26e Zondag na Pinksteren – de rijke hooggeplaatste en het oog van de naald

      En een hooggeplaatst man vroeg Hem en zei:
       ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?
Jezus zei tot hem:
    Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.
Gij kent de geboden: Gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en moeder.
Hij zei:
        Dat alles heb ik van jongs af in acht genomen.
Toen Jezus dat hoorde, zeide Hij tot hem:
        Nog een ding komt gij te kort: verkoop alles wat gij bezit, en verdeel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in de hemelen, en kom hier, volg Mij.
        Toen hij dat hoorde, werd hij diep bedroefd, want hij was zeer rijk.
En Jezus zag hem aan en zei:
        Hoe moeilijk kunnen zij, die geld hebben, in het Koninkrijk Gods ingaan. Want het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog ener naald, dan dat een rijke het Koninkrijk Gods binnengaat.
En die dit hoorden, zeiden tot Hem:
Maar wie kan dan behouden worden?
Hij zeide tot hen:
        Wat bij mensen onmogelijk is, is mogelijk bij God’

Luc.18: 18-27.

Thans zijt gij licht in de Heer; wandelt als kinderen van het licht,
⁌  want de vrucht des lichts bestaat in louter goedheid en gerechtigheid en waarheid en
⁌  toetst wat de Heer welbehaaglijk is.
En neemt geen deel aan de onvruchtbare werken van de duisternis, maar ontmaskert ze veeleer, want het is zelfs schandelijk om te noemen, wat heimelijk door hen wordt verricht; maar als dat alles door het licht ontmaskerd wordt, komt het aan de dag; want al wat aan de dag komt is licht.
Daarom heet het:

‘Heer en Meester, heb medelijden met mij’.

Ontwaak, gij die slaapt, en sta op uit de doden, en Christus zal over u lichten.
Ziet dus nauwlettend toe, hoe gij wandelt, niet als onwijzen, doch als wijzen, u de gelegenheid ten nutte makende, want de dagen zijn kwaad.
Weest daarom niet onverstandig, maar tracht te verstaan, wat de wil des Heren is.
En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest, en spreekt onder elkander in Psalmen, Lofzangen en geestelijke Liederen, en
zingt en jubelt de Heer van harte

Eph.5: 8b-19

Heilig leven,
☛ van Genade op Genade
☛ met beide benen op de grond,
☛ mag je elke dag examen doen en
☛ vervuld worden met de Heilige Geest.
      En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar
wordt vervuld met de Geest en spreekt onder elkaar in Psalmen,
Lofzangen en geestelijke liederen en zingt en jubelt de Heer
van harte“,
dankt te allen tijde‘ in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader, voor alles, 
en weest ‘onderdanig onder elkaar‘ in de vreze van ChristusEph.5: 18-21.

               Wanneer je goed kijkt bemerk je dat het de Heilige Geest is, Die ervoor zorgt dat mensen de roep van Christus beantwoorden en tòt Hem komen.
Tòt Christus, in Wie verlossing van de schuld en de aloude vloek is en
in Wie vernieuwing van het leven is.
Het is Heilige Geest zorgt ervoor dat ik mijn eigen ellende
– dusdanig onder ogen krijg – dat ik tot Christus leer vluchten.
En dat ik ‘in’ Christus zodanig inzicht krijg dat ik ‘tot’ Christus, als
de Zoon van God durf te vluchten.
En zodra iemand dàn tot Christus komt:
dàn  wordt de Heilige Geest in zijn hart geopenbaard.
dàn woont Hij in in de mens.
Alleen, eerst dàn kunnen er nog veel verzoekingen opdagen,
veel twijfel, maar ook veel lauwheid, want
de tegenstrever krijgt er lucht van, die is daarop getraind.
Maar ‘vervuld worden met de Heilige Geest’ wil zeggen:
dàn vult de Geest geheel en al mijn hart.
Niet als een bodempje water in het glas, maar Hij vult geheel het glas, van onder tot boven, ja tot . over de randen toe.
Zodat het hart van de mens volstroomt vanuit de Hemelen, want de Heilige Geest is de eersteling van de Hemelse Zaligheid.
De Heilige Geest is de eersteling van de volle oogst der Heerlijkheid van God.
De Heilige Geest brengt dus iets teweeg van de Hemel in het menselijk hart:
Zoals een van onze geestelijk voorgangers het mij duidde:
De Hemel was al in het menselijk hart neergedaald voordat het menselijk hart de Hemelen ontwaarde”, het was bij de schepping [in de genen] mee ingebakken
En we hoorden al eens eerder wàt er vervolgens in je hart opborrelt, vanuit de geestelijke Bron:
  Hemelse vreugde; Vreugde in de God van het heil; Verwondering over de Vader, Die de mens Lief heeft en heeft uitverkoren”.

