36e zondag na Pinksteren – zondag van de Talenten – hebben wij met de van God ontvangen talenten Zijn heilsplan uitgevoerd?

    Want het is als bij een mens, die bij zijn vertrek naar het buitenland zijn slaven [dienaren] riep en hun zijn bezit toevertrouwde.
✥✥✥   En de een gaf hij vijf talenten, een ander twee, een derde een, een ieder naar zijn bekwaamheid, en hij reisde buitenslands.
Terstond ging hij, die de vijf talenten ontvangen had, op weg, en hij deed er zaken mede en verdiende er vijf bij.
Evenzo verdiende hij, die de twee talenten had, er twee bij.
Maar hij, die het ene talent ontvangen had, ging heen en groef een gat in de grond en verborg het geld van zijn heer.
            En na lange tijd kwam de heer van die slaven en hield afrekening met hen.
En die de vijf talenten ontvangen had, trad toe en bracht nog vijf talenten bovendien, zeggende: ‘ Heer, vijf talenten hebt gij mij toevertrouwd: zie, ik heb er vijf talenten bij verdiend’. Zijn heer zei  tot hem. ‘Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.
Die met de twee talenten trad ook toe en zei:
‘ Heer, twee talenten hebt gij mij toevertrouwd; zie, ik heb er twee talenten bij verdiend. Zijn heer zeide tot hem: ‘Wel gedaan, gij goede en getrouwe slaaf, over weinig zijt gij getrouw geweest, over veel zal ik u stellen; ga in tot het feest van uw heer.
Nu kwam ook hij, die het ene talent ontvangen had, en zei:
‘ Heer, ik wist van u, dat gij een hard mens zijt, die maait, waar gij niet gezaaid hebt, en die bijeenbrengt van plaatsen, waar gij niet hebt uitgestrooid. En ik was bevreesd en ben heengegaan en heb uw talent in de grond verborgen hier hebt gij het uwe. En zijn heer antwoordde en zei tot hem: ‘ Gij slechte en luie slaaf, wist gij, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb en bijeenbreng van plaatsen, waar ik niet heb uitgestrooid? Dan hadt gij mijn geld aan de bankiers moeten geven en ik zou bij mijn komst mijn eigendom met rente opgevraagd hebben. Neemt hem dan het talent af en geeft het aan hem, die de tien talenten heeft. Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden. En werpt de onnutte slaaf uit in de buitenste duisternis. Daar zal het geween zijn en het tandengeknars
Matth.25: 14-30.

    Maar als medewerkers [van God] vermanen wij u ook de Genade van God niet tevergeefs te ontvangen,  want Hij zegt: ‘ ten tijde van het welbehagen heb Ik u verhoord en ten dage van het Heil ben Ik u te hulp gekomen; zie, nu is het de tijd van het welbehagen. Zie, nu is het de dag van het Heil’.
Wij geven in geen enkel opzicht enige aanstoot, opdat onze bediening niet gesmaad zal worden, maar wij doen onszelf in alles kennen als dienaren van God:
‘ in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten, in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in rechtschapenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in de prediking van de waarheid, in de Kracht van God; met de wapenen van de Gerechtigheid in de rechterhand en in de linkerhand; onder eer en smaad, in kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders en toch betrouwbaar; als niet bekend en toch wel bekend; als stervend en zie, wij leven; als getuchtigd, maar niet ten dode; als bedroefd, maar altijd blijde; als arm, maar velen rijk makend; als niets hebbend en toch alles bezittend2Cor.6: 1-10.

Wat is de mens, dat Gij hem hebt grootgemaakt?
Of dat Gij Uw aandacht op hem vestigt?
Dat Gij hem bezoekt tot aan de vroege morgen en
hem oordeelt tot aan zijn rust?
LXX Job 7: 17-18.

God is Degene,
Die de harten van de mensen schept, elk op zich;
Hij begrijpt al hun werken”

Psalm 32[33]: 15.

Is het Woord van God van u afkomstig, is het bij u begonnen? Of heeft het u alleen maar bereikt?
            Indien iemand meent een Profeet of een geestelijk [geïnspireerd] mens te zijn, laat hij dan wel weten, dat hetgeen ik [Paulus] u schrijf, ‘een gebod des Heren’ is.
Maar indien iemand hier geen rekening mee houdt, dan wordt er ook met hem/haar geen rekening gehouden. Zo dan, mijn broeders, streeft ernaar te profeteren en belemmert [elkaar] het spreken [op basis van de Heilige Geest] in tongen niet. Laat alles netjes, zoals het hoort en in goede orde [verlopen] geschieden” conf. 1Cor.14: 36b-40.
In simpele bewoording weergegeven verkondigt Paulus, dat
alles binnen de Kerk fatsoenlijk [volgens de regels van het spel] gedaan zou moeten worden” en juist dit geeft exact en onomwonden aan ‘wàt‘ de limieten van de werking van de kerkelijke gemeenschap inhouden.
Daarom is iedere activiteit, operatie of actie binnen en buiten de grenzen van de kerkelijke orde, niet alleen een probleem voor het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk, maar ook een navolging of een overtreding van de Blijde Boodschap van Christus en het Apostolisch Gebod, kortom het Evangelie.
Elke afwijkende activiteit welke wij als Christen aan de dag leggen beïnvloedt het gehele leven van de kerkelijke gemeenschap voor zover het zijn historische continuïteit aangaat en vormt op deze manier, de evolutie van het verloop van de kerkelijke voortgang, de uiteindelijke uitwerking tot behoud van God’s Heilsplan.

