Orthodoxie & de oproep tot catechese op basis van grondbeginselen.

Jaäcob & Esau, by Rembrandt – wat is je verantwoordelijkheid?
Jaäcob & Esau, by Rembrandt – what is your responsibility?

Zien is geloven; geloven is van oudsher vertrouwen hebben in de toekomst.

Red mij toch uit de hand van mijn broeder, uit de hand van Esau, want ik ben bevreesd voor hem:
misschien zal hij komen en mij verslaan, zowel moeder als kinderenGen. 32: 11.

De zinsconstructie van dit vers lijkt zich te herhalen.
Jaäcob had maar één broer, Esau.
Enerzijds had hij dan kunnen zeggen: ”Red mij alstublieft uit de hand van mijn broeder” òf  anderzijds: ”redt mij alstublieft uit de handen van Esau”; òf zelfs “redt mij alstublieft uit de hand van mijn broeder, Esau”.
Waarom was het dan nodig om door te verwijzen?; naar zowel ‘de hand van mijn broeder‘ als naar ‘de hand van Esau‘, alsof het twee verschillende dingen zou betreffen?

Jaäcob betekent in het Hebreeuws “God beschermt” – ‘hij, die de hiel vastgrijpt’, hij was tenger, teer gebouwd; Jaäcob wordt later Israël genoemd en is daarom de stamvader van de Israëlieten, waarvan de oorspronkelijke twaalf stammen uit zijn twaalf zoons ontstaan zijn.
Esau betekent ‘harig/behaard’, hij was zwaar gebouwd, ruig en sterk, man van de jacht.
Er zijn twee manieren waarop Esau Jaäcob  kan benaderen:
1.]. met liefde, zoals van een broeder verwacht mag worden;
2.]. als de slechte, vijandig gezinde  Esau.
Indien Esau Jaäcob aanvalt als een boosaardige vijand, dan is het duidelijk
dat Jaäcob bescherming en hulp nodig heeft.
Maar Jaäcob zag in zijn wijsheid dat Esau’s liefde even gevaarlijk kan zijn – en –
hij bad om Goddelijke hulp om eveneens met dàt aspect van Esau om te gaan.

Honderden jaren geleden konden wij ons nog afvragen: Wat is er nu zo gevaarlijk aan de liefde van Esau?  Zou het niet geweldig zijn als iedereen van gelovige mensen, Christenen, Joden en Moslims zou houden?
Vandaag de dag zijn de bijbehorende gevaren voor zelfs voor de meest a-politieke domoor  duidelijk – de meest assertieve politicus maakt hier handig gebruik van.
We ervaren mogelijk iets unieks in de Joods-Christelijke geschiedenis – wat je het post-vervolging’s-tijdperk/ de eindtijd van de Joods-Christelijke samenleving zou kunnen noemen – waar we niet kunnen rekenen op enige vorm van medelijden, maar op extreme vervolgingen en op mensen die ons haten en er alles aan gelegen is òns gelovigen uit elkaar te drijven. De wereld houdt van ons tot aan ons Kruis, de dood, loopt dwars óver ons bestaan heen, ziet ons niet langer als heilbrengend – en het ergste is dat we er geen ander antwoord op hebben, dan ons dan maar zwijgend op ons pad naar het Hemels Koninkrijk te blijven richten.

Maar vergissen wij ons daarin niet – slaan wij, christenen, daarmee niet enorm de plank mis en verwonden wij onszelf door ons op de duim te slaan – ontkennen wij door een stilzwijgend optreden niet onze Opdracht, die wij vanaf de vroeg-christelijke tijd op ons hebben genomen als voortzetting van het Oude Verbond en werken wij niet langer aan het verwerven van een nieuwe Hemel en een nieuwe aarde?
Zijn de daden van ons als vaders en moeders van onze kinderen niet langer wegwijzers voor onze kinderen?

Indien Jaäcob onze [voor-]vader was geweest net zoals Abraham en Isaäc dan had hij het antwoord wel geweten.
En indien wij het antwoord op de aanvallen van de tegenstrever [zich opwerpend en uitend via het journaille] niet langer onderkennen, dienen wij ons werkelijk zorgen te gaan maken, want het niet weten van een antwoord op de repressie heeft tragische gevolgen.

