Orthodoxie & onderdanigheid

Wierookvat in de Kerk,
‘ . . . laat mijn gebed opstijgen . . .’.

      Tijdens het avondoffer echter stond ik op uit mijn verootmoediging en met gescheurd kleed en gescheurde mantel knielde ik, breidde mijn handen uit tot de Heer, mijn God, en zei:
      Mijn God, Ik schaam mij en durf mijn ogen niet tot U opslaan, o mijn God, want onze 
ongerechtigheden zijn ons boven het hoofd gestegen en onze schuld is gewassen tot de Hemelen.
     Van de dagen van onze vaderen af tot op deze dag toe zijn wij in grote schuld en om onze ongerechtigheden zijn wij overgeleverd,
wij, onze koningen, onze priesters, in de macht van de koningen van alle landen, aan het zwaard, aan gevangenschap, aan plundering, aan openlijke schande, zoals nu.
       En thans is ons sedert kort Genade bewezen van de Heer, onze God, doordat Hij ons heeft gelaten degenen die ontkomen waren, en ons een tentpin heeft gegeven in zijn heilige plaats, waardoor onze God onze ogen deed oplichten en ons een weinig verademing gaf in onze slavernij; want wij zijn wel slaven, maar in onze slavernij heeft onze God ons niet verlaten; Hij heeft ons gunst doen vinden bij de koningen van Perzië, dat zij ons verademing gaven om het huis van onze God te doen herrijzen en zijn puinhopen te herstellen, en ons een omtuining gaven in Juda en in JeruzalemEzra 9: 5-9

Gedienstig driespan, by Wim Romijn

Dominantie en onderdanigheid
Er bestaan mensen, die zich hun hele leven gedienstig [onderdanig] voordoen en er behagen in scheppen anderen te plezieren.
Dit kan variëren van een schone omgeving [huis, werk, kerk] en een heerlijke maaltijd voor ‘manlief’/‘vrouwlief‘, maar ook werkzaamheden verrichten voor iemand, die zich een hogere positie heeft toebedacht, als gevolg van dat hij/zij degene is, die beslist en al die anderen maar dienen te gehoorzamen, waarbij de ondergeschikte zich allerlei commando’s zal dienen te laten welgevallen.
Wees je er bewust van dat dit ouderwets overkomt, maar autoriteit afdwingen komt nog steeds in grote getale in onze samenleving voor, er is dus geen enkele reden om dit uit te sluiten.
Om te beginnen dien je jezelf af te vragen in hoeverre dit sexueel van aard is.  
Zijn deze gevoelens van oorsprong sexueel of komen ze ergens anders vandaan en vinden ze slechts hun beslag in de sexualiteit, en hoe valt dat te rijmen met de zeer vroege leeftijd waarop mensen met deze geaardheid hun gevoelens vaak al onderkennen, zich hiertoe ‘geroepen’ voelen.

Geaardheid
Als er één subcultuur is die onderdanigheid en dominantie tot het uiterste doortrekken is het wel die van de ‘total control spelletjes’ [een milde vorm van bdsm]. Het blijkt een voorkeur en een vorm van expressie, die met wederzijdse toestemming gebruikmaakt van opgelegde beperkingen, intense zenuwprikkels en het fantaseren over machtsverhoudingen en het spelen van een machtsrollenspel.
Het lijkt mij echter dat ‘net die’ mensen lak hebben aan maatschappelijke conventies en autoriteiten; ze zijn overgevoelig voor macht en daardoor autoritair. Misschien is de mate van ‘zelfbewustzijn’ er verantwoordelijk voor dat de mens in dit soort relaties die hij/zij aangaat een geconcentreerd macht’s-spelletje speelt en daarbuiten net zo wars zijn van macht en het misbruik daarvan. Indien het ‘zelfbewustzijn’ verantwoord is opgebouwd zal dat dit innerlijk afgewogen zijn en als goed ervaren worden; dat je goed bent voor jezelf, en goed voor je naaste vreemden dient te zijn; geen kwade bedoelingen, gewetensvol en zelfacceptatie; eerlijkheid en oprechtheid voorop.
Ik geloof dat, God zoals Hij is en zal zijn, Hij ons daarop zou beoordelen en daar Zijn “mening” op zou baseren. Indien jij of ik jezelf liefdevol onderwerpt of wanneer je God uit Liefde voor de mens accepteert als een Dominant Wezen, Die Zijn kind op basis van wederzijds vertrouwen en respect met up’s en down’s door het leven leidt,

