Orthodoxie & De koren der heiligen volgen in Waarheid het Woord van God

. . . . .’ Het is gelijk aan een mosterdzaadje, dat iemand nam en in zijn tuin zaaide, en het groeide en werd een boom, en de vogelen van de Hemelen nestelden in Zijn takken’.
En nogmaals sprak Hij [Christus]: ‘Waarmee zal Ik het Koninkrijk van God vergelijken?
‘ Het is gelijk aan een zuurdesem, welke een vrouw nam en in drie maten meel deed, totdat het geheel doorzuurd was’.
En Hij trok verder langs steden en dorpen, predikende en reizende naar Jeruzalem.
En iemand zeide tot Hem:
Heer, zijn het weinigen, die behouden worden?
Hij zei tot hen:
    Strijdt om in te gaan door de enge poort, want velen, zeg Ik u, zullen trachten in te gaan, doch het niet kunnen. Van het ogenblik af, dat de heer des huizes is opgestaan en de deur gesloten heeft, zult gij beginnen buiten te staan en aan de deur te kloppen zeggend:
Heer, doe ons [toch] open, en Hij zal antwoorden en tot u zeggen:
    Ik weet niet, vanwaar gij zijt’.
Dan zult gij beginnen te zeggen: Wij hebben voor uw ogen gegeten en gedronken en in onze straten hebt Gij geleerd.
En Hij zal tot u spreken, zeggende:
    Ik weet niet, vanwaar gij zijt; gaat weg van Mij, alle gij werkers van de  ongerechtigheid.
Daar zal het geween zijn en het tandengeknars, wanneer gij Abraham en Isaäc en Jaäcob zult zien en al de Profeten in het Koninkrijk Gods, maar uzelf buiten-geworpen. En zij zullen komen van oost en west en van noord en zuid en zullen aanliggen in het Koninkrijk van GodLuc.13: 19-29.

    Paulus, door de Wil van God een Apostel van Christus Jezus, en Timoteüs onze broeder, aan de heilige en gelovige broeders in Christus te Colosse:
‘ Genade en Vrede zij u van God, onze Vader.
Wij danken God, de Vader van onze Here Jezus Christus, te allen tijde bij ons bidden voor u, daar wij gehoord hebben van uw Geloof in Christus Jezus en van de Liefde, Die gij al de heiligen toedraagt, om de Hoop, die voor u is weggelegd in de Hemelen.
Daarvan hebt gij tevoren gehoord in de prediking van de Waarheid, het Evangelie, dat tot u gekomen is. Immers, in de gehele wereld draagt het vrucht en wast het op, zoals ook bij u, sedert de dag, dat gij het gehoord hebt en de Genade van God in Waarheid hebt leren kennenCol.1: 1-6 [lezingen van zaterdag 17 januari 2019].

Gezegend is het Koninkrijk van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest;
nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen.
  Naar zijn raadsbesluit heeft God ons [als een mosterdzaadje] voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen [het voorbeeld, naar God’s beeld en gelijkenis] te zijn onder zijn schepselenconf. Jac.1: 18.

In navolging van het Woord, volgenden de Apostelen
De Apostel Paulus is met Petrus uitgegroeid tot één van de kopstukken van de Kerk, beiden worden dan ook op dezelfde dag gevierd: 29 juni.
Paulus heeft zoveel gereisd in dienst van de verkondiging van de Blijde Boodschap, dat hij de eretitel van ‘De Apostel‘ heeft meegekregen.
Toch heeft hij onze Heer en Verlosser niet persoonlijk gekend, eerst na diens Hemelvaart heeft hij zich bij Zijn leerlingen gevoegd en dat was echt niet vanzelfsprekend.
Paulus kwam uit Tarsis en moet als jongeling reeds naar Jeruzalem zijn verhuisd.
Hij heeft nog als leerling aan de voeten gezeten van de beroemde leermeester Gamaliël.
Zo was hij uitgegroeid tot een vurige Rabbi, een wet’s-getrouwe jood, die niets moest hebben van de vrijzinnige sekte van Jezus van Nazareth.
We horen voor het eerst van hem, als Stephanos, de diaken, op last van de Joodse overheden wordt gestenigd. Dan leggen de beulen hun mantels neer aan de voeten van Saulus.
Het was hem er dan ook voor zijn roeping alles aan gelegen om het Christendom uit te roeien,  daartoe had hij zelfs volmachten gekregen van de Hoge Raad te Jeruzalem. Ze gaven hem het recht om huizen van verdachten binnen te dringen en te controleren of er geen volgelingen van Jezus woonden…
Op latere leeftijd betreurt Saulus zijn jonge jaren ten zeerste:
“ . . . . . Mijn geweten betuigt mij dit mede door de Heilige Geest: Ik heb een grote smart en een voortdurend hartzeer. Want zelf zou ik wel wensen van Christus verbannen te zijn ten behoeve van mijn broeders, mijn verwanten naar het vleesRom.9: 1b-3.
Maar niet veel hedendaagse Joodse afstammelingen en zij die Christenen uit de heidenen worden genoemd beseffen hoezeer Paulus Joods bleef nadat hij door God was geroepen om het goede nieuws naar de heidenen te brengen.  
Zelfs toen het Joodse volk probeerde hem in de val te lokken en hem te doden, bleef hij trouw aan zijn broeders en de leringen van God’s instructies [de Wet], de Profeten en zijn Joodse achtergrond. 

