Dec. 25e vader Païsios over de viering van Kerst

Monnik Païsios van de berg Athos, de Athonite

Verhef je vanuit hart en ziel om je met de Heilige en gezegende Maagd  in Bethlehem terug te vinden en al God’s zegeningen in ontvangst te nemen
Wanneer de menselijke geest haar Goddelijke oorsprong onderkent, volgt daar automatisch op dat zij anders reageert”.
Dat vindt eveneens plaats wanneer je jezelf voortdurend – door gebed en de eenvoud van leven – op God richt.
Wanneer je dagelijks de lezingen van de voorgeschreven kerkkalender volgt en de gebeurtenissen van elke dag – als feest – bestudeert, zul je van nature opgewonden raken en met grote eerbied tot gebed komen.
In de opeenvolgende beleving van de jaarcyclus wordt aangeleerd de dag te plukken en de steeds wisselende gezangen tot je te laten doordringen.
Wanneer de menselijke geest haar Goddelijke oorsprong onderkent,
volgt daar automatisch op dat zij in doen en laten anders reageert
”.
De menselijke geest is de landingsplaats van de Goddelijke Heilige Geest.

Wanneer de ouderling Païsios wordt gevraagd:
– “ Ouderling, waarom gaan we na de nachtvigilie van Kerst niet rusten?”,
antwoord hij in alle eenvoud:
– Kerstmis en slaap! Mijn moeder zei altijd: “Alleen de Joden slapen in deze heilige nacht”.
Bekijk het zo – in de nacht dat Christus werd geboren, was de wereld in diepe slaap verzonken,  de beheerders der aarde, die het idee hebben zich alles te kunnen veroorloven liggen op een oor. Maar de herders “waken”, na de ontmoeting door engelen opgewekt en de ontmoeting met hun Heer en Verlosser kunnen van alom verkregen vreugde geen oog dicht doen.
Ze hielden de wacht bij hun schapen en in de nacht weerklonk hun muziek van harp en fluit.
Begrijp je dat? De herders die toekeken zagen Christus, hoogstpersoonlijk.

– “ Ouderling en hoe was de grot?
• “ Het was een grot in een rots uitgehouwen en daar was een kribbe, als een dode omwikkeld lag onze Heer en Verlosser in een kribbe, als een doodskist.
• Dat is helemaal geen slechte toestand en hij had gezelschap van enkele van zijn dieren.
• De Maagd Maria was er met haar verloofde Jozef, omdat alle herbergen vol waren en
• Hij had geen kussen om Z’n hoofdje rust te gunnen.
• dat was het verblijf van onze Heer en Zaligmaker, toen Hij ter wereld kwam.
• Er was de os en de ezel, die in hun onschuld zo zichzelf waren dat zij Christus hebben opgewarmd!
Door hun in de eeuwigheid turende gedachten zijn de os en de ezel – De os en de ezel als de laagste van God’s schepping – tot steun zo laat de profeet Isaiah ons weten:   Een os kent zijn eigenaar en een ezel de krib van zijn meester;  maar Israël weet van niets, God’s uitverkoren Volk heeft geen begrip’ Isaiah 1: 3.
• En dit gaat niet over het hedendaagse Joodse Volk, maar over de gehele wereld,
die slechts eigenbelang najaagt en tevens over een groot deel van de huidige Kerk heersen – zij zien het kind, zij horen het gezang van engelen, maar “ze zijn ziende blind en horende doof”.

  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen; want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
Het is vanzelfsprekend dat bij ziekte in welke vorm ook, gezocht wordt naar genezing. Er staat ook geschreven:
  Gaat heen en boodschapt Johannes [Hebr.= ‘de Heer heeft begunstigd’] wat gij hoort en ziet: blinden worden ziende en lammen wandelen, melaatsen worden gereinigd en doven horen en doden worden opgewekt en armen ontvangen het Evangelie [de Blijde Boodschap]. En zalig is wie aan Mij geen aanstoot neemtMatth.11: 4-6.
Hoewel ziekte ten goede aangewend kan worden door onze Heer en Verlosser, is zij in diepste wezen vijandig aan de oude zowel als aan de nieuwe schepping. Christus was te allen tijde met ontferming over de zieken bewogen.

Christus, Verlosser

De Heer genas niet opdat Zijn werk zich zou uitbreiden, maar Hij genas omdat de nood van deze mensen ‘Zijn nood‘ was en Hij innerlijk gedreven werd Zijn Handen uit te strekken.
Onze uiteindelijke bestemming is om aan Hem gelijkvormig te zijn. Wij zullen in de Opstanding zonder zonde, zonder ziekte en onsterfelijk zijn. Dit ontvangen wij door het offer van Jezus Christus aan het Kruis van Golgotha.
In de toekomende eeuw zal deze erfenis volkomen ons deel zijn. Wat wij in deze eeuw ontvangen is een slechts een voorsmaak [conf. Hebr.6: 5].

