, tot Hetgeen wij onmogelijk kunnen bevatten, tot ‘God’, als tot een Vader, Die Zich in de Hemelen bevindt, het immens goddelijke, goede en  schone.

De periode van de zondagen ná Pinksteren wordt vandaag afgesloten en
wij mensen mogen met Christus onder de mensen wonen en met Hem, als goddelijke zoon wandelen en Hij zal ons als Zoon van God tot God zijn, want
met de Heilige Geest vormt Hij een Drie-eenheid; Vader, Zoon en Heilige Geest.
Zij zijn gedrieë-lijk onlos-makelijk [in een liefdesband] met elkaar verbonden. Wandelen wij met de Zoon, dan wandelen wij met de Vader en de Heilige Geest; wonen/verblijven wij in God, dan wonen/verblijven wij zowel in de Zoon als de Heilige Geest. 

U weet Pinksteren is de nederdaling van de Heilige Geest, dankzij en door
de Heilige Geest ervaren wij ná de Hemelvaart de ons toegezegde Heiligheid van God, Die al vanaf den beginne over de wateren zweefde.
Vandaag worden de puntjes op de ‘i‘ gezet, wordt er antwoord gegeven op de kardinale vraag, de schijnbare onoplosbare moeilijkheid, de essentie komt aan de orde.

De criteria die de mens gewoonlijk gebruikt om zich van hun medemensen te onderscheiden is in goed en kwaad, in vrome mensen en zondaars; wij zijn van nature naar buiten gericht, hetgeen betrekking heeft op datgene wat zich om ons heen wordt voorgehouden, door mensen wordt gemanifesteerd en die zich in handelingen aan ons voor-doen.
Maar in het diepste van ons hart, onze innerlijke Tempel komen we een goddelijke kern tegen, die ons in de schepping is meegegeven.
       Wij mensen kunnen iemand bij het minste of geringste als zondig veroordelen
bij God werkt dat zó niet, God heeft de tijd , Die wacht en is ontzettend geduldig.
       God wacht op de reactie van de ziel, die onophoudelijk een onmerkbare strijd voert tot
  de super-overwinning van het zelf op zichzelf en
daarmee het kwaad een plaats geeft als ongehoord, als niet acceptabel.
Het is verwonderlijk dat de mens zichzelf in onze tijd stelt als het middelpunt van het bestaan;  sterker nog het is een dwaasheid naar God’s Wil,
de grenzen van het onbetamelijke via wereldse grootsheid ná te streven en God tèrzijde te schuiven.
Wie de ijdelheid van de wereld niet ziet is op zichzelf al heel ijdel.
Wie ziet haar dan ook niet, behalve de jong volwassenen, die in de drukte van het uitgaan, in het vermaken en in hun gedachten over de toekomst leven?
Maar wanneer de nood aan de man komt gaan zij massaal de straat op voor een betere toekomst, voor ‘hun‘ klimaat.
Ontneem hen de door de wereld aangeboden versrooiing en je zult zien hoe zij van verveling zullen wegkwijnen; zij zullen zonder meer op het punt komen dat zij hun nietigheid ervaren [hun betekenis] zonder die te kennen; want men is wel héél ongelukkig als men zich dadelijk onverdraaglijk droefgeestig voelt, zodra men gedwongen wordt aan zichzelf te denken, zonder dat ook maar iets je daar van àf leidt.
In àlles dient rust en bezinning gezocht te worden.
Het beheersen van eigen ‘tijd en stilte‘ zijn de grootste luxe van vandaag.
De zelfreflectie levert in onze toestand het werkelijk ‘gelukkig’ worden,
dan zouden wij geen afleiding behoeven te zoeken voor onze gedachten,
om dat ‘geluk’ te ervaren.
De werkelijkheid van het leven is dat wij -‘up’s’ en down’s- ervaren en
dat ná regen zonneschijn komt, dat dàt normaal is in de menselijke natuur.
De wereld houdt de mens echter een schijnwereld voor en wanneer daaraan niet voldaan wordt roepen we allerlei specialisten in teneinde dàt te bewerkstelligen
– maar ‘specialisten’ zijn ‘God’ niet.

