Orthodoxie & het navolgen van Christus

Theophany, Transfiguration & Opstanding van Lazaros, Sinaï-icon

Wat is uiteindelijk het doel van het Christelijk Geloof ?
De goddelijke maat van de levensweg, die wij ons hebben voorgenomen en die we enkele dagen geleden gevoerd hebben als de “Godsverschijning’ de Theophanie van Christus.
Dáár wáár God Zich overduidelijk als Heilige Drieëenheid heeft geopenbaard:
”        Dit is Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb” als de enige “Zoon” Die is zoals God het behaagt en waarvan God Zelf, door Zijn stem uit de Hemelen oproept: “Luistert naar Hem!!!
Woorden van gelijke strekking klinken uit de mond van de Zoon, wanneer Hij zegt:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; 
want mijn juk is zacht en mijn last is licht  Matth.1: 28-30.

Monnik in Beeld

            Het is het belangrijkste vers uit het Evangelie voor de gedachtenis van heilig verklaarde monniken, het wordt immers door allen erkent die in navolging van Christus hun kruis opnemen. We hebben voor kort nog bij de Apostel Paulus gelezen dat ‘zonder‘ werken omwille van God de doop geen enkele zin heeft.
God ter wille zijn, behulpzaam zijn waar je je ook bevindt houdt in dat je een handje toesteekt – al naar gelang je kunt onder het motto: ‘beter iets, dan helemaal niets‘, waarmee je in staat wordt gesteld in welke mate het leed dat ons omringt tot gerechtigheid God’s kan leiden.
Het komt hierop neer dat we gevolg geven aan het Woord dat wij horen en vervolgens voor lief nemen dat het lijden daar onlosmakelijk aan verbonden is.
Dat blijkt uit het leven van de grootste der profeten, Johannes de Doper, die oproept: “ bekeert u want het Koninkrijk der Hemelen is nabij” en wat voor leven heeft deze doper niet doorlopen, voordat zijn hoofd eraf ging op verzoek van een wulps meisje.
De auteurs van de commentaren op de Blijde Boodschap steken het niet onder stoelen of [kerk-]banken: ‘het lijden is het gevolg van het leven in een gevallen wereld’ – echter dit lijden wordt ook in de westerse kerken niet al te zeer benadrukt, omdat ‘er misschien dàn’ helemaal geen hond meer naar de diensten zou komen.

Ladder van Armando, Amersfoort

De meeste christenen in het Westen hebben ook weinig of geen ervaring met vervolging en zó het plaats vindt wordt het gesprek daarover slim gemeden. Bij vervolging op basis van godsdienst wordt naar het verleden of andere streken gekeken – het liefst vèr van ons vandaan en in het uiterste geval wordt je aangesproken door de schrijnende beelden welke ons via het nieuws worden voorgehouden en dan wordt ‘vol emotie‘ de portemonnee getrokken waarmee de afschuw wordt weggedrukt en de pijn wordt afgekocht.
Situaties van algemeen fysiek, psychologisch en geestelijk lijden worden – zo wie zo – weggedrukt en predikers dienen daar niet al te vaak over beginnen want dan worden ze voor melancholisch versleten of als depressief beschouwd.
Maar toch spreken de teksten van de Blijde Boodschap voor Zich, die richten zich specifiek op lijden en gerechtigheid in een omgeving waar er weinig of geen vervolging is.

 

