12e Zondag na Pinksteren – bij God zijn alle dingen mogelijk

Jaäcob’s droomGen.28: 10-16

      En zie, iemand kwam tot Hem en zei:
    Meester, wat voor goed moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’.
Christus zei tot hem:
‘ Wat vraagt gij Mij naar het goede? Eén is de Goede. Maar indien gij het leven wilt binnengaan, onderhoud de geboden.
Hij zei tot Hem: ‘Welke?’  Jezus zei daarop:
➻ ‘ Deze: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, eer uw vader en uw moeder, en gij zult uw naaste liefhebben als uzelf’.
De jongeling zei tot Hem:
‘Dat alles heb ik in acht genomen; waarin schiet ik nog te kort?’.
Jezus zei tot hem:
⁌  ‘ Indien gij volmaakt wilt zijn, ga heen, verkoop uw bezit en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemelen hebben, en kom hier, volg Mij’.
Toen de jongeling [dit] Woord hoorde, ging hij bedroefd heen, want hij bezat vele goederen.
Jezus zei tot Zijn discipelen:
⁌  ‘ Voorwaar, Ik zeg u, een rijke zal moeilijk het Koninkrijk der hemelen binnengaan.
⁌  
Wederom zeg Ik jullie, het is gemakkelijker, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke het Koninkrijk van God binnengaat.
Toen de discipelen dit hoorden, waren zij zeer verslagen en zeiden:
➻ ‘Wie kan dan behouden worden?’.
Jezus zag hen aan en zei:
⁌  ‘Bij de mensen is dit onmogelijk, maar bij God zijn alle dingen mogelijk’“ Matth.19: 16-26.

      Ik maak jullie bekend, broeders, het Evangelie, dat ik jullie verkondigd heb, dat jullie ook ontvangen hebben, waarin jullie ook staan, waardoor jullie ook behouden worden, indien jullie het zo vasthouden, als ik het jullie verkondigd heb, tenzij jullie tevergeefs tot Geloof gekomen zijn.
Want voor alle dingen heb ik u overgegeven, hetgeen ik zelf ontvangen heb: Christus is gestorven voor onze zonden, naar de Schriften, en Hij is begraven en ten derden dage opgewekt, naar de Schriften, en Hij is verschenen aan Cephas, daarna aan de twaalven.
Vervolgens is Hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders tegelijk, van wie het merendeel thans nog in leven is, doch sommigen zijn ontslapen [aan de volheid van al degenen, die Hem zouden volgen].
Vervolgens is Hij [ook] verschenen aan Jaäcobus [Hebr. = hielenlichter, onderkruiper], daarna aan al de apostelen; maar het allerlaatst is Hij ook aan mij [Paulus,Hebr.= klein] verschenen, als aan een ontijdig geborene.
        Want ik ben de geringste der apostelen, niet waard een apostel te heten, omdat ik de gemeente van God vervolgd heb.
        Maar door de Genade van God ben ik, wat ik ben, en Zijn Genadegave aan mij is niet vergeefs geweest, want ik heb meer gearbeid dan zij allen, doch niet ik, maar de Genade van God, die met mij is.
Daarom dan, ik of zij, zo prediken wij, en zo zijt gij tot het Geloof gekomen1Cor.15: 1-11.

