25e Zondag na Pinksteren – de rijke dwaas

          En Hij sprak tot hen een gelijkenis en zei:
Het land van een rijk man had veel opgebracht.
             En hij overlegde bij zichzelf en zei:
    Wat moet ik doen, want ik heb geen ruimte om mijn vruchten te bergen.
             En hij zei [bij zichzelf]:
‘Dit zal ik doen: ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen en ik zal daarin al het 
koren en al mijn goederen bergen.
             En ik zal tot mijn ziel zeggen:
‘ Ziel, gij hebt vele goederen liggen, opgetast voor vele jaren, houd rust, eet, drink en wees vrolijk.
Maar God zei tot hem:
‘ Jij dwaas, in deze eigen nacht wordt uw ziel van u afgeëist en wat gij gereedgemaakt hebt, voor wie zal het zijn? Zo vergaat het hem, die voor zichzelf schatten verzamelt en niet rijk is in God
“.
Luc.12: 16-21.

      Als gevangene in de Heer, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmee jullie geroepen zijn, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen, en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band van de Vrede één lichaam en één Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene Hoop van uw roeping,
één Heer, één Geloof, één Doop, één God en Vader van allen, Die is boven allen en door allen en in allen. Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de Genade[gave] gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt
Eph.4: 1-7.

Iemand uit de menigte zei tot Hem:

tijd tot een besluit

Meester, zeg tot mijn broeder, dat hij de erfenis met mij dient te delen’.
     Christus zei tot deze mens, die Hem als Rechter benaderde:
Mens, wie heeft Mij tot Rechter of Scheidsman over u aangesteld?
Hij zeide tot de menigte: ‘Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht, want
ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit
’.
Onze Heer en Verlosser vermaant ons dat wij dienen toe te zien,
te wachten voor de hebzucht.
  Zij, die rijk zijn in de tegenwoordige wereld, moet gij bevelen niet hooghartig te zijn, en hun Hoop gevestigd te houden niet op onzekere rijkdom, doch op God, Die ons alles rijkelijk ten gebruike geeft,  om wel te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig en mededeelzaam,  waardoor zij zich een vaste grondslag voor de toekomst verzekeren om het ware leven te grijpen“ 1Tim.6: 17-19.

God stelt dat degene, die geroepen is om
financiële onafhankelijkheid te kunnen opbouwen, hetgeen inhoudt dat je minder uitgeeft dan je verdient;
– dat je oog voor de minderbedeelden dient te hebben,
– dat je daarmee je Hoop gevestigd blijft houden op God.
Nu kan juist dàt nogal genuanceerd worden;
– je kunt namelijk 500 duizend dollar verdienen en tegelijkertijd, 500 duizend dollar uitgeven, waarop je geen cent meer te makken hebben en
– en je kunt rijk zijn door [slechts] 100 duizend dollar te verdienen en 40 duizend dollar uit te geven en zo’n 1 miljoen dollar op de bank achter de hand hebben.
Betrokkenheid bij het Geloof in Christus, als Heer en Meester van ons allen, maakt in zo’n geval de  problemen eerder groter dan kleiner, want is rechtschapen en hoe communiceer je je activiteiten naar de buitenwereld.
Zeer regelmatig kun je oprechte navolgers van Christus ontmoetten, die een graad van bewusteloosheid aan de dag leggen waar je stil van wordt, en
dàn hebben we het over die kleine groep rijken, die
85 % van het kapitaal van de wereld in handen hebben.

