November 21e – Tempelgang van de Alheilige Moeder Gods

      Terwijl zij op reis waren, kwam Hij in een zeker dorp. En een vrouw, Martha [Hebr.= ‘zij was opstandig’] geheten, ontving de Heer in haar huis. En deze vrouw had een zuster, genaamd Maria [Hebr.= ‘hun opstand’], die, aan de voeten des Heren gezeten naar Zijn Woord luisterde.
Martha echter werd in beslag genomen door het vele bedienen.
En zij ging bij Hem staan en zei:
Heer, trekt Gij het U niet aan, dat mijn zuster mij alleen laat dienen? Zeg haar dan, dat zij mij komt helpen.
        Maar de Heer antwoordde en zei tot haar:
Martha, Martha, gij maakt u bezorgd en druk over vele dingen, maar weinige zijn nodig of slechts een; want Maria heeft het goede deel uitgekozen, dat van haar niet zal worden weggenomen.
        En het geschiedde, toen Hij deze dingen sprak, dat een vrouw uit de schare haar stem verhief en tot Hem zei: ‘Zalig de schoot, die U heeft gedragen, en de borsten, die Gij hebt gezogen.
        Maar Hij zei:
Zeker, zalig, die het woord Gods horen en het bewaren
Luc.10:38-42; 11: 27,28.

      Nu had ook wel het eerste [Verbond] bepalingen voor de eredienst en een heiligdom voor deze wereld. Want er was een tent ingericht, de voorste, waarin de kandelaar en de tafel met de toonbroden stonden; deze werd het heilige genoemd; en achter het tweede voorhangsel was een tent, genaamd het Heilige der Heiligen, met een gouden reukoffer-altaar en de ark van het Verbond, rondom met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden kruik met het manna, de staf van Aäron, die gebloeid had, en de tafelen van het Verbond [met de Thora]; daarboven waren de cherubijnen der Heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwen; hierover kunnen wij nu niet in bijzonderheden treden.
Dit was dan aldus ingericht, en de priesters kwamen bij het vervullen van hun diensten voortdurend in de voorste tent, maar in de tweede alleen de hogepriester, eenmaal in het jaar, niet zonder bloed, dat hij offerde voor zichzelf en voor de zonden door het volk in onwetendheid bedrevenHebr.9: 1-7.

Mozes en de brandende braambos

Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer.
Immers:
    Hoor, mijn kind, de tucht van uw vader en verwerp de onderwijzing van uw moeder niet; want zij zijn een lieflijke krans voor uw hoofd, een keten voor uw halsSpr.1: 8,9.

De wereld bereidt zich voor op de Komst des Heren en terwijl zij te hoop liepen maakten zij  zich opstandig druk over de knecht van de Heilige, is die zwart of wit. “Maar dit geslacht is een boos geslacht. Het begeert een teken, maar het zal geen teken ontvangen dan het teken van Jona” [Hebr.= ‘duif’] Luc.11: 29.
Uit lijfsbehoud volgt een mensenkind blindelings de aanwijzingen van de Vader.
De aanleiding voor het feest van vandaag is het kleine meisje Mirjam [Hebr.= ‘hun opstand’], dat als gevolg van de Gelofte tot de Heer van haar ouders naar de Tempel werd gebracht om daar dienstbaar te zijn.
Het is een apocrief verhaal en vermeld staat dat zij als 3-jarig meisje zelfstandig de 15 treden opliep, die haar naar het Heiligdom leidde.
Dit kind volgde in gehoorzaamheid aan de aloude Traditie de aanwijzingen van haar ouders en besteeg de 15 treden naar het Heiligdom.
Om dit te begrijpen dien je kennis te hebben van hetgeen de Profeten hebben voorzegd;
Profeten hebben in die toekomst gezien en wonderlijke dingen voorzegd.
In onze huidige vertalingen wordt nogal wat weg-vertaald en slechts de Statenvertaling bevat nog in het opschrift van de Psalmen 119[120] t/m 133 [134] de Hebreeuwse titel laten staan:
שיר הממלוטח [Shir Hammaaloth, Hebr.= ‘Lied van deugden’],
de Orthodox Study Bible ‘An ode of ascents’ [‘een ode van opstijgingen’].
Dit betekent zo iets als: ‘het lied van de treden’ – het zijn pelgrim’s liederen, gradualen, welke op hoogfeesten voorafgaand aan ‘het Woord’, de lezing van de Blijde Boodschap werden gezongen.
Zo wordt Psalm 131[132] als Messiaanse Psalm, voorafgaand aan  de Geboorte van onze Heer gebruikt, want vers 11 van deze Psalm laat zien dat “God, de Zoon, mens werd in haar schoot”: “ Vrucht van uw [David’s] lichaam zal ik plaatsen op uw troon, als uw zonen Mijn Verbond onderhouden” vert. ROK. ’s-Gravenhage.

