Orthodoxie & wanhoop niet, wat je ook overkomt

Een spelleider – een bekleder van het ambt van voorganger wordt opgeroepen de spiritualiteit van het navolgeling-schap in de gelovigen te stimuleren.
Gelovigen hebben eveneens een medeverantwoordelijkheid in de kerkgemeenschap – het bestaat niet alleen uit financiële bijdragen aan de gemeenschap, het samen in gebed zijn en onderhorigheid.
De spiritualiteit van Christus  wordt begroet door het samen op weg zijn en gezamenlijk het ‘Kruis van Christus‘ te dragen.

    Allen, die zich uiterlijk goed willen voordoen, trachten u te dwingen tot de besnijdenis, alleen om niet vervolgd te worden ter wille van het kruis van Christus Jezus. Want zij, die zich laten besnijden, houden zelf niet eens de wet, doch zij willen, dat gij u laat besnijden, opdat zij op uw vlees roem kunnen dragen.
        Maar ik [Paulus, spelleider] moge ervoor bewaard blijven te roemen anders dan in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door Wie de wereld mij gekruisigd is en ik van de wereld.
      Want besneden zijn of niet besneden zijn betekent niets, maar of men een nieuwe schepping is. En allen, die zich naar die regel zullen richten – Vrede en Barmhartigheid zal over hen komen, en ook over het Israël van GodGal.6: 12-16.

Paulus was een spelleider en wat voor een; hij ging door dik en dun wanneer dit het navolgeling-schap van Christus betrof.
Maar waarom hield hij bovenstaande tekst aan de vroege christenen voor, aan  hen, die afkomstig uit het Joodse Geloof en zich door de doop bij Christus hadden aangesloten.
Het ging om de vraag of zij werkelijk in de praktijk brachten hetgeen zij bij hun doop hadden voorgenomen:
– “   Heb jij je verzaakt aan de satan en al zijn werken en al zijn geesten en al zijn diensten en al zijn pracht en praal“
– “ Heb jij je daad-werkelijk bij Christus aangesloten?, “Geloof je met hart en ziel in Hem?
”.
        Zovelen blijken uit verlangen een ​​goede vertoning in het vlees te maken, zich uiterlijk [te laten besnijden/dopen] voor te doen, maar gaan iedere gelegenheid, waarbij het Kruis in beeld komt uit de weg.
Maar God verhoede dat je zou moeten opscheppen, dan behalve in het Kruis van onze Heer Jezus Christus, door wie de wereld gekruisigd is en wij afgesneden zijn van de wereld.
      Ook in de tijd van Paulus waren er al mensen, die zich slechts uiterlijk als christenen voordeden, tienden betaalden, gezamenlijk in gebed waren, maar wat de onderhorigheid aan het Kruis betreft – distantieerden zij zich.

