Orthodoxie & Christus, de Wijsheid God’s

niet alleen de Doop, maar ook de Transformatie is noodzakelijk om Christus in Zijn Goddelijkheid te ontmoeten; not only Baptism, but also Transformation is necessary to meet Christ in His Divinity; όχι μόνο το βάπτισμα, αλλά και η Μεταμόρφωση είναι απαραίτητη για να συναντηθεί ο Χριστός στη Θεότητά Του; ليس فقط المعمودية ، ولكن أيضا التحول ضروري لمقابلة المسيح في لاهوته

In navolging van Christus een getransfigureerd leven leiden
          “Het feit dat serieus begonnen werk wordt onderbroken
teneinde vragen te stellen bij het leven dat je leidt, bewijst dit,
dat ieder mens zo idioot is dat die zwaar gestraft zou dienen te worden.
Maar Christus verschijnt ons op de berg Thabor, Hij is onder ons en zal zijn,
dus maak je geen zorgen, wat er je ook overkomt”
.
conf. Ernest Hemmingway,
The Old Man and the Sea’, winnaar Pulitzerprijs 1953

Het woord Transfiguratie in het Grieks is het woord metamorfose [meta – vorm of natuur], [morfose – volledige verandering]. Het is hetzelfde woord dat we gebruiken wanneer een rups vlinder wordt. Wij dienen daarom met de Theotokos te sterven aan de wereld, ons kruis op te nemen en slechts Christus te volgen.

De manifestatie van de Transfiguratie van onze Heer Jezus Christus is
in navolging van Christus datgene proberen te doen van al datgene wat de Zoon van God voor mij persoonlijk heeft gedaan. Onze Heer behoefde Zich niet aan Zijn volgelingen voor te stellen, zij kenden Hem door en door, het was hen ingebakken bij de Schepping.
De essentie van Zijn leven is waarop Hij leefde hetgeen in de Blijde Boodschap beschreven staat. Het verhaal van Christus’ Transfiguratie is het verhaal van mijn persoonlijke transfiguratie als Zijn Volgeling.

Er zijn drie manieren waarop we in/met Christus worden veranderd:
1.]. Een sacramenteel leven leiden:
We merken een relatie op tussen de Theophanie in de Jordaan en Zijn transfiguratie op de berg Thabor, de stem uit de hemel verklaart in beide gebeurtenissen:
“Dit is mijn geliefde zoon in Wie Ik Mijn welbehagen heb” [of naar Wie wij mensen dienen te luisteren}.
We zijn ook in de zee van de doopvont kopje onder gegaan en worden dienovereenkomstig “kinderen van God” genoemd.
We sterven allen aan onze oude mens en worden getransfigureerd tot een nieuwe schepping.

2.]. Een leven lang bidden:
In het begin van het verslag over de gebeurtenis op de berg Thabor staat
dat Christus de discipelen naar de berg bracht om te bidden.
Het was door Gebed dat onze Heer en Verlosser werd getransfigureerd en het is alleen door Gebed dat ook wij als mens getransformeerd worden.
Paulus spreekt eveneens over transfiguratie:
     Laat niemand zichzelf misleiden! Indien iemand 
onder u meent wijs te zijn in deze tijd, hij dient dwaas te  worden, om wijs te worden“.
Dit wordt aldus geformuleerd in de context van het contrast tussen de Profeet Mozes, die een sluier over zijn hoofd droeg toen hij tegen de joden sprak, terwijl
wij “in de spiegel de Glorie van de Heer met ontsluierd gezicht mogen opkijken als worden wij  getransformeerd in hetzelfde Beeld van Zijn Heerlijkheid tot Eer en Glorie aan de Vader“, hetgeen betekent dat we door onze tijd in gebed door te brengen, getransformeerd of getransfigureerd [omgevormd] worden naar het Beeld van Hem.
3.]. Een persoonlijk leven leiden in navolging van Christus:
In het nieuwe testament komen we nog een andere vermelding tegen van het woord transfiguratie, geheel los opgesteld van de drie keer dat het verhaal in de drie synoptische evangeliën wordt genoemd.
      En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de Wil van God is, het goede, het welgevallige en volkomene. Want krachtens de Genade[-gave], Die mij geschonken is, zeg ik [tot] een ieder onder u: koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het Geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeldRom.12: 2,3.
Toebedeeld betekent dus niet dat je een positie dient na te jagen.
De vernieuwing van de geest is “die rechtstreekse gebeurtenis van de Transfiguratie” die mij persoonlijk – een hergeboorte laat ondergaan en in verbinding brengt met datgene waartoe ik geroepen ben om te worden veranderd in mijn dagelijkse activiteiten.
Daarom is het absoluut niet te rijmen dat bepaalde personen in de Kerk een bepaalde vooraanstaande positie hebben geambieerd/nagejaagd, met behulp van anderen [zoals op aandringen van hun ouders, biechtvader of uit persoonlijke ambitie], wanneer de ambitie op ‘ander’ terrein niet langer haalbaar bleek te zijn] hebben nagejaagd en deze nog hebben verkregen ook. De juridische weegschaal geraakte in onmin/onbalans en de blinddoek werd omgedaan.
Dat is ook de reden dat toezichthouders op de gemeenten, onder leiding van een spelleider, gekozen dienen te worden uit de plaatselijke monnikenstand
=> eerst dàn waarborgt een in het christelijk leven beoefend en uit-gekristaliseerd  kandidaat de oorspronkelijke Apostolische voortgang van het Lichaam van Christus.

