God is Degene, Die uit respect voor de door Hem geschapen mens niets anders doet, dan Zijn Liefde aan ons laat toekomen

Wie en wat is een mens?
Een mens is degene, die z’n schatten weet te bewaren.
”  Want, waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijnMatth.6: 21.
Maar wat omvat de werkelijke schat van de mens? Wat vindt hij leuk?
Natuurlijk houdt hij van het lichaam, datgene wat hem vanaf z’n geboorte is toevertrouwd – hetgeen onlosmakelijk met hem is verbonden en aan hem/haar  gebonden zal blijven totdat hij in het graf wordt begraven.
Het is door hem dat hij ziet, hoort, waarneemt en reproduceert.
Een verschrikkelijke, stormachtige oerkracht beweegt het universum, daarom is het lichaam iets waaraan we ontzettend gehecht zijn.
Op de een of andere manier is ieder van ons gehecht aan zijn lichaam.
Wanneer wij zoals nu in afwachting van de ontslaping van de Theotokos, de Moeder Gods [1-15 Augustus] vasten, dan wordt ons voorgehouden om al datgene wat ons met de wereld/aarde verbindt te elimineren. De mens is aan zijn lichaam gehecht geraakt omdat hij niet graag doodgaat.
De gelovige houdt ervan om aan de wereld te sterven om rede dat hij/zij Christus, Zijn Geliefde probeert te ontmoeten.
Daarom hongeren we onszelf [in stilte!, niet opvallend – opdat we ons er niet op kunnen beroepen] van voedsel totdat we de autoriteit over het lichaam van ons kunnen afleggen, teneinde onszelf te leren beheersen.
Daarmee wordt een begin gemaakt de Heerschappij van het leven te beheersen en wordt eveneens begonnen, de tirannie van de dood te vernietigen.
Daarmee vindt telkenmale – in Christus- een nieuwe geboorte plaats, door Zijn toedoen is door Hem een nieuw leven geworden, wordt een nieuwe orde van bestaan geopenbaard, wordt onze aard getransformeerd – vindt er een Transfiguratie plaats! Deze geboorte wordt niet tot stand gebracht door menselijke generatie, door de wil van een mens, of door de wens van het vlees, maar door God.

Indien je jezelf nu [met de hogepriester Nicodemus] blijft afvragen hoe dit kan geschieden, zal ik proberen het je in duidelijke taal uit te leggen.
Geloof is de baarmoeder, die dit nieuwe leven omvat, de doop is de weder-geboorte waarmee dit aan het Licht wordt gebracht.
De Kerk, het Lichaam van Christus, is haar verpleegster; haar leringen zijn haar melk, het brood uit de hemel is haar voedsel.
Het wordt tot volwassenheid gebracht door de beoefening van deugd; het wordt bevochtigd aan de Wijsheid [God’s Heilige Geest]; het wekt Hoop op en doet het Geloof uitgroeien/opbloeien.
Haar thuis is het Koninkrijk der Hemelen; het omvat de rijke erfenis van de vreugden van het paradijs; het einde is niet de menselijke dood, maar het gezegende en eeuwige leven wordt bereid voor degenen die het Goddelijke waard zijn.

