30e Zondag na Pinksteren – Zondag voorafgaand aan de Geboorte van Christus, waarbij wij de Rechtvaardigen gedenken, die God aangenaam zijn geweest, van Adam tot/met Joseph, de verloofde van de Theotokos; het Voorfeest van Kerst.

    Geslachtsregister van Jezus Christus, de zoon van David, de zoon van Abraham.
Abraham verwekte Isaäc, Isaäc verwekte Jaäcob, Jaäcob verwekte Juda en zijn broeders, Juda verwekte Peres en Zerach bij Tamar, Peres verwekte Chesron, Chesron verwekte Aram,
Aram verwekte Amminadab, Amminadab verwekte Nachson, Nachson verwekte Salmon,
Salmon verwekte Boaz bij Rachab, Boaz verwekte Obed bij Ruth, Obed verwekte Isai,
Isai verwekte David, de koning. David verwekte Salomo bij de vrouw van Uria,
Salomo verwekte Rechabeam, Rechabeam verwekte Abia, Abia verwekte Asa,
Asa verwekte Josafat, Josafat verwekte Joram, Joram verwekte Uzzia,
Uzzia verwekte Jotam, Jotam verwekte Achaz, Achaz verwekte Hizkia,
Hizkia verwekte Manasse, Manasse verwekte Amon, Amon verwekte Josia,
Josia verwekte Jechonja en diens broeders ten tijde van de Babylonische ballingschap.
     Na de Babylonische ballingschap verwekte Jechonja Sealtiel, Sealtiel verwekte Zerubbabel,
Zerubbabel verwekte Abihud, Abihud verwekte Eljakim, Eljakim verwekte Azor,
Azor verwekte Sadok, Sadok verwekte Achim, Achim verwekte Eliud,
Eliud verwekte Eleazar, Eleazar verwekte Mattan, Mattan verwekte Jakob,
Jaäcob verwekte Jozeph, de man van Maria, uit wie Jezus geboren is, die Christus genoemd wordt.
Al de geslachten dan van Abraham tot David zijn veertien geslachten en van David tot de Babylonische ballingschap veertien geslachten en van de Babylonische ballingschap tot de Christus veertien geslachten.
De geboorte van Jezus Christus geschiedde aldus.
Terwijl zijn moeder Maria ondertrouwd was met Jozeph, bleek zij, voordat zij gingen samenwonen, 
zwanger te zijn uit de heilige Geest.
Daar nu Joseph, haar man, rechtschapen was en haar niet in opspraak wilde brengen, was hij van zins in stilte van haar te scheiden.
     Toen die overweging bij hem opkwam, zie, een engel des Heren verscheen hem in de droom en zei:
    Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest. Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het die Zijn Volk zal redden van hun zonden.
       Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Heer door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide:
      Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuel geven, hetgeen betekent: God met ons.
   Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des Heren hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. En hij had geen gemeenschap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam JezusMatth.1: 1-25.

    Door het Geloof heeft Hij vertoefd in het land van de Belofte, als in een vreemd land, waar hij in tenten woonde met Isaäc en Jaäcob, die mede-erfgenamen waren van dezelfde belofte; want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is.
En wat moet ik nog verder aanvoeren?
Immers, de tijd zou mij ontbreken, als ik ging verhalen van 
Gideon, Barak, Simson, Jefta, David en Samuël en de profeten, die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben.
Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij Kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen.
Vrouwen hebben haar doden uit de opstanding terugontvangen, anderen hebben zich laten folteren en van geen bevrijding willen weten, opdat zij aan een betere opstanding deel mochten hebben.
Anderen weder hebben hoon en geselslagen verduurd, daarenboven nog boeien en gevangenschap.
Zij zijn gestenigd, op zware proef gesteld, doormidden gezaagd, met het zwaard vermoord; zij 
hebben rondgezworven in schapevachten en geitevellen, onder ontbering, verdrukking en mishandeling – de wereld was hunner niet waardig –
zij hebben rondgedoold door woestijnen, en gebergten, in spelonken en de holen der aarde.
Ook deze allen, hoewel door het Geloof een getuigenis aan hen gegeven is, hebben het beloofde niet verkregen, daar God iets beters met ons voor had, zodat zij niet zonder ons tot de volmaaktheid konden komenHebr.11: 9-10, 32-40.