Uit zo’n grote duizelingwekkende diepte heeft God de mens verheven, opgenomen en verkozen. Waarom mij persoonlijk, waarom ben ik, tot Uw kind geworden, als een rechtgeaarde Vader, Die Zich verwondert over de  komst van de eengeboren Zoon, Die ons mensen tot zo’n dure prijs heeft gekocht.
De Zoon van God, Die heeft liefgehad tot in de dood, de God-verlatenheid, het Groot en Heilig Kruis. Hoeveel heeft U, als God over de goden niet voor mij, als mens onder de mensen overgehad?
Verwondering over de Heilige Geest, Die zó vol Kracht en Geduld mij heeft getrokken en niet opgaf en er niet de brui aan gaf toen ik zo hardnekkig tegenwerkte en Hem weg wilde hebben, maar doorzette en inwon.
Hoeveel verzet heeft God niet willen doorbreken en verdragen, waardoor er in de Hemelse Gewesten Vreugde kwam over de zondaar, die zich bekeert, in het vooruitzicht op een eeuwigdurend heil.
En behalve Hemelse Vreugde geeft de vervulling met de Heilige Geest ook hemelse Liefde.

De Hemel is de Liefde van God tot de mens en Jezus Christus tot de degenen, die de eeuwige zaligheid genieten;
Liefde van welbehagen tot in eeuwigheid.
Liefde van het ‘Ik voor u’ van de Zoon;
Liefde uit de oorsprong van de eeuwigheid,
Liefde tot elke prijs en
Liefde tot in de dood.
En de liefde van de mens tot God, het intense verlangen bij Hem te zijn.
Liefde spontaan en diepgeworteld, Die Zich richt op het Lam, de Vader en de Geest.
Verlangen naar Hem; Verlangen naar de wederkomst:
de Geest en de bruid zeggen: “Kom, Heer Jezus, kom en haast U”.
Behalve Vreugde en Liefde is de Hemel Heiligheid; waarachtige dienst aan God, volkomen en in ruime mate.
Geen smet van leven zonder God/zonde, nog meer, geen zweem van eigen eer, eerzucht, zondige begeerte en lauwheid, Heiligheid wordt een menselijk verlangen.
Hoe heiliger hoe liever. hoe méér tijd en hoe dìchter bij de Heer hoe liever.
Zonder te vragen: hoe vèr kan ik hierbij gaan, maar hoe dicht kan ik bij God blijven.
Ook bij het zien en luisteren naar zonde gruwt ons hart hiervan:
Heer, er is geen heilige meer, de Waarheid wordt zeldzaam onder de volkeren!”.
Uw Liefdedienst heeft mij nog nooit pijn gedaan, mij verdrietig gemaakt.
En we haten het doen van de schenders van God’s Thora, God’s Wet en verafschuwen die smet, te beginnen met mijzelf.
Ontzettend gevoelig voor God’s eer; de Vervulling met de Heilige Geest.
Dàt heeft dus te maken met de beleving van de staat van geluk, de zaligheid, het Heil. Met een kwetsbare, tere omgang met de Heer, ‘Die Heilig is, Die Sterk is en On-Sterfelijk”, intens, innig en vol verlangen uitroepend: “Heer, ontferm U!”.
Vervulling met de Heilige Geest dat straalt ervan af; dat straalt wat uit.
En dat kan ook verzet oproepen en weerstand, want dàn moet ook ikzelf aan het werk, maar in elk geval: dàt glanst en schittert.
Zou dàt niet rijk zijn, naar je kinderen of kleinkinderen toe, wanneer je hen als vader, en moeder, als opa of oma binnenleidt en zij zich vergapen aan de Schoonheid van de Kerk, tijdens een Goddelijke Liturgie?, als leidinggevende of catecheet, naar kinderen en jongeren toe?
Wanneer je, als lid van een Christelijke Gemeenschap, naar je collega’s toe, je omgeving, je familie toe hen rondleidt in jouw Gemeenschap?, waar je trots op kunt zijn en waar je jezelf gedragen weet?
En voor jezelf, om van twijfel, lauwheid in al je benepenheid verlost te zijn en bóven de wereld verheven te zijn?
Is dat het niet waard om te horen naar die roep:
  Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven; neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen;
want mijn juk is zacht en mijn last is lichtMatth. 11: 28-30.