De dubbelzinnigheid van de mens
We hebben heden-ten-dage veel van dit soort mensen in de Kerk.
Mensen met twee petten op, met twee gezichten, zij zijn dubbelzinnig:
      Zij richten zich enerzijds op het Geloof in Onze Heer, Jezus Christus en anderzijds op de wereld om zich heen; in bepaalde opzichten trekt het ascetische, het monastieke hen misschien wel aan, maar aan de andere kant stellen zij zich ondergeschikt op aan de leiders van de wereld [òf aan de op de wereld gerichte leiders van de kerk].
Zij gaan gebukt onder de onvermijdelijke dubbelzinnigheid, waarvan de tegenstrever maar al te graag gebruik van maakt, omdat de ‘Kracht van het Kruis‘ in hun ontkennen verstrikt is geraakt.
Zij zoeken het gemak en het comfort; en juist ‘dìt’ vormt de grootste ketterij van onze tijd: een  Christendom zònder het Kruis; een christendom zònder opoffering; een christendom 
zònder ascese; blijkt een Christendom te zijn zònder liefde voor het vak!
We praten vandaag de dag over liefde, we horen – de hele tijd – over liefde, en meestal heeft het toch niets te maken met de liefde van God, doch betreft het de liefde voor het ‘zèlf’, welke overheerst!
En daardoor blijf je gevangen zitten in zelfvoldoening:
    wij [christenen] zijn goed en we leven [volgens iedereen om ons heen] overeenkomstig de wet, het vervullen ervan; we zijn gewoon goed in de ogen van God [en] wij, ja ‘wij‘ geloven.
Wij hebben het zo ontzettende getroffen met onszelf, met onze gemeenschap, met onze identiteit, maar ten opzichte van de liefde van Christus, ‘de liefde van Zijn Kruis’ hebben wij onszelf vèr van Hem verwijderd.
Mensen, die in de schaduw van de liefde tot zichzelf blijven hangen, uit zelfgenoegzaamheid, zijn levende slachtoffers binnen de kerk en verstoren het christelijke wereldbeeld, het φρόνημα [Gr. = , de christelijke ethos].
De Orthodoxe geest, het bemachtigen van het Hemels Koninkrijk, de staat van verheerlijking is een kwestie waarop het ware Orthodoxe Geloof wordt beoefend [= de ‘Orthopraxie’].
Of ze nu op de geestelijke weg -links of rechts- afwijken het maakt niet uit, ze blijven op de wereld gericht.  Zij blijken niet in staat te zijn de grootsheid van ‘het geestelijk leiderschap van Christus’ te onderkennen en dienen slechts als uiterlijke vertoning, voor de Wet, voor ‘zoals het volgens de mensen hoort‘ en vergeten
‘Wàt’ voor hun zielenheil als eerste voorop gesteld dient te worden.

          Het draait bij God in de eerste plaats om het navolgen van Christus, Zijn Zoon, Die ons via de Blijde Goddelijke Boodschap duidelijk heeft gemaakt dat wij ons Kruis dienen op te nemen en Hem via ons persoonlijke kruis dienen te volgen.

‘En dient zijn kruis op te nemen en Mij te volgen‘, Marc.8: 34

Eerst, Christus, eerst, het Kruis, en eerst dàn al het andere, inclusief onze wereldse identiteit, en alleen in Christus, en alleen in het Kruis,
alleen ‘Dàt’ geeft rust en heeft betekenis, diepte en regeneratie [geestelijke wedergeboorte].
Wij mensen zijn geprogrammeerd in vormen van geschiedenis, persoonlijke identiteit, nationaal denken, maar in plaats dat wij gered worden, verliezen we alles, omdat we ‘Christus en Zijn Blijde Boodschap‘ zijn kwijtgeraakt!
Alleen Christus kan het Volk, de mensen redden, alleen Hij kan de Kerk redden, alleen Hij wil en kan òns redden.
En wanneer we het offer van het Kruis ontkennen, ontkennen we de Genade van het Heil, de Vrijheid, Die op de Genadegave volgt.

En omdat ze twee heren proberen te dienen – spannen zij het paard achter de wagen – plaatsen de Heer, achter de wereld.  Je hebt daarbij de leidinggevenden, die zich niet inzetten voor nauwkeurigheid van het Geloof, het onderkennen van de menselijke tekortkomingen [zonden] – en zij die dìt doen noemen wij fundamentalisten, zeloten. Ze spreken van ‘updaten’, maar wat ze bedoelen is veranderen, perverteren, vervormen, het compromis met de wereld, omdat zij  Paulus niet navolgen en met hem weigeren te verkondigen dat:
    God verbiedt me dat ik mijzelf op de eerste plaats stel, in alles – behalve in het Kruis, wat  ik mij in Christus heb beloofd te zullen dragen‘ !
Ze maken het ascetisme bespottelijk, ze bespotten de onthouding, ze hebben ijver voor de uiterlijkheden, zij hebben geen ijver voor de nauwkeurigheid van het Geloof.  Ze proberen er zo voordeling mogelijk op de voorgrond te treden en als belangrijke personen de eerste plaats in te nemen in de ogen van de buiten-wereld, van die onbekeerden en beweren dat slechts ‘zij‘ de tradities van de voorvaders hebben verlaten.
Dat wil zeggen, ze zochten compromis met de geest van de wereld en het ongeloof van de Joden, met de vijanden van het Kruis !,
teneinde een compromis te sluiten om een hervorming uit de weg te gaan, omdat ze –‘niet werkelijk’– geloofden.  Onder al dit -op de wereldse werkelijkheid- gericht zijn, komt uiteindelijk deze weerstand klip en klaar naar voren en blijkt een gebrek aan vertrouwen te zijn in het offer van onze Heer en Verlosser.
Zij wilden ‘hèt hoof-item’, ‘hun’ Kruis zo veel mogelijk ontwijken!

