21e Zondag na Pinksteren – Keer terug naar uw huis en verhaal al wat God u gedaan heeft

      En zij voeren naar het land der Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt.
Toen Hij aan land gegaan was, kwam Hem een man uit de stad tegemoet, die door boze geesten bezeten was, en sinds lang had hij geen mantel meer aan en woonde niet in een huis, maar in de graven.
     Toen hij nu Jezus zag, stiet hij een kreet uit en hij viel aan zijn voeten en sprak met luider stem: Wat hebt Gij met mij te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik smeek U, dat Gij mij niet pijnigt. Want Hij gaf de onreine geest bevel van de man uit te varen. Want menigmaal had de geest hem met geweld meegesleurd, en om hem te bewaken werd hij met ketenen en voetboeien geboeid, maar hij brak de boeien stuk en werd door de geest naar eenzame streken gedreven.
     En Jezus vroeg hem: Wat is uw naam? Hij zei: Legioen; want vele geesten waren in hem gevaren. En zij smeekten Hem, dat Hij hun niet gelasten zou in de afgrond te varen.
Nu werd op de berg een talrijke kudde zwijnen gehoed; en zij smeekten Hem, dat Hij hun zou toestaan daarin te varen. En Hij stond het hun toe. En de geesten voeren uit die mens en voeren in de zwijnen en de kudde stormde langs de helling het meer in en verdronk.
     Toen de hoeders zagen wat er gebeurd was, namen zij de vlucht en berichtten het in de stad 
en op het land. En de mensen liepen uit om te zien wat gebeurd was, en zij kwamen bij Jezus en vonden de mens, van wie de boze geesten uitgevaren waren, aan de voeten van Jezus zitten, gekleed en goed bij zijn verstand, en zij werden bevreesd.
     En zij, die het gezien hadden, verhaalden hun, hoe de bezetene genezen was.
     En de gehele bevolking van de streek der Gerasenen vroeg Hem, of Hij van hen wilde weggaan, want zij waren door grote vrees bevangen.
En Hij ging in het schip en keerde terug.
En de man, van wie de boze geesten uitgevaren waren, verzocht Hem bij Hem te mogen blijven. Maar Hij liet hem heengaan en zei:
  Keer terug naar uw huis en verhaal al wat God u gedaan heeft’. En hij ging de gehele stad door verkondigen al wat Jezus hem gedaan hadLuc.8: 26-39.

      wetende, dat de mens niet gerechtvaardigd wordt uit werken der Wet, maar door het Geloof in Christus Jezus, zijn ook zelf tot het Geloof in Christus Jezus gekomen, om gerechtvaardigd te worden uit het geloof in Christus en niet uit werken der wet. Want uit werken der wet zal geen vlees gerechtvaardigd worden.

Jezus Christus, de uiteindelijke Rechter, over de mens

            Maar indien wij, trachtende in Christus gerechtvaardigd te worden, ook zelf zijn gebleken zondaars te zijn, staat Christus dan in dienst der zonde? Volstrekt niet.
Immers, indien ik hetgeen ik afgebroken heb, weer opbouw, bewijs ik daardoor, dat ik zelf een overtreder ben. Want ik ben door de wet voor de wet gestorven om voor God te leven.
Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, [dat is], niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef leef ik door het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegevenGal.2: 16-20.

Verlost“, dankzij ‘Christus‘ en                           niet dankzij “de Wet“;
.

In tegenstelling tot zovele anderen aan wie Jezus het tegenovergestelde zegt, beveelt Jezus deze mens te gaan vertellen wat hem in zijn leven is overkomen.
Waarom?
Waarschijnlijk omdat deze man niet Joods was en de mensen in zijn familie geen verwachtingen van de Messias zouden hebben gehad.

Wij weten het niet zeker, maar waar we wel zeker van kunnen zijn is dat:.
Onze Heer en Verlosser ons heeft gevraagd anderen te vertellen wat Hij gedaan heeft om ons ter wille te zijn”.
Laten we deze opdracht derhalve serieus nemen.
Ga er maar eens voor zitten en schrijf alle positieve dingen, die jij in je leven ‘om niets’ hebt ontvangen om jouw leven te zegenen.
Herhaal dit vaak genoeg voor jezelf om dit met anderen te kunnen delen indien je het zo God het je geeft nodig hebt om anderen te motiveren.
Bid vervolgens dat God jouw de ogen opent voor de mensen om je heen
die wachten om dit goede nieuws via jouw mond te mogen horen!
  Daar wij nu een grote Hogepriester hebben, Die de Hemelen is doorgegaan,
Jezus Christus, de Zoon van God, laten wij aan die belijdenis vasthouden

Hebr.4: 14.
Denk bij je overweging dat Christus ons ‘ALLES’ gegeven heeft en dat wij derhalve eenieder, die ons iets vraagt tegemoet dienen te komen.