Met de eerste twee Griekse woorden, biblos geneseōs [lett. ‘boek van de oorsprong’] in de weergave van de Blijde Boodschap naar Mattheüs wordt het boek Genesis in herinnering geroepen en een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Bijbel.
Het kan dus zijn dat Mattheüs hier spreekt over het ‘boek van de geschiedenis’ en daarmee het hele hierna volgende Evangelieboek bedoelt. Maar aangezien alle geschreven teksten ‘boeken’ werden genoemd, kan het ook ‘geslachtslijst’ betekenen en dan heeft Mattheüs hier de lijst van zijn 1e hoofdstuk vers 2-17 op het oog.
In beide gevallen wordt echter een verband gelegd met de eerste hoofdstukken van de Blijde Boodschap.
De schepping van hemel en aarde [Gen.2: 4] en de schepping van de mens [Gen.5:  1] wordt met de ‘Geschiedenis’ van Jezus Christus in verband gebracht.
Via deze Joodse man, de Zoon van David, de Zoon van Abraham, zal de oorspronkelijke bedoeling van God met de Schepping, de mensheid en geheel Israël [incl. de Kerk] hersteld worden: 
    Gaat dan heen en maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de Naam van de Vader en van de Zoon en van de Heiligen Geest en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding van de wereldMatth.28: 19-20.
Deze inleiding is te vergelijken met het prachtige begin van het Evangelie naar Johannes de Theoloog.

In het leven van onze Heer Christus Jezus nemen vrouwen een bijzondere plaats in. Maar dat begint al direct in de allereerste verzen van het eerste Evangelie in het Nieuwe Testament. Daar treffen we het geslachtsregister van Jezus Christus aan. Vrouwen in het geslachtsregister van de grote Koning. Een grotere revolutie binnen de cultuur van die tijd kon vrijwel niet.
We gaan er dus naar kijken.

Er is een heel concreet onderscheid tussen het geslachtsregister in Lucas en dat in Mattheus. Veel theologen worstelen met de verschillen die ze terugvinden in deze registers.
De belangrijkste oorzaak ligt in het feit dat ze niet opmerken dat elk Evangelie zijn eigen invalshoek heeft om het leven van Christus te belichten.
Zo tekent Lucas onze Heer als de Zoon des mensen.
    Vandaar dat het geslachtsregister van Lucas begint met de aardse naam Jezus en dan terugloopt in de geschiedenis naar de eerste mens: Adam. In deze menselijke lijn wordt – geen enkele keer – een vrouw vermeld.
      Mattheüs tekent Christus als de Koning. Het geslachtsregister welke hij optekent werkt vooruit in de geschiedenis, maar begint niet bij de eerste mens, maar bij Abraham. De eerste aan wie de beloften van het komende Koninkrijk gedaan zijn. Mattheus tekent de lijn vanaf Abraham naar Joseph, maar dan staat er in tegenstelling tot het geslachtsregister van Lucas bij dat hij de man was ‘van Maria, de Moeder God’s’.
       Het is zeer opvallend dat in de menselijke lijn geen vrouw genoemd wordt, maar juist als die lijn getekend wordt die recht geeft op de troon van David er -‘vier vrouwen’- vermeld worden.
Het was zo-wie-zo al heel apart dat er vrouwen vermeld worden in een geslachtsregister; dat deed men niet. Nu juist in die hoge lijn, waar het recht op de troon uit zal blijken, worden er maar liefst -‘vier vrouwen’- vermeld.

Letterlijk vertaald, begint Mattheüs met de woorden: ‘het boek van de ‘Genesis’ van Jezus …’. Daarna volgt een lange lijst met namen. Veel mensen hebben dan de neiging om dat saaie stukje maar over te slaan. Toch hebben zelfs de stambomen ons iets te vertellen.

