Orthodoxie & met ‘onze Heer en Meester van ons leven’ voor ogen.

In Christus verbonden kinderen, ‘Al-Bushra Kids’.

    Iemand uit de schare zei tot Christus, onze Heer en Verlosser:
  Meester, zeg tot mijn broeder, dat hij de erfenis met mij dient te delen.
Christus zei echter tot hem:
    Mens, wie heeft Mij tot rechter of scheidsman over u aangesteld?
Hij zeide tot hen:
    Ziet toe, dat gij u wacht voor alle hebzucht, want ook als iemand overvloed heeft, behoort zijn leven niet tot zijn bezit.
En Hij zeide tot zijn discipelen:
‘ Daarom zeg Ik u: Weest niet bezorgd over uw leven, wat gij zult eten of over uw lichaam, waarmede gij u zult kleden. Want het leven is meer dan het voedsel en het lichaam meer dan de kleding. Let op de raven, zij zaaien niet en zij maaien niet, zij hebben geen voorraadkamer of schuur, en toch voedt God ze. Hoe ver gaat gij de vogelen te boven!
Wie van u kan door bezorgd te zijn een el aan zijn lengte toevoegen?
Indien gij dan zelfs het geringste niet kunt, wat zult gij u bezorgd maken om het overige?
Let op de leliën, hoe zij spinnen noch weven, en Ik zeg u, dat zelfs Salomo in al zijn heerlijkheid niet bekleed was als een van deze.
Indien nu God het gras op het veld, dat er heden is en morgen in de oven geworpen wordt, zo bekleedt, hoeveel te meer u, kleingelovigen? En gij, zoekt niet wat gij eten of drinken zult en weest niet verontrust, want naar al deze dingen gaat het zoeken van de volkeren der wereld uit. Doch uw Vader weet, dat gij deze dingen behoeft.
Maar zoekt zijn Koninkrijk, en die dingen zullen u bovendien geschonken wordenLuc.12:13-15, 22-31.

      Wie is onze hoop of blijdschap of erekrans voor onze Heer Jezus bij Zijn komst, wie anders dan jullie [mijn toehoorders]?
Ja, jullie zijt onze eer en blijdschap.
➻       Daarom hebben wij, – want wij konden het niet langer uithouden, – besloten alleen te Athene achter te blijven en wij hebben Timotheüs, onze broeder, en een medewerker Gods in het evangelie van Christus, gezonden om u te versterken en u te vermanen inzake uw Geloof, dat niemand zou wankelen onder deze verdrukkingen. Jullie weten immers zelf, dat wij daartoe bestemd zijn; want ook toen wij bij u waren, zeiden wij u reeds, dat wij zouden verdrukt worden, zoals gij ook weet, dat geschied is.
       Daarom kon ik het ook niet langer uithouden en zond hem om mij te vergewissen van uw Geloof, of de verzoeker u misschien verzocht had en onze inspanning vruchteloos zou geworden zijn.
♥︎       Maar thans, nu Timotheüs van u tot ons teruggekeerd is en ons goede tijding gebracht heeft van uw Geloof en uw Liefde, en dat gij ons te allen tijde in goede herinnering houdt, even verlangend om ons te zien als wij u, zijn wij dan ook, broeders, bij al onze nood en druk, vertroost over u door uw Geloof, want nu leven wij, als gij staat in de Heer1Thess.1: [19]20 – 3:8.