Dàt is vervuld worden met de Heilige Geest, het levend geloof bouwt op het Woord, maar verlangt naar ervaring en vervulling – allebei en in deze volgorde; dàt is heel wezenlijk.
Dood Geloof meent te geloven en gered te zijn, Vrede met God te hebben en zegt:
wat wil ik nog meer?; “God’s Genade is mij immers genoeg”
Laat het dàt zijn en niet dat andere: ‘dronken van de wijn‘.
Dat noemt Paulus juist in deze brief wel juist omdat dàt in Ephese [Hebr.= “toegestaan”] algemeen gebruik was. In Ephese werd de God van de wijn vereerd: ‘Bacchus’; en vier keer per jaar waren er de Bacchusfeesten, waar overvloedig het product van Bacchus werd gebruikt: de wijn.
Dàn krijg je ook een bepaalde beleving, een goed gevoel, maar wèl van heel andere orde, want dronken van wijn daarin is overdaad.
En “overdaad schaadt”, letterlijk leidt het tot Heil-loos-heid,
Niet‘ tot volkomenheid de staat van geluk, de zaligheid, van het heil, maar zònder heil.
Dáár wáár de Heilige Geest vol van maakt, dàt verstikt de wijn.
Omgang met God, Vreugde, Liefde, Heiligheid, wie dronken is van de wijn, die
is dáár totaal onbekwaam en onverschillig voor [geworden].
Trouwens, dat kan ook door andere dingen gebeuren: als je in wat voor muziek dan ook òpgaat, als je helemaal blind staart naar een voetbalwedstrijd: ‘overdaad schaadt’, is heilloos. De omgang met God wordt erdoor verstikt en verstrooid.
Je kunt het ook merken: want je praat alleen nog maar daarover. Je wordt nogal loslippig, maar niet over de dingen van onze Heer en Zaligmaker.
Wat kunnen dat voor dingen zijn die heilloos voor je zijn: die je verlangen naar God uitdoven, je vreugde in God wegnemen, je open doen staan voor de wereld, je afsluiten voor de eeuwige dingen.
Doe dat niet!
Want wat slecht is voor de omgang met God: probeer het uit je leven te bannen; ik weet het je komt er haast niet om heen in dit tranendal, deze wereld.
Ten diepste is het óf – óf: een christenleven dat niet vervuld is met de Heilige Geest wordt hoe langer hoe meer ingenomen door dingen die heilloos zijn.
Voor de één is dat wijn [of sterker spul en andere stimulerende, geest verruimende middelen], bij een ander sport, een derde werk, een vierde z’n [m’n] computergebruik òf weer wat anders;
de tegenstrever is wat dàt aangaat zeer vindingrijk, maar je leven wordt hoe dan ook èrgens mee vervuld. Is het niet met de Geest dan door aardse dingen, steeds meer en meer.
En steeds lauwer, steeds gezapiger, steeds onverschilliger, steeds geruster ook al heb je geen zekerheid, geen vastheid, geen uitzicht, toch wel kalm en gerust.