Hoeveel mensen hebben hun talenten niet ingezet en zich verzet tegen pauselijke/patriarchale innovaties binnen de Kerk en hebben in plaats daarvan de weg van de ballingschap gekozen.
Hoeveel pauselijke/patriarchale ingrepen hebben niet een onrust teweeg gebracht en problemen opgeworpen voor de voortgang van het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk.
Gevolgd door hun vijand, de inquisitie vonden ze momenten van respijt in het onderwijzen van de mensen om vol te houden in vroomheid door de leringen van de Heilige Vaders te handhaven. Zij volgenden het Woord en de daden van de vroeg-Christelijke Kerk, waarbij geen sprake was van ‘aanzien des persoons’ [= zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat]. In alle oprechtheid verdedigden zij het waarachtige Geloof en ondervonden zij bij voortduring de uitwerking van hun krachtige religieuze geweten en de kracht tot aanvaarding van het martelaarschap als gevolg van hun overtuigingen.
In alle orthodoxe diensten en bijeenkomsten wordt begonnen met het aanroepen van de Heilige Geest – òf er vervolgens ook aandacht aan besteed wordt valt te betwijfelen. Òf het moet zó zijn dat de Heilige Geest bewust chaotische winden doet waaien teneinde ons waarachtig Geloof te beproeven. In de strijd om de ware orthodoxie te verdedigen, wekt zowel Christus, als Paulus in ons een het besef dat er gevochten dient te worden voor de integriteit van de ‘Orthodoxie in het algemeen, en het behoud van het Leven van het ‘Lichaam van Christus de Kerk in het bijzonder.

Hoe kan het morele tekort in organisaties worden verminderd en
het morele handelen van toezichthouders en spelleiders worden bevorderd?

Er is sprake van een mogelijk gebrek aan morele leerprocessen,  gebrek aan integriteit en daarbij dient onderscheid te worden gemaakt tussen persoonlijke en professionele integriteit. Centraal bij persoonlijke integriteit staat de vraag:
Wat is voor de persoon in kwestie ‘het goede’ in het leven?
Bij professionele integriteit gaat het om de vraag: ‘hoe goed’ doet de persoon in kwestie z’n werk?

Door de scheiding van deze begrippen en het loskoppelen van de centrale vragen: ‘wat is voor mij het goede leven?’ en ‘wat is bij goed [samen-]werken?’ onhoudbaar?
Het uitoefenen van een beroep is deel van een groter geheel, van een persoonlijk en maatschappelijk leven waarin een persoon niet alleen ‘zijn opgeblazen-ik-gevoel‘ volop de ruimte geeft, òf, in het andere uiterste, zich slaafs conformeert aan de waarden van zijn beroep of functie.
Professionele integriteit houdt voor navolgers van Christus ‘niet op’ bij het goed uitoefenen van een beroep, maar impliceert het inbrengen van persoonlijke idealen, waarden en commitments. Dat vergt de kunst om te balanceren op het koord dat gespannen is tussen persoonlijke integriteit en beroepsmatige integriteit en de daaraan verbonden idealen, worden deze verminderd of wordt het morele handelen van toezichthouders en spelleiders bevorderd?

Toezichthouders en spelleiders en in hun kielzog binnen de verschillende gemeenschappen de navolgers van Christus dienen zich –‘in alles’– te doen kennen als: “     ‘dienaren van God’:
in veel dulden, in verdrukkingen, in noden, in benauwdheden, in slagen, in gevangenschappen, in oproeren, in moeiten, in nachten zonder slaap, in dagen zonder eten, in reinheid, in kennis, in lankmoedigheid, in rechtschapenheid, in de Heilige Geest, in ongeveinsde liefde, in de prediking van de waarheid, in de Kracht van God; met de wapenen van de Gerechtigheid in de rechterhand en in de linkerhand; onder eer en smaad, in kwaad gerucht en goed gerucht; als verleiders en toch betrouwbaar; als niet bekend en toch wel bekend; als stervend en zie, wij leven; als getuchtigd, maar niet ten dode; als bedroefd, maar altijd blijde; als arm, maar velen rijk makend; als niets hebbend en toch alles bezittend’“.