De levensweg van Paulus
Paulus werd geboren als Sha’ul [Hebr.=‘gevraagd of af-gebeden]. Zoals we uit zijn eigen woorden zullen zien, reisde Sha’ul  als apostel Paulus door het Romeinse Rijk, waarbij hij zowel Joden als heidenen onderwees over de redding van Messias Yeshua [Jezus] door uit de diepten van zijn hart, ziel en geest te spreken als een Joodse Rabbijn.
Maar Paulus zei: ‘ Ik ben een Jood uit Tarsus, burger van een welbekende stad in Cilicië; ik vraag u verlof tot het volk te mogen sprekenHand.21: 39.
En er is dus veel in zijn levensgeschiedenis waar wij van kunnen leren.
Door ons te verdiepen in zijn standvastige verkondiging van Christus’ Blijde Boodschap mogen wij hopen dat zowel de Joden als de heidenen, ja de gehele mensheid wordt gered.
Bedenk wel dat: “     Niet een ieder, die tot Mij zegt: Heer, Heer, zal het Koninkrijk der Hemelen binnengaan, maar wie doet de Wil van Mijn Vader, Die in de Hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Heer, Heer, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd en in Uw Naam boze geesten uitgedreven en in Uw Naam vele Krachten gedaan?
En dan zal Ik [Christus, de uiteindelijke Opperrechter] hun openlijk zeggen: ‘ Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid’Matth.7: 21-23.

Echter iedere waarachtige Christen zal werkelijk met onze Heer en Verlosser over het water willen lopen en uitroepen: ‘Heer, redt mij’. Wat hiermee bedoeld wordt is niets meer dan dat wij navolgers van Christus dagelijks een verlangen ervaren in een relatie met onze Heer en Verlosser door het leven te gaan. Wij willen Hem trouw dienen, Hem onvoorwaardelijk vertrouwen en Hem onophoudelijk behagen. Je dient daarbij te begrijpen dat de toepassing van God’s Wil voor elke gelovige anders is en wij laten het uiteindelijk oordeel dan ook aan Hem over.

Johannes, Mattheüs, Marcus en Petrus, Lucas en de andere volgelingen waren drie jaar bij Christus, maar Sha’ul, alleen “hoorde” Hem ooit tot zich spreken – onzichtbaar, bovennatuurlijk op weg naar Damascus!
… Op weg naar Damascus werd hij als een donderslag bij heldere hemel getroffen en op de grond geworpen. Verblind door het felle licht tastte hij hulpeloos in het duister.  Een stem vroeg hem:
Sha’ul [Hebr.= ‘gevraagd of af-gebeden] waarom vervolg je mij?”
Een leerling van Jezus, Ananias [Griekse vorm Hebr. Hananiah= ‘de Heer is genadig’], overwon zijn weerzin en nam hem bij zich in huis.
Paulus was als een blad aan een boom omgedraaid [μετάνοια, omkeren, van gedachten veranderen].
Van nu af zou hij de meeste fanatieke verdediger van de Pedagogie van Onze Heer en Verlosser worden: De Blijde Boodschap is er immers voor eenieder die hulpeloos in het duister rond tast, ongeacht of men tot het uitverkoren Joodse Volk behoorde of niet.
Drie jaar lang bereidde Paulus zich in het verborgene voor op zijn zending. Toen trad hij uit de schaduw en ondernam minstens vier grote reizen.
Intussen schreef hij een onbekend aantal brieven, waarvan er veertien in het Nieuwe Testament van de Bijbel zijn opgenomen.

Paulus had tevens het geluk om geboren te worden in de hoofdstad van de Romeinse provincie Cilicia – Tarsus, hetgeen een “vrije stad” was; als zodanig gaaf dit hem het Romeins staatsburgerschap bij zijn geboorte: “ En de overste ging erheen en zei tot hem: ‘Zeg mij, zijt gij een Romein?’. En hij zei: ‘Ja’.  En de overste antwoordde: ‘Ik heb dit burgerrecht voor een grote som verkregen’. Maar Paulus zei: ‘Doch ik bezit het door geboorte’Hand.22: 27,28. Het staatsburgerschap hielp Paul om een vreselijke geseling en geseling te voorkomen, hetgeen illegaal was om een Romeinse burger zonder een eerlijk proces te treffen.
Maar Paulus rept ook na zijn bekering over zijn achtergrond:
    Ik ben een Jood, te Tarsus in Cilicië geboren, doch in deze stad opgevoed, aan de voeten van Gamaliel opgeleid met nauwgezette inachtneming van de Wet van onze vaderen, een ijveraar voor God evenals gij allen heden zijt. En ik heb deze weg ten dode toe vervolgd door mannen en vrouwen in boeien te slaan en gevangen te zetten, gelijk ook de hogepriester van mij getuigen kan en de gehele Raad der oudstenHand.22: 3-5a. en vervolgens verhaalt hij de wonderlijke gebeurtenis van zijn bekering tot het Christendom.