Zelfs een vluchtige blik op de data van de officiële persberichten schilderen ons een ander beeld voor ogen – een van een “dalende , grijze populatie van beminde gelovigen”, die steeds ouder wordt en steeds minder vruchtbaar blijkt te zijn.
De laatste decennia zie je de kerken leeglopen op een dermate desastreuze [iets wat veel leed of ellende veroorzaakt] wijze dat slechts project ontwikkelaars er goede zaken mee kunnen opbouwen.
De behoefte van kleinschalige gemeenschappen, die vanuit de vroeg-christelijke verbondenheid nog oog hebben voor de oorspronkelijke boodschap, wordt echter over het hoofd gezien. Verscheidenheid aan benadering werkt een machtsdenken in de hand welke de neer- en ondergang in de hand werkt.
Ben ik mijn broeders hoeder?Gen.4: 9.
Kaïn dood immers zijn broer Abel, en wanneer God hem vraagt: “waar is jou broeder?” Beantwoordt hij dit met een vraag, “Ik weet het niet”. En de Heer onze God zei daarop: “ Wat hebt gij gedaan? Hoor, het bloed van uw broeder roept tot Mij van de aardbodem. 
En nu, vervloekt zijt gij, ver van de bodem, die zijn mond heeft opengesperd om het bloed van uw broeder van uw hand te ontvangen. Wanneer gij de aardbodem bewerken zult, zal hij u zijn volle opbrengst niet meer geven; een zwerver en een vluchteling zult gij op de aarde zijnGen.4: 10-14.

Gelovigen worden niet alleen ouder en hebben minder kinderen, maar ongeveer de helft van die kinderen trouwen of zijn binnen enkele jaren gescheiden. Een grote meerderheid van de getrouwde gezinnen voedt/brengt hun kinderen niet op als gelovig en op volwassen leeftijd identificeert zelfs een kleiner deel van de kinderen uit deze families zich als gelovig.
Dit is wat men in de management’s-leer een “continuïteit’s-crisis” noemt – en zoals als eerder aangehaald schijnt het dat we er geen antwoord op hebben – maar we doen het zelf, we zijn er zelf debet aan. Wij subsidiëren zelfs een een gevaarlijke despoot voor de Europese cultuur en spelen hem daarmee in de kaart zijn Ottomaan’s ideaal naar het westen te exporteren, kijk zelf maar hij krijgt hier links en rechtsom voet aan de grond.

Aan het einde van z’n leven dient Jaäcob opnieuw in ballingschap te gaan – de woestijn in, naar Egypte, waar hij zal sterven.
Door wordt het stokje doorgeven aan de volgende generatie gelovigen.
Het gelovige Volk diende zich te vernederen en zich te richten op haar oorspronkelijke opdracht:
  Gaat dan heen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in Mijn Naam en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding 
der wereldMatth.28: 19-20

Wat doet Jaäcob?
Hij dan zond Juda voor zich uit naar Jozef [Hebr.= de Heer heeft toegevoegd], opdat deze hem in Gosen [Hebr.= ‘naderen’] zou ontmoeten. En zij kwamen in het land Gosen aan. En Jozef spande zijn wagen aan en trok naar Gosen, zijn vader Israël tegemoet. Toen hij hem ontmoette, viel hij hem om de hals en weende geruime tijd aan zijn hals. 
Toen zeide Israël tot Jozef: Nu kan ik sterven, nadat ik uw aangezicht gezien heb, omdat gij nog leeftGen.46 :28-30.

Waarom diende Jaäcob [Hebr.= ‘hielenknijper’] een delegatie van z’n zonen naar Egypte te sturen om de locatie te verkennen? Juda ging vooruit om een ‘leerhuis, een huis van leren’ te bouwen van waaruit het leren aan anderen en het geven van aanwijzingen hoe men iets diende te doen op de voorgrond zou worden gesteld.
Toen Jaäcob naar Egypte ging, begon hij niet met het bouwen van een muziekhal en kolossaal gebouw om God toe te gaan zingen. Hij bouwde geen universiteit’s-stad, zelfs geen ziekenhuis – want geen van deze zou de hartslag van het Joodse volk handhaven. Hij bouwde een studeer-gelegenheid, hij bouwde zich een school.

