18e Zondag na Pinksteren – Hebt uw vijanden lief

‘God’s akker zijn wij’;
‘We are God’s field’;
‘Είμαστε ο χώρος του Θεού’;
‘ نحن حقل الله’

    En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen, doet gij hun evenzo.
En indien gij liefhebt, die u liefhebben, wat hebt gij voor? Immers, ook de zondaars hebben lief, die hen liefhebben.
Want indien gij goed doet aan wie u goed doen, wat hebt gij voor? Ook de zondaars doen dat. En indien gij leent aan hen, van wie gij hoopt iets te ontvangen, wat hebt gij voor? Ook zondaars lenen aan zondaars om evenveel terug te ontvangen.
       Neen, hebt uw vijanden lief, en doet hun goed en leent zonder op vergelding te hopen, en uw loon zal groot zijn en gij zult kinderen van de Allerhoogste zijn, want Hij is goed jegens de ondankbaren en bozen.
Weest barmhartig, gelijk uw Vader barmhartig isLuc.6: 31-36.

      [Bedenkt] dit: wie karig zaait, zal ook karig oogsten, en wie mildelijk zaait, zal ook mildelijk oogsten. En ieder doe, naar dat hij zich in zijn hart heeft voorgenomen, niet met tegenzin of gedwongen, want God heeft de blijmoedige gever lief.
    En God is bij Machte alle Genade in u overvloedig te schenken, opdat gij, in alle opzichten te allen tijde van alles genoegzaam voorzien, in alle goed werk overvloedig moogt zijn, gelijk geschreven staat:
            ‘ Hij heeft uitgedeeld, aan de armen gegeven, zijn gerechtigheid blijft in eeuwigheid’. 
Hij nu, die zaad verschaft aan de zaaier en brood tot spijze, zal u uw zaaisel verschaffen en vermeerderen, en het gewas uwer gerechtigheid doen opschieten, terwijl gij in alles verrijkt wordt tot alle onbekrompenheid, welke door onze bemiddeling dankzegging aan God bewerkt2Cor.9: 6-11.

‘ Christus de zaaier, wij zijn mede-zaaiers’;
‘ Christ the Sower, we are co-sowers’;
‘ Ο Χριστός ο σπορέας, είμαστε συνεργοί’;
‘ المسيح الزارع ، نحن متعاطفون’.