Het liturgisch samenkomen

Antiocheens Orthodoxe samenkomst  in Amersfoort

De oudtestamentische aspecten van de eredienst blijven gelden in het Nieuwe Verbond, zeker zolang de tempel nog staat [tot de verwoesting in het jaar 70], maar er komen steeds meer nieuwe accenten.
De nadruk op de Éne God wordt gehandhaafd, waarbij ook blijkt dat deze God Zich geopenbaard heeft in Jezus Christus. “God’s Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoondJohn.1: 14. Jeruzalem blijft het centrum van de dienst aan de ene God, ook als mensen uit andere volkeren tot Geloof in Onze Heer en Verlosser, Jezus Christus kom [Rom.15: 27; 2Cor.8: 4].

Geloof draagt je door het leven; الإيمان يحمل لك الحياة; Faith carries you through life.

Toch kan God op ‘alle’ plaatsen gediend worden, omdat Hij daar woont [1Cor.3: 16; 2Cor.6: 16; Eph.2:21; 1Cor.3: 16,17; 6: 19].
Het betekent dat de navolgers van Christus hun lichamen behoren over te geven als een offer, dienstbaar behoren te zijn aan God en de naasten, omdat dit God welgevallig is:
  ”      Jij zult nauwgezet de geboden van de Heer, jouw God, onderhouden en de getuigenissen en de inzettingen, die Hij jou opgelegd heeft; Jij zult doen wat recht en goed is in de ogen des Heren, opdat het jou wel ga en jij het goede land, dat de Here aan jouw vaderen onder ede beloofd heeft, binnengaat en in bezit neemt, door al jouw vijanden voor u uit te jagen, zoals de Heer heeft gesprokenDeut.6: 17-19.
  “      Laat je niet overwinnen door het kwaad, maar overwin het kwaad door het goedeRom.12: 21.
De gelovigen vormen het Lichaam van Christus, een Koninkrijk van priesters:
      Gij echter zijt een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie, een volk [aan God] ten eigendom, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot Zijn wonderbaar Licht: u, eens niet Zijn volk, nu echter Gods volk, eens zonder ontferming, nu in zijn ontferming aangenomen1Petr.2: 9,10.
De gemeenschap van navolgers van Christus op aarde en de gelovigen afzonderlijk worden een Tempel van de Heilige Geest genoemd omdat God daar woont.
In de gemeenschap zijn toezichthouders, spelleiders – apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraren, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het Lichaam van Christusconf. Eph.4: 11-12.
De Christelijke Gemeenschap viert in het Mysterie van de Doop en de deelname aan de Goddelijke Liturgie/ het avondmaal, de verbondenheid met Christus, als Zoon van de levende God. Met oude en nieuwe liederen, waartoe ook de Psalmen behoren, zingt men de lof aan God:
– “  En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zei: ‘Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden’. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw zal drinken in het Koninkrijk van Mijn Vader. En na de lofzang gezongen te hebben vertrokken zij naar de Olijfberg.
Toen zei
[onze Heer en Verlosser] Jezus tot hen:
  Gij zult allen aan Mij aanstoot nemen in deze nacht. Want er staat geschreven: Ik zal de herder slaan en de schapen van de kudde zullen verstrooid worden. Doch nadat Ik zal zijn opgewekt, zal Ik u voorgaan naar Galilea
[Hebr.= ‘kring’]“ Math.26: 27-32.
– “  en spreekt onder elkander in psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zingt en jubelt de Heer van harte,  dankt te allen tijde in de Naam van onze Heer Jezus Christus God, de Vader, voor alles, en weest elkander onderdanig in de vreze van ChristusEph.5: 19-21.
Het gaat hier met name om de tijd van de wederkomst van Christus, waarin ‘alle’ profetieën vervuld zullen worden. Over die tijd heeft onze Heer en Verlosser Jezus Christus Zelf eveneens herhaaldelijk gesproken toen Hij nog op aarde was.