Het blijkt dat wanneer de wereld van ‘God’ lòs is,
dat mensen en met name kinderen verloren raken, het spoor bijster zijn.
De ‘specialisten’ hakken de mens is stukjes, de mens raakt zijn identiteit kwijt
– we worden aangesproken als ‘beste reizigers’ etc, want dames en heren kan in deze tijd niet meer.
Persoonlijk onderscheid is uit den boze, algehele globalisering, alle neuzen dezelfde kant op – produceren, teneinde te consumeren.
Het gevolg is de vraag, die alom gesteld wordt: . . . . . . . . . . . is iedereen blij? 
Soms zorgt de Heilige Geest ervoor dat wij het waarachtige Geloof tegenkomen,
daar waar we het het minst zouden verwachten.
Het is vandaag een Canaänistisch [Hebr.= ‘ijveraar’] vrouw, de Syro-Fenicische [in Marcus] die de Heer aanriep om Genade.
Uit zo’n iemand, die zich inspant dat iets tot stand komt volgt een smeekbede waar een ‘groot’ Geloof geopenbaard wordt alsof deze vrouw in Bethanië [Hebr.= ‘huis van ellende’] of Jeruzalem [Hebr.= ‘maak dubbele vrede’] had gewoond.
Tyrus en Sidon waren kuststeden, niet alleen vèr buiten de Palestijns-Joodse gemeenschap, maar ook historische centra van het Fenicische maritiem-imperium, een legendarische tegenstander van Israël [zie bijvoorbeeld Ezechiël 26-28], hoewel nu onderdeel van het door oorlog getroffen Syrië.
Deze genezingen van een vrouw en haar kind zijn dus ontzettend verrassend.
Maar wanneer we lezen dat zij in het landsdeel van Tyrus en Sidon woonde, mag haar bede ons terecht verbazen. 
Want wij zouden hiervan dienen te leren dat de mens door Genadegaven tot het Geloof wordt gebracht en niet door de plaats waar – ‘deze of gene’ – z’n woonplaats heeft gezocht.

Beproevingen
Beproevingen kunnen soms een zegen blijken te zijn voor de ziel.
De Caänanitische/ Syro-Fenicische vrouw werd ongetwijfeld zwaar beproefd.
Zij had moeten aanzien hoe haar geliefd kind ‘van de duivel bezeten‘ was,
zonder haar te kunnen helpen.
Hoe vaak komt dit in onze tijd niet voor dat ouders niet weten waar zij het moeten zoeken, wanneer een kind verslaafd is geraakt aan ik weet niet wat.
Maar toch bracht dìt verdriet haar tot onze Heer en Verlosser en leerde dit haar te bidden.
Zonder deze moeilijkheden zou ze misschien geleefd hebben en gestorven zijn
in zorgeloze onwetendheid en onze Heer en Verlosser nooit hebben gezien.

    Het is goed voor mij dat Gij mij hebt vernederd,
opdat ik Uw Gerechtigheden zou leren
Psalm. 118[119]: 71, vert. ROK ’s-Gravenhage.
     Onze onwetendheid komt nergens zó duidelijk tot uiting als in ons ongeduld wanneer wij in hoge nood verkeren. Wij vergeten dat ieder kruis een boodschap van God is en bedoeld is om ons uiteindelijk te helpen.
Beproevingen zijn bedoeld om ons aan het denken te zetten, om ons van de wereld weg te lokken,
tot de Pedagogie van de Heer te brengen en
ons te doen buigen in gebed.
Gezondheid is heel goed, maar ziekte kan beter voor ons zijn, wanneer dit ons tot God drijft.
Alles, maar dan ook alles is beter dan -‘in zorgeloosheid’- te leven en
daardoor -‘in zonde’- te sterven.
De discipelen hadden niet zoveel medelijden en barmhartigheid als
Christus in vers 23.
Deze geest heerst veel teveel onder gelovigen.
Ook wij staan veel te snel klaar om aan de echtheid van iemands beginnende Genade te twijfelen, geraken geprikkeld, omdat de ander nog zwak is:
    En te Jeruzalem aangekomen, trachtte Saulus/Paulus zich bij de discipelen te voegen, maar allen schuwden hem, daar zij niet konden geloven, dat [ook]‘hij’ een discipel wasHand.9: 26.
Laten wij net als Christus zijn:
zachtmoedig’, ‘vriendelijk’ en ‘bemoedigend in de omgang met mensen’ die
immers eveneens het Hemels Koninkrijk willen bereiken.
Christus laat de mensen soms wachten, zoals Hij deed met deze vrouw, maar
Hij stuurt ze nooit met lege handen weg.