Wanneer je de Hoop op God gericht houdt zul je rijk zijn in goede werken, vrijgevig en wat veelal ontbreekt is mededeelzaam zijn.
Natuurlijk zijn er verschillende maatstaven aan de hand waarvan je bepaalt wie ‘rijk’ is, maar in de meeste situaties komt het er op neer dat er sprake is van een specifiek inkomen, of een sociale klasse.
Financiële onafhankelijkheid draait niet om hoeveel geld je hebt, maar waar je het aan uitgeeft. Reining zelf is het vleesgeworden verschil tussen ‘rijk zijn’ en ‘rijk doen’. Veelal gaat het om mensen, die een half miljoen verdienen,
waarvan de kinderen op privéscholen zitten, 
die tweede huizen bezitten en er een dure levensstijl op nahouden.
Je hoort maar al te vaak zeggen:
Het gekke met geld is dat je altijd maar denkt meer nodig te hebben
– zelfs wanneer je genoeg hebt, lijkt het nog onvoldoende
“.
De kloof tussen rijk en arm wordt groter dan gedacht en vervolgens worden we met duizelingwekkende cijfers om de oren geslagen.
Vorige maand nog kwam Oxfam Novib met een onderzoek naar buiten
waaruit blijkt dat de wereldwijde rijkdom met
10 biljoen dollar is toegenomen tot 281 biljoen dollar.
Slechts 1 procent van de wereldbevolking is
verantwoordelijk voor maar liefst 82 procent van die groei.
Met andere woorden: ‘de rijken worden alsmaar rijker’.
Veel mensen denken dat het om een hoog inkomen gaat, maar
dat is slechts een tijdelijke stroom die je niet kunt doorgeven
aan een volgende generatie.

Bij rijk en arm gaat het om bezit, om dingen die wèl doorgegeven kunnen worden. Ons leven in het rijke westen gelijkt op een diepe greppel, die met de regen wordt gevuld om onbegaanbaar te worden, terwijl het op andere plaatsen bij andere weer dusdanig wordt uit-gedroogd dat er totaal geen water meer door stroomt. Door onze manier van leven is het hele klimaat van slag, is er sprake van teveel regen en teveel droge en hete periodes.
          De wijze kerkvaders prijzen een leven dat
eruit ziet als een klein voortkabbelend stroompje, dat
altijd maar door stroomt en nooit opdroogt.
De stroom van het leven wordt door haar roep [van haar Heer en Meester] eerst benaderd, ten tweede, is het aangenaam en nuttig voor alle voorbijgangers, want
het levende water is altijd te drinken en kabbelt stil en het rolt voort, zodat de mens nooit zal vervagen.
        Wie de neiging heeft om het geestelijk leven serieus te nemen, dient er niet in de eerste plaats voor te zorgen dat alles en iedereen zich voortbeweegt  overeenkomstig de wil en het oordeel van God, maar dient zich vooral te beschermen tegen dubbelhartigheid.
        Want zulk een mens moet niet menen, dat hij iets van de Heer zal ontvangen, innerlijk verdeeld als hij is, ongestadig op al zijn wegen.
Laat de geringe broeder roemen in zijn hoogheid, maar de rijke in zijn geringheid, want als een bloem in het gras zal hij vergaan.
           Want de zon komt op met haar hitte en doet het gras verdorren, en zijn bloem valt af en de schoonheid van haar uiterlijk verdwijnt; zo zal ook de rijke met zijn ondernemingen verwelkenJac.1: 7-11.

          Iedereen huivert bij het aanschouwen van de beelden, die ons in het nieuws voorbijtrekken, niet alleen oorlogen geven ons een afkeer van angst, de omvang van de verwoesting, aan droogte, aan overstromingen, aardver-schuivingen, aardbevingen zet zich op ons netvlies vast en daalt neer in ons hart; het lijkt of de rijken zich slechts veilig willen stellen voor wat komen gaat.
Maar David liet ons al weten dat:
      De mens z’n dagen als gras zijn; als een veldbloem is zijn bloei. Want wind waait erover en hij/zij is er niet meer; zelf s zijn plaats is niet meer te vinden”.
Maar de Barmhartigheid des Heren is van eeuwigheid, en duurt tot in eeuwigheid over wie Hem vrezen. God’s Gerechtigheid blijft over het geslacht van hun kinderen, die Zijn Geboren onderhouden, Die het Verbond met hem indachtig zijn om dàt ten uitvoer te brengen, Conf. Psalm 102[103] uit Metten van elke dag.
En “ Zalig de mens,
– die niet gaat naar de raad van goddelozen.
– die niet stil houdt op de weg van zondaars,  noch plaatsneemt in de zitting van wie een ‘pest’ zijn.
Maar die vreugde vindt in de Wet des Heren:
– die Zijn Wet overweegt bij dag en bij nacht.
Hij/zij staat als een boom, aan stromend water geplant; die te zijner tijd vrucht draagt. Zijn/haar loof valt niet af en al wat hij/zij doet zal voorspoedig gelukkenPsalm1: 1-5.

