20e Zondag na Pinksteren – Zondag van de Vaders van het zevende [7e] Oecumenisch Concilie [787 na. Chr.]

”     Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei: ‘Vader het uur is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat uw Zoon U zal verheerlijken,  gelijk Gij Hem macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt.
Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt. En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was.
Ik heb uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard. Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in Waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne, en Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, Welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij een zijn zoals Wij.  Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, Welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd.
Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn Blijdschap in zichzelf mogen hebben’” John.17: 1-13.

”     Want ik maak u bekend, broeders, dat het Evangelie, hetwelk door mij verkondigd is, niet is naar de mens. Want ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door openbaring van Jezus Christus.
Want gij hebt gehoord van mijn vroegere wandel in het Jodendom: ik heb de gemeente Gods bovenmate vervolgd en getracht haar uit te roeien en in het Jodendom heb ik het verder gebracht dan vele van (mijn) tijdgenoten onder mijn volk, als hartstochtelijk ijveraar voor mijn voorvaderlijke overleveringen.
Maar toen het Hem, die mij van de schoot van mijn moeder aan afgezonderd en door Zijn Genade geroepen heeft, behaagd had, Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenen verkondigen zou, ben ik geen ogenblik te rade gegaan met vlees en bloed; ook ben ik niet naar Jeruzalem gereisd tot hen, die reeds voor mij apostelen waren, maar ik ben naar Arabië vertrokken en vandaar naar Damascus teruggekeerd. Daarop ging ik drie jaar later naar Jeruzalem, om Kephas te bezoeken, en ik bleef vijftien dagen bij hem; en ik zag geen ander van de apostelen dan Jacobus, de broeder des Heren” Gal.1: 11-19.

    In die dagen en te dien tijde, luidt het woord des Heren, zullen de Gelovigen komen, de navolgers en de Judeeërs tezamen; al wenend zullen zij voortgaan en de Heer, hun God, zoeken; naar Sion zullen zij vragen, op de weg hierheen zal hun aangezicht [gericht] zijn; zij komen en zoeken Gemeenschap met de Heer in een eeuwig Verbond, dat niet zal vergeten worden. Een kudde verloren schapen was Mijn Volk, hun herders misleidden hen, naar de bergen voerden zij hen; van berg tot heuvel gingen zij, zij vergaten hun legerJeremia 50: 4-6.

We vinden hier drie afscheidsredes, die van de Profeet Jeremia, die van Christus en die van de apostel Paulus – allen na een vruchtbaar leven hier op aarde.
Elk van deze redes heeft op de een of ander manier voor ogen dat er een Hoop bestaat, als een gebed wordt dat God de nakomelingen zal mogen bewaren:
”  Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, Welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij een zijn zoals Wij. Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, Welke Gij Mij gegeven hebt en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd”.

