Januari de 4e – De Apostelen van de 70

de apostelen met de 70 het fundament van het Geloof in Christus

De Blijde Boodschap van de hand van de heilige Apostel en Evangelist Lucas informeert ons in hoofdstuk 10 over de groep navolgers van Christus naast de uitverkoren eerstelingen die van de 12 uitverkorenen.
Christus heeft ook hen naast de Twaalf uitverkozen om Hem in Zijn werk bij te staan en van stad tot stad te trekken om Zijn komst voor te bereiden.
Zij mochten daarbij geen gelegenheid of moment verloren laten gaan.
Daarom drukt Christus hen op het hart dat ze in dit werk niet mochten wachten in het nemen van beslissingen en niemand uit grotere  genegenheid  [vriendjespolitiek] mochten begroeten. Eenieder diende voor hen gelijk te worden bejegend.

”     Want de Genade van God is [ons] verschenen, heilbrengend voor alle mensen, om ons op te voeden, zodat wij, de goddeloosheid en wereldse begeerten verzakende, bezadigd, rechtvaardig en godvruchtig in deze wereld leven, verwachtende de zalige hoop en de verschijning der heerlijkheid van onze grote God en Heiland, Christus Jezus, Die Zich voor ons heeft gegeven om ons vrij te maken van alle ongerechtigheid, en voor Zich te reinigen een eigen volk, volijverig in goede werken. Maar toen de goedertierenheid en mensenliefde van onze Heiland (en) God verscheen, heeft Hij, niet om werken der gerechtigheid, die wij zouden gedaan hebben, doch naar Zijn Ontferming ons gered door het bad van de wedergeboorte en van de vernieuwing door de Heilige Geest, Die Hij rijkelijk over ons heeft uitgestort door Jezus Christus, onze Heiland, opdat wij, gerechtvaardigd door Zijn Genade, erfgenamen zouden worden overeenkomstig de Hoop op het eeuwige Leven”  Titus 2: 11-14; 3: 4-7.

Onze Heer en Verlosser beval hen slechts hun eenvoudige kleding te dragen, want slechts God’s staf [ondersteuning] en Zijn stok [Kruis] zijn voor christenen hun troost en zij dienden geen goud of zilver te bezitten [zich niet te verrijken].
Onze Heer beval de apostelen zich geen last of schuld met zich mee te dragen en zich aan niets anders op te trekken dan aan de Wil van God.
Dit deed Hij om hen te laten zien dat zij als strijders van de in Naam van Christus gedragen zelfverloochening dienden te beoefenen en gewoon te geraken aan elke vorm van ontbering. Daarmee werden de grote werken God’s openbaar en was totale overgave en gehoorzaamheid als vanzelfsprekend.

De Zeventig verrichtten hun opdracht disciplinair en met alle precisie in de periode dat Christus hun toezichthouder was, maar zelfs na Zijn Hemelvaart deden zij hun verplichtingen met zelf-verloochening en ijver.
Zij waren als het ware de voorlopers van de Apostelen, die de wereld introkken om het Woord van God in alle blijdschap en liefde tot de mensen te verkondigen.

De kerkvaders, met name, die van de vroeg-christelijke periode, probeerden hun persoonlijke levenswijze dusdanig te verbeteren dat zij de opdracht van Christus aan de hand van  het Nieuwe Testament zouden evenaren, met name vanuit het boek Handelingen en de brieven van Paulus. 

De eerste poging hiertoe werd in navolging van de 70 Apostelen ondernomen als reactie op de gnostici, die terecht of onterecht een reactie vormde op het bisschopsambt, die zich in hun functioneren beriepen op ‘de apostolische successie‘ en met ander woorden gericht was op de onbetwistbare religieuze autoriteit, die zij zich toe-eigenden, als rechtstreekse opvolgers van het werk van de twaalf Apostelen en zich onder dit begrip een verheven positie verwierven.

Vanaf ‘die tijd‘ begon het begrip “primaatschap” van de Paus van Rome vorm te krijgen welke ‘tot op de dag van vandaag’ een verbeten machtsstrijd vormt over wie nu wel de eerst onder gelijken zal zijn in de door mensen bedachte hun  ‘tot-god-verheven’ Hierarchie.
Uit de Blijde Boodschap is de beminde gelovige bekend dat Christus in het geheel niet gediend was van dit soort schermutselingen:
    Gij weet, dat zij, die regeerders van de volkeren heten, heerschappij over hen voeren, en hun rijksgroten oefenen macht over hen.
Zo is het echter onder u niet.
Maar wie groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil zijn, zal slaaf van allen zijn.
Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich te laten dienen, maar on te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velenMarc.10: 42-45.
Hoewel ieder van de Apostelen in de gedachtenis kalender een speciale dag toegewezen hebben gekregen, wordt op de dagen voorafgaande aan de doop van Christus in de Jordaan naast de 12 Apostelen [30 juni], die van de 70 speciaal genoemd.
Laten zij ons tot voorbeeld strekken, opdat de Blijde Boodschap ook onder gefrustreerde afvalligen een inspiratiebron mag blijven geven.

Apolytikion     tn.3.
   
Heilige zeventig Apostelen des Heren,
die met het net van het Goddelijk Geloof
de scharen der volkeren hebt gevangen
om hen te onderrichten in de Goddelijke Leer,
door de Genade die Jullie ontvangen hebben van de Heilige Geest;
bidt tot Christus God,
als de Ingewijden in de Goddelijke Mysteriën
voor ons om de grote Genade”.

Kondakion     tn.2.
    Laat ons heden, gelovigen,
de zeventig Leerlingen van Christus bezingen
met door God geïnspireerde Hymnen,
want door hen hebben wij allen geleerd
de ondeelbare [liefdesband van de] Drieëenheid te vereren,
brandend als fakkels van het Goddelijk Geloof”.