Heilig de dag des Heren

Dìt is de dag die de Heer heeft gemaakt – een dag die heel anders is dan die welke plaatsvond toen de wereld voor het eerst werd geschapen en die in de loop van de tijd wordt uitgemeten.
Dìt is het begin van een nieuwe creatie.
Op deze dag, zoals de profeet zegt, maakt God een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat is deze nieuwe hemel dan wel niet? mag je jezelf afvragen.
Het is het Mysterie, het uitspansel van ons persoonlijk Geloof in Christus.
En wat is de nieuwe aarde?
Het is het hart van een vervuld mens, een hart dat als de aarde werkt, dat het [doop-]water, de regen opslaat die erop valt en een rijke oogst in het vooruitzicht stelt. 
In deze nieuwe schepping is ‘zuiverheid van leven’ de zon, ‘de deugden’ zijn de sterren, ‘de transparante goedheid’ is de lucht, en ‘de diepten van de rijkdom aan wijsheid en kennis’, de zee.
De Blijde Boodschap, ‘de waarachtige Pedagogie van de Heer’, de Goddelijke leringen zijn het gras en de planten die Gods kudde voeden, de mensen die hij als Herder hoedt; houdt Hij ‘de Geboden’ voor, welke de vruchten vormen, die door de bomen worden gedragen.
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, wordt de waarachtige mensn geschapen, de mens die geschapen wordt naar het Beeld en de Gelijkenis van God. 
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, heeft God het begin van deze nieuwe wereld gemaakt. 
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, zegt de Profeet dat het niet is zoals andere dagen, noch is deze nacht zoals andere nachten. 
Maar toch hebben we niet gesproken over de grootste Genadegave, het grootste geschenk dat het ons heeft gebracht. 
Op deze dag, die de Heer heeft gemaakt, heeft God de pijn van de dood vernietigd en bracht Hij, Zijn Zoon, de Eerstgeborene van de doden ter wereld.
En vervolgens constateert de Zoon van God, dat Hij opstijgt naar Zijn Vader en naar jouw Vader, naar Mijn God en naar jouw God en wij hebben de Genadegave ontvangen Hem daarin te volgen. 
Is dat geen Blijde Boodschap, is dat geen goed nieuws? 
Hij die voor ons mensen werd zoals wij zijn, vlees en bloed teneinde ons zijn broers/zusters te maken, stelt zijn waarachtige Almachtige Vader nu z’n eigen menselijkheid voor om al zijn verwanten naar zich toe te trekken“.
conf. Heilige Gregory of Nyssa

Metropoliet George Khodr van het Aartsbisdom van Byblos en Batroun

God’s Liefde overstijgt de liefde van de mens – een mens kan die Liefde onmogelijk evenaren, want zij is alles-omvattend.
Wat wij het Oude Verbond noemen – tussen God en de mens – heeft ‘niets’ te maken met datgene wat de mens ooit heeft nagestreefd, heeft gezocht.
Voordat Christus op aarde neerdaalde heeft het Verbond tussen God en de mens niets met de menselijke wil te maken; het omvat de vrije manifestatie van de Schepper om niet alleen van de mens te houden, maar ondanks het gedrag van de mens deze liefde vast te houden en daarin tot het uiterste mee door te gaan. God is uiterst liefdevol in Zijn Genadegaven; Hij heeft de mens ontzettend lief. Zijn erbarmen, Zijn ontferming, Zijn inlevingsvermogen met de zondaar omvat het onbeschrijflijke; dit is zo zichtbaar dat je het kunt omschrijven dat God alle grenzen van de menselijke mogelijkheden overstijgt en is derhalve niet met de onderlinge liefde van een echtpaar te vergelijken.

God is niet verplicht van de mens te houden – een mens kan zich ten opzichte van God uiten door Hem te lasteren, te haten en zich anderszins ten opzichte van Hem te uiten, maar de mens zal zich nimmer ten opzichte van Zijn liefdevolle Genadegaven kunnen verzetten.
Indien je het aangenaam vindt –  aanvaard je Zijn Genadegaven; je neemt het aan en ‘ook al‘ wijs je Hem af – ‘Hij’ – zal er niet negatief op reageren. God verwacht in Zijn onmetelijke Goedheid ook absoluut niets terug.
God geeft Zichzelf en gunt jou de voldoening, welk Hij je ‘om niet’ [gratis] doet toekomen en al reageer je er niet op – Hij geeft Zich geheel en al.
Al datgene wat wij in het leven tentoon spreiden is ijdelheid – “Hij is de Enige bestaansbron“, “Hij is God”, de Heer en Meester van ons Leven.

Het leven in ons is een geschenk van God.
Alleen God geeft leven en alleen God neemt het terug.
Wij mensen dienen derhalve geen zelfmoord te plegen of onszelf schade toe te brengen en iemand heeft zeker niet het recht om iemand’s leven te nemen, zelfs niet van een ontsponnen vrucht.
Iedere mens ontvangt zowel zijn/haar persoonlijk leven als het leven van z’n naaste van God.
Ieder ander heeft de vrijheid om te leven zoals hij wil, maakt de keuzes, die hij/zij wil. Zo deze ervoor open staat is het ‘onze plicht’ hem/haar te adviseren, hem gezelschap te houden, hem te dienen en hem te helpen zijn situatie te verbeteren om een beter leven te gaan leiden.
Door dit te doen, wordt onze eigen geest beter.
Maar je hebt absoluut niet het recht om iemand anders te doden, zelfs als deze persoon je daarom vraagt – het op papier vastlegt, omdat hij geen recht heeft om een einde te maken aan zijn leven dat door God aan hem/haar is toevertrouwd.
Daarom kàn abortus niet worden toegestaan omdat de moeder niet haar foetus bezit. Evenzo heeft een arts niet het recht om zijn patiënt te doden [euthanasie te plegen], ongeacht hoe slecht zijn/haar toestand ook is.
De arts, de hulpverlener of wie dan ook bezit het lichaam van zijn patiënt/ hulpbehoevende niet. Hij kan niet de beslissing nemen om een patiënt te doden, zelfs niet in geval van alzheimer/ dementie of een langdurige coma.
Je lichaam is geen object om er maar mee te doen en te laten, wat je maar wilt.
Je lichaam is een deel van jou als persoon; het is een [‘door God gegeven’] autoriteit niet toegestaan om te slaan of om zich als  rechter uit te spreken een doodstraf uit te voeren.