Het Mysterie van de Drie-eenheid

De vroeg Christelijke Kerk gebruikte voor het oeroude Goddelijke begrip Drieëenheid van de Vader, en van de Zoon en van de Heilige Geest het woord περί χωρίς ρε σεις [peri-cho-re-sis [= geen beloning, over geen tijd], min of meer een ‘op en neer’, ‘heen en weer’ [in kruisvorm] bewegen van het menselijk onvermogen.
Maar God is echter nauwelijks door middel van menselijk begrippen te bevatten, te omschrijven. De wil van de mens en van een afgescheiden engelenmacht heeft weerstand geboden aan God’s reddingsplan na haar schepping.
Daarom werd er tijdens de 7 Oecumenische concilies ter voorkoming van ketterijen getracht bepaalde zaken vast te leggen, zodat de navolgers van Christus in ieder geval over enig houvast konden beschikken ten tijde van hevige aanvallen om het Christelijk erfgoed onder uit te halen.
      Aan de hand van Bijbelteksten, Theologie en inzichten van grote Kerkvaders, doorleefde asceten – zowel filosofen als mystici – heeft de Kerk haar best gedaan te laten zien wat er zoal met het goddelijke samenhangt, op die manier ontstond de dogmatische theologie.
Dogmatisch betekent dat men zich door een bepaalde manier van denken een voorstelling van zaken tracht te bereiken – niet van de oorspronkelijke leer af te wijken.
Veelal resulteerde dit in een denkwijze waarbij voornamelijk vastgelegd werd wat God ‘niet’ is, de zogenaamde negatieve [αποφατισχ θεολογία] theologie.
Om rond het God’s-besef een voorbeeld te geven, want ook hier vindt datgene plaats wat de H.Gregorius de Grote zegt over het lezen van de H. Schrift:
“De tekst dient te groeien met degene die hem leest”. Wij mensen beseffen dat God een ‘oneindig’ Mysterie’ [wonder, geheim] is hetgeen al onze begrippen en beelden te boven gaat.  De H. Dionysius de Areopagiet [ca. 500 n. Chr. uit Syrië] stelde dat men elke positieve uitspraak over God [‘God is goed’] diende te ontkennen [ontkennende theologie (Gr.theología apophatikḗ)]: [‘God is niet op gewone wijze goed’], om haar vervolgens in een overtreffende trap weer te bevestigen [‘God is supergoed’].
Alle grote theologen kennen dit negatie-moment in hun spreken over God. Binnen wijsbegeerte en religies kan negatieve theologie betekenen dat goden als steeds transcendenter worden gezien en als minder relevant naar de Hemel verdwijnen.
Wanneer een dergelijke houding van “niet op gewone wijze goed” gehanteerd zou zijn bij het afgelopen ‘Pan-Orthodoxe Concilie’, wanneer dit gehanteerd zou zijn in de onderlinge verhoudingen tussen de super-toezichthouders zou er een basis van wederzijds begrip zijn geweest – een wijze, die vrijheid creëert in de onderlinge verhoudingen.
God is niet alleen Almachtig, Patriarchen zijn niet super Almachtig – zij gunnen elkaar ‘het [Thabor-]Licht’ in de ogen; daar is onderlinge onvoorwaardelijke liefde voor nodig; daar is vrijheid en respect voor nodig.
God is onder ons, Hij is en zal zijn‘, hetgeen betekent dat het niet uitmaakt tot welke door mensen gecreëerde ‘supernova’ [=de is eindfase van een ster] je behoort. ICXC NIKA betekent ‘Jezus Christus overwint’ en dat zal waarschijnlijk inhouden dat er over de wereld verspreid ‘allerlei‘ christelijke groeperingen in de verschillende landen zullen neerstrijken, die ieder vanuit hun eigen basis-gemeenschappen, geleid door hun eigen spelleiders en gezamenlijke toezichthouders hun eigen ding t.o.v. ‘God’ zullen doen.
‘Jezus Christus overwint’, Hij is en zal zijn tot aan het einde der tijden.
Bij God bestaat geen ‘super’, dus “doe gewoon, dan doe je al gek genoeg“.

‘ga dan in uw binnenkamer, sluit de deur achter u en bid tot uw Vader, Die in het verborgene is; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u vergelden’;
‘πηγαίνετε στο εσωτερικό σας δωμάτιο, κλείστε την πόρτα πίσω από σας και προσευχηθείτε στον Πατέρα σας που είναι μυστικός. και ο πατέρας σου, που βλέπει κρυφά, θα σε ανταμείψει’;                                  ‘ go into your inner room, shut the door behind you, and pray to your Father Who is in secret; and your Father, Who sees in secret, will reward you’.

Waarschijnlijk zal ook dit een ‘langdurige‘ strijd worden [ik hoop van harte van niet, want het is de tegenstrever, die zij in de kaart spelen] alvorens de ‘supernova’s’ hun plaats in het Lichaam van Christus zullen weten en zich als volwassen volgers van Christus kunnen gaan gedragen: ” Heer, ontferm U, over uw Gemeenschap, Die Gij vanaf den beginne hebt gegrondvest” oftewel: ” Heer, red Uw Gemeenschap uit de mùil van de léeuw, bescherm ons tegen de horens van de wilde stier“.
Want Christus Zelf geeft ons vandaag het antwoord op deze dringende oproep:
➥➥➥Hij heeft de Almacht van de Vader gekregen om eeuwig leven te schenken. Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, die Gij gezonden hebt” [red. 😍]. 

In dit streven ‘ter voorkoming van ketterijen‘ gedenken wij vandaag de Kerkvaders van het Zevende Oecumenische Concilie, welke in het jaar 787 in Nicea bijeen werd geroepen.
Tijdens dit Zevende Oecumenische Concilie werd bepaald dat heilige iconen in onze kerken onontbeerlijk zouden zijn. Er volgde een lange strijd in Byzantium, die van de 8e tot de 9e eeuw duurde, tussen diegenen die de iconen vereerden en diegenen die ze wilden vernietigen, de zogeheten iconoclasten. Zij wilden de iconen uit de kerken verbannen.

” Daarna wees de Here nog tweeënzeventig aan en Hij zond hen twee aan twee voor Zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij Zelf komen zou” Luc.10: 1.