Ja, ‘dàn’ heb je wel makkelijk praten, maar wie zaait er hier nog in deze wereld?:
  indien gij leent aan hen, van wie gij hoopt iets te ontvangen, wat hebt gij voor?”.
Maar als dat lenen nu gewoon een overval betreft van iemand, die drommels goed geweten heeft dat het geld bestemd was voor de toekomst van een gemeenschap.
Het gewone kerkvolk verlangt ‘goed’ te doen, zeker de religieus bewogen mens verlangt dit.
Het tegenkomen van eigen zwakheden beschadigt een mens en brengt hem in de war – zonder God is er namelijk niets dan chaos. Ook de ‘Heilige Kerk’ is hierdoor teneergeslagen, indien je ziet wat er binnen haar rangen aan falen, ja aan gruwel gebeurd is en nog steeds plaatsvindt. De realiteit van eigen zwakheid, van eigen boosheid doet de mens angstig zoeken naar het goede in zichzelf; hij klampt zich er zelfs aan vast.
Niet goed zijn‘ en bij ‘de gevallenen‘ en de ‘niet zó goeden behoren‘ is het ergste wat de gelovige mens zou kunnen overkomen . . . diep in onszelf zijn we ons ervan bewust op ‘niets‘ aanspraak te kunnen maken. Wij hunkeren naar ‘ontfermingvan geheel ons mens zijn als drager van rechten en plichten. Wanneer je op zo’n moment geconfronteerd wordt met hoogmoed van gezagdragers, die zonder enige vorm van overleg beschikken over het geld dat voor een ander doel bestemd is, dan geraak je geheel van slag. Dit wordt nog eens bekrachtigd wanneer de persoon in kwestie zich tracht te verantwoorden en te legitimeren door te verkondigen: “Maar het was toch een lening, ja, zo is het de bedoeling geweest”. Ja, dank je de koekoek, zo lust ik er nog wel eentje.
          Dat er in de ‘heilige Kerk‘ ongerechtigheden plaatsvinden is uit de geschiedenis bekend, maar dat het binnen eigen gelederen zonder dat er pardon wordt uitgesproken ongestraft plaatsvindt gaat mijn ontwikkelingsniveau te boven.
       Ik betitel dit als diefstal en dat is liefdeloos en reeds bij Wet, zowel de 613 regels van de Thora, als de 10 geboden en de liefdeswet van Christus verboden.
De Kerk is niet beter dan de wereld, wanneer een kind ons duidt dat al die oorlogen beter op een schaakbord uitgevochten dienen te worden. In de ogen van een kind draait het om delen en geven, elkaar het Licht in de ogen gunnen, om ‘over’leven en verwachting op hetgeen komen gaat; wat dat aangaat zijn zij wijzer dan menig politicus. Immers alles zal wijken voor medelijden en medeleven tot degenen die het aan rust en leeftocht ontbreekt. Doch ook het schaakbord van de sportiviteit is vergiftigd  door de geldingsdrang van geld en macht. Oorlogen worden op vreemd grondgebied uitgevochten, het Westen bevecht het Oosten in het Midden-oosten, Iran steunt de ene partij en de Saudisch de ander in Jemen en het volk aldaar is de dupe, komt om van ellende. Het wachten is op een volgende brandhaard tussen de V.S. en China of is het Afrika waar hun strijd wordt uitgevochten. Ondertussen maak je het streven naar Vrede via een Permanent Hof van Arbitrage in dit soort zaken uit voor al wat lelijk is, teneinde eigen onvermogen aan leiderschap te verbloemen.

Bewogen woorden;
Moving words;
Κινούμενες λέξεις;
نقل الكلمات.

      Wij hebben de Heer in het Evangelie van zondag voor de Verheffing van het Heilige Kruis gehoord, waarbij de grootte van Zijn Liefde wordt onthuld, Die culmineert en verzegeld wordt door Zijn kruisiging.  De vernedering van de Blijde Boodschap van deze zondag door een gezagsdrager brengt ons tot de poging een ‘horizontale dimensie’ van de Liefde te definiëren.
Het formuleren van de universele, ‘hoogste regel’ die elke menselijke opvatting vóór en ná Zijn aanwezigheid op aarde overschrijdt.
Laten wij daarom, plechtig en nederig, stilstaan bij de woorden van de eenzame Verlosser, onze Heer Jezus Christus, Die onze harde harten tracht te verzachten en de woestijnen van het leven doet herleven.
            Waar ben je ?Gen. 3: 9.
Dat is de allereerste vraag, die Hij aan de mens heeft gesteld.
Het is opgenomen in Zijn Woord en het leert ons een les aan het begin van de Blijde Boodschap. Deze woorden “ Waar ben je ?“, leren ons dat God de zondaar nooit alleen zal laten in z’n zonde.
De mens hoort Zijn stem, sprekend in Zijn gewone accenten van vriendschap en vriendelijkheid; maar het sloeg op ‘een schuldig hart’ in als de stem van een vijand. Er bevindt zich een getrouwe getuigenis voor God in ‘s-mens eigen borst, die hem vertelt dat hij zichzelf had verwond; en “hij was bang !”.
God had tot nu toe Zelf geen enkel teken van verandering in de richting van hem getoond; maar de mens had zichzelf verheven tot god en hij deed het zichzelf aan