Navolger van Christus
Als Christen wordt geloofd dat God diep in je zit, jij bent de Tempel van God, dat God je eigen geluk voor ogen staat, respect voor jezelf, je medemens en de natuur om ons heen.
En indien je dàt voor elkaar krijgt bereik je verlichting, zie je het ‘Licht’ – noem het de Hemel indien je wilt.
Is dat in dìt leven of een vòlgend? Een leven ná dit leven, het Hemels Koninkrijk?
Ik weet het niet, maar hoop wel dat God een goed en liefdevol mens respecteert; zonder te oordelen over het pad dat die persoon heeft gekozen.
En indien God dat niet zou doen…dan wordt het eigenlijk helemaal niet zo belangrijk gevonden wat God vindt…dan zou Hij namelijk niet als een liefhebbende Vader bij mij en mijn waarden en normen passen en zou Zijn aanwezigheid liever gemeden worden.
Echter de barmhartigheid van God ontstaat niet door het zien van de nameloze ellende van de gevallen mens, maar het komt voort uit God’s eeuwig welbehagen:
Toen de Profeet Mozes, nadat hij de Thora, de wet had ontvangen en
voor de tweede keer, gelijk de eerste, de twee stenen tafelen uit-beitelde,
het Verbond met het Volk door zijn daad bevestigde;  
beklom hij vroeg in de morgen de berg Sinaï, zoals de Heer hem geboden had en nam de twee stenen tafelen in zijn hand.
En de Heer daalde neer in een wolk, stelde Zich daar bij hem en riep de Naam des Heren uit. De Heer ging aan hem voorbij en riep: ‘ Heer der Heerscharen, God, barmhartig en genadig, lankmoedig, groot van goedertierenheid en trouw, Die goedertierenheid bestendigt aan duizenden, die ongerechtigheid, overtreding en zonde vergeeft; maar [de] [schuldige] houdt Hij zeker niet onschuldig, de ongerechtigheid der vaderen bezoekende aan kinderen en kindskinderen, aan het derde en vierde geslacht.
Mozes knielde haastig ter aarde, boog zich neer en zei:
‘ Indien ik Genade in uw ogen gevonden heb, Heer, dan ga toch de Heer in ons midden, 
want het is een hardnekkig volk, maar vergeef onze ongerechtigheden en onze zonden; neem ons als erfdeel in bezitEx.34: 5-9.

Ooey Gooey was a Worm

Waarachtige vernedering is om jezelf meer zondig te beschouwen dan alle andere mensen en jezelf slechts druk te maken, te vermoeien, dat ‘niets’ goed is dat je niet voor God, met God voor ogen zouden doen.
Het werk van vernedering is:
de stilte te bewaren, jezelf in geen enkel opzicht op de eerste plaats te stellen, elke vorm van zelfverzekerde dapperheid uit de weg te gaan,
je staat ten alle tijde klaar dienstbaar te zijn, ons aan God over te geven,
bij het depressieve af – met de dood voor ogen, niet om een leugenachtig bestaan op te bouwen en daarmee een mogelijke confrontatie uit de weg te gaan, te vermijden.
God toont ons immers – tot ontsteltenis toe – Zijn Barmhartigheid.
Degene, die zich in dit soort omstandigheden dominant blijft opstellen en
door z’n manier van doen onderdanigheid blijft afdwingen zal gemeden worden.
De discussie heeft geen zin meer en valt stil – je reageert gewoon niet meer.
Maar ten opzichte van het allerhoogste, de niet-aflatende roep van God,
accepteren we de minachting van de ander en bidden slechts voor zo’n wereldse autoriteit. 
Ten opzicht van God, vestig je, draag je je Kruis en haast je je je persoonlijke wil te beteugelen, teneinde niemand te provoceren en niemand te behoeven te benijden. Je tong spreekt niet meer, je zwijgt en blijft daarin – hoe moeilijk het ook is – standvastig.
Ten opzichte van God heb je reden temeer nederig te zijn in je doen en laten.
In het bijzin van mensen spreek je niet meer van uw besef van goed en kwaad en
onderricht niet langer zonder jezelf als eerste te vernederen, opdat het menselijk nageslacht niet in verzoeking wordt gebracht.
Het is die van God komende goedheid omtrent de ellendige uitverkoren zondaar, waardoor Deze de mens dagelijks opnieuw door onze Heer en Verlosser in staat stelt Genade te ontvangen.
Het al-oude Goddelijk Woord ‘Barmhartigheid’ geeft het eigenlijk al aan:
brandend (barmen = branden) hart hebben voor een arme en ellendige!
Het zal nooit te begrijpen zijn, maar zo brandt Gods hart om de staat van de gevallen zondaar en toont daarmee vanaf den beginne Zijn Goedheid.