Een bijzonder verhaal
Er gebeurt veel met deze vrouw, bij de ontmoeting met onze Heer en
er gebeurt daarop veel met de dochter.
1.]. de moeder van het kind
Het kind is betreurenswaardig ‘bezeten‘ of, zoals er
in het parallele verhaal in Marcus 7 staat: ‘ze had een onreine, boze geest‘.
Haar dochter is onder invloed van iets kwaads, wat haar leven vergalt.
Wanneer je het boek ‘In de ban van de Ring‘ leest of als je de film ziet, dan
geraak je ook makkelijk in de ban. Dan overvalt je een gevoel van angst als de zwarte ruiters opdoemen. Je voelt en je ziet het kwaad.
De dochter is in de ban van het Kwaad.
Wàt precies wordt niet gezegd. Dat doet er ook niet toe.
Ze is in ieder geval zichzelf niet, niet wie ze zijn kan: een ‘heel’ mens, in de bloei van het leven.
Nu, juist omdat dit die vrouw aan haar hart gaat dat haar dochter zó lijdt, gaat ze op zoek.
Liefde drijft haar. Ze gaat op zoek naar genezing en heling voor haar dochter.
Wie weet bij hoeveel dokters, maatschappelijk werk[st]ers en andere hulpverleners ze al langs is geweest.
Ook wij maken soms hele zoektochten door het doolhof van de hulpverlening op zoek naar heling en genezing voor een ander die ons lief is of voor onszelf.
En dàn hoort die vrouw een verhaal.
Het verhaal gaat over een groots mens die is staat is te helpen,
een genezer met wonderlijke macht en kracht,
een Zoon van God, Die kan genezen en helen.
Ze hoort zelfs in het buitenland [want daar woont ze] het verhaal over onze Heer van Nazareth,
Nazareth [Hebr.= ‘bewaakte, afgezonderde’], met de Nazireeër [Hebr.= ‘een toegewijde, ongesnoeid (wijngaard, wijnstok)].
Het  gaat in dit soort situaties natuurlijk als een lopend vuurtje. En haar hart gaat kloppen van verwachting, haar hoop vlamt op.
Zie je dit onoplosbare probleem voor je:
een vrouw met pijn en verdriet, maar tevens met hoop en verwachting op Verlossing?
Jij zou het misschien zèlf wel kunnen zijn . . . . .

1b.]. de geschiedenis, wis en waarachtig
Rond 60 na Christus geeft een arts en wetenschapper [Lucas] een betrouwbaar en uitgebreide verslag van het leven van Christus en laat Hem zien als volmaakt mens en Heiland.
Deze arts draagt zijn getuigenis op aan Theophilius wat ‘vriend van God’ betekent een Romeinse gelovige.
De verborgen schone daden, de getuigenis van de eenvoud van het Geloof zijn het meest bewonderend’s-waardige.
Lucas beschrijft het leven van onze Heer en Verlosser, geboren als hulpeloos kind tot een volwassen man; Deze maakte alle levensfasen door die wij ook doormaken, juist daarom kan Hij ons te hulp komen; Hij werd verzocht maar zondigde niet.
Het wordt ‘het getuigenis voor de natiën’ genoemd, vol van Genade en Hoop, de wereld en verzekering gevend van de Liefde van een ‘lijdende Heiland’.
Uiteindelijk is het niet de grootsheid van de buitenkant, die getuigt van het Heil dat de mensheid te wachten staat, maar de haarvaten van het Lichaam van Christus spelen de grootste rol.
Het zijn de kleine dingen, die groots worden uitgevoerd in gezinnen, die lijden, de verworpenen aan de rand van de samenleving, vrouwen leggen de basis van God’s Pedagogie van de ‘tolerantie’.
Hoevelen – ook in onze tijd – getuigen niet:
Ik ben gered door ‘de Genade en het Geloof in Christus’”
  getuigenissen na een voltooid lijden, wanneer ouderen op hun leven terugkijken naar hun oogappels, maar ook naar
  de zorgen, die een heel gezin tot voorbeeld waren, waarmee zij gehandicapte kinderen zagen opbloeien als getuigenis van God’s Barmhartigheid.
Wanneer je er enige geschiedenis in ontdekken zou,
zullen zij je bijzonder aantrekken.
Doch geheel verborgen waren zij toch niet, anders zouden wij ze niet herkennen;
en wat men ook gedaan heeft om ze te verbergende is slechts een kleinigheid,
waardoor ze aan het licht zijn gebracht
➙  het bederft eigenlijk alles, want dàt was juist het aller-schoonste,
dat zij verborgen wilden zijn.
•    Het is niet schandelijk voor de mens om onder de smart te bezwijken, maar
wel onder het genot. De reden hiervan is niet dat de smart ons van elders overkomt en dat wij het genot zoeken; want men kan ook de smart zoeken en er met opzet onder bezwijken, zònder zich te verlagen.
Hoe komt het dan, dat het voor het verstand roemvol is onder de inspanning van de smart, en schandelijk om onder de inspanning van genot te bezwijken?
•     Het is omdat de smart ons niet verleidt en aantrekt;
wij zijn het ‘zelf’ die haar vrijwillig kiezen en willen dat zij ons beheerst;
zodat wij hierin ‘Heer en Meester’ blijven; en aldus ‘bezwijkt’ de mens voor zichzelf;
⤽ doch in het genot bezwijkt de mens voor het genot.
En alleen het beheersen en bedwingen brengt hem roem;
slavernij brengt slechts schande voort.
Het blijkt een dwaasheid wereldse grootsheid na te streven”.
Voor ons, christenen, wordt alles verlicht in Christus, heeft alles in deze wereld zin en waarde, omdat het een middel tot het pad naar de eeuwigheid is.