De Joodse schrijver Mattheüs, bouwt zijn boek op volgens het model van de Thora [de Wet], die met Genesis begint. Genesis betekent ‘oorsprong, voortbrengsel’, maar ook ‘stamboom’.
Zo heeft Mattheüs zelfs het inleidende zinnetje uit Genesis 5:1 geleend, dat begint met: ‘Dit is het boek van de Genesis van Adam’.

Zowel in Mattheüs 1 als in Genesis 5 volgt er dan een stamboom. 
Mattheüs gebruikt in zijn geslacht’s-register het getal 14. Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God: de tien woorden van de Wet; het getal 4 duidt op de volheid in de schepping van deze wereld.
Mattheüs gebruikt 3 maal het getal 14, omdat er 3 maal 14 pleisterplaatsen waren waar Israël tijdens de uittocht verbleef [Numeri 33]. Het getal 42 [3×14] spreekt over de weg van de slavernij naar de Verlossing.
In navolging van de 42 pleisterplaatsen in Numeri 33, worden de meeste Thora-rollen zo geschreven dat er op ieder vel 42 regels onder elkaar staan, verdeeld in drie kolommen.

Iēsous is de Griekse vorm van het Hebreeuwse jēsjūa’, hetgeen ‘de Heer is redding’ betekent. Christos, (gezalfde) is Grieks voor ‘messias’, de persoon over Wie de profeten profeteerden en die Israël verwachtte. Jezus is de eigennaam en ‘Messias’ de ambtsnaam of titel.
Zoon van David’ was de meest gangbare messiaanse titel onder de Joden [vgl. Psalmen van Salomo, hfst.17]: de Messias zou voortkomen uit het geslacht van David, dat de belofte van een eeuwig koningschap had ontvangen [2Sam.7: 12-13; Isaiah.9: 6]. Deze benaming spreekt primair van Heil voor Israël [voor de Kerk].

Jezus was, evenals David, ook een nakomeling van Abraham [vs.2-16].
Abraham, zelf een heiden van geboorte, was de eerste die een messiaanse belofte ontving, die sprak over heil voor de volkeren [Gen.12: 3; 18: 18; 22: 18].
Deze belofte zal uiteindelijk in Jezus vervuld worden [vgl. Matth.8: 11-12; 28:19; Rom.4 :1-25; Gal.3: 6-29].

In de samenstelling van beide lijsten vindt men getallensymboliek.
Het duidelijkst is dit bij Mattheüs 1: 17. Hij noemt 3 x 14 generaties tussen Abraham en Jezus.
Maar ook bij Lucas komen we dit impliciet tegen. Hij plaatst Jezus in de wereld-geschiedenis die met Adam begint. ‘God’ niet meegeteld, geeft hij 77 namen, d.w.z. 11 x 7.
In de joodse literatuur komen we op verschillende plaatsen het verschijnsel tegen, dat ofwel de wereldgeschiedenis [vanaf Adam], ofwel de geschiedenis van Israël [vanaf Abraham] wordt ingedeeld in weken.
Een periode van zeven geslachten vormde in de apocalyptische tijdrekening een wereldweek. Men rekende wel met twaalf wereldweken.
Jezus staat zo gezien aan het einde van de elfde wereldweek, dat betekent dat met Hem een nieuw tijdperk begint, de twaalfde wereldweek.
De laatste wereldperiode, de tijd van het messiaanse Heil is met Hem aangebroken.
Na deze korte en krachtige typering van de persoon van Jezus volgt de geslachtslijst.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.
Het gaat er in de geslachtsregisters dus niet alleen om de exacte afkomst van Jezus te geven, maar veeleer om Hem te doen uitkomen als het hoogtepunt in een door God geleide historische ontwikkeling.