De goede & trouwe knecht

Het zou immers zo kunnen zijn dat ons verweten wordt dat wij als de mens zijn, die een torenhoge schuld dient af te lossen bij de Koning bij Wie hij/zij in dienst is, maar niets heeft om de koning terug te betalen.
Dat is immers voor ieder van ons de situatie waarin wij ons bevinden en wat gebeurt der vervolgens, wanneer je je medemens niet liefdevol terwille bent – iedere toehoorder van deze gelijkenis [Matth.8: 23-35] begint een diepe afkeer te krijgen van die dienaar, die zo ondankbaar handelt en zo onbarmhartig is tegenover de ander.
Had hij dan niets geleerd van zijn eigen situatie?
De andere man is ontdaan van de harde opstelling van zijn mede-broeder.
De basis voor redding is God’s Woord en dat dient toegepast te worden door middel van ons Geloof.
Vervolgens zijn er twee dingen die we dienen te doen – het eerste met ons hart en het tweede met onze mond of onze pen/computer.
We dienen te geloven vanuit ons hart, maar vervolgens dient dit te blijken door de wijze waarop wij het Geloof belijden, door het te doen – het dient dus met onze handen -in doen en laten- beleden te worden en wanneer het de mensen opvalt en je erop aangesproken wordt dienen wij het uit te spreken, met onze mond.
Het is goed om met je hart te geloven, maar Geloof alleen is niet voldoende, dat blijkt al in het eerste Verbond, waar dit als gebod wordt opgelegd:
      Het is voor u niet te moeilijk [het vereist weinig inspanning] en het is niet ver weg [van u verwijderd]. Het is niet [hoogdravend] in de hemel, zodat gij zoudt moeten zeggen: ‘Wie zal opstijgen ten hemel, het voor ons halen en het ons doen horen opdat wij het volbrengen?’.
En het is niet aan de overkant der zee, zodat gij zoudt moeten zeggen:
’ Wie zal oversteken naar de 
overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat wij het volbrengen?’.
       Maar dit Woord is zeer dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te volbrengen. Zie, ik houd u heden het leven en het goede voor, maar ook de dood en het kwadeDeut. 30: 11-15.
    Wanneer dan al deze dingen over u komen, de zegen en de vloek, die ik [Mozes] u voorge-houden heb,
en gij dit ter harte neemt te midden van al de volkeren, naar wier gebied de Heer, uw God, u verdreven heeft;
en wanneer gij u dan tot de Heer, uw God, bekeert en naar zijn stem luistert overeenkomstig alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel;
Dàn zal de Heer, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen; Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volkeren, naar wier gebied de Heer, uw God, u verstrooid heeftDeut.30:  1-3.
            Dàt is hetgeen ons heden ten dage duidelijk wordt gemaakt: “We dienen het niet alleen maar te geloven en het de rest van de week maar voor gezien achten”, maar wij dienen te geloven met

