35e na Zondag Pinksteren – Zacheüs-zondag

    En Onze Heer en Verlosser kwam Jericho [Hebr.=‘stad van lieflijke geur’] binnen en ging erdoor.
En zie, er was een man, Zacheüs [Hebr.= ‘zuiver’] geheten, die oppertollenaar was, en hij was rijk.
En hij trachtte te zien, wie Jezus was, en slaagde er niet in vanwege de schare, want hij was klein van gestalte.
En hij liep hard vooruit en klom in een wilde vijgenboom om Hem te zien, want Hij zou daarlangs komen.
En toen Jezus bij die plaats kwam, keek Hij naar boven en zei tot hem:
    Zacheüs, kom vlug naar beneden, want heden moet Ik in uw huis vertoeven.
En hij kwam vlug naar beneden en ontving Hem met blijdschap.
En toen zij het zagen, morden zij allen en zeiden:
    Hij is bij een zondig man binnengegaan om zijn intrek te nemen.
Maar Zacheüs ging staan en zei tot de Heer:
    Zie, de helft van mijn bezit, Heer, geef ik de armen, en indien ik iemand iets heb afgeperst, vergoed ik het viervoudig.
En Jezus zei tot hem:
    Heden is aan dit huis redding geschonken, omdat ook deze een zoon van Abraham
[Hebr.= ‘vader van een menigte’] is.
Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te reddenLuc.19:1-10.

    Dit is een betrouwbaar Woord en alle aanneming waard.
Ja, hierom getroosten wij ons moeite en grote inspanning, omdat wij onze hoop gevestigd hebben op de levende God, die een Heiland is voor alle mensen, in het bijzonder voor de gelovigen.
Beveel en leer dit.
       Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in Woord, in wandel, in Liefde, in Geloof en in reinheid.
In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren.
Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een profeten-woord geschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten.
Behartig deze dingen, leef erin, opdat aan allen zal blijken, dat gij vooruitgaat1Tim.4:9-15.

Christus zendt Paulus uit – Ο Χριστός του Παύλου μεταδόσεις – البث المسيح بول

  Alles wat God geschapen heeft, is goed en niets daarvan is verwerpelijk, als het met dankzegging aanvaard wordt: want het wordt geheiligd door het Woord van God en door gebed.
Wanneer gij dit de broeders voorhoudt, zult gij een goed dienaar van Christus Jezus zijn, wel onderlegd in de woorden van het Geloof en van de goede leer, die gij gevolgd zijt; maar wees afkerig van onheilige oude-vrouwen-praat.
Oefen u in de Godsvrucht. Want de oefening van het lichaam is van weinig nut, doch de godsvrucht is nuttig tot alles, daar zij een belofte inhoudt van leven, in heden en toekomst” 1Tim.4: 4b-8.

De Blijde Boodschap, het Woord is op vele manieren samen te vatten.
Een kernbetekenis is b.v. dat God van Zijn kant ‘gemeenschap met ons zoekt’ [‘contact zoekt’] door onder ons Zijn woning te stichten [de tempel in ons hart] en ons toegang te verschaffen door Jezus Christus:
    Daar wij dan, broeders, volle vrijmoedigheid bezitten om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus, langs de nieuwe en levende weg, die Hij ons ingewijd heeft, door het voorhangsel, dat is, zijn vlees, en wij een grote priester over het huis Gods hebben, laten wij toetreden met een waarachtig hart, in volle verzekerdheid van het Geloof, met een hart, dat door besprenging gezuiverd is van besef van kwaad, en met een lichaam, dat gewassen is met zuiver water. Laten wij de belijdenis van hetgeen wij hopen onwankelbaar vasthouden, want Hij, die beloofd heeft, is getrouwHebr.10: 19-23.

Diezelfde gedachte van gemeenschap zoeken wordt in de bijbel ook naar voren gebracht wanneer verkondigd wordt, dat God in ons huis, ons leven wil komen.
Dat is de kern van de geschiedenis van Zacheüs: “Heden dien Ik in uw huis te vertoeven” .
Die geschiedenis wordt in de laatste zin nog eens samengevat:
De Zoon des Mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden“.
De wijze waarop de Apostel en Icoon-schrijver Lucas ons deze ‘verloren-gewaande’ omschrijft doet ons denken aan ‘de verloren penning’, ‘de verloren zoon’.  Onze Heer en Verlosser is gekomen om het verlorene, de verloren gewaande mens te zoeken
dàt is de Blijde Boodschap volgens Lucas.
Christus in de eerste plaats ‘in mij’, als zondaar Zijn overvloedige geduldige verdraagzaamheid komen bewijzen tot een voorbeeld voor hen, die later ten eeuwigen leven op Hem zouden komen  vertrouwen.
Ook Paulus, die door Lucas in zijn verkondiging werd vergezeld laat ons dit weten:
    Dit is een getrouw Woord en alle aanneming waard, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om zondaren te behouden, onder welke ik een eerste plaats inneem1Tim.1: 15.
Ja, Christus heeft ontzettend veel geduld met ons, wanneer Hij ons zo ziet voort-modderen, want het is toch zo dat wij haast omkomen in ons eigen onvermogen nog iets van het leven te maken.