Hoe lang nog?, dat Hij wederkomt.
    Zie, Ik kom spoedig en Mijn loon is bij Mij om een ieder te vergelden, naar dat zijn werk isOpenb.22: 12.
Wanneer is spoedig?
Als iets met spoed verstuurd moet worden of doorgegeven moet worden, dan dient het op korte termijn, zo snèl mogelijk plaats te vinden.
Maar spoedig, dat betekent dat het op korte termijn zal gebeuren.
Er wordt niet bij verteld op welk moment precies, maar het duurt niet lang meer.

            Onze Heer en Verlosser Jezus zegt tegen ons:
zie, Ik kom spoedig!” Het duurt niet lang meer, de tijd is gekomen.
Natuurlijk heeft onze Heer dat 2000 jaar geleden aan Johannes laten weten, maar
het zal niet lang meer duren.
Hoe lang nog?
Dat weten we niet, want tegen de engel schrijft in Openbaringen [3: 1-13] aan de
Geloofsgemeenschap van Sardis [Hebr.= Sered ‘vrees’ tot God]:
”    Ik kom als een dief in de nacht, u zult niet weten welk moment dat is“.
We kunnen niet zomaar zeggen op welk moment Jezus terugkomt, dat
is niet voor ons mensen weggelegd.

Tòch zijn er bepaalde zaken die aangeven dat de tijd dichterbij komt.

giro 555

         Onze Heer en Meester geeft Zelf de tekenen aan als Hij spreekt over hongersnood en ziektes, natuurrampen en oorlogen. We zien het allemaal om ons heen gebeuren en het lijkt steeds sneller na elkaar op te volgen en aan de natuurrampen blijken we zèlfs nog mee te werken ook. Daarnaast komen we ook weer terug bij het woordje spoedig, dat kan elk moment zijn. Het zijn allemaal tekenen dat Christus terug zal komen en Hij komt zeker!

We hebben twee kerstdagen en die mogen we allebei gebruiken.
We mogen deze gebruiken voor twee zaken:
1.]. Het gedenken en vieren van de komst van onze Heer en Verlosser Jezus, de Christus in het Vlees hier op aarde. Hij is naar ons toegekomen om de dood te overwinnen.
2.]. We mogen uitzien naar Zijn wederkomst.
Het moment dat alles ten einde loopt hier op aarde, dat het gewoon afgelopen is.
Die dag nadert met rasse schreden en het duurt niet lang meer, Hij komt spoedig.

Op die dag krijgen we ons loon, we krijgen ons loon naar onze werken.
– Wat hebben we voor Christus gedaan en
– hoe hebben we onze tijd hier op aarde besteed?
De kinderen van God krijgen hun loon, dat is niet zoals wij dat kennen.
Het gaat op God’s manier en hoe dat precies zal zijn, dàt weten we niet.
Onze Drie-ene God weet het en deze oproep staat er zodat we ons gereedmaken.
We moeten niet in slaap sukkelen, maar verwachten.
We dienen er helemaal klaar voor te staan.
En als ik dan om me heen kijk, dàn zie ik de tekenen van het einde.
Maar ik zie ook veel slapende mensen, ze doen maar wat en
leven bijna zònder God.
          Begrijp me goed, ik ben niets beter dan ieder ander, sterker nog ik ben de grootste zondaar en deze oproep geldt voor ons allemaal, maar we dienen waakzaam te zijn! Laten we dat daarom samen doen, elkaar hierin bevestigen!

Wat een heerlijk moment als Hij komt.
De pijn is weg en ook het verdriet, het zal goed zijn.
Niet zo ‘goed’ zoals wij het op aarde kennen, maar ontzagwekkend ‘goed’ zoals God het kent.
Dàt kennen wij nu nog niet, maar straks zullen we leren wat goed is.
Hij komt spoedig, laten we ons klaarmaken!

Hypakoi     tn.8.
Een engel maakte voor de Jongelingen het vuur koel als dauw;
zoals deze ook tot de Myrondraagsters sprak:
Waarom brengen jullie Myron? Wie gaan jullie zoeken in het graf?
Christus is opgestaan, want Hij is
het Leven en de Verlossing van het geslacht der mensen
”.