De “gouden regel van de liefde:
           Zijn de mensen gezegend, die de Heer niet willen zien en horen op de kusten, de vlakten en de heuvels van Galilea, omdat Zijn aanwezigheid de aarde heiligt?
           Zijn toespraak op de berg is diep doorgedrongen in het geheugen van degenen die Hem navolgen en dringt door tot de ethers, om onschatbare waarde te blijven, een eeuwige schat van de mensheid.  De beroemde Zaligsprekingen versieren de harten van hen die getroffen worden door de hoogmoed van anderen door alle tijden.
Tòch geven de woorden:  Waar ben je ?  en die van de bergrede moed aan de armen van geest, de eenvoudige leden van die gemeenschap, die zich maar dienen te schikken onder al dat hoogmoedig geweld. Zij geven moed aan de armen, de hongerige, de rouwklachten, de gewonden, de toegewijden, met de belofte van eeuwige vreugde.
            Integendeel, de rijken, de hard-hartige en de hartstochtelijk aan de wereld geklonkenen zullen de ellende in het eeuwige leven ontvangen! Maar de Heer opent nieuwe horizonten in de relaties van mensen:
   Allereerst organiseert onze Heer, wat mij zelf aangaat, geheel onverwacht een ontmoeting met een Metropoliet, die wèl door de wol geverfd is, een bloedserieuze monnik, die z’n sporen elders verdiend heeft. Het heeft mij verwonderd, ik had de moed binnen de Orthodoxie al opgegeven en was van plan niet nogmaals m’n neus te stoten aan zulk ongeregeld hooghartig gedrag.
           Om je vijanden lief te hebben, om degenen die je haten te bevoordelen, degenen die vervloekt zijn te zegenen, om te bidden voor degenen die je mishandelen” Luc.6: 27-28.
Aan de hand van het Torah-gebod omtrent de naastenliefde [Lev.19: 18] werd aan de hand van de positieve versie van Tobias 4: 15 een algemeen geldende en begrijpelijke “gouden gedragsregel in de Liefde” ontwikkeld: “ . . . . . Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet”. Soortgelijke, negatief of positief geformuleerde, kernspreuken of leerstellingen, met verschillende betekenissen, werden vanaf de 7e-eeuw v.Chr. overgeleverd in religieuze en filosofische teksten uit China, India, Perzië [het huidige Iran], het oude Egypte en  Griekenland.
Oordeel mij, God; voer mijn rechtszaak, tegen een ongewijd volk.
Bevrijd mij van de niet-gerechte mens en van de bedrieger.
God, Gij zijt toch mijn sterkte, waarom verstoot Gij mij?
Waarom moet ik treurig voortgaan onder de slagen van mijn vijanden?
Zend Uw licht uit en Uw waarheid, om mij te geleiden.
Zij zullen mij voeren naar Uw heilige berg, naar Uw woonplaats.
Dan zal ik opgaan tot Gods altaar; tot de God die mijn jeugd verblijdt.
Ik wil U belijden op de harp, God, mijn God.
Waarom zijt gij zo treurig mijn ziel? Waarom verontrust ge mij ?
Vertrouw op God, want ik zal Hem belijden: Hij is het heil van mijn aanschijn; Hij is mijn GodPsalm 42 vert. ROK ’s-Gravenhage.

Peace Palace in The Hague

Waarom zegt Christus ons, als je van degenen houdt die van jou houden, als je goed doet aan degenen die alles jou ten goede laten komen, als je datgene leent aan hen, die jou zullen terugbetalen, wat is dan de toegevoegde waarde?
  Werkelijkheid is meer dan waarheid” het lijkt een wat merkwaardige boodschap van een denker des Vaderlands. Deze houdt kort samengevat in dat het gewone voordravende en niet- bewust-levende volk niet zo geïnteresseerd is in waarheid. Een merkwaardige opvatting, die uit de ontmoeting met mensen en de menselijke conditie wordt weersproken. Niemand vindt het namelijk fijn te worden voorgelogen of bedrogen [ in bed, in de supermarkt of in de vriendschap] – dat lijken mij vrij universele waarden te zijn.
“ . . . . . Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doet dat ook de ander niet” Doen de hoogmoedige zondaren niet hetzelfde?  Maar u gelovigen houdt van uw vijanden, opdat uw beloning groot zal zijn en uw zonen van de Allerhoogsten  zijn, omdat Hij als God gewoon te goed is om ondankbaar en kwaad te zijn.
God staat mijlenver boven de mens.  Het Woord heeft dus te maken met je ingewanden, en jouw Vader in de Hemelen gaat daarin tot het uiterste, is visceraal!!!