De gaven van de Heilige Geest, mosaïc by Arie van de Meer

Wat niet tot goed kan leiden, het levert alleen maar slechte resultaten op,
het is slecht, verderfelijk, kortom heilloos-heid.
Daarom nog een keer:
Wordt vervuld met de Heilige Geest!”.
Daarom begint iedere Orthodoxe dienst aan God, van morgengebed tot avondgebed met de aanroep:
Hemelse Koning, Trooster Geest der Waarheid,
Gij Die overal tegenwoordig zijt en alles vervult,
Schatkamer van het goede, en Schenker van het Leven,
kom en verblijf in ons, reinig ons van alle smet,
en red onze zielen, o Algoede
”.
Wordt aldus vervuld met de Heilige Geest.
Laten we daar eens goed naar kijken, want dat is een merkwaardige uitdrukking.
Indien je deze uitdrukking taalkundig ontleed is het een wonderlijke combinatie.
Het is een imperatief, een gebiedende wijs, een bevel met andere woorden.
Maar dan zou het logisch zijn als er stond: vult uzelf met de Heilige Geest.
En dàt staat er niet, het is een passieve vorm, een lijdende vorm.
Wordt vervuld, dat betekent: een ànder moet dat doen.
Het woordje worden geeft aan: iemand anders doet het.
Ik word vastgehouden door iemand anders, ik word gedragen door iemand anders. Ik word gefeliciteerd door iemand anders.
Dus het is een bevel aan mij gericht wat een ander doen moet!
Mij wordt iets bevolen wat een ander voor mij doen moet. Vreemd!
Dat betekent dus allereerst: ik vul mezelf niet met God’s Geest.
Vul jezelf met God’s Geest is onmogelijk.
Een mens beschikt niet over de Heilige Geest en kan de Geest niet naar zich toehalen. Een mens kan zichzelf niet vullen met de Geest van God.
Het kan zijn dat een mens veel denkt te weten van de Heilige Geest en van al wat Hij doet, daar met Pinksteren over gehoord heeft en dat goed opgenomen heeft.
Het kan zijn dat een mens daardoor vurig is gaan verlangen naar de vervulling met de Heilige Geest. Vurig verlangen, en dàn nòg of juist dàn merkt de mens:
Ik kan het mezelf dit niet geven. Ik ben machteloos. Ik sta verlamd en hulpeloos.
Hoe graag ik ook zou verlangen, ik maak mezelf niet vervuld‘.

Dat is die wonderlijke spanning in het Genadeleven, Die God soms
zo die laat’ voelen opdat . . . . . ja opdat . . . En toch staat er een bevel; “Hèt wordt vervuld”.
Dat wil me klem zetten, uiteindelijk, vroeg of laat kùn je niet anders en
zal je als mens [uiteindelijk] dienen toe te geven.
Dat je er als mens niet gelaten onder bent en je erin zult schikken,
nu, ja, je kunt dàt als mens niet uit jezelf, dat is nou eenmaal zo.
Nee, het wil me met sterke nadruk zovèr brengen,
vooruit voeren, drijven naar Wie het wel kan.
Het brengt mij als mens door de Heilige Geest, vroeg of laat
in positie ten opzichte onze Heer Jezus Christus, de Énige God-mens:
Ik dien als mens vervuld te worden met de Goddelijke Geest, maar ik kan me niet vullen, Heer en Verlosser, Jezus Christus vult U mij dan!
Want het is de Geest van Christus, de Zoon van God, onze Verlosser, Die de  Heilige Geest voor ons heeft verworven.
Hij heeft de wet vervuld, de gehoorzaamheid volbracht, de vloek gedragen.
Hij heeft de Geest verworven; Hij mag Hem uitdelen van de Vader.
Daarom kan Hij uitgedeeld worden!
Daarom kan Hij geschonken worden.
Wordt vervuld, Dàt is Wat hier wordt geopenbaard,
ten opzicht van de inwoners van Ephese [‘toegestaan’],
Die Zich aan mensen, die zich vergrijpen aan alles wat God verboden heeft, heeft geopenbaard, Die alles overstijgt.
Tot mensen de Heilige Geest àl hadden, met de Geest gedoopt, verzegeld waren.
Maar die vervulling is telkens opnieuw nodig, dat geeft de werkwoordsvorm ook aan. Wordt telkens weer vervuld, want dat hart van ons, is als een glas, neen een vergiet. Vandaag volgegoten en morgen weer leeg en dient steeds weer vervuld worden.
Vervuld met de Heilige Geest is geen aparte klasse christenen.
Zo van : dàt was ik eerst niet, nú wel, en och ja, mijn man, die moeder van mij, die is toch maar iemand, die zich voortdurend zorgen maakt over zijn/haar zielenheil, een tobber.
Vandaag vervuld, ben ik morgen ook weer leeg.
Dàn geldt opnieuw, steeds maar weer: word vervuld.
De meest vervulde christen is degene die het meest voor  Christus op de knieën ligt en smeekt:
“Heer, Jezus Christus, Zoon van God, ontferm U, over mij arme, zondaar”,
teneinde toch maar weer vervuld te worden met Zijn Heilige Geest.
En eens, ja, ééns behoeft dat voor ons mensen niet meer: dàn is het eeuwig vol, vervuld, voor eens en voor altijd.

