Januari de 30e – Heilige Orthodoxe kerkleraren en Hiërarchen: Basilios de Grote, Gregorius de Theoloog [van Nazianze] en Johannes Chrysostomos.

De Heilige drie Hierarchen

  Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn.
Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de Hemelen is, verheerlijken.
Meent niet, dat Ik gekomen ben om de wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden, maar om te vervullen.
Want voorwaar, Ik zeg u:
    Eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet een jota of een tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied’.
Wie dan een van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der HemelenMatth.5: 14-19.

  Houdt uw voorgangers in gedachtenis, die het Woord van God tot u hebben gesproken; let op het einde van hun wandel en volgt hun Geloof na.
Jezus Christus is gisteren en heden dezelfde en tot in eeuwigheid.
Laat u niet medeslepen door allerlei vreemde leringen; want het is goed, dat het hart zijn vastheid vindt in Genade en niet in spijzen:
wie het hierin zochten, hebben er geen baat bij gevonden.
Wij hebben een altaar, waarvan zij, die de dienst voor de tabernakel verrichten, niet mogen eten. Want van de dieren, waarvan het bloed als zondoffer door de hogepriester in het heiligdom werd gebracht, werd het lichaam buiten de legerplaats verbrand.
     Daarom heeft ook Jezus, ten einde Zijn volk door Zijn eigen bloed te heiligen, buiten de poort geleden.
Laten wij derhalve tot Hem uitgaan buiten de legerplaats en zijn smaad dragen.
Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomstige.
Laten wij dan door Hem aan God voortdurend een lofoffer brengen, namelijk de vrucht onzer lippen, die Zijn Naam belijden.
En vergeet de weldadigheid en de mededeelzaamheid niet, want in zulke offers heeft God een welgevallen.
Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u [aan hen], want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen.
Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doenHebr.13: 7-16.

God is een Schepper en daar gebruikt Hij mensen voor.
Als navolger van Christus merk je dat onmiddellijk,
dat is je aangeboren bij je doop,

Wij mensen zijn de klei in God’s handen; We humans are the clay in God’s hands.

het wordt als het ware een tweede natuur.
God lapt mensen op, neemt ze bij de hand en maakt hen compleet nieuw – er wordt nog aan gesleuteld, maar ooit zul je opkijken van het resultaat.

Maar God schept nog een beetje meer; een heleboel cadeautjes, Genadegaven voor onderweg naar die prachtige toekomst. En in elk pakje zit een goede daad die jij als mens ‘mag‘ doen.
Jij ‘mag’ als mens voor Zijn aangezicht je naasten bijstaan met het aanduwen van z’n/haar voertuig, het voornaamste vervoermiddel dat hem/haar tot de eeuwigheid brengt.
Jij ‘mag’ de minderbedeelden bijstaan, wanneer zij het zelf niet meer kunnen redden – dienstbaar zijn, boodschappen voor hen doen.
Jij ‘mag’ sober zijn, mild en je ‘mag‘ intens naar anderen luisteren en naar hen omzien.
Dit alles geeft je een gelukzalig gevoel en zin in het leven – het smaakt naar meer. Misschien was het je niet bekend dat dit kon – je wist niet eens dat je dàt ook zou willen . . .

Dit wordt met de eerste zin van de Blijde Boodschap van vandaag bedoeld:
    Jij bent het licht van de wereld. Een stad, de mogelijkheden, die in jou verborgen zitten, die op een berg opgetast liggen, kunnen niet verborgen blijven. Je hebt het in je, als je maar wilt.
Ook wordt er geen lamp aangestoken en wordt deze onder een koepel, een schaal gezet, maar wordt deze op het erepodium – op de standaard geplaatst en schijnen jouw mogelijkheden voor allen, die in de wereld zijn”.
  Dit ‘is’ wat het hart der mensen verheugt – ieder van ons heeft wel iets in zich wat behoord tot zijn/haar specifiek mogelijkheden; en gaat het je niet zo goed af, doe dan ‘jouw kleine dingen groots‘, met een allure van een overwinnaar op de dood.

  • Jij weet als geen ander, wat je mogelijkheden en onmogelijkheden zijn, waar je grenzen liggen, wat jij persoonlijk in je mars hebt, geef dan gehoor aan de stem in je binnenste:
    Mensenkind, sta op, dit is de dag, die de Heer heeft gemaakt; dit is jouw en mijn Hemelse toekomst, laat ons vrolijk en blij zijn”.
  •   Weet mensenkind als geen ander dat God van de mensen houdt! Wat er vandaag de dag ook gebeuren mag en wat de wereld ook over het Geloof in God mag denken. Iedere mens weet diep van binnen, dat God van ons houdt en daartoe Zijn Lichaam, de Kerk zal versterken en zal zorgen wat ieder nodig heeft. De mens komt naar Zijn gemeenschap om te geloven en God’s geboden te onderhouden.