Waarden drukken een beoordeling uit en verwijzen meestal op een meer algemene wijze naar aspecten van het leven die we belangrijk vinden en waardoor we ons in ons handelen laten leiden. ’Waarden geven richting aan het denken, doen en laten’.
Het zijn middelen om te waarderen:
Zonder waarden zouden mensen niet in staat zijn tot
een persoonlijk oordeel of iets goed of kwaad is,
gewenst of ongewenst, mooi of lelijk”.

Christus kijkt toe

De voornaamste persoon is “Christus, maar daarnaast ook onze medemensen. De omstandigheden waarover de Apostel Paulus spreekt gaan alle navolgers van Christus aan en dezen dienen zich -‘in alles’- te doen kennen als: “     ‘dienaren van God’”.

Hoe kunnen wij dienaren van God zijn indien wij de door ons verkregen Genadegaven slechts gebruiken voor eigen paradepaardjes, ondergeschikten zonder overleg confronteren met vaststaande, niet meer te veranderen feiten en totaal geen overleg plegen over hoe de plaatselijke  gemeenschap haar weg gaat?
Wij worden een persoon zoals Christus wanneer wij de twee geboden der Liefde tot de enige Wet van ons bestaan maken. Dit kan alleen plaats vinden in gemeenschap met Christus en met respect en liefde tot gewone beminde gelovigen van de plaatselijke gemeenschap. Wij dienen God lief te hebben met geheel ons hart en door onze daden te bewijzen dat wij God met geheel ons hart liefhebben door onze broeders en zusters méér lief te hebben als onszelf. Eerst dan wordt ‘onze broeder ons leven’, zoals de Heilige Silouan van de berg Athos het formuleerde.
In de Kerk van Christus gaan wij om met het “overgankelijk zaad  het Woord van God in ons te ontvangen. Wij hebben dit zaad ontvangen als ‘het Mysterie van de Heilige Geest’ bij onze doop.
Bij het aangaan van het Verbond met God onze Schepper werden wij met Christus bekleed – ons hart werd ‘de akker, de aarde‘, die zich opent tot groei, tot leven‘ zoals oudvader Sophrony [Sakharov], geestelijk kind van de Heilige Silouan het noemde.

Door de jaren heen kan dit zaad, deze verkregen talenten, onvruchtbaar in de aarde liggen. En zoals we bovenstaand horen zal onze meester reageren met:
    Gij slechte en luie slaaf, wist gij, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb en bijeenbreng van plaatsen, waar ik niet heb uitgestrooid?” Hij zal dan het talent afnemen en geven aan degenen, die er wel iets meer doen.
  Want aan een ieder, die heeft, zal gegeven worden en hij zal overvloedig hebben. Maar wie niet heeft, ook wat hij heeft, zal hem ontnomen worden“.
Door de jaren heen kan tijdens ons [werkbare] leven het zaad onvruchtbaar in de aarde liggen, totdat onze Heer iemand vindt, die als navolger mee wil lijden en werken, zodat het zaad ontspruit en werkelijk vrucht draagt.
Daarop zegt Paulus wanneer hij zich over de voorgang van de Kerkopbouw zorgen maakt:
Mijn kinderen, ter wille van wie ik opnieuw weeën doorsta, totdat
Christus in u Gestalte verkregen heeft
Gal.4:  19.
Waarden behoren tot de meest fundamentele drijfveren van mensen. Ze motiveren tot handelen en geven richting aan het handelen. We kunnen waarden omschrijven als duurzame overtuigingen over ‘wat’ in ons handelen nastrevenswaardig is, ‘wat’ een bepaalde levenswijze waardevol maakt [het tot een goed leven maakt] en ‘welke‘ ideale eigenschappen van mensen waardevol en nastrevenswaardig zijn.
Dit is het algemeen priesterschap van de navolgers van Christus.
De Blijde Boodschap zegt hierover:
  Het Koninkrijk der Hemelen is gelijk aan een koopman, die schone parelen zocht.
Toen hij een kostbare parel gevonden had, ging hij heen en verkocht al wat hij had, en kocht dieMatth.13: 45,46.
Daarbij gaat het beslist niet om een schatrijke [Oost- en West] kerkgemeenschap, die politiek macht gebruikt om z’n eigen zin door te drijven. Dit betekent om de menselijke hartstochten te beheersen en het hart te reinigen.
Eerst dàn zullen wij gezamenlijk als Kerk, als navolgers van Christus, worden overstelpt door Genadegaven, zodat de Parel, Die ons bij het Mysterie van de Doop geschonken is, weer volop onder ons mogen stralen. Dit is het werk van de Kerk, van alle navolgers van het Lichaam van Christus en dat kan alleen door het afschrikwekkende Kruis op te nemen en de weg naar het hemels Koninkrijk te vervolgen.

Apolytikion    
tn.3.
  Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion    
tn.3. 
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij

Theotokion    
tn3.
  Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.