Joab brengt Abner om het leven en de minder fraaie kant, die
koning David, de geliefde naar God’s hart,
eveneens toont , zoiets als ‘Me=too’.
            En zie, de manschappen van David [Hebr.= ‘geliefde’] en Joab [Hebr.=‘De Heer is vader‘] keerden van een strooptocht terug en brachten een rijke buit mee. Abner [Hebr.= ‘mijn vader is een licht’] nu was niet meer bij David in Hebron [Hebr.=‘vereniging‘], want hij had hem in Vrede laten vertrekken.
Toen Joab en het gehele leger dat bij hem was, waren teruggekeerd, deelde men Joab mee: Abner, de zoon van Ner [Hebr.=‘ lamp‘], is bij de koning gekomen en hij heeft hem in vrede laten gaan.
       Daarop ging Joab naar de koning en zei: Wat hebt gij gedaan? Zie, Abner is bij u gekomen; waarom hebt gij hem dan laten gaan, zodat hij ongehinderd kon vertrekken?
Gij kent Abner, de zoon van Ner. Hij is gekomen om u te bedriegen en op de hoogte te komen van uw doen en laten en van wat gij van plan zijt te ondernemen.
Daarna ging Joab van David weg en zond Abner boden achterna, die hem deden terugkeren van de put Sira [Hebr.=‘ de draai’]. Maar David wist er niets van.
       Toen Abner in Hebron terugkeerde, nam Joab hem binnen in de poort ter zijde, alsof hij vertrouwelijk met hem wilde spreken; en hij stak hem daar in het onderlijf zodat hij stierf, om het bloed van zijn broeder Asaël [Hebr.=‘ God-gemaakt‘].
       Toen David dit later hoorde, zei hij:
‘ Ik en mijn koningschap zijn voor altijd tegenover de Heer onschuldig aan het bloed van Abner, de zoon van Ner. Moge het neerkomen op het hoofd van Joab en op zijn gehele familie; moge er nooit in het huis van Joab iemand ontbreken, die een vloeiing heeft, melaats is, op een stok moet steunen, door het zwaard valt of broodsgebrek heeft’.
Zo hebben Joab en zijn broeder Abisai [Hebr.=‘ mijn vader is een gave (‘Jesse, rijk’)’] Abner omgebracht, omdat hij hun broeder Asaël te Gibeon [Hebr.=’ heuvelstad‘]in de strijd had gedood.
       En David zei tot Joab en tot al het volk dat bij hem was:
Scheurt uw klederen, omgordt u met rouwgewaden en gaat weeklagend voor Abner uit.
Koning David ging achter de baar.
Toen men Abner in Hebron begroef, verhief de koning zijn stem en weende bij het graf van Abner en al het volk weende.
De koning hief dit klaaglied aan over Abner: ‘ Moest Abner sterven zoals een dwaas sterft?. Uw handen waren niet gebonden en uw voeten waren niet in ketenen geklonken. Gij zijt gevallen, zoals men door booswichten valt’. En al het volk weende nog meer over hem.
    Al het volk kwam bij David aandringen, nog diezelfde dag iets te eten, maar David zwoer: ‘Zo moge God mij doen, ja nog erger, indien ik voor zonsondergang brood of wat dan ook proef’.
    Al het volk bemerkte dit en keurde het goed, zoals het alles goedkeurde, wat de koning deed.
Toen begreep al het volk en geheel Israël op die dag, dat het niet van de koning was uitgegaan, Abner, de zoon van Ner, te doden.
De koning zei tot zijn dienaren:
‘ Weet gij niet, dat er deze dag een vorst, een groot man, gevallen is in Israël?’
2Sam.3: 22-39.

Bovenstaand Zowel Het Evangelie als de Apostellezing van maandag 4 november [New style calendar, Orth. Fellowship ‘Saint John the Baptist’, £4.00, ofsjbcalendar@gmail.com].
Deze lezingen volgend op die van gisteren, welke ging over de Lazaros en de Rijke en past tevens in de aloude westerse gewoonte begin november AlleHeiligen en Allerzielen te vieren. 

Nu is de kerk, ook die [niet-Orthodoxe] bij jou in de buurt, een plaats van ontmoeting met God en met onze medemens, voor jong en oud.
De ontmoeting in de Kerk en het je verdiepen in Spiritualiteit is daar orde van de dag. Geestelijk leven, de gerichtheid op datgene wat uitgaat ‘boven’ de eindige wereld, die men met de zintuigen kan waarnemen, is een breed begrip voor een ervaringsgebied waarvan de hoogte, de breedte en de diepte niet te peilen zijn.
Christelijke spiritualiteit bestaat eruit dat je ‘alle‘ facetten van je leven
[leeftijd, persoonlijke geschiedenis, afkomst, inkomen, diepe gedachten, relaties, werk, passies, hobby’s] vanuit God laat plaatsvinden en op God afstemt,
want ‘in Hem bewegen we, leven we en zijn we’.
Het heeft te maken met je manier van in het leven staan, en hoe je naar de dingen kijkt.

➥➥➥     Het is haast onmogelijk om aan een ander de vreugde van het Christelijk Geloof in woorden duidelijk te maken, vooral omdat het een ervaring betreft, je dient het te ondergaan wil je er de unieke ervaring te ondervinden.