De Gemeenschap in Christus

Paulus [en de Kerk] zit in de gevangenis, waar precies weten wij niet, als mensen hebben wij geen zicht op God’s bedoelingen.
Maar hoe moet het met de voortgang van z’n verkondiging van de Blijde Boodschap nu hij/zij als een van de belangrijkste verkondigers onder de apostelen [de navolgers van Christus] langzamerhand wordt uitgeschakeld?
In de Christelijke gemeenschap van Philippi [liefhebbers van het Woord] maakt men zich daar zorgen over. En vervolgens laat Paulus [de Kerk] weten:
      Ik wil, dat gij weet, broeders, dat hetgeen mij overkomen veeleer is tot bevordering van de 
evangelieprediking heeft gestrektPhil.1: 12.
Het Woord van God is niet gebonden door tijd en omstandigheden waarin wij door de hand van God dienen te verkeren.
Als gevolg van de verkondiging van de Blijde Boodschap is de Kerk en Paulus in de gevangenis terecht gekomen, wàt zij ook in haar onnozele handelingen heeft uitgespookt. Paulus [en de Kerk] zit er niet bij als een zware misdadiger [hoewel, maar als een gezant van Christus, die ook in gevangenschap niet kan blijven zwijgen, maar voluit de Naam van Christus mag blijven verkondigen.
Zelfs zó dat zijn gekleed, verbonden zijn, met/in Christus toch openbaar geworden is aan het gehele hof en aan al de anderen. Het is/was voor allen, onze  medegevangenen en het gevangenis-personeel, duidelijk dat Paulus niet zomaar een delinquent, een boef was, maar een bijzonder mens, omdat hij een bijzondere God mocht dienen en van Wie hij [als Kerk] mag getuigen.
Zo is het ook met de huidige Kerk, waar het gonst van de beschuldigingen en aantijgingen, waar ieder weldenkend mens ‘ach en wee’ over roept.
Paulus prediking wordt onderwerp van gesprek, wij denken in dit verband aan zijn rechters en het personeel van de rechtbank en alle anderen [de totale omgeving] met wie Paulus in aanraking kwam.
Men heeft uitgerekend dat Paulus, indien hij elke dag door twee soldaten werd bewaakt en dit elke dag twee anderen waren, hij in 2 jaar tijd zo’n 1400 soldaten in zijn nabijheid heeft gehad – ga maar eens na hoe dat bij jou persoonlijk is.
En onder al die verschillende mensen waren er voor wie Paulus een middel was om te komen tot Geloof in de Naam van Christus.
Wie zijn broeders zijn is niet met zekerheid te zeggen, maar het gaat hier om het merendeel waarvoor geldt dat zij zich bekleed hebben [en nog zullen bekleden]  met Christus, door wie wij met hen geroepen zijn als gevolg van het kloppen op het hart – waaraan wij/zij vervolgens gevolg hebben gegeven.
Velen hebben door contact met Paulus [en ons] de moed opgevat om het Woord van God te verkondigen. Een minderheid is er die juist door de gevaren geen vrijmoedigheid heeft, dat is immers altijd de bedoeling van de tegenstrever, dat een mens zwijgt en niet meer spreekt in de Naam van Christus, de Zoon van God – ook in onze tijd.
Ondanks ons verdriet, mag de blijdschap toch overheersen omdat de Naam van Christus, de Zoon van God alom verkondigd ‘blijft’ worden ondanks de omstandigheden waarin wij momenteel verkeren.
En wij verkeren in een tijd dat spelleiders onomwonden verkondigen dat zij betwijfelen of Christus, de Zoon van God is – zij zich verschonen door te verkondigen, dat zij dit doen om de discussie met niet-gelovigen levend te houden. En indien ze volhardende christenen tegenkomen zeggen ze dat zij hen in een bepaald filosofisch hokje stoppen en brengen de gemeenschap daardoor in opperste verwarring. “Heer, kom ons in ons ongeloof te hulp, Heer, haast U ons te helpen?”.
        Indien wij echter hopen op hetgeen wij ‘niet’ zien, verwachten wij ‘het’ met volharding. En evenzo komt de Geest onze zwakheid te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen naar behoren, maar de Geest zelf pleit voor ons met ‘onuitsprekelijke verzuchtingen’.
En Hij, die de harten doorzoekt, weet de bedoeling van de Geest, dat Hij namelijk naar de Wil van God voor heiligen pleit. Wij weten nu, dat God alle dingen doet medewerken ten goede voor hen, die God liefhebben, die volgens zijn voornemen geroepenen zijn. Want, die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het Beeld van Zijn Zoon, opdat Hij de Eerstgeborene zou zijn onder vele broederen; en die Hij tevoren bestemd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijktRom.8: 25-30.

 

Onze Heer en Verlosser wordt niet beperkt door plaats of tijd, Hij is daar waar wij Hem niet verwachten, wanneer wij als mens maar reikhalzend naar Hem uitkijken; ربنا ومخلّصنا لا يقتصران على المكان أو الزمان ، إنه هناك حيث لا نتوقعه ، عندما نتطلع إليه كبشر بشغف; Our Lord and Savior is not limited by place or time, He is there where we do not expect Him, when we as human beings look forward to Him eagerly. 

Onze Heer en Verlosser, de Opper-rechter van Hemel en aarde, zal het voor Zijn knechten opnemen, het recht zal uiteindelijk zegevieren, òf Paulus nu de Martelaarsdood zal sterven, òf dat hij uiteindelijk vrij gelaten zal worden.
Paulus en in zijn voetsporen wij, mogen net als Job, weten dat onze Heer en Verlosser leeft.
Wie op de Heer zijn vertrouwen stelt, zal nimmer beschaamd uitkomen en kruipt door het oog van de naald. Dit vertrouwen wordt nu omringd door het gebed niet alleen van Paulus voor de  gemeente, maar ook van de gemeente voor Paulus [hun onafscheidelijke spelleider].
➻ Op die manier wordt de gemeenschap van de Heiligen beoefend en in één adem noemt hij naast het gebed van de gemeente, de hulp van de Heilige Geest.
➻ Christus is het, Die hulp verschaft in nood – ook al laten wij mensen, ik weet niet hoeveel steken vallen.
➻ Dit is de Geest, Die Christus Jezus verworven heeft en aan Zijn Volk geeft.
➻ Dit is de Geest, Die het werk van God in leven zal houden en het zal onderhouden en ons alles geven wat nodig is; in welke omstandigheden wij ook verkeren.
“ Christus is onder ons, Hij is en zal zijn !”.

Apolytikion     tn.3.
  Dat Hemelse en aardse wezens zich verheugen en jubelen
want de Heer  heeft de Kracht van Zijn arm getoond.
Door Zijn dood heeft Hij de dood vertreden
en werd Hij de Eerstgeborene uit de doden.
Hij heeft ons verlost uit de diepten der hel
en aarde wereld grote Genade geschonken
”.

Kondakion     tn.3.
  Heden zijt Gij, Barmhartige, opgestaan uit het graf,
en hebt ons verlost uit de poorten des doods,
Heden jubelt Adam en Eva verheugt zich;
en de Profeten en Patriarchen bezingen zonder einde
de Goddelijke Macht van Uw Heerschappij


Theotokion     tn3.
  Gij zijt Middelaarster geweest bij de Verlossing van ons geslacht,
daarom prijzen wij U, o Moeder Gods en Maagd.
Want in het vlees dat Hij aannam uit uw schoot,
heeft uw Zoon, onze God,
het lijden van het Kruis ondergaan.
En heeft Hij ons uit het verderf verlost
als de Menslievende
”.