denk erom, ik ben de baas

In onze hoogmoed en onder invloed van humanistisch [VVD, D66] gedachtengoed trekt de mens het beschikkingsrecht over de ander tot zich – maar dit is ‘God’s-lastering, de mens verheft zich hiermee boven God. Door de ander te vernietigen vernietig je jezelf en ontken je – keer je je af van de Heerschappij van God over jullie beiden.
Iedere zonde is vervreemding, een ontkenning van een van God’s eigenschappen: een ontkenning van Gods geduld, Genade en Liefde.
Doden is een ‘absolute‘ ontkenning van God omdat het een ontkenning van Hem is als Heer en Gever van Leven.
Een mens is in staat z’n tegenstander te vernietigen, omdat hij beslist dat de ander zijn plan, zijn zaken, passies of vrijheid belemmert. De mens heeft zich daarmee ingebeeld dat hij alleen op deze manier veilig kan zijn en de garantie tot Heerschappij [Zelfbeschikkingsrecht] heeft.
Dit omvat zowel de isolatie van die mens in zijn/haar verbeelding – als de vergoddelijking van het zelf. In zijn geest en diepste gedachten vervangt de mens hiermee de overheersende God, de Pamtocrator.
Daarom bidden wij aan de hand van Psalm 50[51]:
Ik zal de overtreders Uw wegen leren en de goddelozen zullen zich tot U bekeren.
Red mij van bloedschuld, o God, God van mijn heil; laat mijn tong over Uw Gerechtigheid jubelen
”.