Wanneer onze Heer en Verlosser terugkomt – en zo te zien aan al die conflicten in de wereld en de bijbehorende chaos, zal dat niet lang meer duren – willen wij niet met lege handen voor de rechterstoel verschijnen.
Paulus zegt daarom tegen de Griekse navolgers van Christus in Thessaloniki:
Wie is onze erekrans wanneer we vóór Jezus, onze Heer, staan bij zijn komst? Wie anders dan u?”.
Hij herhaalt deze woorden in zijn brief aan de gemeente te Philippi:
Mijn geliefde broeders, naar wie mijn verlangen uitgaat, mijn blijdschap en kroonPhil. 4: 1.
Het Griekse woord dat Paulus gebruikt voor ‘kroon’ is Στέφανος [Stephanos]. Hij verwijst naar de erekrans die werd verleend aan de overwinnaar van een wedstrijd of aan iemand die in de oorlog de overwinning heeft behaald.
Vaak was in deze krans goud verwerkt of was hij zelfs helemaal uit goud vervaardigd. In het laatste geval was er dan sprake van een kroon.
Wanner onze Heer en Verlosser terugkomt wil Paulus niet met lege handen staan. Hij wil de Koning der koningen bij zijn wederkomst kronen met een gouden kroon.
De strijd en het werk van de handen van de Zoon van God zijn gelukkig niet zonder vrucht gebleven. De christenen uit Thessaloniki en Philippi zijn de kroon op Paulus’ harde werken in het Koninkrijk de Hemelen, de tuin van God.
Tezamen vormen zij een erekroon:
Paulus’ geschenk voor Jezus Christus als Hij terugkomt op aarde‘.

                                tiid tot een besluit

Ik ben van mening dat het een hoop mensen in onze samenleving ontgaat dat zij
– ‘hier en nu’ – d.w.z. vandaag ‘nog‘ een belangrijke ‘beslissing‘ dienen te nemen, die het leven in deze wereld aanzienlijk zal veranderen.
En indien dat gebeurd, zal er sprake zijn van een “nieuwe hemel en een nieuwe aarde”, datgene waar we allen zo naar verlangen, of niet soms?
Indien iedereen met mij besluit om vanaf vandaag
✥  vóór de dag dat Jezus terugkomt – werkelijk naar Waarheid dient te gaan leven, dan ga je vanaf nu heel anders met je tijd, geld en mogelijkheden om.
Dan zie je elke dag als een kans om aan jouw erekroon voor Jezus te werken, opdat je niet met lege handen voor Zijn Troon zult staan.
Iedere persoon die je tot – ‘onze Heer en Verlosser‘ – leidt is een parel in jouw kroon voor Hem.
Elke liefdegave die je offert is een diadeem aan jouw kroon voor Jezus.
Elke daad van barmhartigheid zal als een diamant zichtbaar worden in jouw kroon voor de Koning der koningen.
Alles wat je uit liefde voor Jezus doet heeft eeuwigheidswaarde en wordt zichtbaar wanneer Jezus terugkomt.

Ik ben me hiervan best bewust, maar tracht hier – ook al erken ik dat ik hiertoe absoluut ‘onwaardig‘ ben – toch enige gestalte aan te geven.
Het is bovendien een plaats, die mij de gelegenheid geeft mijn ervaringen dusdanig te formuleren dat anderen er kennis van kunnen nemen.
De vreugde van deze combinatie ervaar ik als de realisatie van de Gave.
Wanneer je een geschenk voor iemand probeert te vinden, lijkt het me het moeilijkste om iets te bedenken dat de unieke plaats, de unieke waarde en de speciale affectie communiceert die je hebt.
Geschenken kunnen zo algemeen zijn, maar geen mens is generiek; mijn gevoel bij deze Gave is dat het volkomen bijzonder en uniek is.
Wat God geeft, is nooit “mijn maat past iedereen“.
Verlossing is de genezing en vervulling van een persoon en kan onmogelijk – van de een in relatie met de ander ‘hetzelfde‘ zijn.
En in tegenstelling tot alles wat er in ons leven plaatsvindt zijn we allemaal geschapen en daarmee gevormd “naar het beeld en de gelijkenis van God”.
Dat we niet allemaal hetzelfde zijn blijkt wel uit de conflicten die zich in ons leven voordoen, maar er bestaat wat dat aangaat een gezegde.

Het aloude Joodse gezegde “ מענטש טראַכט, גאָט לאַכט“, is in de Nederlandse taal geworden tot ‘de mens wikt, maar God beschikt’; echter in de Duitse vertaling wordt het helderder omschreven: ‘Der Mensch tracht, Gott lacht’.
             In het Duits gaan ze nog een stapje verder wanneer zij zeggen: ‘Keiner zet nisht zayn eigenerm hoyker’, hetgeen letterlijk vertaald wordt in: ‘Niemand kan zijn eigen bochel zien’. Met andere woorden: “ Mensen willen hun eigen fouten liever niet onder ogen komen“ in tegenstelling tot het feit elk schepsel ieder moment dat het leeft, meer levenservaring dient op te doen.
Friedrich Nietzsche, die leefde van 1844 tot 1900 zegt hierover dat “wanneer de mens in de afgrond kijkt, de afgrond ook in jou kijkt”.

