28e Zondag na Pinksteren – ga je gebukt onder zorgen; wil je gered worden, dan kan slechts God je rust geven

genezing van de gebochelde vrouw

    Onze Heer en Verlosser was bezig te leren in een van de synagogen op een sabbat. En zie, er was een vrouw, die reeds achttien jaren een geest van zwakheid had en verkromd was en zich in het geheel niet kon oprichten.
Toen Jezus haar zag, sprak Hij haar toe en zei tot haar:
Vrouw, gij zijt verlost van uw zwakheid; en Hij legde haar de handen op, en terstond richtte zij zich op en zij verheerlijkte God.
       Maar de overste der synagoge, het kwalijk nemende, dat Jezus op de sabbat genas, antwoordde en zei tot de schare: ‘ Zes dagen zijn er, waarop gewerkt moet worden, komt dan om u te laten genezen en niet op de sabbatdag’.
       Maar de Heer antwoordde hem en zei: ‘Huichelaars, maakt ieder van u niet op de sabbat zijn os of zijn ezel van de kribbe los en leidt hem weg om hem te laten drinken? Moest deze vrouw, die een dochter van Abraham is, welke de satan, zie, achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de sabbatdag?
En toen Hij dit zei, schaamden zich al zijn tegenstanders, en de gehele schare verheugde zich over al de heerlijke dingen, die door Hem geschieddenLuc.13: 10-17.

Heelwording van een gebroken mens‘, by Margaretha Coornstra; ‘Incarnation of a broken man‘, by Margaretha Coornstra; ‘Ενσάρκωση ενός σπασμένου άνδρααπό τη Μαργαρέτα Κοορνστά; تجسد رجل مكسور ، من قبل مارغريتا Coornstra.

    Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de Macht van Zijn Heerlijkheid tot alle volharding en geduld, en dankt gij met blijdschap de Vader, die u toebereid heeft voor het erfdeel der heiligen in het Licht.
       Hij heeft ons verlost uit de macht der duisternis en overgebracht in het Koninkrijk van de Zoon van Zijn Liefde, in wie wij de verlossing hebben, de vergeving van de zonden.
       Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene van de ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de on-zichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het Lichaam, de gemeente.
Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is“. Col.1: 11-18.


Het zal je maar gebeuren, achttien jaar lang gebukt gaan onder de druk van een zwaar leven. Een getal, welke in de Blijde Boodschap wordt aangehaald heeft echter op de een of andere manier een geestelijke betekenis en wint daardoor voor ons aan schoonheid en aantrekking’s-kracht. Het getal 10 drukt de verantwoordelijkheid van de mens uit tegenover God, terwijl het getal 8 het begin van een nieuw tijdperk aanduidt.
Over de Sabbath heb ik het onlangs al met u gehad, waarbij ik m’n verbazing heb uitgesproken dat niet méér navolgers van Christus in de wekelijkse ontmoeting met hun Heer en Meester van het leven, daadwerkelijk deelnemen aan die ontmoeting. Het wezenlijk contact met God is immers een levensvoorwaarde in deze van God [‘en gebod’] vervreemde samenleving.
Liturgie is geen Hemelse droom, maar een reëele daad op aarde ten opzicht van onze Heer en Verlosser, Die onze geest van zwakheid, die gekromd is toch maar -keer op keer – geheel weer opricht.
In het beeld van de onzichtbare God worden wij verlost uit de macht van de duisternis en in Liefde overgebracht in het Koninkrijk van God’s Zoon.

Na afloop van de dienst van het Woord, vervolgen wij dan ook de Goddelijke Liturgie met de Cherubijnen-hymne.

Cherub Charitas, communiebank 1650, museum Catharijne-convent Utrecht

        Tien tegen één dat bij het woord ‘cherubijn’ in onze samenleving gedacht wordt aan een kogelrond peutertje met vleugels. De meesten van onze omstanders weten niet beter; zo heeft ‘de Verlichting’ het ons immers voor-gehouden. Het zoet-sappige wezentje wordt al vanaf de Renaissance afgebeeld in talloze schilderijen en religieuze prentenboeken.
Theologen schudden echter het hoofd en wijzen erop dat dit vrolijke engeltje het product is van de aanhoudende pogingen van humanistisch getinte afvalligen om het christendom met heidense symboliek en mythologie te verzoenen. Zo heeft ‘kerstmis‘ volgens hen niet zozeer te maken met de werkelijke geboortedatum van onze Heer en Verlosser, maar veeleer met het vóór-christelijke midwinterfeest. Er wordt heden-ten-dage geen gelegenheid geschuwd om heiligen-feesten met niets-zeggende discussies van hun oorspronkelijke betekenis te beroven en het oorspronkelijk Christelijk Geloof onderuit te halen.
Kerst is waarachtig geen gezelligheidsfeest, waarbij supermarkten de meest uitgelezen producten trachten te slijten – het is en blijft de Geboorte in het Vlees van onze Heer en Verlosser, Diegene Wiens Blijde Boodschap, Zijn Pedagogie, de mens doet herleven – en nog steeds een mogelijkheid aanbiedt om te overleven.