Christus, kijkt toe

Het navolgen van Christus stelt ons in staat, geeft ons de mogelijkheid bepaalde machtsverhoudingen tegen het licht te houden.  Het gaat er niet alleen om hoeveel we van onze naasten menen te houden.
Het heeft er vooral mee te maken of wij er persoonlijk rekening mee houden, hoe wij 
onze liefde voor de medemens aanwenden zodat ‘zíj‘ aan hun trekken komen.
 Deze door God aangeboden mogelijkheid geeft de gelegenheid onze eigen karaktertrekken bloot te leggen – onze naaste wèrkelijk te ontmoeten en in te zien wat deze wel niet voor ons betekenen kan.
Het is vrij gemakkelijk jezelf op een niveau te begeven waarbij je niets dan lof wordt toegezwaaid – moeilijker is je te verdiepen in degenen die -‘a priori’- tot je ondergeschikten/ tegenpartij toebehoren.
Eerst dàn leggen we ons eigen karakter bloot en krijgen we inzicht met wat voor wereldbeeld wij in het [christelijk] leven staan. Er komt bij een dergelijk onderzoek naar voren of wij onszelf kunnen beperken in plaats van een oordeel over anderen uit te spreken. Waarom distantieert een ander zich ten opzichte van ons doen en laten – waarom keert deze òns de rug toe.
Ja dàn blijkt de farizeeër ‘in ons‘ groter te zijn dan wij ooit hebben kunnen beseffen en storen wij ons niet langer aan het feit dat de ander zich niet volledig overgeeft aan het wonderlijke christelijk leven welke wij in onze denkbeelden voor ogen hebben gesteld.
Dàn stellen wij ons de vraag waarom de bewuste persoon zich niet op door de weekse dagen ter genezing aan ons aanbiedt; dat deze zijn heil op zondag elders gaat zoeken laten we gemakshalve maar even buiten beschouwing.
Christus heeft ons onze eigen hypocriete houding beschreven
– hoe wij omgaan met mensen die belast en beladen zijn, wij laten hen gewoon in de kou staan.
Heeft onze Heer en Verlosser ons niet overtuigd dat ook zij nazaten van Abraham zijn – ook al hebben zij zich buiten de gebaande wegen begeven; zijn ‘zij‘ het niet, die een groot deel van hun leven gebukt gaan onder de zorgen, die de toezichthouders hen opleggen?
Gedurende zoveel jaren in de kerkgemeenschap, heeft deze naaste de ‘chief executive’ misschien het gevoel gegeven dat zijn eigen gang van kerkzaken slechts door de Hemelen ‘begenadigd’ was omdat hij/zij geen ziekte had maar de eminente positie had, namelijk het Axios en de zegen van God, zoals deze zichzelf misschien had ingebeeld.
Meedogenloze dominante persoonlijkheden plegen zich te omringen door stem- of klap-vee waardoor hun eigen onvolkomenheden door de glans van hun uitstraling niet langer aan het daglicht wordt blootgesteld.
Dat is de reden waarom, wanneer Christus de slachtoffers aan boord geneest en de ‘chief executive’ ongenadig geïrriteerd is. 
Waarmee zal ik mijzelf voortaan vergelijken? Welk rechtscriterium zal in deze door de Schepper van Hemel en aarde gehanteerd worden?
Christus laat echter geen ruimte om Zijn beslissing af te wachten, om Zijn  genezen in twijfel te trekken; de Wil van God is gestoeld op een heel ander relatie dan welke wij in onze eigen zelfzuchtige gedachten hebben gevormd.
Het ideaalbeeld in deze samenleving is dat ons liefdesleven altijd maar ‘leuk en fijn’, himmeljauchend’ dient te zijn; 
onze Heer en Verlosser weet wel beter.
Mensen ‘gebruiken‘ anderen vaak als hun dienaren.
Ze vragen hen te doen wat ‘zij‘ voor ogen hebben en geven de ander daarbij het gevoel dat zij en de gemeenschap met hen, hierdoor van hen houden.