Geloven met hart en ziel.
Op zondag vrijmoedig belijden met onze mond, zodat onze woorden overeenstemmen met Gods Woord.
Vanaf het Mysterie van de Doop werd ons via de Geloofsbelijdenis de voorwaarden van het Verbond met Christus voorgehouden – het bracht ons in in relatie met onze Heer Jezus Christus als de hogepriester, maar Zijn voortdurende bediening voor ons als Hogepriester hangt af van onze onophoudelijke belijdenis van dit Geloof, -in doen en laten-.
Dat dit niet door iedereen zo wordt beleefd en dat er veel kaf is onder de volgelingen van Christus behoeft slechts te observeren wat er de afgelopen dagen in de orthodoxe wereld is gezegd en geschreven in verband met de controverse rond de Oekraïense crisis.
                     Jonge mensen leven tegenwoordig in een wereld vol technologie, terwijl ze geen regelmatige menselijke relaties en communicatie hebben, en dat ze zich ondanks dat vaak eenzaam voelen.
Wij kunnen in sociale netwerken contact opnemen met de gehele wereld, hebben een zee van volgers, maar voelen een verschrikkelijke dorst naar een ontmoeting met een levend Persoon”.
            Echter iedereen, die de chaos aanschouwt, welke momenteel in de Orthodoxe Kerk [ook, die hier in de Lage Landen] verneemt is geschokt over het lage theologisch niveau van onze [hoofd-]toezichthouders en degenen die als ontwikkeld, hoger geschoold dienen te worden beschouwd.
Men kan niet anders dan ach en wee klagen over het feit dat zij wegzakken in een taal van mobilisatie,  een steriel debat om de een of andere positie te rechtvaardigen en de manier waarop hun hofdichters –de toezichthouders van de gemeenschappen– dit stilzwijgend goed te keuren, ja, hetzelfde gedrag kopiëren – en een dreigende houding aannemen indien je hen van onwaarachtig gedrag beschuldigt.
De gemiddelde gelovige kan zich alleen maar afvragen waarom degenen die zich als verantwoordelijke dienen te gedragen voor het behoud van eenheid niet trachten de scheuren te repareren in plaats van hun toevlucht te nemen tot geschiedenisboeken om hun houding en het nieuwe schisma te rechtvaardigen.
                Waarom negeren ze het doel van de officiële posities en studies die hun lokale kerken hebben voorbereid over het probleem van Autocefalie [de nationale organisatie van de Kerk per land] en hoe dit dient te worden uitgeroepen?
[Het uit het Grieks afkomstige woord ‘autocefaal’ betekent letterlijk ‘met een eigen hoofd’; een autocefale kerk wordt door alle leden van de gemeenschap beschouwd als zelfstandig en is aan géén enkele andere kerk verantwoording schuldig]
               Waarom publiceren zij deze studies voor het publiek in plaats van elkaar te beconcurreren teneinde eeuwenoude documenten te publiceren en beleggen ze Pan-Orthodoxe Concilies – worden we zoet gehouden door hun onmogelijk gedrag?
               Hoe kan een Kerk iets zeggen en het tegenovergestelde ervan aan de dag leggen?
Hoe kan een Kerk haar officiële interpretatie en consistente analyse van de kwestie autocefalie ontkennen in het belang van een kortstondig project?
              Hoe kunnen spelleiders in alle lokale kerken niet de vinger op de zere plek leggen wanneer bepaalde personen de nagedachtenis afleggen van de resultaten van de inspanningen die generaties hebben geleverd om een gemeenschappelijke aanpak te vinden voor autocefalie?

In God’s Naam,
Stop met het aanwakkeren van de vlammen van onenigheid!
Stop met het wandelen op de rand van de afgrond!
Stop een struikelblok te vormen voor de gelovigen en een lachertje voor de hele wereld!
Stop met het misbruiken van de Naam van God [het vloeken in de Kerk], door Voor- en Kerkvaders aan te halen en je eigen adviesraden voor het karretje te spannen van je duivelse projecten!

