Orthodoxie & Geestelijke rust vinden bij God

In plaats van je te laten opslokken door al die aantrekkelijkheden van deze wereld, staat het je vrij te reageren op de oproep van onze Heer en Verlosser:
  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust gevenMatth.11: 28.
Niemand kent God, Die in het verborgene is en Die slechts gekend kan worden door Zijn Zoon, want God wordt gekend aan wie de Zoon het wil openbaren.
De Blijde Boodschap leert ons overduidelijk dat de enige goddelijkheid in de mens, die van God is. God woont in het hart van wedergeboren gelovigen.
God’s geboden worden de mens bijgebracht omdat deze in het hart van de mens zijn gegrift – op die wijze zal de Zoon van God ons tot een God zijn en wij zullen Zijn Volk zijn [conf. Hebr. 8: 10]


Op die wijze zijn navolgers van Christus deelhebbers aan de Goddelijke Natuur en niet bezitters of wezenlijke inhoud [kenpunt] van de Goddelijke natuur:
•  “     Zijn Goddelijke Kracht immers heeft ons met alles, wat tot Leven en God’s-vrucht strekt, begiftigd door de kennis van Hem, Die ons geroepen heeft door Zijn Heerlijkheid en Macht; en door deze zijn wij met kostbare en zeer grote Beloften begiftigd, opdat wij [navolgers] daardoor deel zouden
hebben aan de Goddelijke Natuur, ontkomen aan het verderf, dat door de begeerte in de wereld heerst2Petr.3: 4;
•  “     Want in Christus, de Zoon van God woont al de volheid van de godheid lichamelijk; en wij hebben de volheid verkregen in Hem, Die het Hoofd is van alle Overheid en MachtCol.2: 9,10.

Christus laat Zich ook niet niet door mensenhanden dienen, alsof Hij nog iets nodig had, daar Hij ‘Zelf’ aan allen leven en adem schenkt en dit allemaal geeft opdat wij God zouden zoeken, òf wij Hem al tastende vinden mochten, hoewel Hij niet ver is van ons:
•  “     Want in Hem leven wij, bewegen wij ons en zijn wij, gelijk ook enige van de oude dichters hebben gezegd: ‘Want wij zijn ook van Zijn geslacht’. Daar wij dan van Gods geslacht zijn, moeten wij niet menen, dat de godheid gelijk is aan goud of zilver of steen door menselijke kunstvaardigheid gesneden of bedachtHand.18: 28-29.

  Wij navolgers, van welke rang of stand dan ook, erkennen geen hogere “zelf” als goddelijke kracht in ons:
      De Heer is mijn Helper en mijn Beschermer; op Hem heeft mijn hart vertrouwd en werd ik geholpen. Mijn vlees bloeit weer op; uit geheel mijn hart wil ik Hem belijden. De Heer is de Kracht van Zijn Volk, Hij is de Beschermer van het Heil van Zijn Gezalfde. Red Uw Volk, Heer [van de hoogmoedigen] en zegen Uw erfdeel, wees [U] onze Herder en verhef ons tot in eeuwigheidPsalm 27[28]: 7-9;
      Ik [Paulus] breng dank aan Hem, die mij kracht gegeven heeft, Christus Jezus, onze Heer, dat Hij mij getrouw geacht heeft, daar Hij mij in de bediening gesteld heeft, hoewel ik vroeger een godslasteraar en een vervolger en een geweldenaar was Maar mij is ontferming bewezen, omdat ik het in mijn onwetendheid, uit ongeloof, gedaan heb, en zeer overvloedig is de Genade van onze Heer geweest, met het Geloof en de Liefde in Christus Jezus1Tim.1: 12-14;
      er is verscheidenheid in werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt1Cor.12: 6.
Wij mogen ons navolgers van Christus als God’s kinderen beschouwen, maar zijn daardoor niet als god geworden. De Goddelijke Drieëenheid zal en kan onmogelijk Zijn Wezen delen met het geschapene. Nooit en te nimmer spreekt de Blijde Boodschap over God, Die deel zou uitmaken van het geschapene.    

  • ➥ Het is zondig en hoogmoedig om te streven naar zelfrealisatie of zelfverlossing, om je te verheffen bóven de ànder – door te stellen dat je onder ons ‘de eerste‘ bent. Het is bovendien Christelijk ongepast [men wordt er onpasselijk van] wanneer je je als zodanig gedraagt – het zelfs ook maar in de mond durft te nemen.
    De mens bezit geen verborgen krachten die hem in staat stellen om via een eigen methodiek te komen tot de vereniging met het goddelijke. De mens wordt echter opgeroepen om juist ‘niet‘ positief over zichzelf te denken, zelfs een zeer hoog geacht apostel stelt:
        Maar de zonde heeft, opdat zij zou blijken zonde te zijn, door het goede mijn dood bewerkt, opdat de zonde bij uitstek zondig zou worden door het gebod.
    Wij weten immers, dat de wet geestelijk is; ik echter ben vlees, verkocht onder de zonde.