Zowel Paulus als Christus [zie, de verkondiging aan de Emmaüsgangers] verkondigen de Blijde Boodschap op basis van de Joodse voorgeschiedenis.
Paulus vertrok na zijn voorbereiding in het verborgene naar Jeruzalem, waar de discipelen en apostelen aanvankelijk hem niet accepteerden vanwege zijn recente verleden als een vijand van het Geloof. Hij verliet Israël en begon de Blijde Boodschap aan de volken [de heidenen] te verspreiden.

De meeste spelleiders in onze gemeenschappen zullen u zeggen dat Paulus zich bekeerde tot een ‘nieuwe‘ religie, het christendom genaamd, op de dag dat hij verblind werd door God’s Licht.
Maar waar Sha’ul [Hebr.=‘gevraagd of de af-gebedene] zich werkelijk in bekeerde was een hart en een geest vervuld met de Geest van God, tot het oude wat overvloeide, evolueerde in het nieuwe.
Hij schreef vaak over God’s Liefde die hem ingeven door de Heilige Geest vanaf die wonderlijke gebeurtenis vervulde:
➥➥➥ ”     Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld, in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Heer.
Weest blijde in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid. Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt niet.
Weest blijde met de blijden, weent met de wenenden. Weest onderling eensgezind, niet zinnende op hoge dingen, maar voegt u in het eenvoudige.
Weest niet eigenwijs. Vergeldt niemand kwaad met kwaad; hebt het goede voor met alle mensen.
Houdt zo mogelijk, voor zover het van u afhangt, Vrede met alle mensen. Wreekt uzelf niet, geliefden, maar laat plaats voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, spreekt de Heer” Rom.12: 10-19.

Paulus toonde deze liefde zelfs aan degenen die hem vervolgden. Toen God bijvoorbeeld de deuren van de gevangenis opende om te ontsnappen, maakte hij zich meer zorgen over de redding van de bewaker dan over zijn eigen vrijheid. In deze maken Petrus [verering Petrus’ banden] en Paulus hetzelfde mee, op wonderbare wijze worden zij [door een engel] bevrijd uit een gevangenschap, die hen vanwege de verkondiging van de Blijde Boodschap overkomt.
Beiden verkondigen de Blijde Boodschap, die zegt:
    Maar, indien uw vijand honger heeft, geef hem te eten; indien hij dorst heeft, geef hem te drinken, want zo zult gij vurige kolen op zijn hoofd hopen. Laat u niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwade door het goedeRom.12: 20,21.
Aldus verkondigen alle apostelen dezelfde Blijde Boodschap, Die zich over de gehele wereld verspreidt:
    Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij [Onze Heer Jezus Christus, de Zoon van de levende God] ons voortgebracht door het Woord der Waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselenJac. 1: 18.

Mp3 – Δόξα αίνων Ζ Ιανρίου-(Προδρόμου)-ΠΕΤΡΟΥ-[Μετόχι Ι.Μ Σινά:

Troparion de koren der Heiligen [zaterdag]
tn.2.     “ Apostelen, Martelaren en Profeten,
Hiërarchen, Heiligen en Gerechten,
Die de goede strijd voleindigd en het Geloof bewaard heb,
gij hebt toegang tot de Verlosser.
Smeekt tot Hem, als de Goede, voor ons,
opat onze zielen mogen worden gered.

Kondakion [zaterdag]
tn.8.    Als eerstelingenoffer der natuur
offert de wereld U, de Heer en Schepper van het heelal,
de Goddragende Martelaren.
bewaar om hun gebeden Uw Kerk in diepe Vrede,
door de Moeder God’s, Barmhartige“.

Theotokion [zaterdag]
tn.2.
    Heilige Moeder van het ontoegankelijk Licht,
wij vereren U met de hymnen der engelen
om U vroom te verheffen”.

Troparion de gestorvenen [zaterdag]
tn.2.  Gedenk, Heer, in Uw Goedheid de dienaren en dienaressen,
en vergeef hun wat zij in dit leven hebben gezondigd.
Want niemand is zonder zonde, buiten U,
Die de Macht bezit om ook aan hen,
die overgegaan zijn, de rust te verlenen.

Kondakion de gestorvenen [zaterdag]
tn.8.  Met Uw Heiligen laat rusten o Christus,
de zielen van Uw dienaren en dienaressen,
waar geen smart, droefheid noch tranen zijn
doch waar Leven is, zonder einde”.