Het Mysterie van de Drie-eenheid

Heb elkander Lief, zoals de Heilige Drie-eenheid in een Liefdes-band één God is’.

          Het zou voor iedereen vele [dag-]boekdelen van het leven kunnen vullen: ‘Onze Heer en Verlosser, Die zelfs met een dood eenvoudige aanpak van het universele fenomeen van de liefde ons probeert te genezen’.
          Het is eenvoudig zo dat God’s vormen of uitdrukkingen niet te tellen zijn; relaties, obligaties, gevoelens, en al de situaties waarmee wij ze verwarren of daaraan verwant zijn.
          Dus als je wat vraagt in datgene ‘waarin’ wij de mensen om ons heen elkaar lief hebben, krijg je de meest vreemde, misschien tegenstrijdige antwoorden.  Afhankelijk van hun psychosynthese zijn onderwijs, overtuigingen, doelen, mensen actief; soortgelijk zijn zij uit op liefde voor zichzelf en hun eigen belangen, de toezichthouder wordt dan een ‘tot-zich-houder’ en doet gewoon waar die zelf zin in heeft, wie doet hem wat? We kunnen echter zeggen dat de hoofdvormen van liefde in zijn maatschappelijke dimensie zijn: moeder en vaderschap’s liefde, broederliefde, liefde van kinderen voor ouders, liefde in een huwelijk of vriendschap, liefde voor dieren en de ons omringende natuur.
Gegeven vanuit de Liefde tot God, creëren deze woorden wonderen; daar is op het hoogste niveau over nagedacht en het verfraait het leven.
Het is eigenlijk niet nodig om te benadrukken dat ‘Liefde‘ de centrale as is van  de Blijde Boodschap en de prediking van Christus en de Apostelen; in primaire gemeenschappen ben je als vanzelfsprekend op elkaar aangewezen.
Nood leert bidden‘, dat wisten onze ouders reeds, tijdens en nog tot vlak na de 2e wereld oorlog – die tijd wordt echter wel herdacht, maar niet langer beleden, want dat heeft voor velen voor goed afgedaan.
De woorden van de brieven van de H. Johannes de Theoloog, de ‘Evangelist van de Liefde’ worden echter alom in de Kerk vernomen en vormen omdat zij diep in ons hart zijn doorgedrongen een richtlijn in ons leven.
Hetzelfde gaat op voor de beroemde “Hymne van de Liefde” van de hand van de Apostel Paulus. Unieke teksten die de leringen van Christus en de werking van de Kerk voortstuwen in de tijd.
Zij realiseren, als door God Zelf gemaakte creaties, die het organisme realiseert van de ware Liefde, omdat ze de innige samensmelting verbeeldt met haar geliefde Bruidegom.
            Door deel te nemen aan deze levendige ‘communio’ van Liefde, waar àlles verlicht wordt door het Licht van Christus, kunnen we begrijpen waarom Hij ons vraagt om onze naaste lief te hebben als onszelf.
Deze Liefde negeert en onderschat de Wet niet, niet de 613 regels, niet de 10 geboden evenals de 2-voudige Liefdeswet van Christus en daarbij de inspanningen van mensen waardoor een Verbond’s Volk in harmonie kan samenkomen.
Dáár wordt niet stilzwijgend gedaan of er niets aan de hand is wanneer je een faliekant verkeerde beslissing hebt genomen, die mensen op hun ziel hebt getrapt en vernedert. Die mensen van je verwijdert, hen de Kerk ‘uit’-jaagt’, omdat jij ‘despoot’ heel onvolwassen de nagel van je disfunctioneren niet durft te verwijderen. Maar omdat Christus onze menselijke fouten kent, de afwijkingen van onze goddelijke bestemming en de aantrekking’s-kracht van de wereldse goederen, dringt Hij er bij ons op aan om ook hierin een heldhaftige stap te nemen, een overgang te bewerkstelligen, zelfs om van je vijanden te houden!
Daarom zijn er in onze relaties met onze medemensen veel “overbrugging’s-mogelijkheden”, trappen van bekwaamheid, maar daar behoort het gewoon maar ‘doodzwijgen’ en het geven van ontwijkende antwoorden niet bij.
Iemand, die goede dingen doet voor andere mensen, zeker wanneer deze vòl zijn van Genadegaven zal de één anders handelen dan de ander, zo is het ook met onze Heer en verlosser, Die wel-doende rondgaat in deze wereld.