    Want wat ik uitwerk, weet ik niet; want ik doe niet wat ik wens, maar waar ik een afkeer van heb, dat doe ik. Indien ik nu wat ik niet wens, toch doe, stem ik toe, dat de wet goed is.
    Doch dan bewerk ik het niet meer, maar de zonde, die in mij woont.
    Want ik weet, dat in mij, dat wil zeggen in mijn vlees, geen goed woont. Immers, het wensen is wel bij mij aanwezig, maar het goede uitwerken, kan ik nietRom.7: 13-18.
  • Onze Heer geeft ons het voorbeeld en gaat ons voor op de smalle weg, die wij dienen te gaan:
        Laat ons oog daarbij [alleen] gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder van het Geloof, Die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het Kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is aan de rechterzijde van de troon van God.
    Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt.
    Jullie hebben nog niet ten bloede toe weerstand geboden in je worsteling tegen de zonde, en jullie hebben de vermaning vergeten, die tot jullie als tot zonen [kinderen God’s] spreekt: ‘ Mijn zoon, acht de tuchtiging des Heren niet gering, en verslap niet, als je door Hem bestraft wordt, want wie Hij liefheeft, tuchtigt de Heer, en Hij kastijdt iedere zoon, die Hij aanneemt’Hebr.12: 2-6.
    Deze weg geeft weliswaar geen ruimte aan een Christendom met eigen bedachte rituelen, maar is ontzettend trouw aan de instructies, die God ons persoonlijk meegegeven heeft in Zijn Woord.
    Het Koninkrijk der hemelen bevindt zich reeds temidden van hen die een geestelijke leven leiden.
    Want de spirituele persoon weet dàt in de Heilige Geest, dàt in Christus de Kerk zal komen met Kracht en Glorie voor alle mensen om aan het einde der tijden te aanschouwen.
    Want ook in het Oude Testament was bekend, hoewel de Wet door Christus tot een liefdeswet is verheven: “     dit Woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te volbrengen“.

God spreekt tot ons in onze binnenkamer, ons hart en wanneer je de rust zoekt en aandacht besteedt aan je geestelijk leven zal God je leiden op de weg naar Zijn Hemels Koninkrijk.

En op het einde der tijden, dat elke ieder moment van de dag kan aanbreken, zal Christus opnieuw in het middelpunt staan en tot oordeel van alle mensen zijn.

Zijn aanwezigheid zal het oordeel zijn.
Nu kunnen mensen leven zonder de liefde van Christus in hun leven. Ze kunnen bestaan alsof er geen God is, geen Christus, geen Geest, geen Kerk, geen spiritueel leven.
Aan het einde der tijden is dit echter niet langer mogelijk.
Alle mensen zullen het aangezicht van Hem moeten aanschouwen Die
om ons mensen en om onze verlossing uit de hemel is nedergedaald,
en vlees heeft aangenomen door de  Heilige Geest uit de Maagd Maria 
en mens geworden is. Die voor ons onder Pontius Pilatus gekruisigd is, geleden heeft en begraven is …..” [uit de Geloofsbelijdenis].
Allen zullen wel ‘moeten opkijken’ naar Hem, Die zij gekruisigd hebben door hun zonden:
En wij vallen neer op ons aangezicht en aanbidden onze Heer en God en zeggen met de vierentwintig oudsten:
‘Wij danken U, Heer en God, Almachtige, Die is en Die was, dat Gij Uw grote Macht hebt 
opgenomen en het Koningschap hebt aanvaard; en de volkeren waren toornig geworden, maar uw toorn is gekomen en de tijd voor de doden om geoordeeld te worden en om het loon te geven aan uw knechten, profeten, en aan de heiligen en aan hen, die Uw Naam vrezen, aan de kleinen en de groten en om te verderven wie de aarde verderven’Openb.11: 16-18.

De Zoon des Mensen zal Zijn dienaren [Zijn engelen] zenden en zij zullen alle oorzaken van de zonde en alle kwaaddoeners verzamelen uit Zijn koninkrijk en ze in de oven van vuur werpen; daar zullen mensen wenen en knarsetanden. Dan zullen de rechtvaardigen schijnen als de zon in het Koninkrijk van hun Vader [conf. Matth.13: 41-43].