Hoog-Priesterlijk gebed:

de Hand van God met de geredde zielen – Resava [Manasija] Servië

Dit sprak Jezus en Hij hief zijn ogen ten hemel en zei:
        Vader het uur is gekomen; verheerlijk Uw Zoon, opdat Uw Zoon U zal verheerlijken, gelijk Gij Hem Macht hebt gegeven over alle vlees, om aan al wat Gij Hem gegeven hebt, eeuwig leven te schenken.
       Dit nu is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de Enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die Gij gezonden hebt.
       Ik heb U verheerlijkt op de aarde door het werk te voleindigen, dat Gij Mij te doen gegeven hebt. En nu, verheerlijk Gij Mij, Vader, bij Uzelf met de Heerlijkheid, Die Ik bij U had, eer de wereld was. Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben Uw Woord bewaard.
       Nu weten zij, dat al wat Gij Mij gegeven hebt, van U komt, want de woorden, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven en zij hebben ze aangenomen en in waarheid erkend, dat Ik van U ben uitgegaan, en zij hebben geloofd, dat Gij Mij gezonden hebt.
       Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U en al het Mijne is het Uwe en het Uwe is het Mijne en Ik ben in hen verheerlijkt.
En Ik ben niet meer in de wereld, maar zij zijn in de wereld en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij één zijn zoals Wij.
       Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in Uw Naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd. Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf mogen hebben.
       Ik heb hun uw woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld ben.
       Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben. Heilig hen in Uw Waarheid; Uw Woord is de Waarheid.
       Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld; en Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.
       En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen, die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld zal geloven, dat Gij Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn:  Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een, opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.
       Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt – Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om Mijn Heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging der wereld.
       Rechtvaardige Vader, de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt; en Ik heb hun Uw Naam bekend gemaakt en Ik zal Hem bekend maken, opdat de Liefde, waarmee Gij Mij liefgehad hebt, in hen zij in Ik in henJohn.17: 1-26.
      Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de Genade[gave], die ons gegeven is:
‘ Profetie, naar gelang van ons Geloof; wie dient, in het dienen; wie onderwijst, in het onderwijzen; wie vermaant, in het vermanen; wie mededeelt, in eenvoud; wie leiding geeft in ijver; wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid.
De liefde zij ongeveinsd. Weest afkerig van het kwaad, gehecht aan het goede.
Weest in broederliefde elkander genegen, in eerbetoon elkander ten voorbeeld,  in ijver onverdroten, vurig van geest, dient de Heer.
Weest blij in de Hoop, geduldig in de verdrukking, volhardend in het gebed, bijdragend in de noden der heiligen, legt u toe op de gastvrijheid.
Zegent wie u vervolgen, zegent en vervloekt nietRom.12: 6-14
      Al ware het, dat ik met de tongen van de mensen en van de engelen sprak, maar had de Liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal.
       Al ware het, dat ik Profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het Geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de Liefde niet, ik ware niets.
       Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de Liefde niet, het baatte mij niets.