de Heer arriveert in een stad in het land Gadarin en ontmoet een demonische man die geen [doop-]kleren droeg en woest door de wildernis wandelde.
                In de ogen van God en van de geschiedenis zullen degenen die op scheuring uit zijn en degenen die zich laten misleiden slechts dienstknechten van de prins van deze wereld zijn en zich van wereldse wapens bedienen; Geld, Heersen als een wereldse Macht en stiekem gedrag aan de hand van een politieke agenda.
♥︎                  O, Heer Jezus Christus, hoofd van de Gemeenschap, die naar u genoemd is, doe deze afdaling naar het hellevuur stoppen.
♥︎                 Waar zijn de volgelingen van Degene die de mond vòl hadden van Oecumene en Raad van Kerken, opdat wij Volgelingen van Christus allemaal één zouden kunnen worden?
      Wij zijn schuldenaars, maar niet van het vlees, om naar het vlees te leven.
Want indien gij naar het vlees leeft, zult gij sterven; maar indien gij door de Geest de werkingen van het lichaam doodt, zult gij leven.
Want allen, die [slechts] door de Geest Gods geleid worden, zijn zonen God’s.
Want gij hebt niet ontvangen een geest van slavernij om opnieuw te vrezen, maar gij hebt ontvangen de Geest van het zoonschap, door welke wij roepen: ‘Abba, Vader’ [vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen].
Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen van God zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in Zijn lijden, is dat om ook te delen in Zijn verheerlijkingRom.8: 12-17.
En ten slotte:
“       Weest allen eensgezind, medelijdend, hebt de broeders lief, weest barmhartig en ootmoedig, en vergeldt geen kwaad met kwaad of laster met laster, maar zegent integendeel, wijl gij hiertoe geroepen zijt, dat gij zegen zoudt beërven.                                                                                                 Want: wie het leven wil liefhebben en goede dagen zien, dient zijn tong te weerhouden van het kwade, en zijn lippen van bedrog te spreken; hij dient af te wijken af van het kwade en het goede te doen, hij dient de Vrede te zoeken en die na te jagen, want de ogen des Heren zijn op de rechtvaardigen, en Zijn oren tot hun smeking, maar het aan-gezicht des Heren is tegen hen, die het kwaad doen.
En wie zal u kwaad doen, als gij u beijvert voor het goede?
Al moest gij lijden om de gerechtigheid, toch zijt gij zalig.
Doch vreest niet voor hun dreiging, en laat u niet verschrikken.
Maar heiligt de Christus in uw harten als Heer [en Meester], altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de Hoop, die in u is, doch met zachtmoedigheid en vreze, en met een goed geweten, opdat bij al het kwaad, dat men van u spreekt, zij die uw goede wandel in Christus smaden, beschaamd gemaakt worden.
Want het is beter te lijden, indien de wil van God dit eist, goed doende dan kwaad doende.             Want ook Christus is eenmaal om de zonden gestorven als rechtvaardige voor onrechtvaardigen, opdat Hij u tot God zou brengen:
Hij, die gedood is naar het vlees, maar levend gemaakt naar de Geest

1Petr.3: 8-17.

 

          Die Zich geopenbaard heeft in het vlees, is gerechtvaardigd door de Heilige Geest,          is verschenen aan de engelen,                             is verkondigd onder de heidenen,                     geloofd in de wereld,                              opgenomen in Heerlijkheid.

God is niet op Macht belust
God is Liefde:
Dat is niet macht’s belust de scepter zwaaien ten einde invloed en algemeen beheer via juridische constructies naar je toe te trekken. Niet voor niets wordt in de Apocalyps de Ontuchtige van Babylon genoemd, die zich verlustigt aan àl wat werelds is.
God is Liefde:
Waar is de Kerk mee bezig dat zij òf bezig is met kapitaalvorming òf zich via Stichtingen tracht haar toekomst te verzekeren?
God is Liefde:
Waar is het volmaakte offer, het pad van de jeugd?
               In het afremmen van snelheid en bewuste keuze voor langzaam aan [ascese] bemerkt de mens opnieuw de dingen om zich heen en weet zijn levensdoel trefzeker [haarfijn] te duiden.
Tegelijkertijd wordt in het gebed de blik naar binnen gericht en zullen er vanzelfsprekend stiltes vallen.
Het gaat daarbij niet
– over wat hoort of wat vaststaat, maar
– over de wonderlijke wandelingen van de geest, over de slingerende wegen van het leven,
– over  wat men bedoelde maar net niet zei of net niet kon verwoorden,
– over een gebaar, een gemis, over de verdeeldheid in ieders hart en hoofd.                                   Het pad van deugd staat ‘altijd‘ in het centrum; is ‘altijd‘ in evenwicht. Je kunt eenvoudig niet naar rechts of links zwaaien, je hebt geen behoefte aan Jurisische Bijstand om jezelf te verdedigen.
De uitersten, zowel goed als slecht, komen altijd uit de boze,                                                                hoe verleidelijk ze ook mogen lijken.
Gebaseerd op Abba Dorotheos van Gaza