‘ صمت الله يهمس في روحنا’, ‘  De stilte van God vormt gefluister in onze ziel’; ‘  The silence of God is whispering in our soul’; ‘  Η σιωπή του Θεού ψιθυρίζει στην ψυχή μας’; ‘ Молчание Бога шепчет в нашей душе’.

Dàt ontstaat doordat we zien wàt we niet zien en naar het onzichtbare kijken,
we laten ons leven in de tijd orderlijk verlopen op basis van het eeuwige,
het menselijke is gebaseerd op God, de Vader, die in de Hemelen is,
Wiens Naam dient te worden geheiligd.
De wereld staat nog steeds verwonderd:
En onze Heer gaat [nog steeds] alle steden en dorpen langs en leert in onze gebedshuizen en verkondigt de Blijde Boodschap van het Koninkrijk en
geneest
[nog steeds in alle stilte] alle ziekte en alle kwalenconf. Matth.9: 35.

2.]. onze Heer en Verlosser
In de Evangelielezing verblijft onze Heer en Verlosser in het buitenland, maar
niet om daar vakantie te vieren, veel meer omdat Hij is het, Die door de farizeeërs en schriftgeleerden zó onder druk wordt gezet dat het maar beter is – even uit de vuurlinie te verdwijnen.

‘ الانعكاس ، من خط النار’; ‘ reflexie, uit de vuurlinie’; ‘ reflexion, from the line of fire’; ‘ αντανακλάσεις, από τη γραμμή φωτιάς’; ‘ отражение от линии огня’

Even op adem komen, even je bezinnen hoe het verder moet gaan.
En daarbij verschijnt deze  Canaänitische vrouw, die
zich inspant om iets tot stand te brengen – een bijzondere rol te spelen.
In dit gedeelte van het getuigenis van Mattheüs gaat het om nieuwe inspiratie vanuit een onverwachte hoek.
In management-termen zou je zeggen, het gaat om out-of-the-box-denken, dat je de geijkte paden verlaat en dat je de dingen vanuit een heel andere hoek bekijkt.
Maar het gaat er ook om dat je voor ‘het Nieuwe’, ‘het Leven’ eveneens openstaat.
–   Hoe vaak gebeurt het niet dat je opeens hulp krijgt vanuit onverwachte hoek, dat mensen van wie je het nooit had verwacht je opeens ‘een zetje geven in de goede richting’,
–   òf soms lopen de dingen heel anders dan jij wilt en achteraf blijkt het juist zo goed uit te werken.
Tegen wil en dank is onze Heer en Verlosser in het buitenland en tussen de verzameling gelijkenissen en de verzameling genezingsverhalen is
ook onze lezing een soort ‘buitenland’.
Het zou wel heel raar moeten lopen als hier niet ‘iets nieuws’ stond te gebeuren:
nieuwe inspiratie vanuit onverwachte hoek’.