Om te blijven volhouden te beweren dat “we geen antwoord hebben op de repressie” is je kop in het zand steken om jezelf onkundig te houden van de oplossing, die ons duizenden jaren geleden al werd voorgehouden. 

  • Ga hier in de Lage landen naar een willekeurige openbare of christelijke middelbare school en ontdek hoeveel van hun afgestudeerden nog een huwelijk voor ogen hebben.
    – Ons wordt een losvaste relatie voor ogen gesteld of een vrijgevochten alternatief nadat wij uit de kast gekomen zijn.
    – Aan de ander kant hoeveel kinderen een gezin hebben deze afgestudeerden; éen, twée – het gezin is al lang niet meer de bouwsteen van onze samenleving, maar is verworden tot een voorbrenger van consumenten, consumptiepatronen waaraan de samenleving is opgehangen.
  • De generatie, die wij voortbrengen wordt wel de meest onwetende generatie in de geschiedenis genoemd, waarbij je met een ‘pret’pakket een zeer eenzijdig opleidingsniveau kunt opbouwen.
  • Het probleem is dat de meeste kinderen niet meer kunnen studeren, omdat zij door de wereld, de consumptiemaatschappij teveel afgeleid en in beslag genomen worden.
  • De continuïteit wordt bewust gecreëerd – geef het volk brood en spelen en
    het geloof is hen slechts een ‘mythe’.
  • Het is ook een tijdperk van ongekende afname van onderlinge huwelijken en verbintenissen tussen gelovigen onderling – als je af-en-toe je plicht maar vervuld, dan is het toch voldoende; thuis kun je toch ook bidden.

Onderwijs en opvoeding tot waarachtige gelovigen – welke dwaas zou deze twee als niet-gerelateerde kwesties behandelen? Wie zou zich kunnen voorstellen dat ‘identiteitsontwikkeling’ en ‘het gelovig leren’ als afzonderlijke onderwerpen dienen te worden beschouwd?
Ze zijn éen en hetzelfde.
Gelovig leren is het enige geloofwaardige en bewezen pad naar een Joods-Christelijke identiteit en verwantschap.
Jaäcob gaf ons het antwoord; het enige wat we behoeven te doen is
ons te verdiepen in de geschiedenis en naar haar Blijde Boodschap te luisteren!
Christus’ Kerk blijkt een plaats van offers.
Zijn offer, herhaald in de Godddelijke Liturgie [RK. Eucharistie] en in het offer van ontelbare getuigen -de martelaren- en in de opoffering die de gelovigen
zich voor elkaar en voor de wereld getroosten.

 

Theotokos, beschermende mantel; Theotokos, protective coat;                 والدة الله ، عباءة حمائية

” Red, Heer, Uw volk, en zegen Uw erfdeel; schenk aan de rechtgelovigen
de overwinning over de vijanden, en bescherm Uw gemeenschap door Uw kruis.

Eer aan de Vader en aan de Zoon en aan de Heilige Geest,

Gij, Die U vrijwillig op het kruis hebt verheven, schenk Uw erbarmen aan de nieuwe gemeen-schap die Uw Naam draagt, Christus God.
Verblijd de rechtgelovigen door Uw kracht, en verleen hun overwinning over de vijanden; geef hun, als Uw hulp in de strijd, een wapen van vrede: het onoverwinnelijk zegeteken.

nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen, Amen.

Ontzagwekkende bescherming die niet beschaamt, veronachtzaam niet, o goede, onze smekingen, alom bezongen Moeder God’s [de Theotokos]; versterk de gemeenschap der orthodoxen, red hen die gij opdraagt te regeren, en verleen hun vanuit de hemel de overwinning, want gij hebt God gebaard, enig Gezegende“.
uit: Horologion [verkort], vert. klooster ‘Geboorte vande Moeder God’s, Asten [NB]