Wanneer wij als gelovigen ziek zijn, zijn daar voor ons de volgende wegen:
1.]. Gebed en het verzoek om ziekenzalving
Het roepen van de oudsten [de spelleiders] voor de zalving met olie, waarbij genoemd wordt het gebed van de rechtvaardige en de belijdenis van zonden. [conf. Jac.5: 14-16].
De zalving en handoplegging moeten echter niet gezien worden als een soort magische kracht waar we vrijblijvend maar gebruik van kunnen maken. Ook hier gaat het om de verhouding van de ziel tot God en is het gesprek daarbij zeer belangrijk.
De bediening vindt dus vooral in de gemeente plaats en is afhankelijk van het ambt van de spelleider. Het gaat hier vooral om de gehoorzaamheid aan het Woord van God, zowel van de zieken om de oudsten hiervoor te roepen als van de voorgangers en ouderlingen om vrijmoedig te bidden en te zalven ziende op Christus en de door Hem ingestelde ambten.
2.] de Genadegave aan Heiligen verleend om mensen weer gezond te maken.
Deze zijn niet afhankelijk van het plaatselijke ambt. Ik geloof dat wij dit in groter verband moeten zien. Zij zullen vooral openbaar worden op het gebied van zending en evangelisatie, als tekenen die de prediking begeleiden. Niet een ieder zal zich kunnen aanmatigen deze gaven te bezitten omdat hij een prediker is van het Evangelie, daar de Heilige Geest de geestelijke gaven uitdeelt aan een ieder zoals HIJ wil [conf. 1Cor.12: 11].
De nadruk zal hierbij vooral vallen op God’s uitstrekkende Hand door Zijn hiertoe geroepen dienstknechten.  Hoewel in de Schrift zeker niet alle zieken door directe aanraking genezen, wordt op verschillende plaatsen vermeld, dat God door de handen van de apostelen grote tekenen en wonderen verrichtte, [zie; Hand.5: 12, Hand.14: 3, Hand.19: 11].
Op deze dienstknechten rust grote verantwoordelijkheid en  niemand dient zich iets aan te matigen,  waartoe men niet is geroepen.
3.]. De geest beïnvloed het lichaam
De menselijke geest kan een enorme invloed uitoefenen op het lichaam,  zowel in negatieve als in positieve zin.
In algemene strekking ervaren we dit allen in het gewone dagelijkse leven.
Wanneer onze geest moe is, voelen we ons lichamelijk tevens moe en wanneer de geest fit is, uit zich dat ook in het lichaam.
Dit geldt ook voor de ziekte.
Wanneer we ons sterk zouden inbeelden ziek te zijn en hieraan zouden toegeven
dan zullen de lichamelijke gevolgen niet uitblijven.
Andersom kan door de geest ook ziekte worden tegengegaan en genezen worden.
Dit ligt alles nog zuiver op het menselijke vlak en is niet specifiek Christelijk.
Deze kracht is echter niet te ontkennen en wanneer op de juiste wijze toegepast,
is het alleszins geoorloofd dit te beoefenen.
Lange tijd is hieraan te weinig aandacht besteed doch in onze tijd heeft men als het ware deze dingen opnieuw ontdekt en is er aandacht aan gaan besteden.

Het is echt iets wonderlijks, dat mensen, die zo veel in geaardheid en karakter verschillen, toch in één punt overeenstemmen, namelijk in het verlangen om voortdurend iets te betekenen. Iedereen, groot en klein, arm en rijk, oud of jong komt dit in het hart tegen en bezit de neiging om minstens een beetje in achting bij de wereld om hem heen te zijn.

Iedereen wil méér schijnen dan hij is; iedereen wil de lakens uitdelen; niemand gehoorzamen.
Geen plaats, geen tijd, geen levensstaat, geen persoon bestaat er, waar het verschimmelende zaad van de hoogmoed niet steeds tracht te ontkiemen en zijn verderfelijke vrucht tracht voort te brengen.
Ja, zelfs onder de Apostelen in dienst van de Heer was de ware beoefening van de nederigheid niet veilig, want sommigen onder hen waren uit op de ereposten in het Koninkrijk en 
als zij het zelf niet deden dan was er wel de een of ander ouder, die het voor het kind bij de Heer trachtte te regelen.
Zij, die de wereld hadden verlaten, vaarwel hadden gezegd, kibbelden onder elkaar over de voorrang en de waardigheid, het lijkt de Kerk wel.