Wij Orthodoxen mogen dankbaar zijn dat de iconen in de Kerk behouden zijn gebleven.
Bedenk maar eens hoe anders het zou zijn als er helemaal geen afbeeldingen in ons kerkgebouw zouden hangen, en ook geen iconen in onze huizen. Wat een verlies zou dat zijn, wat een gemis aan Vreugde, Licht en Hoop.     
God heeft ons immers naar Zijn Beeld en gelijkenis geschapen uit het stof van de aarde, zodat wij een samenwerking met Hem kunnen aangaan om Zijn wereld te voltooien.
Om temidden van het Kerkelijk leven, het Lichaam van Christus staande te blijven, om datgene te laten functioneren wat op kritieke momenten in de kerkgeschiedenis door  de Verlichting door de Heilige Geest gezamenlijk uit de Schrift geleerd is en wat vastgelegd is in de belijdenissen van de Vroeg-Christelijke Kerk.     
            In die Belijdenis hebben onze voorvaderen, die God in een andere tijd gediend hebben, verwoord ‘Wie’ God is, ‘Hoe God in de Blijde Boodschap spreekt.
               Maar bedenk wel dat het een zware strijd is geweest om de iconen-verering in de Kerk te behouden. Velen die de iconen verdedigden hebben daarvoor een hoge prijs betaald, zij werden gevangen genomen, gemarteld en sommigen stierven zelfs de martelaarsdood.

Άγιος Θεοφάνης, ‘Γραπτός‘ [778-845].

Een voorbeeld is de heilige wiens gedachtenis wij vandaag vieren: onze heilige vader bisschop Theophanes, die bekend is als “Γραπτώς”. Dit Griekse woord “Graptos” betekent “Schrift”, maar ook “gebrandmerkt”. Deze heilige toezichthouder werd tijdens zijn verdediging van de heilige iconen in zijn gezicht gebrandmerkt met een stuk gloeiend heet ijzer.
Hoewel wij dus blij mogen zijn bij het vereren van de heilige iconen, dienen we tegelijkertijd ook diegenen gedenken die geleden hebben en gestreden hebben voor het behoud van de iconen.

Wat is een icoon? We noemen het ook wel een heilig schilderij. Dat is zo, maar dat is maar een deel van de waarheid. Een icoon is veel méér dan een gewoon schilderij.
In het leven van de H. Stephanos, de Jongere, die zijn leven gaf als martelaar voor de heilige iconen, vinden wij een treffende beschrijving van wat een icoon werkelijk is.
Een icoon wordt daar vergeleken met een deur, een poort, een toegang.
Maar wat betekent dit?
Het heeft als inhoud, achtergrond, dat een icoon een plaats van ontmoeting is.
Een icoon maakt dat de persoon die erop is afgebeeld tegenwoordig is, aanwezig is. Dat wil zeggen dat wanneer wij voor de Christus-icoon bidden, wij in wezen een ontmoeting hebben met Christus, dankzij de Genadegave van de Heilige Geest.
Hetzelfde geldt wanneer wij bidden voor een icoon van een van de grootste gebeurtenissen in de geschiedenis van onze Kerk, bijvoorbeeld wanneer wij bidden voor de icoon van de Geboorte van Christus, of van de Transfiguratie.
– Wanneer wij bidden voor de icoon van Christus’ Geboorte dan treden wij binnen in het Mysterie dat daarop staat afgebeeld. Wij staan voor onze Heiland, het pasgeboren Christuskind, en zijn samen met de herders aanwezig in de stal.
– òf, als wij voor de icoon van de Transfiguratie van onze Heer bidden, dan nemen wij deel aan dat Mysterie. Het Goddelijke Licht, dat zichtbaar scheen voor de drie discipelen, schijnt weliswaar onzichtbaar, maar desalniettemin als een realiteit over ons, als we met een levend geloof voor de icoon van Transfiguratie staan te bidden.