Opgang naar de Geboorte des Heren

Christus, Geboorte in het vlees

In een tijdperk waarin zoveel mensen van goede wil, met edelmoedigheid, toewijding en ijver de Vrede zoeken waar de mensheid levensbehoefte aan heeft, is het onontbeerlijk dat de Christelijke Gemeenschap terugkeert naar het Woord van God, naar de Bron van het leven en naar de Traditie, Die dat Woord verklaart en actualiseert, teneinde in deze oude en nieuwe schatten, Die God ons heeft toevertrouwd, woorden van onderricht en aansporing te putten, aangepast aan de actuele omstandigheden.
De Vaders van de Kerk, van Oost en West, of ze nu in het Grieks, Latijn, Russisch Syrisch of Coptisch schrijven, zijn voor ons op de eerste plaats getuigen van het Geloof, dat in Jezus Christus telkenmale wordt vernieuwd door de Heilige Geest, Zij getuigen van de Kerk, het Lichaam van Christus in haar verrezen Heer, uitdeler van God voor het Heil van de mensen:
      Toen het dan avond was op die eerste dag van de week en ter plaatse, waar de discipelen [volgelingen] zich bevonden, de deuren gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus en stond in hun midden en zei tot hen:
  Vrede zij u!’ En na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde. De discipelen dan waren verblijd, toen zij de Heer zagen.
Jezus dan zei nogmaals tot hen: ‘Vrede zij u!’ Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u
John.20: 19-23.
Het Mysterie van het Heil, sinds alle eeuwigheid door de welwillendheid van de Vader besloten, door de Zoon in de Kracht van de Heilige Geest verwezenlijkt, is geheimenisvol aan het werk in de menselijke geschiedenis en zichtbaar aan het werk in de Kerk. Onvermoeibaar en dienstbaar herinneren de Vaders er aan, in het spoor van de heilige Johannes en Paulus,
dat de Vrede op aarde de vrucht is van Vrede tussen God en de mensen, die door de gekruisigde Christus werd hersteld;
dat deze Vrede een aspect is van Liefde en eenheid die in de Kerk moeten heersen, opdat de wereld zal geloven, dat deze Vrede de gehele schepping [Engelen en mensen, de mensen onderling, de mens in zichzelf, de mens en de natuur, bezield en niet bezield] tot verzoening brengt:
      Gij zult een kind vinden in doeken gewikkeld en liggende in een kribbe.
En plotseling was er bij de engel een grote Hemelse legermacht, die God loofde, zeggend: ’ Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen van het welbehagen
Luc.2: 12-14.

Het begin van alle kennis is ontzag voor de Heer.