Maar is dat wel zo? Klopt die bewering wel?
De wijze waarop er in onze samenleving met lijden en gerechtigheid wordt omgegaan heeft ook invloed op hoe mogelijke christenen in het Geloof staan.
Hoeveel jongeren sluiten hun middelbare school periode niet af en zijn er dàn nog van overtuigd dat zij in een gevallen wereld leven en God werkelijk nodig hebben.
Ja dat er inzet en doorzettingsvermogen nodig is om de hoogste hoogten voor artiesten, sportlieden en carrièrejagers en dat dàt juist offers vraagt dat gaat er nog wel in, maar dat ‘ieder’ mens – vroeg of laat – een beroep op die uiterste inzet zal dienen te doen komt pas aan de orde wanneer het lichamelijk of geestelijk ‘niet‘ zo goed gaat en bij velen van ons is dit eerst op het einde van ons leven.
Je kunt ook niet anders verwachten, denk ik, aangezien de meeste christenen in het Westen weinig of geen ervaring hebben met pijn en vervolging op zich.
Dit wordt wel algemeen erkend door degenen die onder de vervolgde christenen werken en zij die onder christenen bevinden, die zich in de Kerk aan de rand van de samenleving ophouden. Er zijn weliswaar pogingen ondernomen om een ​​Christelijke Theologie van vervolging te ontwikkelen. Maar meestal bestaan deze pogingen ​​uit geselecteerde teksten die thematisch zijn gerangschikt en die, hoewel behulpzaam en beter zijn dan helemaal niets, maar het laat niet zien in welke mate leed vóórafgaand aan gerechtigheid in de tekst aan de orde komt.

In die omstandigheden zetten wij onze reis in de zoektocht voort om via de Blijde Boodschap een toepassing hierop te vinden voor ons dagelijks leven.

Het Koninkrijk der Hemelen is nabij

Rabboeni‘ [= ‘Meester‘] by Rembrandt Hermenszn van Rijn [1606-1669]

De omgang met Christus, het samen met Hem optrekken in je leven is je bevinden in het Koninkrijk der Hemelen.
Christus is de Zoon van God en degenen die met Hem optrekken, in Zijn Geest leven, worden ingewijd in de wereld van de komst van de Heilige Geest, welke
uitmondt in het Koninkrijk der Hemelen.
Daar wáár Christus is en hetgeen men doet of laat in Zijn Geest verricht, dáár  wordt de kiem gelegd van het Koninkrijk der Hemelen. Als mens kunnen wij echter onmogelijk onafgebroken Christus en het leven in Zijn Geest in ons leven opnemen, daar zijn de verleidingen van de wereld te groot voor. Daartoe is inzicht nodig, die oproept tot bekering, Mετάνοια , eenvoudig uitgedrukt – ‘keer het leven van de wereld de rug toe‘.
Bekering is de basisvoorwaarde; zolang de mens niet-bekeerd op aarde rondgaat,
z’n ego niet heeft gehard door z’n kruis op te nemen en Christus te volgen,
Christus als God-mens niet aanvaard, de Genadegaven van de Heilige Geest afwijst, leeft hij als heiden – als niet-tot-God-bekeerde, goddeloos, dus zondaar.
Immers al datgene wat wij zonder god-geïnspireerde-intentie doen is zonde.
Vandaar dat de Heilige grote Profeet van de woestijn ons oproept:
    Bekeert U, want het Koninkrijk der Hemelen is nabij gekomen”.

Indien wij maar met het idee blijven rondlopen dat wij perfect zijn naar geest, lijf en leden – geen berouw, geen bekering nodig hebben, zijn wij in hoogmoed vervallen. Dit heeft tot gevolg dat het de Genade van God, Die op ons blijft inwerken, wordt onderdrukt – we hebben ons als het ware voor God en alles wat daarmee samenhangt, gewoonweg afgezonderd, afgeschermd.
Bewust of onbewust wordt ieder mens door God geroepen.    Oprechte bekering is niet alleen de pijn die we daardoor ervaren, omdat wij de Wil van God in ons leven niet vervullen, maar ook de beslissing om te vechten voor onze bevrijding van die roep, hetgeen God betreurt.
We zien het om ons heen – hoeveel opinieonderzoeken gaan niet over het hoogmoedig verzet tegen het goddelijke, het Geloof in ‘het goede‘ wat God met de mens voor heeft.
De mens kan niet tegen de dubbelzinnigheid, – ‘ben ik dit, of ben ik dat’ –, die hij/zij in het leven ervaart; er dienen keuze gemaakt te worden over wat goed en kwaad is en de mens probeert nu eenmaal de diamant van het leven tot in detail te begrijpen en er vat op te krijgen.
Zo goed en kwaad als de mens kan worden er keuzes gemaakt en o, wee, wanneer blijkt dat de omgeving hem/haar afwijst als niet behoorlijk.
De mens is en blijft echter ‘zelf’ verantwoordelijk voor hetgeen hij doet of laat en zal er – zo wordt dit door het overgrote deel van de mensheid aanvaard – te zijner tijd op worden beoordeeld.
Het leven draait dus om het goed doen en ontbreken van angst om daarin een vrije keuze te maken.