We vinden in het ‘Lichaam van Christus‘, de Kerk twee niveaus van onderwijs.
Allereerst is er de openbare verkondiging van het Woord; de universele, mobiele onderwijsbediening, gericht tot het gehele Lichaam van Christus. Dit gebeurt door een krachtige werking van de Heilige Geest, Die een boven-natuurlijk getuigenis geeft van Jezus Christus als Verlosser van de wereld.
Vele van de nieuwe gelovigen zullen door deze bovennatuurlijke aanraking van God zó gegrepen zijn dat ze niet anders kunnen/willen dan binnengaan in het Koninkrijk der Hemelen, van God. Vandaag de dag zien we hetzelfde gebeuren in vele delen van de wereld waar mensen met een ontzettend grote nood leven. Zij hebben geen achtergrondinformatie van de Blijde Boodschap, geen opleiding, kunnen niet lezen of schrijven, maar God grijpt op een bovennatuurlijke manier in om hen te redden.
Het is belangrijk ons te realiseren hoe belangrijk de factor Godsdienstonderwijs  in de ontwikkelingsgebieden wel niet is, waartoe de Lage Landen na de val enige decennia geleden is komen te behoren. Het is een vitale strijd om de mensen die eenmaal voor Gods Koninkrijk zijn gewonnen, ook te brengen tot het punt een waarachtig volgeling van Christus te worden! Niet als een uiterlijke vertoning, maar als een verdieping in de stilte van het hart.

In de vroeg-Christelijke openbare verkondiging van het Woord kennen wij de geschriften en het onderwijs van enkele hoogstaand geestelijke leidslieden. Hiervan vieren wij vandaag de heilige drie Hiërarchen, de gedachtenis van de Heilige Basilios de Grote, de Heilige Gregorius de Theoloog en Johannes Chrysostomos [Gr.= ‘Guldenmond’].
Onder het gewone volk van Constantinopel hadden zich – onder invloed van wereldse inmenging vanaf het eind van de 4e eeuw partijen gevormd, die zich opwonden over de vraag, wie van deze heiligen wel de grootste zou zijn.

Dit is een echt menselijk trekje, welke totaal niet past binnen de dienst aan God – net zoals de weduwe van het penninkje, door Christus hoog geprezen werd, wordt bij God de meest minzame zondaar, die zich bekeerd heeft, de Hemel in geprezen. Bij God bestaat geen voorrang van de één boven de ander, neemt de één geen belangrijker plaats in dan de ànder – voor God is ieder mens gelijk, is eenieder als een kind wat in de luier rondloopt.
        Toezichthouder [metropoliet] Johannes, die zich – net als mensen van onze tijd – over dit soort ‘misplaatste‘ verheffing ontzettend verontruste, had indertijd een droom waarin de drie Heiligen van vandaag hem verschenen en meedeelden dat elk van hen gelijke eer bij God bezat en dat dit dus ook aan al de mensen toekwam. In 1084 stelde hij daarom de gemeenschappelijke feestdag in, aan het eind van de maand januari, waardoor de rust onder het gelovige volk in de stad werd hersteld.
Je zou verwachten dat de Kerk en met name de hoofdtoezichthouders en hun handlangers uit de geschiedenis van de Kerk hun lessen zouden hebben getrokken; ‘niets is minder waar‘, zo blijkt uit de opeenvolgende openbare meningsverschillen. Het zou eens tijd worden dat hier een eind aan kwam en er een bewustzijn loskwam van hoe ‘verdwaasd‘ deze hoogwaardigheidsbekleders zich heden-ten-dage gedragen.
Het mag duidelijk zijn dat er tevens geleerd wordt ‘uit het voorbeeld‘ wat de ene mens, – als ervaringsdeskundige – aan de ander leert.
Dit vormt immers de tweede wijze van de openbare verkondiging van het Woord; de universele, mobiele onderwijs-bediening, gericht tot het gehele Lichaam van Christus.
We dienen hierbij toe te geven dat onze samenleving en onze cultuur het niet gemakkelijk maken om nog ‘tevreden‘ te zijn. De samenleving verlangt voortdurend dat wij ons aanpassen aan het nieuwste imago, alleen om het weer te veranderen wanneer we dat imago eenmaal bereikt hebben. Het imago dat de wereld ons voorschotelt verandert voortdurend en steeds maar meer,
♨︎ ♨︎ ♨︎   maar het “imago” [de gelijkenis] aan Christus, verandert nooit.
Wij zijn geschapen om een evenbeeld van onze Schepper na te streven en dat houdt ‘eenvoud‘ in, jezelf nimmer verheffen boven de ander en een eenvoudig leven te leiden.
Paulus zegt hierover dat hij zich slechts verblijd in de Heer:
”     Niet dat ik [Paulus] dit zeg, als zou ik gebrek lijden; want ik heb geleerd met de omstandigheden, waarin ik verkeer, genoegen te nemen. Ik weet wat armoede is en ik weet wat overvloed is. In elk opzicht en in alle dingen ben ik ingewijd, zowel in verzadigd worden als in honger lijden zowel in overvloed als in gebrek. Ik vermag ‘alle dingen in Hem‘, Die mij Kracht geeft. Toch hebt gij er goed aan gedaan, te delen in mijn verdrukkingPhil.4: 11-14.