            De Liefde is lankmoedig, de liefde is goedertieren, zij is niet afgunstig, de liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen, zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet, zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwade niet toe. Zij is niet blij over ongerechtigheid, maar zij is blij met de Waarheid.
Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.
            De Liefde vergaat nimmermeer; maar profetieën, zij zullen afgedaan hebbenCor.13, 1-8a.
      Als gevangene in de Heer, vermaan ik u dan te wandelen waardig aan de roeping, waarmee u geroepen bent, met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in Liefde te verdragen, en u te beijveren de eenheid van Geest te bewaren door de band van de Vrede – een Lichaam en een Geest, gelijk u ook geroepen bent in de ene Hoop van uw roeping, één Heer, één Geloof, één Doop, één God en Vader van allen, Die is boven allen en door allen en in allenEph.4: 1-6.
      Wandelt in de Liefde, zoals  ook Christus u heeft liefgehad en Zich voor ons heeft overgegeven . . . . .
         Mannen, hebt uw vrouw lief, evenals Christus Zijn Gemeente heeft liefgehad en Zich voor haar overgegeven heeft, om haar te heiligen, haar reinigende door het waterbad met het Woord, en zo Zelf de Gemeente voor Zich te plaatsen, stralend, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo
dat zij heilig is en onbesmet.
       Zo zijn ook de mannen verplicht hun vrouw lief te hebben als hun eigen lichaam. Wie zijn eigen vrouw liefheeft, heeft zichzelf lief; want niemand haat ooit zijn eigen vlees, maar hij voedt het en koestert het zoals Christus de Gemeente, omdat wij leden zijn van zijn lichaam.
       Daarom zal een man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aanhangen, en die twee zullen tot een vlees zijn.
Dit geheimenis is groot, doch ik spreek met het oog op Christus en op de Gemeente
Eph.5: 2a,25-32.
      Doet dan aan, als door God uitverkoren Heiligen en Geliefden, innerlijke ontferming, goedheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld.
       Verdraagt elkander en vergeeft elkander, indien de een tegen de ander een grief heeft; gelijk ook de Heer u vergeven heeft, doet ook gij evenzo.
       En doet bij dit alles de liefde aan, als de band van de Volmaaktheid.
En de Vrede van Christus, tot welke gij immers in een lichaam geroepen zijt zal regeren in uw harten; en weest dankbaar.
Het woord van Christus dient rijkelijk in u te wonen, zodat gij in alle wijsheid elkander leert en terechtwijst en met Psalmen, lofzangen en geestelijke liederen zingende, aan God dank brengt in uw harten.
En al wat u doet met woord of werk, doet het alles in de Naam van de Heer Jezus Christus, God, de Vader, dankende door Hem!
Col.3: 12-17.
      Geliefden, laten wij elkander liefhebben, want de Liefde is uit God; en een ieder, die liefheeft, is uit God geboren en kent God. Wie niet liefheeft, kent God niet, want God is liefde.
⁌  Hierin is de Liefde van God jegens ons geopenbaard, dat God Zijn Éniggeboren Zoon gezonden heeft in de wereld, opdat wij zouden leven door Hem.
⁌  Hierin is de Liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en Zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden.
       Geliefden, indien God ons zo heeft liefgehad,
behoren ook wij elkander lief te hebben.
Niemand heeft ooit God aanschouwd; indien wij elkander liefhebben, blijft God in ons en Zijn  Liefde is in ons volmaakt geworden1John.4: 7-12.
Wij mensen hebben allemaal een aanstaande datum in de toekomst met de verzoening,
ongeacht de richting die we opgaan …
ongeacht de plaatsen waar we zijn geweest …
ongeacht de bewandelde paden …
en ongeacht de gemaakte keuzes, begane zonden of
het berouw, dat daarop volgde.