Volgens de heiligen is het “vuur” dat zondaars zal verteren bij de komst van het Koninkrijk van God hetzelfde “vuur” dat met glans in de heiligen zal schijnen.
Het is het “vuur” van God’s Liefde; het “vuur” van God ‘Zelf’, Die een en al Liefde is. Voor hen die God liefhebben en die de hele schepping in Hem liefhebben, zal het “verterende vuur” van God stralende gelukzaligheid en onuitsprekelijke vreugde zijn.
– Het is dus de spirituele lering van de Kerk dat God de mens ‘niet‘ straft door enig materieel vuur of fysieke kwelling.
– God openbaart zich eenvoudig in onze Heer Jezus Christus, Die is opgestaan uit de doden op een dusdanig heerlijke manier dat niemand kan nalaten Zijn Glorie te aanschouwen.
– Het is de aanwezigheid van God’s heerlijke Heerlijkheid en Liefde, Die de plaag is van degenen die zijn stralende kracht en licht verwerpen.
– Aan het einde van de tijden wordt God’s heerlijke Liefde geopenbaard voor iedereen om te aanschouwen in het aangezicht van onze Heer Jezus Christus.
– De eeuwige bestemming van de mens – hemel of hel, redding of verdoemenis – hangt alleen af van zijn reactie op deze ontzagwekkende Goddelijke Liefde voor de mensen.

Het koninkrijk der Hemelen
Wanneer Christus aan het einde der tijden in heerlijkheid zal komen, en
God ‘alles in allen‘ zal zijn, dàn zal de nieuwe hemel en nieuwe aarde komen,
En Hij die op de troon zat, zei: “Zie, ik maak alle dingen nieuw”.
Ook zei Hij: “Schrijf dit, want deze woorden zijn betrouwbaar en waar”.
En Hij zei tegen Johannes de Theoloog:
Het is klaar! Ik ben de Alpha en de Omega, het begin en het einde. 
Aan de dorstigen zal ik water zonder prijs geven uit de fontein van het water des levens. Wie overwint, zal deze erfenis hebben en ik zal zijn God zijn en hij zal mijn zoon zijn. 
Maar wat betreft de lafhartigen, de ongelovigen, de verontreinigden, wat betreft moordenaars, ontuchtplegers, tovenaars, afgodendienaars en alle leugenaars, hun lot zal zijn in het meer dat brandt met vuur en zwavel, wat de tweede dood is”  Openb.21: 1- 8.
Zie, ik kom spoedig, en breng mijn beloning om iedereen te vergoeden voor wat hij heeft gedaan” Openb.22: 12.
Het verkrijgen van de “erfenis” van het Nieuwe Jeruzalem is de hele en enige zin van het leven, het enige doel van het ‘door God geschapen zijn‘ van de mens.
God, Die ten alle tijde overwint, zal deze erfenis met Zich meedragen.
En zoals Paulus ons heeft duidelijk gemaakt:
– ”    Wij zijn méér dàn overwinnaars door Hem die ons heeft liefgehad” Rom.8: 37.
– ”    Want ik ben er zeker van dat noch de dood, noch het leven,
noch engelen, noch overheden, noch aanwezige dingen, of toekomstige dingen,
noch machten, noch hoogte, noch diepte, of iets anders in de hele schepping,
ons zal kunnen scheiden van de Liefde van God in Christus Jezus onze Heer

Rom 8: 38-39.
– “         Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt, maar dan groeien wij, ons aan de Waarheid houdende, in Liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het Hoofd is, Christus.
En aan Hem ontleent het gehele Lichaam [van de Kerk] als een wel-sluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei van het lichaam, om zichzelf op te bouwen in de Liefde.
Dit zeg ik dan en betuig ik in de Heer, dat gij niet langer moogt wandelen zoals ook de heidenen wandelen, in de ijdelheid van hun denken, verduisterd in hun verstand, vervreemd van het Leven van God om de onwetendheid, die in hen heerst, om de verharding van hun hart.
Zij hebben zich immers in hun verdoving overgegeven aan de losbandigheid om gretig winst te 
slaan uit allerlei onreinheidEph 3: 14-19.

Om ‘vervuld te zijn met al de volheid van God‘ – dit, en dit alleen, 
dáár gaat de Orthodoxe spiritualiteit over.

Het Paradijs is geen plaats, het is eerder een toestand van de ziel.
Net zoals de hel een lijden is vanwege de onmogelijkheid om lief te hebben, is het Paradijs een gelukzaligheid die voortkomt uit de overvloed van Liefde en Licht.
Hij die met Christus is verenigd, neemt volledig en volledig deel aan het Paradijs.
Het Griekse woord ‘παράδεισος’, paradeisos – betekent zowel de hof van Eden, waar de oermens werd geplaatst,
als de komende eeuw, waarin de mensen die verlost en gered zijn door Christus de eeuwige zegen smaken.
Het kan ook worden toegepast op de laatste fase van de menselijke geschiedenis,
wanneer de hele schepping zal worden getransformeerd en God ‘alles in allen’ zal zijn.
De zegening van het Paradijs wordt ook in de christelijke traditie
het Koninkrijk der hemelen‘, ‘het leven van de toekomende eeuw‘,
de achtste dag‘, ‘een nieuwe hemel‘, ‘het hemelse Jeruzalem‘ genoemd.
– Toetst daarom
in je leven slechts datgene
wat de Heer welbehagen schenkt
conf. Eph.5: 10, en dat doet altijd pijn.