Vervuld met de Heilige Geest.
Dat is de bron zou je kunnen zeggen.
En uit die bron ontspringen 3 rivieren.
Zoals min of meer uit één bron of brongebied drie rivieren voorkomen: zoals de Waal, de Rijn en de IJssel:
  en spreekt onder elkaar in
Psalmen, Lofzangen en geestelijke liederen en
zingt en jubelt de Heer
van harte,
dankt te allen tijde in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader,
voor alles en weest onderdanig onder elkaar in de vreze van Christus”
Eph.5: 19-21.
Het is
– De niet aflatende rivier/Bron van het spreken, zingen en psalmen;
– De niet aflatende rivier/Bron van het dankende.
– De niet aflatende rivier/Bron van het nederige, het onderdanig zijn.

1.]. het spreken, zingen en psalmen
Allereerst sprekende, hetgeen betekent dat je je mond open doet,
dat je vervuld met de Heilige Geest onder elkaar gaat spreken met
Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen.
Die drie soorten tref je ook in het Psalmboek aan.
Boven sommige Psalmen staat: een Psalm zoals 3, 6, 8, 15, 73.
Boven andere staat: een lofzang, zoals 111, 112, 117,118.
Boven andere: een lied, zoals 92, 98, 108.
En in het Psalmboek vind je die Vreugde, die Liefde, die Heiligheid terug.

Het vloeit voort, welt op uit de vervulling met de Heilige Geest.
Dat kan ook niet anders: dat je na de tijd van de kerkdienst, op een gemeenschap’s-avond, een [Hoog-]feestdag het hebt over:
– ‘Ik vond dat dit wat te schèrp was, ik vond dat dàt wat méér gezegd had moeten worden’-.
Of dat je het hebt over:
– ‘het duurde niet zo lang vanmorgen en het was wel wat warm eigenlijk in de kerk, en die had zeker een nieuw kostuum aan’.
En op een verjaardag gaat het al helemaal nooit over onze Heer en Verlosser en
na het drinken van een ‘versnapering in de vorm van wijn’ kom je niet aan zingen toe, maar dien je wel degelijk op je woorden te passen; en zingen onder elkaar, daar kom je ook niet toe.
Hoe is waterstand in de rivier in uw leven?
Laag misschien? Bijna drooggevallen?
Wat een indruk moeten je kinderen wel niet krijgen of je ouders, wat een indruk krijgen niet- en ongelovigen, heidenen hiervan. Als die naar een voetbalwedstrijd gaan hebben ze het soms over hoe geweldig het was. Maar dàt hoor je die plichtgetrouwe kerkgangers nooit zeggen, net of het alleen maar hun ‘plicht‘ is en meer niet. De rivier, de Bron in uw leven staat bijna droog en wordt vervuld met de Heilige Geest!
Kijk, je kan een paar emmertjes erin gooien, maar dat haalt niet veel uit.
Echt anders wordt het als de bron gaat stromen en overlopen.
Je kan jezelf wat voornemen en nou ga ik, en nou zal ik; dat haalt niet veel uit en het is nog vervuild water ook.
Werkelijk anders wordt als Christus Zijn Geest laat stromen.
Dan stroomt het spreken en zingen;
Eén ding staat er echter nog bij:
psalmen zingend tot de Heer in uw hart.
Dat betekent niet: met gevoel, want gevoel zit in de nieren van de Blijde Boodschap. Je hart is je denkvermogen, het in jezelf overwegen – klopt het wat ik verkondig, òf ben ik vanuit m’n eigen stokpaardje aan het verkondigen.
Dus: dat je wéét wat je zingt, je doordenkt wat je verkondigt; elk woord wordt gewogen, beproeft en mag ervaren worden.
Wat zing ik? Dus niet zomaar mijn gevoel en of het goed in het gehoor ligt.
Zingen vanuit het hart van de mens is doordrongen zijn van wat je zegt, onder elkaar bespreekt en afgewogen verkondigt wordt.
Niemand zoekt als David van nature naar vergeving, maar vecht ertegen, dat is de hoogmoed, die is ingebakken.