Gevangen in wat ze zelf zijn of denken wordt dan als liefde beschouwd, ze vinden dat de anderen maar dienen te doen wat ze zeggen en vragen, omdat zij er ‘recht’ op hebben, alleen omdat ze ‘eerst dàn’ van ze houden.
De liefde blijkt in werkelijkheid maar van één kant te komen, van de kant van de ondergeschikte.
En indien wij van deze situatie profiteren, hebben zij dan de plicht om dat te doen?  
Nogmaals, mensen gebruiken anderen als een zelfverdedigings-maatregel; het blijkt ‘dè oplossing‘ voor ons eigen zelfrespect.
Voor het gevoel dat wij verdienen, dat God ‘slechts ons’ heeft gezegend.
Wij vergeten dan dat we door God geroepen zijn om nederigheid op te brengen als maatstaf voor onze relaties met anderen. Dat wil zeggen, dusdanig te gaan geloven dat wij ‘in alles en overal’ via elkaar van elkaar kunnen profiteren.
Van hun gaven. Van hun deugden. 
Zelfs van hun negatieve uitstraling kunnen we leren; geduld en berouw, nèt als de benodigde houding van de strijder, de kruis-vaarder aan boord van het kerkelijk schip.
Ten slotte blijft er na evenwichtige overweging slechts de weg van de onderlinge liefde. Indien we tot dit inzicht komen en daadwerkelijk een vechthouding aan nemen op het pad van de nederigheid, eerst dàn wordt de ander als vanzelf sprekend een zegen voor ons en wij voor hen. 
Onze gemeenschappelijke relatie met de ander is de relatie die ons leidt tot Christus.
De Goddelijke Liefde zal uiteindelijk de hypocrisie genezen om elkaar te zien in termen van respect en eigenbelang, òf het nu financieel, materieel of in sociale verhoudingen betreft.
”     Breng de gehele tiende naar de voorraadkamer, opdat er spijze zal zijn in Mijn huis; beproeft Mij toch daarmede, zegt de Heer der heerscharen, of Ik dàn niet voor u de vensters van de hemel zal openen en zegen in overvloed over u uitgieten.
Dàn zal Ik, u ten goede, de afvreter dreigen, opdat hij de vrucht van uw land niet zal verderven en opdat de wijnstok op het veld voor u niet zonder vrucht zal zijn, zegt de Heer der heerscharen.
En alle volkeren [de gehele wereld] zullen u gelukkig prijzen, omdat gij een land van welbehagen zijt, zegt de Heer der heerscharenMaleachi 3: 10-12.
Het leven met Christus in de Kerk geeft ons de gelegenheid om onszelf te beproeven, 
hoe wij doormiddel van de navolging van Christus – ànderen in nederigheid onder Zijn leiding te stellen – tot verandering kunnen zien komen.
Slechts door nederigheid wordt de Liefde tot God onder de mensen zichtbaar.

    Elke dag opnieuw wil ik U zegenen; en Uw Naam loven voor eeuwig, en in de   eeuwen der eeuwen. Groot is de Heer, en de hoogste lof waardig; aan Zijn grootheid zijn geen grenzen.
Geslacht op geslacht zal Uw werken loven, en Uw macht verkondigen.
Zij roemen de grootse Heerlijkheid van Uw Heiligheid; zij verhalen Uw wonderbare werken.
Zij zullen de kracht van Uw vreeswekkende daden vermelden, en Uw Grootheid doen horen.
Zij zullen de herinnering aan Uw overvloedige Goedheid uitjubelen, en juichen over Uw Gerechtigheid.
Genadig en Barmhartig is de Heer; Grootmoedig en eindeloos Barmhartig.
Goed is de Heer voor al wat bestaat; Zijn erbarmen gaat over al Zijn werken.
Al Uw werken, Heer, belijden U; al Uw gewijden zegenen U.
Zij zullen de heerlijkheid van Uw Rijk doen horen en spreken over Uw Macht.
Om de mensenkinderen Uw macht te doen kennen en
de Heerlijkheid van de pracht van Uw Rijk