‘Petrus verdrinkt’, byzantine mosaïc.

De geschiedenis van de kerk zit vol met zulke mensen, tot op de dag van vandaag aan toe en het lijkt wel of we er in onze tijd mee overweldigd worden- door veel van zulke valse, verraderlijke christenen.
De Heilige Johannes Chrysostomos zegt dat ze Christus liever beledigen en zelfs verwerpen, aangenaam zijn voor mensen; liever beledigen ze God om de mensen te behagen !
Ze behagen slechts de mens en haar vijandelijk tegenstanders van het Kruis.
Het leven van de Kruis vereist opoffering; Christus eist van ons offers, omdat
opoffering ‘liefde tot God en de naasten’ inhoudt.
Indien we onszelf niet opofferen, houden we niet van God en wanneer wij ons daarvan verwijderen, kunnen wij onmogelijk verenigd worden met God, Die onvoorwaardelijk ‘Liefde‘ is.
Het Kruis is ons pad, onze opening tot het leven van liefde met de Meester, het Eeuwige leven waar we allemaal naar op zoek zijn.
Indien we het Kruis opzij zetten, wijken we af van de weg naar God; want we leggen de liefde opzij. Als we het kruis verloochenen, ontkennen we het offer, wij ontkennen de kruisiging van ons intellect.

Wanneer een mens in zonde valt, in welke zonde dan ook, dient hij echter de Liefde en Genegenheid van de Hemelse Vader voor Zijn kinderen niet vergeten.
Als we God’s Barmhartige Liefde tot de mensen vergeten, dan komen wij òm in een verscheidenheid van strafbare feiten, verwaarlozen wij het goede en wijken af van de voorgenomen geestelijke weg.
Omgekeerd wanneer we ons inzetten de tegenstand te weerstaan door òp te staan en te vechten tegen God’s vijanden, en iedere dag opnieuw proberen ons Kruis op te nemen en het beschadigde weer te herstellen en afstand nemen van degene wat de wereld ons voorhoudt, vormen wij het evenbeeld van de profeet, die zegt:
Verblijd u niet over mij, mijn vijanden: al ben ik gevallen, ik zal weer opstaan;
al zit ik in het duister, de Heer zal mij tot Licht zijn
Micha 7: 7-9.
We zijn in geen geval daarom in staat om de oorlog te stoppen en dienen daarom standvastig te blijven de gevolgen van een definitieve nederlaag te voorkomen en onze ziel in Christus, zolang Hij in ons leeft en ademt, proberen te redden.
Zelfs indien de drager van onze ziel elke dag te kort schiet en zijn geestelijke goederen verliest,
behoeven wij onze Hoop op redding niet te verliezen.
Het Geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet zietHebr.11: 1.
Wie het Woord veracht, zal te gronde gericht worden, maar wie het gebod vreest, hem zal dat vergolden wordenSpr.13: 13.
Wij worden in alles verdrukt, maar niet in het nauw gebracht; wij zijn in twijfel, maar niet vertwijfeld2Cor.4: 8.
Want in de Hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?Rom.8: 24.
Tenslotte:
En dàn is er onze Heer en Verlosser, Die in Zijn strijd met ons mee lijdt en  Hij ziet wat voor ongelukje jou is overkomen en Hij zal in al Zijn Barmhartigheid jou de Kracht geven om geduldig te zijn en de agressieve vijandelijke pijlen tegen te werken.
Dàt is de Wijsheid, Die God de mens verleent en de mens is slechts een wijze zieke, wanneer deze zijn Hoop niet heeft verloren.
Het is beter om weerstand te bieden aan slechts een paar fouten, die we hebben gemaakt en die we niet wisten te corrigeren,  dan om onze strijd volledig te staken. 
H. Isaäc de Syriër