     Daarom is het beslissende ogenblik in de Goddelijke Liturgie de ‘Grote Intocht‘, de processie waarin de voorganger, spelleider [priester] brood en wijn vanuit de proscomedie- [voorbereiding’s-] tafel naar het altaar wordt gebracht; het moment dat wij onze aardse zorgen terzijde stellen om de Koning van het heelal te ontvangen, onzichtbaar begeleid door engelenscharen, hetgeen wij kortweg de cherubijn-hymne noemen:

Vervolgens wordt de eucharistische Canon ingeleid en zingen wij samen met de engelen en aartsengelen, machten en krachten de lofzang tot God’s Heerlijkheid: “Heilig, heilig, heilig is de Heer Sabaoth” [Hebr. = ‘Heer der heerscharen’, benaming van God als hoogste bestrijder van het kwaad]. “Hemel en aarde zijn vol van Uw Heerlijkheid; Hosanna in den hoge.
Gezegend is Hij, Die komt in de Naam des Heren, Hosanna in den Hoge“.
Dit is de engelenzang, het grote Gloria, dat uit de hemelse eredienst [in de Kerstnacht] op aarde is gebracht. Eigenlijk doen we niets anders dan dat wij als engel-gelijkend met de  engelen meezingen:
Vervolgens volgt de Epiclese en ervaren wij dat: “God onder ons is – Hij is en zal zijn”, en dit betekent dat de tijd, de tijd waarin wij leven, door de indeling van het eeuwige Woord is geheiligd. De tijd, onze tijd, is niet een onverschillig tijdstip, niet een noodlottige gebondenheid, maar de wel-aangename tijd, de tijd, die heden in onze oren, ogen en hart vervuld is.

<<– Gebed des Heren

Wij bidden heel persoonlijk tot de Vader:
Allen :     Onze Vader, Die in de hemelen zijt, Uw Naam worde geheiligd, Uw Koninkrijk kome, Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood, en vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaren vergeven,

‘maar verlos ons van de Boze’

en leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze“.
Voorganger:  Want van U is het Koninkrijk, en de Kracht en de  Heerlijkheid; Vader, Zoon en Heilige Geest; nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.
Allen:   “Amen”.
God’s verkeren met de mens gaat niet buiten de tijd om, niet in een mystieke verrukking, waarin tijd is als eeuwigheid en eeuwigheid als tijd, maar het geschiedt hier en nu, midden in de tijd, die door God’s scheppende en herscheppende daad is geworden tot God’s tijd, tot de Tegenwoordigheid van Jezus Christus, de Zoon van God, in ons midden.
De eredienst, ons gezamenlijk samenzijn als gemeenschappelijke navolgers van Christus geschiedt dus niet onafhankelijk van de tijd, maar in een vast verloop, wiens grond, basis-plan het verloop van de Heil’s-geschiedenis eerbiedig volgt. We treffen deze liturgische tijd aan in de dag-, week- en jaarcyclus van de Kerk, met andere woorden in het kerkelijk jaar. Wij mogen als navolgers van Christus, voorgegaan door de door Hem gezegende voorganger, spelleider [priester] de eredienst houden in het Jaar des Heren.
Het kerkelijk jaar is een menselijke poging, om de gang van de Heilsweg in de regelmatige eredienst van dag tot dag te volgen. In de Kerk, volgt de navolger van Christus, een door de kerkvaders ingericht, kerkelijk jaar, welke een waardevol tegenwicht biedt tegen de subjectiviteit van de hedendaagse prediking, men volgt bij de prediking niet z’n inval of de tijdsomstandigheden – met al z’n invloeden, maar de gang, die God Zelf met Zijn Kerk ging.

Antiocheens Orthodox in Amersfoort

Op die wijze blijft de gemeenschap voor eenzijdige prediking bewaard en komt in de orde van het perikopen-systeem de gehele inhoudt van de Blijde Boodschap achtereenvolgens ter sprake. Hetzelfde geldt in het gebed, de hymnen, de teksten van de vaders bij de verschillende handelingen.
Een eredienst kan en dient te alle tijde gehouden kunnen worden, – en daar dien  je misschien vandaag de dag niet mee aan te komen – , maar de kerk dient tevens onafgebroken ‘open’ te zijn, opdat de vele geroepenen aan de oproep van Christus gevolg kunnen geven.
Een treffend kenmerk van het tegenwoordige leven is zijn ingewikkeldheid en het onvermogen van de enkeling om het geheel te overzien;
want hoe we het wenden of keren -‘ook’- en met name in onze tijd richt onze Heer en Verlosser Zich onvermoeibaar tot de mensen, die moe zijn van het leven onder het juk van hun eigen zonden. Die verdriet hebben, niet in de eerste plaats over de zonden van anderen, maar over zichzelf – zij horen God’s roep:
Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal je rust geven;
neemt Mijn juk op je en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart en jij zult rust vinden voor je ziel; want Mijn juk is zacht en Mijn last is lichtMatth.11: 28-30.

”      Nog vier [het getal 4 kan duiden op de vier windstreken, de vier evangelisten in de schepping van
deze wereld] maanden, dan komt de oogst?
Zie, Ik zeg u, slaat uw ogen op en beschouwt de velden, dat zij wit zullen zijn om te oogsten.
Reeds ontvangt de maaier z’n loon en verzamelt hij vrucht ten eeuwigen leven, opdat de zaaier zich tegelijk met de maaier zal verblijden
John.4: 35,36.
In de Goddelijke Liturgie ontmoeten wij elkaar om God te danken, Hem te loven en Hem te verheerlijken vanwege de overvloedige Genadegaven en de rijke talenten, die Hij ons en onze gemeenschap in overvloed heeft doen toekomen.

Apolytikion     tn.3.
Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij


Theotokion     tn3.
Gij zijt Middelaar
ster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.