Om deze redenen is een icoon méér dan alleen maar een plaatje, een herinnering. Integendeel, de icoon maakt dat de persoon die erop staat afgebeeld, of het Mysterie dat we erop zien, hier en nu samen met ons aanwezig is. Daardoor kan de icoon ook een middel van God’s Genadegave zijn, een bron van heiliging.
In het decreet van het Zevende Oecumenische Concilie wordt een zeer interessante vergelijking getrokken tussen de iconen en het Evangelie.
Er wordt gezegd dat de iconen op dezelfde manier vereerd moeten worden als het Evangelieboek. Zoals het Evangelie ons de Blijde Boodschap, het Goede Nieuws van de Verlossing verkondigt, zo zijn ook de iconen getuigen van diezelfde boodschap van onze persoonlijke verlossing.
Indien je het zo wilt zou je de icoon een Evangelie in lijnen en kleuren kunnen noemen. En op dezelfde manier is het Evangelie een icoon in woorden.
De H. Leontius van Napels heeft gezegd dat een icoon is als een open boek dat ons herinnert aan God. De H. Johannes van Damascus zegt: “Wat het Woord van de Schrift is voor het gehoor, dat is de icoon voor het oog”.
Aldus zijn de iconen deel van de Heilige Traditie van de Kerk.
Op het Zevende Oecumenische Concilie werd vastgelegd dat diegene die een icoon schildert, niet vrij is om te schilderen waar hij zelf zin in heeft.
Een icoon is absoluut géén kwestie van persoonlijke verbeelding.
De ‘iconen-schrijver’ dient zich te houden aan de wijze van schilderen die is vastgelegd in de Traditie van de Kerk.
Volgens het Concilie is de enige persoonlijke bijdrage van de schilder gelegen in zijn of haar artistieke talent. Maar de inhoud is afkomstig uit de Schriften en van de Heilige Vaders. Het is bij een icoon-schilder dan ook gebruikelijk dat tijdens ‘het schrijven’ van de Icoon onophoudelijk gebeden wordt, zowel tot Christus, onze God, als tot de Heilige wiens afbeelding men weergeeft.

Laten wij dan, indachtig dat de icoon nauw verbonden is met het H. Evangelie, dat zij deel is van de levende Traditie van de Kerk, opnieuw God dankbaar zijn voor de aanwezigheid van iconen in ons  kerkgebouw.
Ik weet dat u allen vol verlangen uitkijkt naar het moment dat er nieuwe iconen in zo’n volgend kerkgebouw zullen worden geplaatst, dat wij behorend tot de ‘Antiocheens Orthodoxe Kerk in Nederland’ over een ‘eigen’ onderkomen mogen beschikken. Ik bid en hoop dat dit het komende jaar ‘opnieuw’ voor langere tijd gerealiseerd kan worden door als gasten ontvangen te worden in een bestaande Christelijke Kerk. Als interculturele kerk in Utrecht, voornamelijk bestaande uit vluchtelingen met een minimum bestaan’s inkomen kunnen we ook niet anders.
Wij hopen daarmee op een centrale plaats in het land een plaats van ontmoeting met onze Heer en Verlosser te vinden, waar vandaan onze priester ‘Abuna Basilios Khamis’ ons zowel kan ontvangen en van waaruit hij ons door het gehele land kan bedienen.
Wij hebben behoefte aan slechts ‘één’ centraal gelegen onderkomen, voor het overige zoeken wij elkaar in de verschillende provincies op, hebben daarbij uitwisseling van gedachten aan de hand van het Woord, de Blijde Boodschap en maken het vanuit onze huiskamers aantrekkelijk voor elkaar, vieren we ons Geloof, als navolgers van Christus. 
En daarna, zal ik nog vaak terugkomen, in de hoop de zegenende Christus in het zoeken naar Gemeenschap met de Heer in een eeuwig Verbond tijdens de dienst en de ontmoeting met mijn Christengemeenschap te kunnen zien. Ieder gelovige navolger van Christus, ja ieder schepsel is immers een icoon van God.

Χριστόφορος Παπουλάκος, ‘o μοναχός που τροφή τα πλήθη’;      Christopher Papoulakos, ‘the monk feeding the crowds’;              Christopher Papoulakos, ‘de monnik die de menigte voedt’.

En misschien, als ik straks een heel, stokoude man geworden ben en me slechts met Zijn staf, stok staande kan houden en ik dan nog eens naar dit kerkgebouw kom, dat ik dan ook de heilige afbeeldingen langs de wanden van de kerk zal kunnen zien.
Op deze manier is de kerk niet alleen een gebouw waarin zich iconen bevinden. Wanneer de kerk volgens de traditionele Orthodoxe stijl helemaal versierd is, dan wordt de Kerk als geheel – ‘één geheel met de gewone mensen‘ – tot één grote icoon. Wanneer wij vandaag dus op deze manier denken aan de heilige iconen, dan zeggen wij tegen God: “Ere zij U, o God, ere aan U!”.

Apolytikion tn.3.
Dat hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen

want de Heer heeft de Kracht van Zijn arm getoond.

Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden

en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.

Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel

en aan de wereld grote Genade geschonken”.

Kondakion tn.3.
Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,

en hebt ons verlost uit de poorten des doods.

Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;

en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde

de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij

Theotokion tn3.

Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,

daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.

Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,

heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.

En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende”.