Het is in die zin dat we elke zondag, de dood en Opstanding van Christus, de schepping en geboorte is van ieder mens in God, vieren.
Dit is niet alleen de schepping en geboorte van de mensheid, maar van elke werkelijk unieke persoon. Iedere Evangelie is daarom mijn verhaal [en dat van jou].

Deze unieke realiteit die ons ware ‘zelf’ vormt, is, in zijn meest fundamentele aspect een ‘Genadegave’.
We “creëren nooit onszelf”, wij zijn niet de makers van onze eigen realiteit.
Er zit zo’n geweldige bevrijding in wanneer we dit ‘echt‘ gaan begrijpen.
Wij brengen onszelf niet tot leven, noch vormen we en creëren we onze wereld.
Onze huidige realiteit is niet het gevolg van een reeks beslissingen en consequenties.
Zo’n naïef reductionisme [vaak gepropageerd door veel religieuze mensen]
slaagt er simpelweg niet in om zelfs het kleinste deel van onze realiteit en
dàt wat terecht wordt aangeduid als ‘het zelf‘ adequaat te beschrijven.

Het moderne verhaal van het zelfbeeld beschouwt mensen als absurd verantwoordelijk voor hun leven. Die kleine fractie van onze levens die wordt beïnvloed door onze beslissingen, wordt gecrediteerd voor de creatie van het geheel. Het is een vertekening die alleen nuttig is bij het afdwingen van onze overeenkomst met en medewerking aan de onrechtvaardigheid van de huidige wereldorde.

De diepe Waarheid van ons wezen is echter dat we een kruispunt zijn van vele dingen, een bijna oneindige aaneenschakeling. Het is veel nauwkeuriger om het ‘zelf‘ als een  getuige te beschrijven, het  onderwerp  dat getuigt van de aaneenschakeling van gebeurtenissen die ons op unieke wijze door God zijn  geschonken.

Zeggen dat “ik onwaardig ben” is een accurate getuige te zijn. Niets van wat ik op dit moment ben, zelfs in dit leven, is eindelijk mijn eigen maken.
Het kan niet worden beschreven in termen van [hoogmoedige] waardigheid.
In de kern is de ervaring van onwaardigheid de erkenning van het geschenk, en heeft dus het aanbieden van dank als gevolg.

Rechtop staan bij de Opstanding, staat uiteindelijk aan het einde van alle dingen, het begin van alle dingen, en dus aan het begin en het einde van ons leven.
Het is het aanschouwen van Christus, dat ons in staat stelt de Genade[gave], het geschenk te zien en te begrijpen dat dit ‘de Openbaring‘ is van ons eigen leven.
Het is ook waar dat wanneer we de dingen goed zien, de unieke getuige die ons leven is, deze unieke samenkomst van gebeurtenissen, op zichzelf de Opstanding van Christus is.

De Heilige Johannes Chrysostomus zegt in zijn grote homilie:
Christus is Opgestaan’ en niet één dode is in het graf achtergelaten”.
Elk leven wordt niet alleen als een leven,  maar ook als “Opgestaan” geopenbaard.
Christus is opgestaan is het lied van onze ware menselijkheid.
Op ditzelfde moment staan en voor God erkennen:
Ik ben juist hiertoe geschapen“, staat in de Opstanding van Christus.

Eer aan God in de hoge‘ voor deze Genadegave.