De Evangelist Mattheüs was een vrome jood.
En deze vrome Hebreeër wil zijn geloofsgenoten ervan overtuigen dat
met onze Heer en Verlosser ‘ècht’ een nieuw hoofdstuk begint voor het Jodendom.
Daarom haalt Mattheüs ook heel vaak de oude profeten aan om te
laten zien dat wat de profeten zagen nú bij onze Heer en Verlosser’ in vervulling gaat. Dus denkt geen haar op het hoofd van Mattheüs eraan om de boodschap van onze Heer en Verlosser buiten het Jodendom een plek te geven.
Daarom reageert Jezus ook eerst niet op de Canaänitische vrouw, de leerlingen zeggen zelfs: “stuur haar toch weg” en uiteindelijk zegt Jezus:
Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk Israël”.
En vervolgens wordt het nog scherper:
Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren”.
➙➙➙ De kinderen, dat zijn de kinderen van Israël, en de honden, dat zijn de ongelovigen, de niet-Joden, de buitenlanders, de mensen van de interculturele samenleving, die zich ergens ‘een thuis‘ zoeken.

— Maar de vrouw laat zich niet uit het veld slaan: “Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen

3.]. De genezing van het kind
Onze Heer en Verlosser is uitgeweken voor de Farizeeërs en Schriftgeleerden [de afgestudeerden], dus de ‘eigen kinderen’ lijken niet bepaald zo gretig te zijn naar het brood.
En trouwens wie heeft er zo weinig brood dat er niet wat kruimels overblijven voor de honden. Dus, hoe ‘éénkènnig’ wil je zijn?

Dit is een cruciaal moment in het denken van Mattheüs en ook in het denken van onze Heer: “Houd je het heil voor jezelf? Heeft God dan niet genoeg Genade voor iedereen? Dient de Blijde Boodschap van God een exclusieve aangelegenheid te  blijven voor de besloten Joodse gemeenschap?
Òf is het niet tijd dat het Joodse Geloof Zich ook openstelt voor niet-Joden?

Wat dat laatste betreft, jodendom en christendom zijn uiteindelijk gescheiden wegen gegaan. Maar onze Heer is in het buitenland, Hij heeft een stapje opzij gedaan om zich te bezinnen, hoe moet het nu verder en
Hij bidt tot de Vader, om Zijn Wil te kennen.
Hij ontmoet die buitenlandse vrouw, een ongelovige, waar Hij op Zich niets goeds van verwacht, maar de schellen vallen Hem van de ogen.
Deze vrouw blijkt namelijk ‘grootser’ over God te denken dan onze Heer, op menselijke wijze gesproken, Zelf.
Van de Genadegaven van de Barmhartige God zullen toch heus wel wat kruimels overblijven. Dat Koninkrijk der Hemelen waarover onze Heer -al die tijd- over spreekt zal toch heus wel groot genoeg zijn ‘voor álle mensen’.

De vrouw opent Hem -op menselijke wijze gesproken- de ogen voor nieuwe inspiratie uit onverwachte hoek.
En gelukkig staat Christus als Zoon van God er onmiddellijk voor open:
U hebt een groot Geloof.
Het wordt Hem -opnieuw menselijk gesproken- duidelijk, er is ook Geloof buiten Zijn eigen Geloofsgemeenschap.
Er is ook Geloof buiten het eigen land, er is óók Geloof buiten de Kerk, [kijk maar naar al die bijbels namen, die wij onze kinderen geven, of we nu gelovig zijn of niet] en soms komt het uit wel onverwachte hoek en
misschien ook in onverwachte gedaante, ook bij een vermeende vijand.
Die nieuwe inspiratie uit onverwachte hoek wordt hier met beide handen aangepakt, geopenbaard en zo opent Christus de weg dat Zijn Blijde Boodschap
niet een binnen-Joodse aangelegenheid blijft maar uit kan waaieren over de hele wereld.
Een cruciaal moment in de geschiedenis van de dienst aan God is dat wij hier als Christenen bij elkaar komen en wij hebben dit te danken aan een – niet uit onze kringen voortkomende – Canaänitische vrouw, die zich inspant om iets tot stand te brengen.
Het Koninkrijk der Hemelen is ‘vele malen groter’ dan wij als mensen beseffen,
Het heeft vele onderkomens en verschijnt ook in onze tijd
uit geheel onverwachte hoek. Aldus worden onze dochters en zonen genezen.