De eniggeboren Zoon, de Wijsheid van God, schiep het gehele universum.
De Blijde Boodschap zegt:
Hoe groot zijn Uw werken, o Heer;
Gij hebt alles met wijsheid gemaakt,
Uw scheppingskracht vervult de aarde

avondpsalm, Psalm 103[104]: 24 vert. ROK ’s-Gravenhage
De Wijsheid van God heeft alle dingen gemaakt en de aarde is overvòl van Zijn schepselen.
Maar gewoon ‘zijn’ en alles maar ‘op z’n beloop laten’, was en ‘is’ niet genoeg:
God wil tevens dat Zijn schepselen goed en volkomen zijn.
Daarom was/is Hij verheugd dat Zijn eigen Wijsheid naar Zijn niveau zou afdalen, dat deze de eigenwijsheid [hoogmoed] van de mens zou overwinnen en op elk van hen afzonderlijk en op ieder van hen een bepaalde gelijkenis naar het oorspronkelijk bedoelde Model zou drukken.
Eerst dàn zal vooreerst duidelijk worden dat God’s schepselen Zijn Wijsheid delen en dat al in Hem al Zijn werken Hem waardig zijn.

Zoals de vroeg-Christelijke Kerk, het Lichaam van Christus Zich openbaarde

Want zoals het Woord dat we spreken een Beeld is van het Woord dat Gods Zoon is, zo is ook de Wijsheid, Die in ons is geïmplanteerd en wordt uitgewerkt een Beeld van de Wijsheid die God’s Zoon is.
Het geeft ons het vermogen om te weten, te begrijpen en het stelt ons aldus in staat om Hem te ontvangen Die, ‘de alom-creatieve Wijsheid’, is, door Wie we de Vader kunnen leren kennen.
Degene die de Zoon heeft, heeft ook de Vader, zegt de Blijde Boodschap en
Degene die Mij ontvangt, ontvangt Degene die Mij heeft gezonden.
En omdat dit Beeld van het Woord van God in ons en in alle schepselen is voortgebracht, neemt de waarachtige en creatieve Wijsheid terecht aan wat van toepassing is op Zijn Beeld en Gelijkenis en zegt Hij: ‘De Heer schiep mij in Zijn werken’.
  Maar omdat de Wereld niet wijs genoeg was/is om God in Zijn Wijsheid te herkennen, zoals we het hebben uitgelegd, heeft God besloten om degenen die geloven te redden door middel van de “dwaasheid” van de Boodschap die we prediken. Omdat God niet langer bekend wilde blijven, zoals in vroegere tijden, door het beeld en de schaduw van Zijn Wijsheid, die is vastgelegd [bestaat] in schepselen, heeft Hij ervoor gezorgd dat de Ware Wijsheid Zelf vlees werd, mens werd en de dood aan het Groot en Heilig Kruis leed, zodat alle wie in Hem geloofde, door Geloof zou vertrouwen en gered zou kunnen worden.
Tòch was dit dezelfde Wijsheid van God, Die in het begin Zichzelf en Zijn Vader in Zichzelf had geopenbaard door middel van Zijn Beeld in schepselen [vandaar dat wijsheid ook in de mens wordt meegegeven, geschapen].
Later, zoals Johannes de Theoloog verklaart, werd die Wijsheid, Die ook het Woord is, vlees, en na het vernietigen van de kracht van de dood en het redden van ons ras, openbaarde Hij Zichzelf en Zijn Vader door Hemzelf met grotere helderheid te openbaren. Vader, zo bad hij, opdat zij U mogen kennen, de Énige Ware God en Jezus Christus, Uw Zoon, Die U hebt gezonden en door de Genadige Wijsheid van de Heilige Geest bekend hebt gemaakt.
Derhalve is de hele aarde nu vervuld van de ‘Kennis van God’, omdat het Één en Hetzelfde is om de Vader door de Zoon te kennen en de Zoon te kennen, Die van de Vader komt. De Vader verheugt Zich in zijn Zoon, en met dezelfde vreugde verheugt de Zoon Zich in de Vader en zegt: “Ik was Zijn Vreugde; elke dag vermaakte Ik Mij in Zijn alom Heersende aanwezigheid”.
conf. H. Athanasius de Grote