Keer terug naar uw Huis, het Lichaam van Christus en verhaalt allen slechts al datgene wat God u gedaan heeft.
De Kerk, de voortzetting van de Blijde Boodschap aan ‘alle‘ Volkeren werd er door de logica van het Geloof toegebracht de ogen te richten op zeer verre einden en uit te zien naar een toekomstige handeling van God, die veel meer behelsde dan alles wat de individuele vrome ooit kon hopen te verstaan.
In de eerste plaats bracht de logica van het Geloof van de Kerk God’s kunstgenoten niet tot het Geloof in de onsterfelijkheid van de ‘ziel
zij wisten immers dat zij die ‘bezaten’, in zich bij de Schepping meegekregen hadden –
maar in de wederopstanding van de gehele נפסג ‘Hebr.= Nefesj’, die zij, naar zij wisten, ’waren’.
      Want de ziel van het vlees is in het bloed en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van de zielLev.17: 11.
Met andere woorden wij zijn als mensen stof en zullen tot stof wederkeren. Vanuit het samengaan van God’s Geest en klei ontstond iets volkomen nieuws; verbindt u als aards stof derhalve met God’s Geest en wordt weer gelijk aan Zijn Beeld, opdat allen in éénheid zullen belijden, dat Hij spoedig wederkomt en alles zal herstellen, hetgeen de mens door de duivel verleidt [in het wereld’s bestaan en de Kerk] heeft stukgemaakt.
Toen zei de profeet: ‘Luister, dit zegt de Heer over Zerubbabel [Hebr.= geboren in Babel, d.w.z. Babylon]: Niet door eigen kracht of macht zal hij slagen – zegt de Heer der Hemelse Heerscharen – maar met de hulp van Mijn Geest’Zacharia 4: 6.

 Psalm 85[86]
      Heer, neig Uw oor en verhoor mij, want ik ben arm en behoeftig.
Behoed mijn ziel, want ik ben U gewijd; mijn God, red Uw dienaar die op U vertrouwt. Ontferm U mijner, o Heer, want heel de dag roep ik tot U.
Schenk vreugde aan de ziel van Uw dienaar, want tot U verhef ik mijn geest.
Schenk vreugde aan de ziel van Uw dienaar, want tot U verhef ik mijn geest.
Gij, Heer, zijt immers goed en zachtmoedig, en rijk aan barmhartigheid voor ieder die U aanroept.
Leen Uw oor, Heer, aan mijn gebed; geef acht op de stem van mijn smeken.
Toen ik beproefd werd heb ik tot U geroepen, omdat Gij mij altijd verhoort.
Uws gelijke is er niet onder de goden, Heer: niets evenaart Uw werken.
Alle volkeren die Gij gemaakt hebt, Heer, zullen komen en voor U neervallen; zij zullen Uw naam verheerlijken.
Want Gij zijt groot en Gij doet wonderen: Gij alleen zijt God.
Heer, leid mij op Uw weg, opdat ik voortga in Uw waarheid.
Moge mijn hart zich verheugen, door het vrezen van Uw Naam.
Ik wil U belijden, Heer mijn God, uit heel mijn hart; ik wil Uw naam verheerlijken in eeuwigheid.
Want Uw barmhartigheid is groot over mij: Gij hebt mijn ziel ontrukt aan de afgrond van de hades.
God, de overtreders zijn tegen mij opgestaan, de samenscholing der machtigen belaagt mijn ziel: want zij houden U niet voor ogen.
Maar Gij, Heer mijn God, zijt Goedertieren en Barmhartig: Grootmoedig, rijk aan Genaden, en Waarachtig.
Zie op mij neer, ontferm U over mij, geef kracht aan Uw dienaar; red de zoon van Uw dienstmaagd.
Doe aan mij een teken ten goede, opdat zij die mij haten, het zien en beschaamd staan.
Omdat Gij, Heer, mijn Helper zijt, Die mij hebt getroost”.
Psalm 85[86] vert. ROK ’s-Gravenhage

Apolytikion     tn.4.
  Nadat zij de Blijde Boodschap van de Opstanding
en van de Bevrijding van de veroordeling van de Stamhouders
uit de mond van de Engel gehoord hadden,
riepen de Myron-draagsters jubelend tot de Apostelen:
Vernietigd is de dood, Christus de Heer is opgestaan,
en heeft aan de wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.4.
  Mijn Heiland en Verlosser
heeft als barmhartige God de aardgeborenen opgewekt,
uit de ketenen van het graf.
Hij heeft de poorten van de hel verbrijzeld
en is als Gebieder na drie dagen verrezen
”.

Theotokion     tn.4.
  Het van eeuwigheid verborgen en aan de Engelen onbekende Mysterie,
is door U aan de aardbewoners openbaar geworden, Moeder Gods:
in onvermengde eenheid is God vlees geworden
en heeft Hij om ons het Kruis op Zich genomen.
Daardoor heeft Hij de Eerst-geschapene weer opgewekt
en onze zielen uit de dood verlost
”.