Onze Heer en Verlosser is gekomen om ‘te zoeken’ en ‘te redden’, dat zijn Zijn twee belangrijkste activiteiten in deze historische, maar ook hedendaagse wereld.

Wanneer je diep in de tekst doordringt bemerk je dat Zacheüs al vanaf den beginne ècht aan het zoeken was, dat is echt niet zo eenvoudig wanneer je door een grote menigte [Kerk-]mensen ondergesneeuwd wordt. Door de imponerende wijze waarop de menigte zich manifesteert, maakt een beminde gelovige gewoon geen kans meer Hem te ontmoeten!

Je neemt immers aan dat eenieder, die zich om je heen bevindt, zich beter heeft voorbereid en zich dusdanig gedragen heeft dan ‘jij‘, ooit zult kunnen, als de toezichthouder, de spelleider, de dienaren, de koorleden. zangers, gelovigen.

Zacheüs was een tollenaar, een ‘opper’-tollenaar nog wel – hij had kennelijk z’n draai gevonden in dat aardse beroep; een man, die zich in dienst had gesteld van de vijand [de Romeinen] en z’n volksgenoten uit te persen en zich aldus verrijkte ten koste van zijn broeders en zusters. Komt in de beste kringen voor, niet waar?
Zelfs in de Kerk proberen sommigen de boventoon te voeren.
Probeer je jezelf eens voor te stellen hoe het zou zijn om omgeven te zijn door mensen die afgunstig zijn vanwege jou manier van optreden.
Jij, die over wereldse eigenschappen of bezittingen beschikt, waar men op zich ‘zelf’ afgunstig door zou worden?
Het blijkt dat op hetzelfde moment de mens fysieke pijn ervaart, een bepaalt gevoel, die in het brein wordt geregistreerd en vervolgens de ander ‘buiten‘ sluit.

Zó stond deze opper-belastinginner van de overheid hier tussen al die gelijken,
die zoekenden zijn in de woestijn van het leven.

Kijk maar, hij doet het alweer, wat een schurk.
Daarom hadden de Joden hem volkomen afgeschreven:
met hèm, die zondaar, daar behoefde je geen rekening mee te houden.
Zacheüs moest er dus een heleboel voor over hebben om onze Heer te zien en
klom in de hoogste regionen door, klom in de bomen, een olijfboom [een kyrië- eleïson-boom].
Hij dient toch wel als een behoorlijke doorzetter worden beschouwd, bij het zoeken. Maar wanneer onze Heer en Verlosser bij die boom des levens voorbij komt, dan vindt er ineens een merkwaardige verschuiving plaats.
Zacheüs was op zoek, maar ‘wórdt’ gevonden.
De rollen worden als vanzelfsprekende precies omgekeerd.
Zo gaat dat wanneer wij naar God gaan zoeken,… dan blijkt dat God ons al lang gevonden heeft.

Wij reageren een millimeter op de roep van onze Heer en Meester en
Hij komt ons een meter tegemoet.

Bij een zondig mens,
ja, inderdaad, want onder al die mensen:
neem ik een eerste plaats in”.

Daar begrijp je helemaal niets van
– alleen wanneer je de persoon van Zacheüs maar voor ogen houdt.

Pas dàn kun je slechts een dergelijke confrontatie verklaren;
wanneer je aandacht schenkt aan de Liefde van God voor de mensen en
Zijn Barmhartigheid, die in de persoon van onze Heer en Verlosser gestalte krijgt.
De overvloedige Genade van God, Die ons zonder voorwaarden vooraf tegemoet komt.

Indien ons Heer en Zaligmaker in dát huis moest zijn, bij mij binnen treedt, dan betekent dat meteen, dat alle onrecht de deur uit, het huis uit dient te worden gezet.
Onze Heer en Verlosser, de schenker van het Leven toelaten in jouw tempel, in jouw leven, dat heeft duidelijke gevolgen.

Zacheüs begrijpt dat: wanneer het met God weer goed is gekomen, dan kan het niet anders of dat moet z’n weerslag hebben in de verhouding tussen de mensen onderling.
En Zacheüs blijkt zoveel mogelijk weer goed te hebben gemaakt met z’n medemensen; hij vergoedt meer, dan Mozes ooit heeft voorgeschreven:
    Het is een schuldoffer; hij heeft de Heer zijn schuld volkomen geboetLev.5: 19. èn
Wanneer iemands rund het rund van zijn naaste stoot, zodat het sterft, dan zal men het levende 
rund verkopen en zijn prijs verdelen en ook het dode dier zal men verdelen. Of als het bekend was, dat het rund reeds vroeger stotig was, en als zijn eigenaar het desondanks niet bewaakte, dan zal hij volledig rund voor rund vergoeden, doch het dode dier zal zijn eigendom zijnEx.21: 35,36.