Laten we hiervoor ópen staan en wanneer wij onze kinderen leren
zó de wereld in te kijken.
Wanneer wij hen leren met respect voor ieder mens, ongeacht aard, geslacht of culturele achtergrond, met elkaar om te gaan,
ja, dàn verbeteren wij de wereld en beginnen bij onszelf.
Christus roept ons en adviseert ons, het is voor Hem onmogelijk ons iets op te leggen.
Het komen tot de overtuiging van de bekering is van onszelf afhankelijk.
Als een rechtgeaard familielid zal Hij ons niet overbluffen en Hij verwacht dat wij dat anderen ook niet aandoen.
Het motto is:
Respect, samenwerken met Passie, vernieuwend,
samenkomen uit dankbaarheid voor het Succes,
Transparant en ‘open’, kortom ‘Integriteit
”.

Eucharistie
God, Die rijk is aan erbarmen, heeft om Zijn grote Liefde, waarmee
Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen
mede levend gemaakt met Christus
[….] en
heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven
in de hemelse gewesten, in Jezus Christus
Eph.2: 4-6.
De priester roept ons op:  “Laat ons de Heer de Eucharistie opdragen”.
En het koor zingt namens het gelovige Volk:
Het is waardig en recht U te zegenen, U te loven,
U de Eucharistie op te dragen, U te aanbidden op elke plaats van Uw Heerschappij”.

In het Eucharistisch gebed, het gebed van dankzegging, drukken wij onze erkentelijkheid uit tegenover God  ‘voor alles’:
Wij gedenken alles wat ‘Hij’ – voor ons gedaan heeft;
Gij hebt ons uit het niets tot het zijn gebracht”. Hij heeft de mensheid verlost na de val. Hij houdt niet op om ons te helpen het komende Rijk te bereiken…..  “Voor dit alles danken wij U en Uw eengeboren Zoon en Uw Heilige Geest, voor alle aan ons bewezen weldaden, die wij kennen en die wij niet kennen, de zichtbare en de onzichtbare”.
Voor al deze aan ons bewezen weldaden, elke dag opnieuw en in een oneindigheid van vormen.
Maar onze dankzegging wordt duidelijker, wordt directer en concreter : “Wij danken U ook voor deze Eucharistie, Die Gij uit onze handen wilt aanvaarden, terwijl Gij toch beschikt over duizenden Aartsengelen en tienduizenden engelen…..”. Een waardevoller aanbidding zou geofferd kunnen worden aan God door de Hemelse Krachten, maar God aanvaardt wat – ‘wij, mensen‘ – Hem in alle eenvoud met onze zondige handen aanbieden.

Door deze woorden van dankzegging, erkennen wij ook het Werk van de Schepper, wij drukken Hem onze erkentelijkheid uit.
        Wij zijn schepselen die, dankzij het Offer van Christus, geroepen en in staat zullen worden gesteld om de wereld te transfigureren en zelf gedeï-fieerd en “deelgenoten van de goddelijke natuur” te worden’, aldus de  H. Gregorius Palamas.
Wanneer deze roeping van de mens eenmaal tot uiting is gebracht, zullen wij ons ook bewuster worden van onze zondige natuur.
Nochtans zijn wij in staat om het te erkennen, wij hebben toegang tot de Vader en zijn deelgenoten van het komende Koninkrijk :
Gij hebt onophoudelijk alles gedaan om ons tot in de Hemelen te leiden en ons Uw komend Koninkrijk te schenken”.
De priester beëindigt dit gebed tijdens de Goddelijke Liturgie van Johannes Chrysostomos met vier woorden: ”   Zingend, roepend, luid jubelend en zeggend”.