De alheilige wereldomvattende Kerk, ‘een Mysterie’ – icoon

    De gemeenschap in Christus dan door geheel Judea
[Hebr.= ‘het gebied van de stam van Degene, Die geprezen zal worden’], Galilea [Hebr.= ‘kring’] en Samaria [Hebr.= ‘ wachtberg, voogdijschap’]
had Vrede; zij werd opgebouwd en wandelde in de vreze des Heren, en
zij nam in aantal toe door de bijstand van de Heilige Geest
Hand.9: 31.
      Dient de Heer in vreze, juicht Hem toe met ontzagPsalm 2: 11.
God voegt in Zijn Wijsheid via de profeet David de twee elementen vreze en ontzag samen die onverenigbaar lijken en vraagt ons vervolgens te vertrouwen op Zijn Wijsheid.
Voor ons werelds, vleselijke denken slaat dàt nergens op en dat blijkt wel wanneer beide elementen in de Kerk gaan ontbreken, de gevolgen van de massale uittocht zie je – als gevolg van de onderlinge ‘broederstrijd’ – voor ogen.
Maar de ‘vreze des Heren’ èn ‘de troost van de Heilige Geest’ ná het toejuichen uit ontzag kunnen samengaan – indien je maar wilt !!!
      Mijn kinderen, indien jullie Mijn woorden aannemen en mijn geboden bij u bewaren, Zodat uw oor de Wijsheid opmerkt en gij uw hart neigt tot de Verstandigheid,
Ja, indien gij tot het inzicht roept en tot de Verstandigheid uw stem verheft; indien gij haar zoekt als zilver en naar haar speurt als naar verborgen schatten.
Dan zult gij de Vreze des Heren verstaan en de kennis van God vinden
Spr.2: 1-5.
      Weest [dàn] heilig, want Ik ben heilig. En indien gij Hem als Vader aanroept, Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandelt dan in vreze de tijd van uw vreemdelingschap, wetende, dat gij niet met vergankelijke dingen, zilver of goud [winstbejag en macht’s uitoefening] zijt vrijgekocht van uw ijdele wandel, die [u] van de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbare bloed van Christus, als van een on-berispelijk en vlekkeloos lam1Petr.1: 15-19.
De bron van de vijandschap is de zonde [gebaseerd op de hoogmoed] welke de vijandschap tussen de mensen onder elkaar en God en de mensen deed ontstaan.
De Liefde van de prins van de Vrede om te spreken met de Profeet volgt op:
      Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn Schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, VredevorstIsaiah 9: 5.
De Liefde van de prins van de onderlinge Vrede heeft de vijandschap omgebouwd tot Vrede. In de mate waarin de navolger van Christus, door het Doopsel als Mysterie zich bekleed heeft met Christus, een verandering tet heiliging heeft ondergaan, is hij óók geroepen ‘zelf’ als mens vrede te worden [zie tevens H. Gregorius van Nyssa in zijn “over de Volmaaktheid”].
Laten wij dan deze ‘in de hitte van de strijd opgelopen’ vijandschap niet in leven houden, maar door onze nederigheid te beoefenen laten zien, dat ze dood is; uit angst dat we ze, nu ze gelukkig en tot ons heil door God gedood werd, niet zelf en tot onze schade weer tot leven zouden wekken en onze ziel te gronde richten door onderlinge toorn en wrok.
Het is hard werken voor Martha, maar Maria heeft aan de voeten van haar Heer het goede deel uitgekozen en dat zal van haar voorzeker niet worden weggenomen!

Apolytikion     tn.4.
  Heden is het begin van ons welbehagen: de voorbereidende Verkondiging van de Verlossing van de mensen.
De Maagd komt in de Tempel van God
en verkondigt reeds aan allen de Christus.
Tot haar willen ook wij met de Engel roepen:
verheug U, Vervulling van het Heilsplan van de Schepper
”.

Kondakion      tn.4.
De alreine Tempel van de Verlosser,
   het kostelijke Bruidsvertrek,
   de geheiligde Schatkamer van God’s Heerlijkheid,
wordt binnengeleid in het Huis des Heren.
Zij brengt daar de Genade van God’s Heilige Geest,
terwijl de engelen zingen:
‘ Zie dáár is de Hemelse woontent’
”.