Psalm 144[145]: 2-12 vert. ROK ’s-Gravenhage.
  Maar gij, o mens! wie zijt gij, dat gij God zoudt tegenspreken?
Zal het geboetseerde soms tot Zijn boetseerder zeggen:
  Waarom hebt gij mij zo gemaakt?’.
Of heeft de pottenbakker niet de vrije beschikking over het leem om
uit dezelfde klomp het ene voorwerp te vervaardigen tot eervol,
het andere tot alledaags gebruik?
En als God nu, Zijn toorn willende tonen en Zijn Kracht bekend maken,
de voorwerpen van de toorn, die ten verderve toebereid waren,
met veel lankmoedigheid verdragen heeft –
Juist om de Rijkdom van Zijn Heerlijkheid bekend te maken over
de voorwerpen van ontferming, die Hij tot Heerlijkheid heeft voorbereid?

Rom.9: 20-23.

Nu dan zal eenieder duidelijk zijn dat er mensen bestaan,  die zich hun hele leven gedienstig [onderdanig] voordoen en er behagen in scheppen anderen te plezieren.
    God echter, die rijk is aan Erbarmen, heeft, om Zijn grote Liefde, waarmee Hij ons heeft liefgehad, ons, hoewel wij dood waren door de overtredingen mede levend gemaakt met Christus, – door Genade zijt gij behouden -, en heeft ons mede opgewekt en ons mede een plaats gegeven in de hemelse gewesten, in Christus Jezus, om in de komende eeuwen de overweldigende Rijkdom van Zijn Genade te tonen naar [Zijn] Goedertierenheid over ons in Christus Jezus.
Want door Genade zijt gij behouden, door het Geloof en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand zal roemen. Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus“  Eph.2: 4-8.

    En er was een zeker discipel te Damascus [Hebr.= ‘de zakkenwever zwijgt’], met name Ananias [Hebr.=‘ de Heer heeft genadig gegeven‘]; en de Heer zeide tot hem in een gezicht: Ananias! En hij zeide: Zie, hier ben ik, Heer!                               En de Heer zei tot hem:
‘ Sta op, en ga in de straat, genaamd de Rechte
[Hebr.= ‘oordeel’], en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus [Hebr.= ‘verlangd’], van Tarsen [Hebr.= שׁוֹרֶשׁ הָרֶגֶל, ‘De voet van de voet’]; want zie, hij bidt’.
En hij heeft in een gezicht gezien, dat een man, met name Ananias, inkwam, en hem de hand oplegde, opdat hij wederom ziende werd. En Ananias antwoordde:
‘ Heer! ik heb uit velen gehoord van dezen man, hoeveel kwaad hij Uw heiligen in Jeruzalem gedaan heeft; en heeft hier macht van de overpriesters, om te binden allen, die Uw Naam aanroepen’.
Maar de Heer zei tot hem:
‘ Ga heen; want deze is Mij een uitverkoren vat, om Mijn Naam te dragen voor de heidenen, en de koningen, en de kinderen van Israël [de Kerk]. Want Ik zal hem tonen, hoeveel hij lijden moet om Mijn Naam.
En Ananias ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zei hij:
‘ Saul
[Hebr.= ‘verlangd’], broeder! de Heer heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg, dien gij kwaamt, opdat gij weer ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden’.
En terstond vielen af van zijn ogen gelijk als schellen, en hij werd terstond wederom ziende; en stond op, en werd gedoopt.
En als hij spijze genomen had, werd hij versterkt.
En Saulus was sommige dagen bij de discipelen, die te Damascus waren.
En hij predikte terstond ‘Christus’ in de synagogen, dat ‘Hij de Zoon van God is
Hand.9: 10-20.