Oktober 30e – Heilige David, de ouderling [ο Γερων]

Osios David, de ouderling;
Saint David, the elder

De heilige David werd is in de eerste helft van de 16e eeuw
in het plaatsje Gardenitsa in Viotia geboren, de naam David betekent in het Hebreeuws ‘Geliefde’.
Toen “kleine David” 3 jaar oud was, werd hij op zeker moment vermist en zijn ouders waren uiteraard in paniek. Toen hij 6 dagen later nog vermist was, dachten ze dat hij verongelukt was en nooit meer zou terugkeren,
maar hij werd teruggevonden in een klein kerkje nabij zijn eigen huis.
Toen ze hem gevonden hadden vertelde hij dat hij met Johannes de Doper was meegegaan, omdat hij het hem had gevraagd.

Osiou David, van het heilige klooster te Evia;
Saint David from the Holy Monastery at Eva
I.M.Evia

Dit was een voorteken dat David niet zomaar een kind was en dat bleek ook zo te zijn, want toen hij 15 geworden was ging hij naar een klooster in het departement Magnisia, en gaf daar officieel te kennen dat hij monnik wilde worden.
Omdat hij altijd als volgeling van Christus heel serieus met het Geloof bezig was, dwong hij het respect af van  alle mensen in zijn omgeving en daarom
kreeg hij de naam David de ouderling [ο Γερων] wat letterlijke David de Oudere betekent, refererend aan zijn serieuze gedrag.

Monastery ο ύπνος της Θεοτόκου located in northern Evia [Gr.]
De eerste tijd was hij monnik maar later was hij van 1520-1532 Hegoumen van het klooster Παναγίας Βαρνάκοβας in Nafpaktos, toegewijd aan de Ontslaping van de Moeder God’s.
Vergeet niet dat de H. David in het I.M. Varnakovas leiding gaf tijdens de Ottomaanse overheersing en er van buitenaf behoorlijke tegenwerking werd uitgeoefend.
Nafpaktos” betekent letterlijk: bouw van schepen.
        Dit komt weer omdat reeds in de oudheid hier schepen werden gebouwd.
Tijdens de Romeinse bezetting was Nafpaktos erg welvarend, dat kwam mede door de ligging, recht tegenover Peloponnesos.

Theotokos Varnakova -[ ‘Vernikova’= ‘in de lak’]
        Zijn vaardigheid als Hegoumen blijkt wel uit de duidelijke begrenzing, die
hij aangeeft in de ontwikkeling van een hoogstaande bibliotheek.
        Tevens werd hij daarbij ondersteund vanwege het verblijf van Nicodemos van Kavasila, een monnik/leraar [1595-1652].
Er wordt een enorme ontwikkeling geboekt, waarna het klooster in 1578 ongeveer uit 200 monniken bestaat.
In latere perioden [tegen 1900] was in dit klooster tevens een alom bekende kloosterschool gevestigd.

onderweg, zoals wij allen

God wordt gekend en de eer toegebracht in zijn Heiligen, en dat blijkt ook wanneer wij in ons leven gewag maken van die ene dag, de Zondag, welke een ‘Opstanding’s-dag’ is – een dag, die we zonder ellende van de wereld trachten door te brengen.
We leven net als David de geliefde, de ouderling, als ballingen in de woestijn aan de oever van een doorwaadbare plaats [Amer’s voorde/ U- ‘trecht, ‘tricht] en wij behoren tot een groep zoekende christenen. We staan niet alleen en werpen ‘door ons boven het volk te verheffen’, geen dam op, waardoor het water aan de lippen stijgt, teneinde handel te drijven en aldus het Hemels Koninkrijk af te dwingen in een ‘zogenaamde‘ hoofdstad.
We staan daarmee niet alleen, veel mensen, – [ook ‘christenen’ blijven] – zoeken zin en spiritualiteit en het overgrote gedeelte blijkt uit onderzoek [CBS] zich niet langer te binden aan zoiets als kerk en geloof.
En tòch blijft er hoop, want er speelt zich een intense spirituele zoektocht af en soms een krachtige ‘geloofsstrijd met God‘ – hetgeen vooral ook een gevecht met onszelf inhoudt, het roepen houdt niet op, voor niemand.

Ook de profeten van het ‘eerste Verbond’ maakten dit mee:

Prophet Ezekiel; النبي حزقيال; Προφήτη Ιεζεκιήλ.

”     In het dertigste jaar, in de vierde maand, op de vijfde der maand, toen ik [Ezechiël (Hebr.= ‘God maakt sterk‘)] te midden der ballingen aan de rivier de Kebar [Hebr.= ‘ver-weg‘] was, werd de hemel geopend en zag ik gezichten van Godswege.  Op de vijfde der maand [het was het vijfde jaar der ballingschap van koning Jojakin (Hebr.= ‘De Heer vestigt‘)] kwam het woord des Heren tot de priester Ezechiël, de zoon van Buzi [Hebr.= ‘mijn verachting‘], in het land der Chaldeeen [Hebr.= ‘als kluitenbrekers‘], aan de rivier de Kebar [Hebr.= ‘ver-weg‘]; de hand des Heren was daar op hemEzech.1: 1-3.
De ‘Hemel’ opende zich – een klein ‘ascetisch levend’ mens mag naar binnen kijken bij de Al-Machtige . . . . .Wat een eer!‘.
En let wèl, . . . . . dit is dan ook nog een mensje dat door God ‘Zelf’ weggeslingerd is uit zijn eigen land, . . . . . van God en al de mensen verlaten.
Totaal alleen gelaten dient hij nu te wonen aan zo’n griezelig breed stroompje, een zijrivier van de Eufraat [Hebr.= ‘de goede en overvloedige rivier‘] – in een vlak en verlaten land, zoals de ‘Lage landen‘ met riet en boten.
En . . . . . in zijn dertigste jaar na z’n wijding,
– net als ieder dopeling heeft hij reeds de kruinschering ondergaan, teken van het priestergeslacht, waarbij blijkt dat iedere gedoopte navolger van Christus tot het priestergeslacht behoort –
krijgt hij, onze Ezechiël [Hebr.= ‘God maakt sterk‘] een visioen.

De poort des Hemels, omringd door Engelen, het Phiale van het I.M.Groot Lavra, Athos [Gr.]
Hij komt uit een priestergeslacht, dan word je pas op je dertigste jaar tot de priester-dienst gewijd, eerst dien je ‘gepokt en gemazzeld‘ te worden in de ascese, het leven aan den lijve te hebben ondervonden. Eerst dàn bestaat de mogelijkheid, dat je wèrkelijk tot priester gewijd wordt – dat is nog steeds de gewoonte op de Berg Athos [Gr.] en daar wordt onmogelijk van afgeweken.
Je wordt niet op slag [‘onmiddellijk’] met uitverkiezing priester, daar gaat een lange voorbereidingsperiode aan vooraf – al is het alleen maar om grote ongelukken en verwondingen te voorkomen.
Voor velen wordt het dan ook tot een kwelling, want je dient vooraf een ellenlange voorbereiding te ondergaan – dertig jaar diende Ezechiël te wachten, alvorens God hem ‘sterk’ maakte.
Het was voor hem een dubbele kwelling om ver van de tempel [het gebedshuis, de tempel] te moeten wonen. Wat moest hij nog met z’n leven, hij had enkel het gebed van het hart, z’n binnenkamer, z’n stille hoekje?
En dan, . . . . . na dertig jaar kommernis,
. . . . . gaat de Hemel open!
met dank aan ‘Stilgezet’  – ND, 29-10-2018.