        Wil je dan ook iemand voorstellen om tot oprecht berouw te komen, met name van degenen, die hun hartstochtelijke liefhebberijen nog niet hebben gedoofd, dan dien je die bemoedigend tegemoet te treden, zodat zij er niet in stikken en zich terugtrekken.
       Met name zij die vanuit de Kerk door geweld gewond zijn geraakt en hier keer op keer mee in aanraking komen, komt dit van tijd tot tijd opzetten en moedigt hen aan in herhaling te vervallen.
         Gemeenschap’s-zin komt voort uit een goed samenspel van betrokken gelovigen, een betrouwbare overheid en inlevende ambtsdragers, zeker wanneer deze door een ‘AXIOS’ omgeven zijn. De verbindende schakel is een sociaal-fysieke infrastructuur: plekken waar toegankelijke vertrouwdheid kan ontstaan waardoor onderlinge vooroordelen doorbroken kunnen worden en mensen weten wàt ze aan elkaar hebben. Daartoe dienen er verbanden te ontstaan waarbinnen gelovigen zich al doende de benodigde kennis, vaardigheden en houding kunnen aanmeten, zodat zij weten dat zij in hun doen en laten worden gewaardeerd.

Robotisering van de mens betekent verharding;
Robotisation of man means hardening;
Η ρομποτικοποίηση του ανθρώπου σημαίνει σκλήρυνση.

        Het omzeilen òf bewust niet reageren op opwinding vanwege menselijk falen leidt niet vanzelfsprekend tot meer participatie van beminde gelovigen, broeders en zusters in de leer.
Het is niet vanzelfsprekend dat diegenen, die gevorderd zijn in ‘praktische’ arbeid stilzwijgend hun wonden likken en enkel genoegdoening accepteren op basis van hemelse verlichting.
Zwijgen en ontwijkend reageren bevordert ‘bewust’ een gevangenschap van het absurde en leidt tot gelovigen, die jarenlang kwaad blijven op degenen die zich in hun ogen misdragen hebben.
De verlichting van de geest wordt geblokkeerd en heeft openbaar maken van mistoestanden tot gevolg – brengen logische en godelievende [om een Belgisch woord te gebruiken] beslissingen voort. 

        Wanneer de geest zorgvuldig onder strenge knoet gehouden wordt en de zintuigen door irrationele impulsen en bewegingen onderworpen worden, wordt er beslist geen rust in de gemeenschap bevorderd, eerder zal men de superieur niet langer serieus nemen; hem als niet-geschikt terzijde schuiven, uit de weg gaan, vermijden.
        Het sterflijke wordt immers verzwolgen door het Leven òf zoals men het in goed Nederlands formuleert “het zal mijn tijd wel duren” oftewel “zo’n iemand zal ìk mijn geestelijke en zakelijke kwesties niet meer toevertrouwen”.
En dan wordt in ogenschouw genomen: “  Aan eenieder van ons afzonderlijk is de Genade 
gegeven, naar de mate, waarin Christus haar verstrektEph.4: 7.
Laat hem maar gaan, hij krijgt z’n trekken wel thuis, laat hem stikken en zoek een normaal reagerend gezagdrager.