Christus zegt: “Niemand is goed dan God alleen”  Luc.18: 19; Marc.10: 18.
Daarbij dient te worden opgemerkt dat Hij ‘niet‘ zegt: “Ik ben God niet” !!!
Christus is de Zoon van God en maakt deel uit van God, als één van de Heilige Drieëenheid en geeft bovenstaand opmerking als antwoord op de vraag van de Rijke Jongeling:
“     Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te beërven? En Hij antwoordde daarop: Waarom noem je Mij goed? Niemand is goed dan God alleen”.
In plaats van de jongeling te corrigeren, wat voor Hem als God een makkie is, komt Hij met een waarom-vraag, waarmee de ander wordt uitgedaagd ‘zelf’ een afweging te maken, ná te gaan denken over de woorden die Hij uitspreekt; over Zijn Pedagogie.
Het gaat er hierbij niet zo zeer om het waarheid’s-gehalte, doch het doel van de waarom-vraag is de rijke jongeling te toetsen òf deze wel wist Wie hij voor zich had.
M.a.w. de jongeling bewust te maken van de volle betekenis van het Woord, het Licht, God, Die mens geworden is, teneinde de wereld iets wijzer te maken.
Het is in deze dus heel geloofwaardig dat God, als de Zoon van de Heilige Drieëenheid de mens ook eens wat ‘bescheidenheid‘ bijbrengt.
Het blijkt namelijk in de publieke opinie om ons heen dat de mens zichzelf namelijk als ‘goed’ [‘god’] beschouwt, aangezien zij zich in de situatie meent te bevinden dat zij zich aan de “Goddelijke geboden”, het alom-goede aanhouden.
Onze Heer en Verlosser laat hier de mens zien wàt waarachtige goedheid is, namelijk die goedheid van God. Daarmee toont hij aan dat je als mens ‘zonder’ God te volgen, zoveel geboden kunt houden als je wilt, maar dat het je dàn niet zal baten.
DE mens is namelijk, genomen naar de standaard van God, ‘niet’ goed en heeft het nodig om God te volgen, kan ‘onmogelijk’ zònder God, wàt de publieke opinie er in de wereld om ons heen ook van blijkt te maken.
En Wie kan het beter weten dan de Zoon van God, Die deel uitmaakt van de Heilige Drieëenheid en Die ons als opperste Rechter straks op te wachten staat aan het einde der tijden.

De wijze waarop Christus, de Verlosser hier optreedt, is Die, welke wij kennen als ‘de Goede Herder’, Die in alle rust Zijn onderdanen, de goede richting wijst aan de hand van de Blijde Boodschap.
Dat de Zoon van God goed is en derhalve God, valt dus niet te ontkennen; de  kwalificatie van de Goede Herder heeft betrekking op God.
Want het Oude Testament identificeert zowel God als de Messias herhaaldelijk als herder.
Dat zien we bijvoorbeeld in Psalm 22[23]: 1-2, 76[77]: 20, 77[78]: 52, 79[80]: 1, Isaiah 40: 11, 49: 9-10 en Ezechiël 37:4.  
Er kan dus een sterke zaak worden gemaakt voor het idee dat Jezus Christus, onze Verlosser Zich God noemt wanneer Hij aan Zichzelf refereert als de Goede Herder.