Meester timmerman, Πλοίαρχος, نجار رئيسي ،

Vol Vuur en Geestdriftig, zonder over diepgaande kennis te bezitten zeiden we bij onze doop zonder aarzelen, gretig tot Hem: “Ja !”.
We wisten dat gevaren maar moeilijk te vermijden zouden zijn, de vijand, die wij verzaakt hebben ligt immers op de loer.
We begrepen dat er falen en pijn, opoffering en verdriet zouden kunnen opdoemen;  en toch zeiden we nog steeds: “Ja!, ik wil”
Er werd ons verteld over teleurstelling, over onrechtvaardigheid, kwaadaardigheid en oneerlijkheid – niettemin, we konden de vooruitzichten weliswaar vermoeden, doch niet onderscheiden en zeiden desalniettemin: “Ja!”
Het duurde wel enige tijd voordat de Heer ons Zijn vooruitzicht op onze levensweg heeft geopenbaard, een deel van Zijn plan met ons biedt ons een sterfelijk leven.
Een leven van Mysterie naast ellende; een leven van eenzaamheid naast avontuur; een leven met een rode draad van verschillende opvallende tegenstellingen. Maar méér dan dàt, bood Hij ons een onbeperkte kans – de “kans van je leven” zo zou je het kunnen omschrijven – of, misschien beter gezegd, het vooruitzicht van de eeuwigheid!
Het is de gelegenheid om een reeds betaalde reis naar een bovenmenselijk Hemels Koninkrijk te maken. Een plaats waar we nieuwe ervaringen kunnen opdoen om te leren en te groeien, te ontwikkelen en vooruitgang te boeken in/op een oneindige variëteit aan manieren die we voorheen vanuit wereldse gebondenheid niet hebben kunnen ervaren. De mogelijkheden zijn onmetelijk en het potentieel is onbeperkt.
      Wie, oh Wie, heeft over de wereld het meetsnoer gespannen? Waarop zijn haar pijlers neergelaten, of wie heeft haar hoeksteen gelegd, terwijl de morgensterren tezamen juichen en al 
de kinderen God’s jubelen?conf. Job.38: 5-7
Na Zijn oproep Hem te volgen leerde Hij ons over keuzevrijheid en hoe Krachtig een Genadige Zegening is/was en indien we deze verstandig gebruikten, zouden we een grotere, nòg verrijkende ervaring kunnen hebben tijdens onze pelgrimsreis. En dat we deze op haar meest Hemelse wijze zouden dienen te gebruiken om elkaar bij te staan op de gezamenlijke route, elkaar zouden  kunnen dienen, dienen te verheffen en elkaar te troosten en daarmee op Zijn wijze Lief te hebben.
      Wij zingen op de wegen des Heren, want groot is Zijn Heerlijkheid.
Hoogverheven is de Heer: toch ziet Hij neer op het geringe.
Maar wat zich hoog dunkt, dat kent Hij slechts van verre.
Al moet ik wandelen temidden van verdrukking:
De Heer zal mijn leven behouden
conf. Psalm137[138]: 5-8 vert. ROK ’s-Gravenhage

Ik heb je nooit een rozentuin beloofd; I never promised you a rose-garden; Δεν σου υποσχέθηκα ποτέ ένα τριαντάφυλλο; أنا لم أعدك أبداً بحديقة ورود

Natuurlijk zeiden we: “Ja !”.
Hij liet ons weten dat het niet allemaal ‘pais en vré’, leuk en aardig zou zijn,
maar wèl dat er onderweg hulp zou zijn.
En dat wàt er ook zou gebeuren, hoe erg het ook maar zou kùnnen zijn, Hij het zou allemaal in ons voordeel uitwerken.
En na verloop van tijd zou alles ,‘ ja, Alles ‘, wat wij als mens maar kunnen bedenken voor ons eigen bestwil uitgewerkt worden.
We zouden ons vertrouwen op Hem dienen te stellen, geduld dienen op te brengen, op zoek dienen te gaan naar de gouden en zilveren binnenste lagen van ons bewustzijn en in alle omstandigheden dienen te proberen er het beste van te maken. Door dit alles zouden de dingen, die we zouden leren en de relaties die we zouden tegenkomen en aangaan –  een onbetaalbaar doel dienen.
Iets wat in onze ogen ongunstige vooruitzichten biedt wordt door Zijn Woord in alle rust niet alleen aanvaardbaar, maar gewoon ‘te gek voor woorden, dat weten we onbewust maar al te goed!’.
    Heer, Gij hebt mij onderzocht , en Gij kent mij: Gij kent mijn zitten en mijn opstaan. 
Gij weet mijn gedachten van verre, Gij doorgrond mijn weg en mijn meetsnoer. Al mijn wegen ziet Gij voorruit; en dat er geen ongerechtigheid is op mijn tong. Zie, Heer, Gij weet alles: de eerste en de laatste dingen.
U te kennen is voor mij te wonderbaar; het is te sterk, en buiten mijn macht.
     Want voor U is het duister niet donker; de nacht straalt van licht, als de dag.
Het duister van de een is gelijk aan het licht van de ander.
Zo Gij ook mijn nieren in Uw bezit: Gij hebt mij opgenomen, vanaf de schoot van mijn moeder.
Ik wil U belijden, om Uw ontzagwekkende wonderen. Wonderbaar zijn Uw werken, mijn ziel erkent het ten volle. Voor U was mijn gebeente niet onzichtbaar, toen Gij mij geformeerd hebt in het verborgenePsalm 138[139[: 1-6,13-17 vert. ROK ’s-Gravenhage.

