17e Zondag na Pinksteren – de ontvangenis [conceptie] van de H. Glorieuze Profeet, Doper en Voorloper Johannes.

      Er was in de dagen van Herodes, de koning van Judea, een priester, genaamd Zacharias, behorende tot de afdeling van Abia en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron en haar naam was Elisabeth.
Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. En zij waren kinder-loos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.
En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt zijner afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel des Heren binnen te gaan en het reukoffer te brengen.
En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer.
En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar.
En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem, maar de engel zeide tot hem:
  Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes geven. En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Heer en wijn en 
sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot van zijn moeder af aan en velen van de kinderen van Israël zal hij bekeren tot de Heer, hun God. En hij zal voor Zijn aangezicht uitgaan in de geest en de kracht van Eliah, om de harten der vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Heer een wel-toegerust Volk te bereiden.
En Zacharias zeide tot de engel:
‘ Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen.
En de engel antwoordde en zei tot hem: ‘Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijmare te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd in vervulling zullen gaan.
En het volk stond op Zacharias te wachten en zij verwonderden zich, dat hij zo lang in de tempel vertoefde.
Toen hij dan naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken en zij begrepen dat hij in de Tempel een gezicht gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom.
En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis.
Na die dagen werd Elisabet, zijn vrouw, zwanger en zij verborg zich vijf maanden, want, zei zij:
‘ Aldus heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen’Luc.1: 5-25.

      Er staat immers geschreven, dat Abraham twee zonen had, een bij de slavin en een bij de vrije. Maar die van de slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte.
Dit is iets, waarin een diepere zin ligt.
Want dit zijn twee bedelingen: de ene van de berg Sinaï, die slaven baart, dit is Hagar.
Het [woord] Hagar betekent de berg Sinaï in Arabië.
Het staat op een lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij.
Maar het Hemelse Jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder.
Want er staat geschreven:
  Verheug u, gij onvruchtbare, die niet baart, breek uit en roep, gij die geen weeën kent; want talrijker zijn de kinderen der eenzame dan van haar, die een man heeft
Gal.4: 22-27.

Johannes de Doper, de Voorloper van Christus

Ὁ Ἅγιος Ἐνδοξος Προφήτης, Πρόδρομος καὶ Βαπτιστής Ἰωάννης;
The Prophet, Prodromos and Baptist Ἰoannis;
De Profeet, voorloper en Doper Johannes”.

Johannes de Doper [oud Gr.: Ἰωάννης ὁ βαπτιστής, Iōánnēs o Baptistḗs, de persoonsnaam afgeleid van het Hebreeuwse יוחנן, Jochanan, “JHWH heeft genade getoond”].
In de Orthodoxe kerken wordt hij Johannes Prodromos, Johannes de Voorloper genoemd.
Hij leefde van ca. 7 v.Chr. – ca. 30, maar zeker vóór 36 n.Chr.) is binnen het christendom een Profeet.

Johannes heeft omstreeks het jaar 30 in de provincie Judea gepredikt.
De oudste bronnen over zijn leven zijn de werken van Flavius Josephus en de vier evangeliën in het Nieuwe Testament. Ook in verschillende apocriefen van het Nieuwe Testament komt Johannes voor.
Het belangrijkste aspect van Johannes’ bediening komt tot uitdrukking in zijn opvallende bijnaam: βαπτιστής, baptistēs, “Doper”, afgeleid van βαπτιζω, baptizō, “onderdompelen”.
Johannes voltrok een reinigingsritueel waarbij de dopeling volledig in het stromende water van de Jordaan werd ondergedompeld. Dit ritueel bleek een identificerend kenmerk van de “Doper” te zijn geweest. Ook bij Josephus werd verwezen naar zijn doopactiviteiten [al werd het bij Josephus gereduceerd tot een vorm van lichaamsverzorging].
Ten opzichte van de in de Thora voorgeschreven zelfwassingen schijnt het doopritueel van Johannes, dat een doper bij een dopeling uitvoert, iets nieuws, vernieuwends te zijn geweest.

Onlosmakelijk verbonden met het “onderdompelen” was zijn predikings- of verkondigings-activiteit. Pas na de eraan voorafgaande inkeer en bekentenis werd de betekenis van de doophandeling geldig. Johannes voltrok een doop “om zo vergeving van zonden te verkrijgen“. Daarmee vervulde hij wat over hem in zijn vaders ‘lofzang’ al was voorspeld, namelijk dat hij voor de Heer uit zou gaan “om zijn volk bekend te maken met hun redding door de vergeving van hun zonden“.

Lofzang van Zacharias, de vader van Johannes de Doper:

Zacharias & Johannes de Doper, I.M. Holy_Cross Jerusalem, Georgian fresco

  ‘gezegend de Heer, Israëls God: Hij heeft Zijn volk bezocht en het verlossing bereid;  hij heeft een hoorn van heil  voor ons doen verrijzen in het huis van David, zijn dienaar,

– zoals hij heeft gesproken door de mond van zijn heiligen, de profeten van eeuwigheid af:  bevrijding van onze vijanden van de hand van al wie ons haten,
om de ontferming  over onze vaderen te betonen, te gedenken zijn heilig verbond,

–  de eed die hij heeft gezworen  aan Abraham, onze vader:  het ons te geven om zonder vrees,  aan de hand van vijanden ontrukt, hem dienstbaar te zijn, in heiligheid en gerechtigheid voor zijn aanschijn in al onze dagen!

–  en jij, kleine jongen, zult profeet van de  Allerhoogste worden genoemd,  want je zult uitgaan voor het aanschijn van de Heer  om te bereiden wegen voor hem door kennis van heil te schenken aan Zijn volk in de vergeving van hun zonden;  het is door het innige ontfermen  van onze God  dat uit den hoge naar ons komt omzien de opgaande zon,  en gaat schijnen voor wie neerzitten in duisternis en schaduw des doods,

– om onze voeten te richten  op de weg van de vrede! vert. Naardense bijbel.

Dat is niet meer of minder dan een combinatie van
Profetische en Priesterlijke volmacht.
Zijn gericht’s-prediking en doopactiviteiten waren Johannes’ belangrijkste activiteiten.
Tenslotte trad hij nog eenmaal als criticus van de tetrarch Herodes Antipas op.
Terwijl de kuddes naar hem kwamen bij de Jordaan, nam hij in dit geval zelf het initiatief.
Marcus en Matteüs formuleren zijn kritiek in de directe rede: “U mag niet…“.
Deze confrontatie met zijn landheer werd hem uiteindelijk noodlottig.

Apolytikion     tn.4.
”   Verheug u, onvruchtbare, die nog nooit gebaard had,
want nu draagt u de Kandelaar van de Zon,
die heel de wereld verlichten zal
om dez van blindheid te genezen.
Dans dan van VreugdeZacharias en roep vol vertrouwen uit:
hij is Profeet van de Allerhoogste,
die nu geboren wordt“.

Kondakion     tn.1.
”   Nu verheugt zich de grote Zacharias
meet zijn geprezen vrouw Elisabeth,
want zij heeft ontvangen de Voorloper Johannes,
over wie door de Aartsengel het goede nieuws verkondigd was.
En wij vereren op waardige wijze
de Mysterie-drager van de Genade“.