Apolytikion     tn.4.
“ Maak u gereed, Bethlehem [Hebr.= ‘huis van brood’ (voedsel)]
want nu is Eden [Hebr.= ‘ genoegen’] voor allen geopend.
Verheug u, Efrata [Hebr.= ‘ashoop: plaats van vruchtbaarheid’],
want de Boom des Levens is in de grot opgebloeid uit de Maagd.
Haar schoot was het geestelijk Paradijs, waarin
Zich de Goddelijke Spruit bevond.
En wanneer wij daarvan eten, zullen wij leven en niet zoals Adam sterven.
Want Christus wordt vlees om de gevallen icoon weer op te richten”.

Kondakion     tn.3.
    Ziet reeds  nadert de Maagd, om
het Woord dat voor de eeuwen is op
onuitsprekelijke wijze in een grot te baren.
Jubel, o wereld, nu jullie dit hoort;
roemt met de engelen en de herders voor
Hem, Die als een Kind ons verschijnen wil:
onze God, Die is voor alle eeuwigheid
”.

Hier kan zelfs Albert Einstein met al z’n wetenschappelijk optreden niet tegen op
– een deze dagen is zijn brief met bevindingen over iedere vorm van Godsdienst, welke als ‘primitief’ wordt afgedaan voor bijna 2,9 miljoen dollar verkocht.
In plaats van een loopjongen een fooi te geven gaf hij deze arme drommel de brief, die nù geveild werd. Heb je ooit een grotere aanval van de Humanisten op het Christelijk Geloof meegemaakt???
Laten wij ‘met God‘ wijzer zijn – wijzer, dan de wijzen, met hun macht en het geld van deze wereld:
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven” ontvangen hebben!
Is dàt in ons leven ook al gebeurd, in de gemeenschap van navolgers van Christus?
Hebben wij de boeteprediking ook al op die manier ontvangen, zodat we
in plaats van onszelf te verschonen, in plaats van onze zonden te bagatelliseren, te verkleinen, voor God in mochten vallen en zeggen:
Amen, het is waar. Heer, U bent rein in Uw spreken; 
‘Ik heb Uw Thora, Uw Wet geschonden. Ik heb gedaan wat kwaad was in Uw ogen’“.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ van oudsher ontvangen hebben!
In Sardis werd niet alleen de Wet gepredikt. Neen, ook de Blijde Boodschap van het evangelie werd daar verkondigd!
De blijde boodschap, die spreekt van ‘het Lam Gods Dat de zonden der wereld wegneemt‘, is ook daar in Sardis gebracht.
Hij is hun gepredikt, Die ons zo vriendelijk uitnodigt:
    Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven;
neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;
want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.
De Vrucht van die prediking was dat er ook in Sardis mensen waren gekomen, die hun rein-making en zaligheid buiten zichzelf gingen zoeken.
Mensen voor wie onze Heer en Verlosser, Jezus Christus dierbaar is geworden;
die hebben leren verstaan wat de Bruid’s-Kerk van Hem getuigt in het Hooglied:
Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tienduizendHooglied 5: 10.
Zulk een is Mijn Liefste; ja, zulk een is Mijn VriendHooglied 5: 16.
Dat hartelijk aanroepen van de Naam des Heren:
U Heer Jezus Christus, Zoon van God, heb medelijden met de mens, die U zo zeer hebt liefgehad?” {gebed van het hart].
Uw Zoon, uit het geslacht van Abraham, van Isaäc en Jaäcob en vervolgens Koning David, ontferm U toch over ons”;
“ U bent toch gegeven, o Heer, tot wijsheid, rechtvaardigheid, heiligmaking, ja tot een volkomen verlossing”.
    Gedenk hoe wij mensen ‘het Leven’ ontvangen hebben!
Is dat ook in ons leven àl gebeurd?
Heeft bij ons die koersverandering al plaatsgevonden, om – zij het in beginsel – alle hulp en Kracht van Hem, van die Profeet, Priester en Koning te leren verwachten?
  Gedenk hoe jij ‘het Leven in Christus‘ ontvangen hebt!