Christelijke tevredenheid

Op weg -, ‘ik weet niet wat jij wilt leren, maar zullen wij het samen doen?‘; – On the way – , “I do not know what you want to learn, but will we do it together?“.

1.]. Op het pad naar tevredenheid is de erkenning dat tevredenheid niet iets is wat God ons geeft, maar iets dat wij moeten leren ontwikkelen en in de praktijk brengen. Kijk eens naar die uitspraak van Paulus in bovenstaande tekst: “ik heb geleerd tevreden te zijn“. Net zoals we dat tegen gekomen zijn in het eerste principe over de zonde, zo is het ook met tevredenheid: voor een gelovige is dit gewoon een keuze!
2.]. Om een Christelijke tevredenheid te ontwikkelen is het onderscheiding’s-vermogen dat ons laat zien welke dingen eeuwig van aard zijn en welke tijdelijk van aard zijn. Wij zijn onsterfelijke wezens, geschapen om in een eeuwige toekomst te leven. We dienen ons te realiseren dat God een eeuwig plan voor ons heeft dat ‘véél verder gaat dan wij kunnen zien of ons zelfs maar kunnen voorstellen. Als onze visie op de toekomst niet verder blikt dan het einde van dit lichamelijke leven, dan zullen we nooit tevreden zijn.
Nu brengt inderdaad de Godsvrucht grote winst, [indien zij gepaard gaat] met tevredenheid. Want wij hebben niets op de wereld medegebracht; wij kunnen er ook niets uit mee vandaan nemen. Als wij echter onderhoud en onderdak hebben, dan moet ons dat genoeg zijn1Tim.6: 6-8.
3.]. De grote stap naar tevredenheid is de ontwikkeling van een dankbare houding. Het is bijna onmogelijk om tegelijk dankbaar en ontevreden te zijn. Daarom leert de Blijde Boodschap zo vaak dat we een dankbaar hart dienen te ontwikkelen en de Heer altijd moeten danken. Zelfs wanneer de zaken niet echt op rolletjes lopen, is er genoeg om dankbaar voor te zijn.
”     Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toe-bereid heeft voor het erfdeel van de Heiligen in het licht. Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde, in Wie wij de verlossing hebben, de vergeving der zondenCol.1: 12-14.
Deze uitspraak alleen al zou ons in jubelende Vreugde dienen te doen uitbarsten en alle twijfel aan de kant moeten schuiven over God’s Trouw aan ons, want de Blijde Boodschap leert ons: “Als God vóór ons is, wie kan dan tegen ons zijn?”.
4.]. Op onze weg naar Christelijke tevredenheid dienen wij ons er onophoudelijk van te vergewissen dat wij God dienen omdat we daartoe bezield zijn.
Soms hebben we een krachtig verlangen om grote dingen voor God te doen. We werken met heel ons hart aan die taak en we stellen alles in het werk om het voor elkaar te krijgen. Het is een waardige roeping, de resultaten eren slechts God en onze pogingen zijn prijzenswaardig.
Maar om de een of andere reden stelt ons dat niet tevreden. We gaan op zoek naar een hogere roeping, betere resultaten en grotere inspanningen. Hoe meer we voor God bereiken, des te meer we willen bereiken. Het klinkt alsof zo iemand er helemaal voor gaat en zich helemaal heeft toegewijd aan de visie die God hem gegeven heeft.
Maar indien dat dan zo is, dan zal er vrede en tevredenheid zijn.
5.]. Tenslotte, indien wij over Christelijke tevredenheid willen beschikken, dan dienen wij te aanvaarden dat we niet alles kunnen doen wat er gedaan moet worden. Dit heeft te maken met een focus op wat je wél en wat je niet kunt doen. We zien soms dat er in sommige behoeften niet voorzien wordt, dat er nog veel werk te doen is en dat er veel mensen zij die – het goede nieuws van de Blijde Boodschap nog moeten gaan horen òf zich er geheel voor afgesloten hebben. Maar God heeft geen enkel mens geroepen of begaafd om het hele karwei in z’n eentje te klaren. Wij vergeten heel gemakkelijk dat God prima op de hoogte is van àl die behoeften en àl dat werk en àl die mensen die we nog willen helpen. Maar God heeft heus de controle niet verloren en is ook niet opgehouden met Zijn werk in het leven van andere gelovigen en ongelovigen.
Wij dienen ons slechts te concentreren op het werk waartoe wij geroepen zijn en erop vertrouwen dat ‘God‘ mensen en middelen zal aanleveren om die dingen te doen waar wij absoluut geen middelen, mogelijkheden, tijd of energie voor hebben. Wanneer wij erkennen dat God, als onze Vader en niet wijzelf, de touwtjes in handen heeft, eerst dàn kunnen we vrede vinden en leren tevreden te zijn.