2.]. De Bron van het dankende.

bron-des-levens

      dankt te allen tijde in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader, voor alles“ Eph.5: 20.
Uit de bron van vervulling met de Geest vloeit voort, welt op: dankende te allen tijd over alle dingen God en de Vader.
Dàt is nogal niet wat: danken te allen tijd – altijd: wàt er ook gebeurt.
Noem het allemaal maar op: gezonde dagen, zieke dagen,
in dagen van trouw en van rouw,
in dagen van succes en van zakken en ontslag.
Te allen tijde, danken, dáár zit zelfs het woord voor ‘vreugde’ in.
  Verblijdt u in de Heer te allen tijde!
Wederom zal ik zeggen: Verblijdt u!
Uw vriendelijkheid zij alle mensen bekend. De Heer is nabij.
Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen
door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God.
En de Vrede van God, Die alle verstand te boven gaat,
zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus
Phil.4: 4-7 en
    Ik wil de Heer zegenen ten allen tijde, altijd moge Zijn lof in mijn mond verblijven. 
In de Heer verheft zich mijn ziel, dat de zachtmoedigen het horen en zich verheugen.
Verheerlijkt de Heer met mij, laat ons tezamen Zijn naam verheffen.
Ik zocht de Heer en Hij heeft mij verhoord, Hij heeft mij bevrijd uit al mijn beproevingen.
Nadert tot Hem en wordt verlicht: uw gezicht zal niet beschaamd worden.
Deze arme heeft geroepen en de Heer heeft hem verhoord; Hij heeft hem verlost uit al zijn kwellingen.
De Engel des Heren legert zich rond die Hem vrezen, om hen te bevrijden“.
Psalm 33[34]: 1-7.
Met ‘vallen en opstaan’ is het de grondhouding van het christenleven en dat over alle dingen, in alle omstandigheden, dus met het oog op alles wat er gebeurt.
Want, want God namelijk de liefdevolle Vader:
Hij heeft mij verkoren uit zovelen in Zijn Verbond, Zijn Overeenstemming.
Hij heeft als Liefdevolle Vader uit nameloze diepten mij verkoren van eeuwigheid.
Hij heeft Zijn Zoon gezonden en voor mij laten sterven.
Hij zal daarom alle dingen doen medewerken ten goede.
Hij betoont in alle dingen Zijn vaderlijke zorg aan mij en
Hij leidt mij in Zijn voorzienigheid van uitkomst tot uitkomst.
➻ ✥ ➻ Is te allen tijd Toevlucht en Schuilplaats voor Zijn bange, zwakke kind.
Daarom: “ Hem dankende te allen tijde”, de grondhouding van het menselijk leven. Dat is de goudende diskos [RK = de pateen] die onder alles ligt.