De Verloren Zoon, ets van Jan Luyken [1649-1712]

    Dàt is de stem van mijn Liefste, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen! 
Mijn Liefste is gelijk een ree, of een welp der herten; ziet, Hij staat achter onzen muur, kijkende uit de vensters, blinkende uit de traliën. 
Mijn Liefste antwoordt, en zegt tot mij: ‘Sta op, Mijn vriendin, Mijn schone, en kom!’. Mijn duifje, zijnde in de kloven van de steenrotsen, in het verborgene van een steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet, en uw gedaante is liefelijk.
Mijn Liefste is mijn, en ik ben Zijn. Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de Liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des Heren. 
Vele wateren zouden deze Liefde niet kunnen uitblussen; ja, de rivieren zouden ze niet verdrinkenHooglied 2, 8-10.14.16a; 8,6-7a.
      Alles heeft zijn uur en ieder ding onder de hemel zijn tijd; er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om het geplante uit te rukken, een tijd om te doden en een tijd om te helen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen, een tijd om te wenen en een tijd om te lachen, een tijd om te rouwklagen en een tijd om te dansen, een tijd om stenen weg te werpen en een tijd om stenen bijeen te zamelen, een tijd om te omhelzen en een tijd om zich van omhelzen te onthouden, een tijd om te zoeken en een tijd om te laten verloren gaan, een tijd om te bewaren en een tijd om weg te werpen, een tijd om te scheuren en een tijd om dicht te naaien, een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken.
Een tijd om te beminnen en een tijd om te haten, een tijd van oorlog en een tijd van vrede.
Welk voordeel heeft de werker van datgene waarvoor hij zich aftobt?
Ik heb in ogenschouw genomen de bezigheid, die God aan de mensenkinderen gegeven heeft om zich daarmee te kwellen.
Alles heeft Hij voortreffelijk gemaakt op zijn tijd; ook heeft Hij de eeuw in hun hart gelegd, zonder 
dat de mens van het werk dat God doet, van het begin tot het einde, iets kan ontdekken.
Ik heb ingezien, dat het niet in hun eigen macht staat, maar als men zich verheugt en zich te goed 
doet in zijn leven, kortom als iemand eet en drinkt en het goede geniet bij al zijn zwoegen, dan is dat een [Genade-]gave van GodPrediker 3: 1-13.
God heeft ons via Zijn Zoon met Zijn Pedagogie duidelijk gemaakt dat deze reis in het ondermaanse, in tegenstelling tot de eeuwigheid slechts een klein moment zou blijken te zijn; bij Hem bestaat immers geen tijd.
Maar zonder twijfel zal/zou de waarde van dit verblijf op aarde een eeuwig welzijn opbouwen.
En dus vertrouwden we op Hem, op Zijn Liefde voor ons, welke de Tempel van ons hart vervult en met Johannes de Theoloog zeggen we ondubbelzinnig tot Hem: Ja ! ik kom welhaast.
kom Heer Jezus, kom! Openb. 22: 21,22 [vert. 1948 Prof. Dr. Obbink]
en de Genade van onze Heer Jezus Christus, de Zoon van God komt over ons allen.