H. Johannes Chrysostomos, geïnspireerd door de H. Apostel Paulus

        De één geeft God wijsheid, de ander al naar zijn behoeften, bediening voor opleiding, scholing en beoefening van de bemanning van de gemeenschap. En dit is nu precies datgene wat, niet “in de huidige tijd” past, maar vandaag gewoon als Waarheid beschouwd kan worden, dat wil zeggen, om de Belofte van onze Heer uit te breiden, dat Hij ons in ieder geval ‘nooit en te nimmer’ met rust zal laten.
        De Heilige ‘Guldenmond”, die de woorden van de Heer analyseert, somt negen heldhaftige stappen op, die de mens zou dienen te nemen, om een overgangsperiode te bewerkstelligen, ja, zelfs om zó vèr te komen dat we van onze persoonlijke vijanden gaan houden!
        Verdraagzaamheid en de bal niet terugspelen geeft geen genoegdoening voor degene, die ons geschaad hebben – om de liefde te bereiken blijft ons alleen nog over ons gebed op te pakken en terwille van hen ontferming af te smeken.
Deze reactie is het enige wat overblijft en zó God het wil zal dit gloeiende kolen op iemand’s hoofd plaatsen. Dit is niet oproepen agressief te worden, met vurige kolen op iemands hoofd stapelen wordt bedoeld dat je iemand die iets verkeerds of slechts heeft gedaan niet straft, maar juist heel vriendelijk voor hem bent.
In feite zeg je hiermee het meest onbegrijpelijke dat de Heer van ons verlangt, dat we zijn zoals onze Hemelse Vader. Hij houdt zonder dollen van kwaadaardige mensen en laat weten dat zij die niet behandeld willen worden als ‘ziek’, ja zelfs als ‘stervend’ beschouwd dienen te worden. 

De gaven van de Heilige Geest

Christus, Verlosser van de wereld

          In het leven van de Kerk en de ascetische Traditie zien we dat de Heiligen Christus imiteren, hun passies en zwakheden bestrijden en inderdaad de bron van alles kwaad, de verschrikkelijke zelfliefde.
Adam’s ‘treuren omdat iemand gestorven is‘ gaat door met het Leven. Het dwingt de mens ertoe te komen tot een “leegmaken“, een mededogen en alle mensen onder dezelfde vleugelen te hoeden. De geplengde tranen strekken zich over de gehele schepping uit.
Daarmee staan voor het Mysterie van de Liefde. We kunnen op die manier ervaren hoeveel “bovenmenselijke Kracht” z’n uitwerking vindt. Filosofen en opvoeders beoefenen ‘pedagogische liefde’, veel mensen hebben hier al boeken over vol geschreven. Wetenschappers gebruiken het als een methode van psychotherapie.
Maar, zoals onze Heer en Verlosser het ons duidelijk maakt, kan het ‘nooit‘ gebaseerd zij op een zuivere menselijke overwinning/verovering op jezelf.
Deze Liefdeshouding overschrijdt al de menselijke grenzen.
Als de mooiste bloem vanuit de Hemel op aarde neergedaald is het een Genadegave van de Heilige Geest. Om mensen hun getrouwheid in Christus te laten dragen en de goederen van het komende Koninkrijk te genieten.
Wel, mijn broeders in de Heer, in haat, wraak en onmenselijkheid, die we in onze tijden te verduren hebben en die wij als gevolg van ons menselijk handelen voortdurend over onze geloofsgemeenschap  doen toekomen, laten we ons niet van de Liefde in Christus afkeren, doch er naar te kijken als handreiking van Hem persoonlijk aan ons lijdenden gericht als teken van Zijn Aanwezigheid in deze wereld. Liefde, welke, met het vooruitzicht van de eeuwigheid, volgens de apostel van de naties, “nooit ontkend mag worden”.
            Moreel besef, omdat onvoorwaardelijke liefde voor de officiële partner een vereiste is.
Nooit, nee nooit, mag deze belast worden met kennis van overspel, laat staan verlaten worden voor een ‘tijdelijke’ tochtgenoot. Overspel vereist paradoxaal genoeg ook voor monniken een goede, stabiele liefdesrelatie, anders is het niet minder dan een ordinaire zoektocht naar een nog leukere ‘instabiele‘ partner.
De pijn van het gemis van een goede stabiele liefdesrelatie is de manier waarop je hart je duidelijk maakt dat ware Liefde nog steeds bestaat . . . . . 

Apolytikion     tn.1
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
“   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.