Indien iemand mij van nu af nog iets ‘uit Liefde’ voor mijn verjaardag geeft, hetgeen me niet zo aanstaat, maar het ligt op een gouden diskos, wat zal ik dan nog mopperen?
Wat zal ik klagen dat wat erop ligt niet zo veel waarde lijkt te hebben?
            Alles ligt op die gouden diskos [met de stukjes brood van de proforen] van Zijn Vaderlijke verkiezing, aanneming, verzorging.
Als je dàt niet ziet, ja dàn krijg je het Volk Israël [de Kerk] in de woestijn.
Indien ze niet meer zagen waar ze wel niet van verlost waren en waar ze heengingen, dàn gingen ze mopperen, murmureren, klagen, werden ze jaloers, opstandig, verbitterd.
Dankende te allen tijd God van de Vader in de Naam van onze Heer Jezus Christus en Zijn Heilige Geest, eer aan de Heilige Drieëenheid.
In God’s Naam. In God’s opdracht, in God’s  Heiligheid, in God’s Kracht:
Hij hing aan het kruis: ontkleed, gepijnigd zonder pijnstillers, verlaten van mensen en God, onder de vloek.
Zou ik in Zijn Naam niet danken? Danken dat ‘ik‘ daar niet hang, dat ik het zoveel beter heb, dat ik toegang tot de Vader heb?
Hoe is waterstand in de Bron van dankbaarheid in ons leven? Laag misschien? Bijna drooggevallen? Wat een indruk moeten je kinderen wel niet krijgen of je ouders, wat een indruk krijgen onkerkelijken ervan.
Zo weinig dankbaar, zo vaak morren en klagen, opstandig verbitterd.
Die Bron staat bijna droog. Wordt vervuld met de Heilige Geest!
Kijk, je kunt er een paar emmertjes erin gooien, maar dat haalt niet veel uit.
Echt anders wordt het als de Bron gaat stromen en overlopen.
Je kunt jezelf nogal wat voornemen en nou ga ik, en nu zal ik; dàt haalt niet veel uit en het is nog vervuild water ook.
Echt anders wordt als Christus Zijn Geest laat stromen, onze harten vervuld.
– uit bij ‘Heer, ik roep:’ Hoogfeest van Pinksteren:
    Komt, volkeren, om de Drie-persoonlijke Godheid te aanbidden:
De Vader en de zoon en de Heilige Geest.
Want buiten alle tijd brengt de Vader voort de mede-eeuwige en meetronende Zoon, en de Heilige Geest is in de Vader en wordt verheerlijkt met de Zoon.
Één Macht, één Wezen, één Godheid: wij allen aanbidden en zeggen:
Heilig zijt Gij, God Die door de Zoon alles geschapen hebt, tezamen met de energie van de Heilige Geest.
Heilig is de Sterke, door Wie wij de Vader mogen kennen en door Wie de Heilige Geest in de wereld gekomen is.
Heilige is de Onsterfelijke, de Geest, de Trooster, Die uitgaat van de Vader en Die rust in de Zoon.
Heilige Drieëenheid, eer aan U
”.