Christus & 4 Evangelisten, fresco Nubia Museum, Aswan Egypte

Door deze vier termen heen heeft de Christelijke Traditie een zinspeling gezien
op de roep van de vier “levenden” in het visioen van Ezechiël 1: 6 vv en de Apocalyps 4: 67, die tegelijk de Machten der engelen symboliseren die de schittering van God’s Glorie uitdragen naar de vier windstreken, dit wil zeggen, over de gehele kosmos, en de vier Evangelisten, Die de Blijde Boodschap van het Woord uitdragen
tot de uiteinden der aarde.
Het is daarom, dat de diaken, terwijl de priester deze formule uitspreekt,
een kruisteken maakt door met de asterix, die de heilige gaven bedekt,
de boord van de disk op vier plaatsen als een cimbaal gaat aanraken.
En vervolgens zingt het koor de Cherubijnenzang :
Heilig, Heilig, Heilig is de Heer Sabaoth.
Vol zijn hemel en aarde van Uw Heerlijkheid,
Hosanna in de hoge.
Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren :
Hosanna in den hoge
Op het hoogte punt van het gebed, tijdens de Goddelijke Liturgie overwinnen
de gelovigen van de Kerk hun ongerechtigheden,
[teksten: zie http://www.orthodoxasten.nl/liturgie.htm ]
zij herinneren zich de bewuste en onbewuste schadelijke passies,
de lichamelijke geestelijke en andere verslavingen, die zij in de buitenwereld ondervinden.
Zij zijn zich bewust van de aanwezigheid van ‘de Aanwezige God’, Die zij als iets heel kostbaars gaan ontmoeten, een ‘Mysterie’ waarover zij niet met vijanden zullen spreken.
Diep in z’n binnenste ervaart de mens een tekort, hij voelt dat hij iets fundamenteels mist, maar het dramatische is, hij/zij kan het niet definiëren.
De mens zoekt zijn honger te stillen met alles wat hij rondom zich ziet en kent, maar na een poosje komt hij/zij tot de vaststelling dat het gevoel van onvoldaanheid weer terugkeert en
een andere gedaante heeft aangenomen en dus niet definitief verdwenen is.
Slechts de ontmoeting met de aanwezigheid van ‘de Aanwezige God’ kan de mens verheffen tot datgene wat voor de mens onbereikbaar is.
Sommigen mensen zoeken de oplossing heel ver weg, o.a. bijv. in oosterse religies en moderne spirituele bewegingen, terwijl de waarachtige oplossing
– hier en nu – beschikbaar is en op een verrassend dichtbije plek,
hier in onze eigen Christelijke cultuur.
          Een cruciaal moment in de geschiedenis van de dagelijkse dienst aan God
is dat wij in de Christelijke Gemeenschap als Christenen bij elkaar komen en
wij hebben dit te danken aan een – niet uit onze kringen voortkomende –
Canaänitische vrouw, die zich inspant om ‘iets van dit Mysterie’,
de relatie met de ‘de onder ons Aanwezige God’ tot stand te brengen.
         Het Koninkrijk der Hemelen is ‘vele malen groter’ dan wij als mensen beseffen, Het heeft vele onderkomens en verschijnt ook in onze tijd uit geheel onverwachte hoek.
Aldus worden onze dochters en zonen genezen.
De Orthodoxie onderkent niet zoals sommige andere Christelijke gemeenschappen een praktijk van “Eucharistische gastvrijheid”. Zij verlangt tussen allen die ter communie gaan, die in de Orthodoxe kerken dit ‘Mysterie’ beleven, eenheid van Geloof.
De heilige communie kan niet het middel zijn tot eenheid, zegt zij, maar alleen de vrucht ervan.
          Dit betekent dat alleen degenen, die gedoopt en gezalfd zijn, en tevens praktiserend lid zijn van de Orthodoxe Kerk aan de communie deel kunnen nemen. Wij biden echter vurig dat ooit alle Christenen in Geloof en Liefde rond het mystiek Bruiloftsmaal verenigd zullen zijn.
Dit zal plaats vinden wanneer de Heer dit Wil, waarschijnlijk pas op het einde der tijden. Het Geloof nu is de zekerheid der dingen, die men hoopt, en
het bewijs van de dingen, die men niet ziet.

Apolytikion     tn.4.
  Nadat zij de Blijde Boodschap van de Opstanding en van de Bevrijding van de veroordeling van de Stamhouders uit de mond van de Engel gehoord hadden, riepen de Myrondraagsters jubelend tot de Apostelen:
Vernietigd is de dood, Christus de Heer is opgestaan, en heeft aan de wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.4.
  Mijn Heiland en Verlosser heeft als barmhartige God de aardgeborenen opgewekt,
uit de ketenen van het graf.
Hij heeft de poorten van de hel verbrijzeld
en is als Gebieder na drie dagen verrezen
”.

Theotokion     tn.4.
  Het van eeuwigheid verborgen en aan de Engelen onbekende Mysterie,
is door U aan de aardbewoners openbaar geworden, Moeder Gods:
in onvermengde eenheid is God vlees geworden
en heeft Hij om ons het Kruis op Zich genomen.
Daardoor heeft Hij de Eerst-geschapene weer opgewekt
en onze zielen uit de dood verlost
”.