En eerst dàn klinkt het God’s-Woord ‘redden‘.
Redding en behoud is er alleen, indien we daadwerkelijk consequenties trekken uit God’s Belofte van Zijn Genade-gaven.

Omdat hij een zoon van Abraham is”, en wat betekent dàt nu weer?

de Hand van God met de geredde zielen – Resava [Manasija] Servië

God trekt Zacheüs, laat hem toe in Zijn gemeenschap, omdat hij tot Abraham, tot het Verbond behoort. Zacheüs is kind van het Verbond, is besneden, is gedoopt,  een verbintenis is aangegaan.
Misschien niet bewust, het overkwam hem immers reeds als kind.
Maar dàt zijn/waren zijn omstanders allang weer vergeten òf niet soms?
Is ieder van ons zich hier nog dagelijks, in het – hier en nu – van bewust, dat hij/zij een verbintenis is aangegaan met God, ja, ook u daar binnen deze menigte van mensen?

Maar dìt is/was volgens ons/hen voor een tollenaar, een verrader, een buiten-geslotene, niet meer geldig, outcast. Wij mensen zijn gewend de ongerechtigheden van een ander eerder te onderkennen, dan de zonden van onszelf. En het is al een hele levenskunst om dat te onderkennen: “ Doe ik dàt nu al weer?”.

Maar hier wordt zichtbaar, dat God, het goddelijke in ons dìt niet vergeet.
Hier blijkt, dat God inderdáád trouw, onwrikbaar trouw is aan Zijn Verbond met de mensen.
Lucas toont ons hier in zijn schrijfkunst: je mag tollenaars, d.w.z. Kerk-verlaters, Verbond’s-verlaters niet over één kam scheren; onder hen zijn namelijk zoekers, zoals Zacheüs.

We mogen hen niet in de weg staan. We moeten juist oog voor hen hebben en hen uitzicht op onze Heer en Verlosser, op het Leven en de Opstanding blijven bieden, – wat er ook gebeuren mag.
En vergeet niet, extremen komen niet alleen binnen religies voor, óók onder andere extremen, zowel links, als rechts-georiënteerden.

We herhalen dit nog maar een keer, dan valt het misschien op, maar ook Paulus onderkent dit.
In het andere schrijven van Lucas, de handelingen van de Apostelen verhaalt deze verkondiger dat zij die tot de oude leer van Mozes behoren altijd eerst afgaat op zichzelf, z’n volksgenoten, zij die zich Joods noemen en de verweerders van de dienst aan God. Immers verbeter de wereld en begin bij jezelf.

Voor Paulus zijn mensen, die afstand hebben genomen van de Leer, zij die zich buiten de gemeente, buiten de gebaande sporen hebben begeven, geen egaal grijze massa.
Ook zij, die naar zij verkondigen, de Godsdienst achter zich hebben gelaten, weet hij te vinden.

Wij kennen allemaal wel van die mensen, die ooit het teken van God’s verbintenis hebben ontvangen, maar die hun eigen weg zijn gegaan.
Wij mogen ze niet afschrijven, ook niet, als hun leven zo duidelijk spreekt van afkeer van alles wat met religie te maken heeft; we mogen ze niet op één hoop gooien – ook zij zijn zoekend.
Er zijn er onder hen, die zoekers zijn, ook al leiden ze een leven, dat veel vraagtekens en misschien ook wel weerzin oproept.
Dat neemt niet weg dat wij alles wat met afschuwelijke overtredingen van humane en goddelijke wetten aangaat resoluut dienen af te wijzen, doch de mens daarachter niet dienen af te schrijven.

Dit is hetgeen Christus en Paulus ons vandaag tot beter gedrag willen aansporen, willen onderwijzen.

Christus is verrezen/opgestaan

Apolytikion
tn.2 
  Toen Gij, het onster’flijke Leven
nederdaalde tot de dood,

hebt Gij de kracht der onderwereld gedood
door de bliksem der Godheid.

En toen Gij de gestorvenen uit de onderwereld opwekte,
riepen alle Machten der Hemelen:
O Christus onze God, Schenker des Levens, ere zij U“.

Kondakion     tn.2
Gij zijt opgestaan uit het graf, Almachtige Verlosser,
en bij het aanschouwen van dit wonder stond de onderwereld verslagen.
De doden verrezen en heel Uw Schepping verheugt zich samen met U.
Ook Adan jubelt en het Heelal mijn Verlosser,
zingt U de lofzang zonder einde“.

Theotokion     tn.2
Onbegrijpelijk en hoogHeerlik zijn alle Mysteriën
Die aan u voltrokken zijn, o Moeder Gods.
Verzegeld in reinheid en vast in maagdelijkheid,
zijt gij waarlijk Moeder geworden
en hebt gij de Ware God gebaard.
Smeek tot Hem dat onze zielen worden verlost
”.