Orthodoxie & haar uiterlijke bevestiging van het Geloof in Jezus Christus.

      Hierom zuchten wij: wij haken ernaar met onze woonstede uit de Hemel overkleed te worden, als wij maar bekleed, en niet naakt bevonden zullen worden.
Want wij, die nog in een tent wonen, zuchten bezwaard, omdat wij niet ontkleed, doch overkleed willen worden, opdat het sterfelijke door het leven verslonden zal worden.

1e dag van de Schepping, kapel Palatina te Palermo

       God is het, Die ons juist daartoe bereid heeft en Die ons de Geest tot onderpand gegeven heeft.
   Daarom zijn wij te allen tijde vol goede moed, ook al weten wij, dat wij, zolang wij in het lichaam ons verblijf hebben, ver van de Heer in den vreemde zijn
– want wij wandelen in Geloof, niet in aanschouwen
– maar wij zijn vol goede moed en wij begeren te meer ons verblijf in het lichaam te verlaten en bij de Heer onze intrek te nemen.
Daarom stellen wij er een eer in, hetzij thuis, hetzij in den vreemde, Hem welgevallig te zijn”  2Cor.5: 2-9.

Een Christen is geen navolger van Christus omdat hij/zij over God kan praten.
Hij, zij is een Christen omdat hij/zij de ervaring van ‘God is onder ons’ kan bemachtigen.
En zoals wanneer je ècht van iemand houdt en nadrukkelijk mèt hem praat,
ervaar je dàt, je geniet er van, en dàtgene vindt ook plaats wanneer je
in Gemeenschap leeft [bent] met God.
Er is geen énige relatie, die van buitenaf plaatsvindt, maar
een eenheid van God vindt in de Heilige Geest
in de mens en de mensen onderling plaats
”.
Arch. Georgios abt van I.M. Gregoriou, Athos.

God’s Geest Gods zweefde niet voor niets over de wateren, Hij doet dat nòg stééds bij al diegenen, die door het Mysterie van de doop bekleed zijn met Christus. Wanneer je in aansluiting op deze gebeurtenis stelselmatig -in je binnenkamer-, jouw persoonlijke Tempel, in gesprek gaat met God, zul je ervaren dat Hij je begeleidt op al de paden van je leven.
De ontmoeting van de mens met de Kerk van Christus en het begin van zijn/haar  persoonlijke deelname aan vergoddelijking en regeneratie in Christus zijn vruchten van het Mysterie [RK, Sacrament] van het Doopsel.
Door dit Mysterie wordt de mens gereinigd van zonde en bevrijd van de banden met/van de dood. Tussen zonde en dood bestaat een oorzakelijk verband: de dood kwam in de wereld door de zonde en vanaf dàt moment vormde de zonde het speerpunt/de angel van de dood. Het is onmogelijk om zuivering van de menselijke zonde te herkennen zonder dat hij wordt bevrijd van datgene wat hem blijkt te provoceren.
Zolang de mens zich overgeeft aan de heerschappij van de zonde, is hij/zij aansprakelijk voor zijn of haar dood; wordt zij/hij bedreigd met de dood en gaat hij/zij verder met zondigen.
Dus hoe wordt het haar/hem mogelijk gemaakt om zonder zonde te leven, wanneer haar/zijn aardse gesteldheid hier de oorzaak ervan is?
Welke mogelijkheid van leven blijft de mens over als hij/zij mens in persoon is geworden, betrokken is bij de zonde en er verantwoordelijk voor is, blijft?
Er bestaat geen andere fysieke of morele uitweg uit deze vicieuze cirkel; dan dat het overstegen wordt door het Mysterie van de Doop.
     Door de doop sterft de mens met Christus en is hij/zij met Hem verrezen en is hij/zij met Hem opgestaan in het leven van een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde.

Het Mysterie van de doop verenigt  de dood met het leven, je zult eerst sterven, opdat je zult leven, vanuit het graf en door de Opstanding.
Door de dood van de zonde [het sterven] te ondergaan komt de mens binnen in de Goddelijke invloedssfeer van de Genadegaven van de Heilige Geest, welke hem/haar wordt aangeboden door het zegel [de Myronzalving] van de Genade- gaven van de Heilige Geest en de communio, het binnentreden in de Gemeenschap met het Lichaam en Bloed van Christus.
De tegenstrever, de duivel, ‘vindt’ niets in/aan/bij de gedoopte mens.
      Desondanks is zelfs de gedoopte mens van buitenaf onderworpen aan aanvallen van de kant van de duivel, en het juk van de corruptie blijft hem lastig vallen, zeg maar treiteren.
Dit is niet te wijten aan enige onvolkomenheid in de regeneratie van de mens door de Genadegaven van God, maar wordt door God deze mens bij uitstek in de gelegenheid gesteld om zich te gedragen in de opdracht van de zaligheid, om zichzelf voor te bereiden de onsterfelijkheid op zich te nemen en neemt hij/zij daarmee de zegeningen van het toekomstige leven aan.
De doop herinnert de mens niet aan welke erfelijke schuld dan ook, zoals de Heilige Augustinus van Hippo verkondigde en met hem, de gehele Traditie van het Westen,  maar herinnert de mens aan de kracht van de dood, die in de wereld kwam door de zonde en hier de oorzaak van is.
Door het Mysterie van de Doop – zo wordt het door de heilige Cyrillus van Jeruzalem waargenomen, wordt het speerpunt, de angel van de dood vernietigd;
en Gregorius van Nyssa definieert de Doop als de oorzaak van wedergeboorte en regeneratie. Volgens de Heilige Gregorios Palamas hernieuwt de doop de geschapen mens, geeft hem/haar over aan het leven van de nieuwe tijd, die boven de zinnen en de geest uitgaat, en maakt hem/haar deelgeno[te]ot aan het incorrupt handelen en de zondeloosheid.
Door de bij de doop ontvangen Genadegaven, verkrijgt de mens, Datgene wat ‘het Beeld en de Gelijkenis aan God‘ vormt, wordt de mens gezuiverd en verlicht en verwerft hij/zij de Kracht om die Gelijkenis aan God of de vergoddelijking te verwerven, te bereiken, die de val onmogelijk had gemaakt.
Genadegaven [Gr.= X
αρισματα, Charismata] zijn geschenken [om niet] Welke door God via de Heilige Geest worden overgeleverd:

Zowel Man als Vrouw houden de fakkel van Geloof brandende, dankzij de H. Geest

            Maar aan een ieder wordt
de Openbaring van de Geest gegeven tot welzijn van allen.
•  
Want aan de een wordt door de Geest gegeven met wijsheid te spreken,
• en 
aan de ander met kennis te spreken krachtens dezelfde Geest;
• aan de een geloof door dezelfde Geest en
• aan de 
ander gaven van genezingen door die ene Geest;
• aan de een werking van krachten,
• aan de ander 
profetie;
• aan de een het onderscheiden van geesten,
• en aan de ander allerlei tongen,
• en aan weer een ander vertolking van tongen.
Doch dit alles werkt een en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil“ 1Cor.12: 7-11.

Onze Heer en Verlosser gebruikt het Woord om het Geloof -‘in ons‘- te laten werken, te laten opgroeien, volwassen te laten worden. Daarom dien wij als Gemeenschap mensen zijn van het Woord en van niets en niets anders.
Al biddend lezen en bestuderen van het Woord en daarbij om het Getuigenis van de Heilige Geest te vragen, Die ons het Goddelijk inzicht geeft [het ‘Thabor’- Licht onthult], Die ons het een en het ander openbaart en die ons allen onderwijst.
Het gaat daarbij niet om jezelf blind te staren op je eigen vermeende vermogen om te geloven, of je onvermogen om tot geloof te komen.
Het gaat daarbij niet om wat je bezit, aan wat je in het verleden gekregen hebt, of wat je allemaal nog wel niet zou kunnen doen om het Hemels Koninkrijk te verwerven.
Bidt daarom slechts om de Genade van het Geloof, Jezus Christus, te mogen ontmoeten, te zien. Om te mogen zien en te mogen geloven wat Hij heeft gedaan en wat Hij met je kan en wil doen, dat je er ook gevolg aan mag geven.
De beste daad van het Geloof is: jezelf volkomen te verliezen en verslonden te worden in de volheid van Christus.
En daarom, is ‘God in ons midden, Hij is [er] en zal [er altijd aanwezig] zijn’ en ligt hier een sterke aanbeveling voor het onophoudelijk gebed in stilte [het Jezusgebed]:
Heer, Jezus Christus, Zoon van de levende God, ontferm U over mij, arme zondaar”.
Neem van mij aan dat hetgeen je vraagt je reeds hebt ontvangen – bidt dan ook als zodanig, want Christus heeft Zelf gezegd:
      Men zal u uit uw gebedshuis bannen; ja, het uur komt, dat een ieder, die u doodt, zal menen aan God een heilige dienst te bewijzen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij [als Zijn Zoon her-]kennen. Maar deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat, wanneer hun uur komt, gij u moogt herinneren, dat Ik ze [tot] u gezegd heb
John.16: 2-4.
En:
      Nog veel heb Ik u te zeggen, maar gij kunt het thans niet dragen; doch wanneer Hij komt, de Geest der Waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen.
Hij zal Mij verheerlijken, want Hij zal het uit het Mijne nemen en het u verkondigen.
Al wat de Vader heeft, is het Mijne; daarom zei Ik: ‘Hij neemt uit het mijne en zal het u verkondigen’John.16: 12-15.
Op deze manier richt de Heilige Geest Zich niet alleen op ons Geloof als volgeling van onze Heer, Jezus Christus, maar door Christus op de Heerlijkheid van de Heilige Drieëenheid.

Apolytikion doopdienst:
Gij allen, die in Christus zijt gedoopt,
gij hebt u met Christus bekleed, Alleluia“. [3x],
zie bijgaand Pdf:
De Dienst van De Doop en De Myronzalving
uitgave orthodox Klooster in De Peel ❖ geboorte van De Moeder God’s ❖ Asten – Nederland