Velen verachten weliswaar de rijkdom en verafschuwen de wellust, doch hoe luttel is het getal van hen, die ereposten en waardigheden weigeren en die in hun hart niet enige neiging koesteren om in het oog van de wereld toch nog iets trachten te betekenen“. H. Johannes Chrysostomos [2e Homilie Eph. & Titus]

De lessen in nederigheid is niet alleen de eerste les, die Christus ons in Zijn Pedagogiek meegeeft, maar  deze deugd vormt ook de beslissende strijd, waarin we,
– door in ons het verlangen naar eer en roem neer te slaan,
– het bewijs dienen te leveren van onze edelmoedigheid in de dienst aan onze Heer.
Daarom zegt onze Heer tot ons;
Leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart” en vraag je jezelf af waarom, dan is Zijn antwoord: “en gij zult rust vinden voor uw zielenMatth.11: 29.
    Want als een loot schoot hij op voor Zijn aangezicht, en als een wortel uit dorre aarde; Hij had gestalte noch luister, dat wij Hem zouden hebben aangezien, noch gedaante, dat wij Hem zouden hebben begeerd. 
Hij was veracht en van mensen verlaten, een man van smarten en vertrouwd met ziekte, ja, als iemand, voor wie men het gelaat verbergt; hij was veracht en wij hebben hem niet geachtIsaiah 53: 2,3.
Als gelovigen dienen wij in de eerste plaats onze Heer en Verlosser te gaan zoeken en in dezelfde nederigheid onszelf over te geven en Hem te vragen ons tot herstel te laten komen, gelovende dat Hij ‘Heilig is en Sterk en onsterfelijk‘ is en daardoor de Macht bezit dàt te doen.
– Wij zullen onze omgeving vragen ons in gebed om genezing te ondersteunen.
– Wij zullen de spelleiders [de oudsten] vragen om zalving en gebed.
            Wanneer echter genezing uitblijft, zullen wij gebruik mogen maken van de middelen die ons vandaag ter beschikking staan, biddende dat de Heer deze medicijnen of medische ingrepen wil zegenen, want zo zegt Hij : “Mijn Genade is u genoeg”.

            Nu wij zo met elkaar hebben stilgestaan bij de verschillende oorzaken van ziekten en de geneeswijzen die toegepast kunnen worden is daar nog één vraag die blijft openstaan.
            Waarom genezen niet alle zieken en waarom blijft daar zoveel lijden in deze wereld?
Het is niet gemakkelijk hierop een antwoord te geven.
Kunnen we hier eigenlijk wel een pasklaar antwoord op geven?
We leven in een geschonden wereld die door de zonde van God is afgevallen.
            De gehele schepping zucht als in barensnood zijnde en ook wij als “kinderen van God” zuchten in onszelf, terwijl wij wachten op de verlossing van ons lichaam [conf. Rom.8: 22-23].

de plek waar Oudvader Païsios pelgrims, gasten ontving.

Het Geloof dat ons leven hier op aarde een leerschool is en wij hier stage lopen voor de eeuwigheid, kàn hierbij een steun zijn.
De uitwendige mens wordt wel verdorven, maar de inwendige mens kan vernieuwd worden van dag tot dag, [conf. 2Cor.4: 16].
God kan toelaten dat zéér moeilijke dingen en beproevingen in ons leven blijven.
Paulus bad onze Heer en Verlosser ernstig tot driemaal toe om de doorn in zijn vlees, die door satan bewerkt werd, te verwijderen.
De Heer antwoordde hem dat dit voor hem nodig was om niet tot verheffing [hoogmoed te vervallen] te komen, doch dat Zijn Genade voor hem genoeg was.

Zó mogen ook wij weten, wanneer de Heer de ziekte niet wegneemt,
dat ‘Zijn Genade’ beschikbaar is om ons te dragen en te ondersteunen, waarbij
het ziek zijn een totale verandering kan ondergaan en
tot zegen gesteld kan worden voor de zieke zelf en voor anderen.
Mijn Kracht – door God gekregen – wordt in zwakheid volbracht [conf. 2Cor.12: 7-11].
    Om Zijn moeitevol lijden zal Hij het zien tot verzadiging toe; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal Hij dragen.
       Daarom zal Ik hem een deel geven onder velen en met machtigen zal hij de buit verdelen, omdat Hij Zijn leven heeft uitgegoten in de dood, en onder de overtreders werd geteld, terwijl Hij toch veler zonden gedragen en voor de overtreders gebeden heeftIsaiah 53: 11,12.

Zolang de Heer dus nog niet heeft gesproken, mogen wij Hem bidden voor genezing en is voor Hem geen ding onmogelijk, te wonderlijk.
    Hij heeft, juist doordat Hij in eeuwigheid blijft, een priesterschap, dat op geen ander kan overgaan. Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door Hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten.
       Immers, zulk een hogepriester hadden wij ook nodig: heilig, zonder schuld of smet, gescheiden van de zondaren en boven de hemelen verheven; die niet, gelijk de hogepriesters, van dag tot dag eerst offers voor zijn eigen zonden behoeft te brengen en daarna voor die van het volk, want dit laatste heeft Hij eens voor altijd gedaan, toen Hij Zichzelf ten offer brachtHebr.7: 24-27.
    Werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u1Petr.5: 7;

Graf van Oudvader (Geronta) Païsios in Sourotí, nabij Thessaloniki.

    Om die reden herinner ik u eraan, de gave Gods aan te wakkeren, die door mijn handoplegging in u is. Want God heeft ons niet gegeven een Geest van lafhartigheid, maar van Kracht, van Liefde en van Bezonnenheid 2Tim.1: 6,7.