Troparion
tn.1.
  De drie lichten van de drievoudige Zon der Godheid
hebben door de stralen van de goddelijke Leer
heel de wereld doen branden in Liefde tot God;
en als honing-vloeiende rivieren van wijsheid

drenken zij heel de schepping met stromen van de kennis van God.
Het zijn Basilios die de Grote heet, Gregorios,
die uitblonk door zijn kennis van het Wezen van God,
en de Gouden Mond van goddelijke welsprekendheid.
Komt bijeen, gij allen die hun woorden bemint
om hen gezamenlijk met hymnen te eren,
want zij bidden voortdurend voor ons
tot de Heilige Drieëenheid
”.

Kondakion
tn.2.
  De God-verkondigende Predikers,
de grootsten van Uw Leraren, o Heer,
hebt Gij opgenomen,
om van Uw goederen te genieten in eeuwige rust.
Want hun moeiten en arbeid hebt Gij verkozen boven alle brandoffers
Gij, Die alleen Uw Heiligen werkelijk kunt verheerlijken
”. 

NB. Let op de opmerkelijke manier waarover men hier spreekt:
    En een zekere Jood, genaamd Apollos, geboortig uit Alexandrie, een geleerd man, doorkneed in de Schriften, kwam te Efeze.
Deze was ingelicht omtrent de weg des Heren en, vurig van geest, sprak en leerde hij nauwkeurig hetgeen op Jezus betrekking had, ofschoon hij alleen wist van de doop van Johannes.
En deze begon vrijmoedig op te treden in de synagoge.
En toen Priscilla en Aquila hem hoorden, namen zij hem tot zich en legden hem de weg van God nauwkeuriger uit.
En toen hij naar Achaje wilde oversteken, moedigden de broeders hem daartoe aan en schreven aan de discipelen, dat zij hem vriendelijk moesten ontvangen.
Deze, daar aangekomen, was door [God’s] Genade van veel nut voor hen, die geloofdenHand.18: 24-27.
                  De vroeg-christelijke Kerk ontving geen predikers die niet waren ‘aanbevolen door de plaatselijke gemeente‘ waar zij vòòr die tijd hadden gediend. Dit is enorm belangrijk.
Indien we dat vandaag zouden toepassen zou dat een direct einde maken aan de praktijk van mensen die de wereld rondreizen – ‘zonder achterban’ en zonder vrucht voort te brengen, maar die simpelweg een bron van inkomsten en aanzien verwerven door middel van God’s kinderen.
De glorie, of heerlijkheid, van God is de luister van Zijn Geest.
Het is geen esthetische schoonheid of materiële schittering, maar
de schoonheid die uitstraalt van Zijn persoonlijkheid, vanuit alles wat God is.
Ook wordt de rijke in de Blijde Boodschap opgedragen zich nederig te gedragen:
    Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn geringheid, want als een

bloem in het gras zal hij vergaan. Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zo zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelkenJac.1: 9-11.
Houdt uw voorgangers in gedachtenis, maar
verneder hen niet door hen te verheffen!
De Glorie van God manifesteert Zich in de eigenschap van
Zijn Lichaam als geheel en die totaalindruk van al Zijn eigenschappen samen,
verdwijnt nooit. Deze Glorie is eeuwig.