In de huidige tijd tracht de mens voor radicale hervormingen teneinde de assimilatie volledige aanpassing van de diverse [heersende]  bevolkingsgroepen te vergemakkelijken. Van groter belang is echter de vraag naar de ‘relatie tussen religie en verlichting‘ òf ‘Rede en de Openbaring‘ is de manier waarop bewoners van de Lage Landen, zoals in alle andere Europese landen haast per definitie overtuigd zijn van het belang van hun Godsdienst, hun dienst aan God – het gestalte geven aan het nieuwe burger-ideaal.
Burgerschap betekent als vanouds ‘religieus burgerschap‘ en impliceert op z’n minst drie deugden, namelijk beschaving, mondigheid en liefde van de omgeving.
1.]. Beschaving kwam neer op het vermogen zelfstandig te denken, nuttige conversaties te voeren en beminnelijk met elkaar om te gaan.
Burgerschap vereist openhartigheid of mondigheid. Alleen in een vrijmoedig en open gesprek lieten alle mogelijke interpretaties van de Blijde Boodschap en de natuur zich rationeel tegen elkaar afwegen.
2.]. Mondigheid, door openhartige discussies kunnen echter niet plaatsvinden onder dreiging of geestelijke dwang. Indien het geweten dat voorschrijft [aldus de gangbare redenering] dienen burgers publiekelijk en ongestraft te kunnen afwijken van het door kerkelijke formulieren en religieuze gezagsdragers voorgeschreven standpunt. Deze vrijheid van religieuze meningsuiting stond haaks op het oude streven naar confessionalisering – of zo men wil aan het geloof of de christelijke inspiratie dezelfde betekenis is blijven hechten.
En niet alleen het systeem van religieuze bevoorrechting staat ter discussie.
Oók de leer en de organisatie van de publieke Kerk blijken voor verbetering vatbaar, gewoon omdat de oude maatschappij, waarbij een aantal [oude] mannen de baas zijn niet meer in onze tijd past. Ook God heeft in deze geen voorkeur uitgesproken, doch man en vrouw als metgezellen op weg gestuurd.
3.]. In de derde plaats vereist religieus burgerschap liefde tot de omgeving.
Was er in de 20e eeuw nog sprake van nationaal gerichte vaderlandsliefde – door de mondialisering van de samenleving in de 21e eeuw is samenwerking met en voor de ontwikkeling geen ‘nationaal‘ gebeuren meer, maar wordt mede onder invloed van de communicatie wetenschappen vaderlandsliefde verheven tot liefde voor de ‘mondiale‘ samenwerking en ontwikkeling.
Oók de Kerk komt hier niet onderuit en zal in de vaart der volkeren mee dienen te ontwikkelen tot de Éne Waarachtige Religie – het kan niet anders, want in een aantal jaren heeft zelfs de meest eenvoudige burger de beschikking over, welke informatie die ook maar wenst en zal de angst voor totale leegloop van de verschillende confessionele bloedgroepen ‘geen enkel‘ verschil meer maken.
Paulus zegt daarover dat hij apostel is:
    Niet vanwege mensen, noch door een [of ander] mens, maar door Jezus Christus, en God, de Vader, die Hem opgewekt heeft uit de doden . . . . . Vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus, Die Zichzelf gegeven heeft voor onze zonden, om ons te trekken uit de tegenwoordige boze wereld, naar de Wil van onze God en Vader, aan Wie de Heerlijkheid zij in alle eeuwigheid! AmenGal.1: 1-5.

‘bestevaer’

            De Kerk is het Lichaam van Christus, de Zoon van God en wordt door de mens ervaren als een God’s-geschenk, een Genadegave waarmee Christus ons als mens geroepen heeft.
Dàt Lichaam is niet te institutionaliseren tot een machtsinstrument om de mens haar keuze vrijheid te ontnemen. De verschillende instituten veroorzaken chaos, verwarring ten aanzien van de Blijde Boodschap, die Christus ons brengt. Zodra Christus dié verwarring, dié chaos heeft zien ontstaan heeft Hij voorafgaand aan Zijn Lijden en Opstanding, het gehele tempelplein en al haar handelaren met Zijn Hemels ‘heupkoord‘ schoongeveegd.
Hoe Hij dit in onze tijd bewerkstelligt, mag om ons heen blijken er heeft nog nooit zo’n grote Exodus plaatsgevonden.
God geeft ons in alle tijden spelleiders [priesters, herders] die we nodig hebben. De Geloofsgemeenschap wacht ‘in Christus‘ op rust, omdat zij vermoeid en belast zijn en dat óók de Kerk haar kruis opneemt en ‘schoon schip‘ maakt, uitgaande van sociale gelijkheid, onderlinge verdraagzaamheid en vrede.
De Blijde Boodschap dient opnieuw een daadkrachtig ‘Christelijk Engagement‘ te zijn en zich niet te laten afschrikken door bedreiging of vervolging.
Dat Deze Boodschap van de eeuwen der eeuwen van ‘Vrede en Liefde‘ niet alleen gehoord mag worden, maar ook daadwerkelijk mag leiden tot inzet voor elkaar.

 

Granaatappel

ALS DE ZIELE LUISTERT.
”   Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
‘t lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blaren van de bomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stromen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heiligen voet,
talen en vertolken
‘t diep gedoken Woord zo zoet …
als de ziele luistert!
Uit ‘Kleengedichtjes’ van Guido Gezelle, 1881.