Wie moeten we volgen in al die debatten?
Natuurlijk weten we dat de rijke jongeling [de mens van vandaag] onze Heer en Verlosser op dat moment en ‘hier en nu’ niet helemaal begrijpt,  aangezien hij en de debatters uiteindelijk onbevredigd vertrekken, maar dat betekent niet dat onze Christelijke visie ‘verworpen‘ dient te worden.
Het gaat erom wat onze Heer en Verlosser iemand leert, niet wat zij daarvan begrepen hebben of opvolgen. Dit geldt met name voor gesprekken met andere mensen [het journaille] dan Zijn eigen volgelingen, die Hij dikwijls van een toelichting voorziet wanneer zij daar maar om blijven vragen, want ergens wringt er toch een schoen.   

In de Blijde Boodschap is er een duidelijk verband aanwezig tussen vervolging en de navolging van Christus. Inderdaad, er kan geen volgeling zijn zonder vervolging; Christus volgen is een levensweg, die dwars staat op datgene wat de wereld ons voorhoudt, het draait namelijk om de inzet en het doorzetting’s-vermogen de wereld om ons heen te verzoenen met de God, de Vader, in de Heilige Geest van Zijn Zoon.
Dat deze reis [zelfs in de Kerk] in de context van conflicten terecht komt is als vanzelf-sprekend, hetgeen al voortkomt uit de zinspeling in den beginne, waarbij zelfopoffering en lijden als onlos-makelijk aan het goddelijk leven aangegeven wordt:
    En Ik zal vijandschap zetten tussen u en de vrouw, en tussen uw zaad en haar zaad; dit zal u de kop vermorzelen en gij zult het de hiel vermorzelenGen.3: 15.
Onze Heer en Verlosser gaf ons toen al aan dat het oordeel van Satan is volbracht 
door menselijke verwachting dat een goede prestatie zal leiden tot
de gewenste uitkomsten en bevrijding teweeg zal brengen aan de nakomelingen van de 
vrouw, maar het zal plaatsvinden in een proces van blauwe plekken en pijn.  Bevrijding zal slechts ontstaan door de kop van de slang [de tegenstrever] te verbrijzelen, maar in deze strijd zal de hiel, de Achillespees van de mens gewond raken.
Deze waarheid wordt vanaf het begin al geopenbaard in de wijze van aanbidding van Kaïn [Hebr. = ‘maker, letterlijk smid‘] ten opzichte van Abel [Hebr. = ‘adem, ijdelheid’] en het offer dat door God verworpen wordt ten opzichte van dat wat wèl aanvaard wordt. Het tekent de familiestrijd van deze dagen onder gelijkgezindten.
Onze Heer en Verlosser zag de dood van Abel als een daad van martelaarschap:
    opdat over u zal komen al het rechtvaardige bloed, dat vergoten werd op de aarde van het bloed van Abel, de rechtvaardige, tot het bloed van Zacharias, de zoon van Berekja [Hebr. = ‘de Heer zegent’], die gij vermoord hebt tussen het tempelhuis en het altaar. Voorwaar, Ik zeg u:Al deze dingen zullen komen over dit geslacht [der mensen]“ Matth. 23: 35,36.

Kaïn dood Abel, Lambert Lombard [1505-1566] Musée des Beaux -Arts de Liège, Luik

De moord op Abel wordt gelijk getrokken met het resultaat van een rivaliteit tussen broeders en zusters, een familieruzie, die uit de hand is gelopen.
Johannes legt uit dat de dood van Abel is ontstaan door de daden van Kaïn in een context van Martelaarschap, een resultaat van het conflict tussen de wereld en degenen die God toebehoren:

    Verwondert u niet, broeders, wanneer de wereld u haat. Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben.
Wie niet liefheeft, blijft in de dood. Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoordenaar 
en gij weet, dat geen mensenmoordenaar eeuwig leven blijvend in zich heeft1John.3: 13-15.
            Willen wij als Christenen de perfectie van de goddelijke verschijning aanbidden en de menselijke perfectie [”de Opstanding van Christus vervullen”] willen bereiken ‘laat ons dan aandachtig zijn‘ en dit Woord van onze Heer en Verlosser ter harte nemen, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.