Wie zijn wij om grenzen aan God te stellen?‘.
Iedereen heeft weleens te maken met tegenslag.
Wanneer wij mensen dit aan onze oerdriften overlaten, is
de standaard reactie ‘vluchten, vechten of bevriezen‘.
Dat lijkt logisch, maar het is een primaire reactie en
uiteindelijk een harde rem op onze ontwikkeling.
Terwijl tegenslag juist een ultieme mogelijkheid is om héél ‘veel‘ te leren!
Een teleurstelling bij tegenslag heeft altijd een oorzaak.
Soms is dat een denkstijl of geesteshouding die bepaalt hoe je naar jezelf en je kwaliteiten en vaardigheden kijkt, soms is het gedrag.
Wanneer jij jouw tegenslag leert begrijpen, kun je iets veranderen; je kunt bijvoorbeeld iets anders doen of iets anders verwachten.
Tegenslag kan een belangrijke les voor ons mensen zijn, probeer er daarom uit te halen wat erin zit!
Wanneer een mens òf de mensheid niet adequaat omgaat met onze tegenslagen,
zal de uitdaging op je pad blijven komen. Je stoot je dan regelmatig aan dezelfde steen, totdat wij iets zijn gaan leren.
Christus is de belichaming van God’s Barmhartigheid. Barmhartigheid behelst, evenals deernis, mededogen, medelijden, medelijden en ontferming, een gevoel voor het lijden van iemand anders, voor ons mensen dus, want God heeft de mensen lief.
Die ervaring kennen we allen, vanuit het feit dat het ons ingebakken is bij de schepping. Maar er is ook verschil. Deernis, medelijden en mededogen zijn meer passief, lijdend; barmhartigheid, ontferming en medelijden zijn meer actief, bedrijvend.
Barmhartigheid is meer dan een gevoel voor het lijden van iemand anders, is meer dan medelijden en dit is wat wij vorige week in de gelijkenis van de Barmhartige Samaritaan, in Christus Zelf tegenkomen.
Wij hebben geen zeggenschap over ons leven, laat staan over dat van anderen,
het enige wat ons vanuit het mede lijden tot anderen overblijft is dat wij mede delen in de nood van anderen.
Alleen ‘daarom‘ al heeft het geen pas onze overmaat aan goederen te laten liggen,
het voor vele jaren, via weet ik wat voor mogelijkheden voor jezelf en je nageslacht veilig te stellen opgetast voor vele jaren en te berusten in al datgene wat om je heen plaats vindt,  rust te houden, overmatig te eten, te drinken en vrolijk te zijn. 
De mens ontvangt geen onsterfelijkheid, de eeuwigheid is alleen aan god voorbehouden:
          Maar ik weet: mijn Losser leeft en ten laatste zal Hij op het stof optreden.
Nadat mijn huid aldus geschonden is, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen, Die ik zelf mij ten goede aanschouwen zal, Die mijn eigen ogen zullen zien en niet een vreemde; mijn nieren in mijn binnenste versmachten van verlangenJob.19: 25-27.

Apolytikion     tn.8.
  Uit den Hoge zijt Gij neergedaald, o Barmhartige,
en zijt drie dagen in het graf gebleven,
om ons van het lijden te bevrijden.
Gij zijt ons Leven en onze Verrijzenis;
Heer, eer aan U
”.

Kondakion     tn.8.
  Nadat Gij zijt opgestaan uit het graf,
hebt Gij de doden opgewekt,
en Adam weer doen opstaan.
De einden der wereld jubelen
over Uw ontwaken uit de doden,
O Albarmhartige

Theotokion     tn.8.
  Om ons zijt Gij uit de Maagd geboren,
en hebt Gij het Kruis ondergaan, o Goede.
Door Uw dood hebt Gij de dood overwonnen
en ons als God de Opstanding getoond.
Veracht het werk van Uw handen niet;
toon ons Uw mensenliefde, o Barmhartige.
Verhoor haar die U gebaard heeft:
de Moeder Gods, die voor ons bidt
en verlos Verlosser het wanhopige Volk
”.