geketend

3.]. Bron van het nederige, het onderdanig zijn.
Elkaar onderdanig zijnde in de vreze God’s.
en weest onderdanig onder elkaar in de vreze van ChristusEph.5: 21.
Dit vers is de kapstok voor het gedeelte tot en met 6: 9 van  de brief van Paulus aan de inwoners van Ephese [Hebr.= “toegestaan”].
Want dat wordt op hierna uitgewerkt:
⁌  in vrouwen weest aan uw eigen mannen onderdanig, Eph. 5: 22.
⁌  in kinderen zijt uw ouders gehoorzaam, Eph.6: 1.
⁌  in dienstknechten [Gr.= δοῦλος, slaaf] weest uw heren gehoorzaam, Eph.6: 5.
Dàt heeft te maken met een woord, nederigheid, onderdanigheid,
dat betekent: dat ieder zijn toegewezen plaats inneemt en zich aan de regels van het spel houdt. Denk aan een orkest met verschillende instrumenten; dàn heeft elk instrument zijn eigen partij en dàn klinkt het mooi.
Maar als alle instrumenten of de dirigent, de dwarsfluit partij gaan spelen en ieder er eigen regels op nahoudt dàn is het geen gehoor. Maar als ieder zich houdt aan zijn eigen rol, eerst dan wordt het een mooie Symphonie.
Zó heeft God mensen een plaats beschikt, ingedeeld in het leven.
Je bent man, je bent vrouw; je bent vader of moeder, je bent kind van deze vader en moeder; dáár kies je niet zelf voor, dàt is voor je beschikt door de Heer.
En de Heilige Geest leert je juist om je in-te-voegen en te houden aan de plaats en de regels waartoe je aangesteld bent.
De Heilige Geest leert je juist om je in die structuur in te voegen.
In datgene wat de Vader heeft beschikt.
En dan geldt bij de vrouw: weest uw man onderdanig [hoe vervelend dat in onze tijdgeest ook klinkt]; dan geldt heel ouderwets voor kinderen: wees je ouders gehoorzaam.
Dat betekent dus: man, wees dusdanig man dat je vrouw dàt doen kan.
Wees als man echt hoofd van je vrouw, ‘Wijs, liefdevol, gericht op haar welzijn‘,
dat uw vrouw Christus in u ziet en opmerkt. Zodat het heerlijk en goed voor haar is om te volgen. Ouders, wees als ouders zó ouders dat het goed voor je kind als het je gehoorzaamt.
Wees vader naar Gods beeld. Troost als moeder zoals God troosten kan.
Vervul de taak die bij je positie hoort, dat uw kind of uw omgeving de hemelse Vader in u opmerkt en proeft.
En dàn óók: vrouwen, weest onderdanig. Gericht op Gods eer, zolang het kan.
     Zolang het niet tegen God ingaat en je welzijn verwoest, wees onderdanig.
     Zolang het mogelijk is. Kinderen, wees gehoorzaam, zolang het kan.
     Zolang het niet tegen God ingaat en je welzijn verwoest, wees gehoorzaam.
Ook als je man zo makkelijk niet is of doet, ook als je ouders niet zo makkelijk zijn of doen.
Zoek naar de uiterste grenzen, in gerichtheid op God, van onderdanigheid en gehoorzaamheid zó lang als mogelijk is.
Hoe is waterstand in de Bron van onderdanigheid in uw leven?
Laag misschien? Bijna drooggevallen?
Wat een indruk moeten je kinderen wel niet krijgen of je ouders, wat een indruk krijgen onkerkelijken ervan; zo weinig als Christus, als God de Vader,
zo weinig zoekend naar onderdanigheid en gehoorzaamheid.
De Bron staat bijna droog; wordt vervuld met de Heilige Geest!
Kijk, je kan een paar emmertjes erin gooien, maar dat haalt niet veel uit.
Echt anders wordt het als de bron gaat stromen en overlopen.
Je kunt jezelf wat voornemen en nou ga ik, en nou zal ik.
Dat haalt niet veel uit en is nog vervuild water ook.
Pas ècht anders wordt als Christus Zijn Geest laat stromen, de harten van mensen vervuld.

Heer Jezus Christus, onze Verlosser, vervul de mensheid toch met Uw Geest.
Mijn hart, gezin, mijn gemeenschap, die zo dacht ik het meest bij mij past, die kerkgemeenschap. Dan stroomt de nederigheid, de onderdanigheid.
Heer Jezus, geef ons uw Geest, opdat Uw Lichaam van de Heilige Kerk leven zal!
En die rivieren, die uit die Bron voortkomen, zullen stromen naar de zee.
De zee van het Hemels Koninkrijk, van de eeuwige Heerlijkheid.
Daar is het eeuwig zingen, eeuwig danken en eeuwig op mijn plaats zijn, zoals
de Heer en Verlosser het heeft bedoeld.
En het leven door en met de Heer, onze Verlosser,
kent iets van die voortstuwing van het bloed in het Lichaam van Christus,
naar het eeuwig Hemels Koninkrijk, daarheen, voor eeuwig.
Amen.

    En een aanzienlijk, hooggeplaatst man vroeg Hem en zei:
       ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven?’.
Jezus zei tot hem:
    Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen.
Gij kent de geboden: Gij zult niet echtbreken, gij zult niet doodslaan, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en moeder’.
aanzienlijk, hooggeplaatst man zei:
        ‘Dat alles heb ik van jongs af in acht genomen’.
Toen Jezus dat hoorde, zeide Hij tot hem:
        ‘Nog een ding komt gij te kort: verkoop alles wat gij bezit, en verdeel het onder de armen, en gij zult een schat hebben in de hemelen, en kom hier, volg Mij’

Luc. 18: 18-22.

Apolytikion     tn.1
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
“   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal ‘in U‘ het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons ‘door uw baren‘ heeft bevrijd
”.