godsspraak van de mens over Damascus

Elke vechtpartij, die eindigt in een genadeslag – hoe klein dan ook is een aanval op God’s Naam. Elk bloedbad is ‘religieus‘, in die zin dat etniciteit of politieke ideologie een pseudo-religie kan worden.
Ja, het uur nadert, dat een ieder, die u doodt, zal menen aan God een heilige dienst te bewijzen. En dit zullen zij doen, omdat zij noch de Vader, noch Mij kennenJohn.16: 2,3.
We kunnen spreken van een “liturgie” van de complete vernietigen van iets.
Dit soort machthebbers  beschouwen massamoord als een door ~ ‘God’ ~ aangewezen, gegeven taak!
Hoe kijken wij mensen met gelovige ogen?
Er hangt immers zó véél af van wié er kijkt, wanneer en waar – de beschaving van de één is de barbarij van de ander. Totdat je beseft dat je hetzelfde al eens in het Grote Boek der Waarheid hebt gelezen – er zijn immers mensen, die de Waarheid briljant kunnen verkondigen, maar geen waarachtige toegewijde aan God zijn.
God laat ons door Zijn Barmhartigheid weten dat Hij van de mens houdt; wij zijn echt ‘niet’ Zijn oogappel, op wie Hij het meest gesteld is, wij zijn pas echt Zijn lieveling omdat wij goed doen in Zijn ogen.
Wie zijn wij, als mens? Wat hebben wij als mens te bieden, niets toch?
Om Hem tevreden te stellen, zit God in alle vrijheid ‘niet’ op ons te wachten en wanneer Hij toestaat dat jij Hem verkettert neemt Hij de vrijheid je te laten voortmodderen – totdat jij het besef krijgt hoe het ‘wèl’ overeenkomstig Zijn Wil dient te geschieden – daarom wordt Hij vergeleken met een vader, onze Vader.
Een vader geeft het beste van zichzelf en laat z’n kind na zijn aanwijzingen begaan tot het leert van z’n fouten. Het aanbod van Zijn Liefde blijft ongewijzigd dezelfde, wàt er ook gebeuren zal.
Jij bent de armzalige; Hij heeft je echt niet nodig.
Hij maakt Zichzelf klein, arm en nietig voor jou om je maar een ‘ietsje pietsje’ te laten aanvoelen; tot je erdoor ‘vertederd’ raakt.
Door je van de andere kant – van je goede kant – te laten zien wordt Hij geraakt.
Je bent Hem ter wille [Hem aan het verleiden] en Hij wordt er geen cent beter van.  Hij mag dit toch van jou verlangen – dit komt Hem toch toe?
Je bezit niet ‘echt’ – ‘wat’ je geeft, datgene wat je Hem geeft komt Hem toe;
alles wat je Hem doet toekomen, is immers van Hem.
Zowel het Oude als het Nieuwe Verbond is geen verbintenis, die van twee kanten komt. De Tijd komt God toe – iedere periode in de geschiedenis is alleen maar een tijdperk van God – bij God bestaat geen tijd, nu is gisteren en tegelijk altijd en voor eeuwig. Hij geeft altijd en eeuwig en indien jij in alle gemoedsrust aanvaardt wat je ontmoet – je ondergeschikt opstelt – zal Hij wanneer jij datgene afwijst wat Hij je doet toekomen niet beantwoorden – Hij doet niets en laat je begaan – nèt zo lang tot je jouw fouten zelf inziet.
Dàt geeft je uiteindelijk gezondheid.
Het is niet alles, maar het is de basis van zowel het natuurlijk [fysiek] bestaan als het  geestelijk [mentaal] bestaan.
En het belangrijkste wat jouw gezondheid goed doet [heiligt] geeft je een spiritueel leven,  elk leven in/met God geeft Heiligheid en dat behoeft geen plaatsbekleder [toezichthouder] ten opzichte van het volk te bevestigen.
Het is daarom een grote Genadegave [zegen in het leven] om te geloven dat jullie ‘allemaal’ door God gegeven zijn en dat jullie dit persoonlijk in alle vrijheid dienen te handhaven.
Verspil dit daarom niet met datgene wat je gezondheid tekort [pijn] doet of wat je geest tekort [pijn] doet òf datgene wat jouw spirituele leven in je verzwakt.
Bescherm en beveilig allereerst datgene, wat jullie allemaal goed doet en van boven gegeven is; hetgeen tot uiting komt wanneer jullie God gehoorzamen.

conf. George [Khodr],
metropoliet [aartsbisschop] van Byblos en Batroun en Libanon,
Patriarchaat van Antiochië en het gehele Oosten *.

* Geschiedkundige basis:

Logo Patriarchaat Antiochië

⁌  De stichting van dit Patriarchaat gaat met de vroeg-christelijke, oorspronkelijke Kerk terug tot de 1e eeuw.
⁌ is een van de vijf oorspronkelijk christelijke zetels welke “apostolisch”; bovendien werd ” in Antiochië voor het eerst de naam ‘Christenen’ gegeven aan haar volgelingen” Hand.11: 25-26.
⁌ De stad Antiochië is de historische zetel van het Patriarchaat, terwijl Damascus  [Syrië] de huidige zetel is. De zetel werd overgebracht naar Damascus onder pontificaat van de Patriarch van Antioch Pachomius [1378-1386] onder druk van de verwoesting van het Antiochië ten tijde van de Mamlukken [Ottomanen], welke in de middeleeuwse islamitische wereld dienaren waren, die voornamelijk van Turkse origine, opgeleid werden tot militair of bestuurder.
⁌ Ondanks de overdracht van de zetel naar Damascus is de historische en kerkelijke verwijzing naar Antiochië gebleven. De Patriarchen van Antiochië dragen altijd de titel van “Patriarch van Antiochië en heel het Oosten”.
⁌ De bevoegdheid van het Patriarchaat dekt Libanon, Syrië, Irak, Iran, het Arabisch schiereiland en in het Oosten en de zuidelijke regio’s van Turkije.
⁌ Vanwege migratiestromen zijn er nieuwe bisdommen gecreëerd in Europa [waaronder Midden-Europa, waar ‘vanaf 2015’ onze parochie toegewijd aan de ‘Moeder God’s’ in Nederland onder valt], Noord- en Zuid-Amerika, Australië en Nieuw-Zeeland.
⁌ De geestelijke toevlucht van Antiochië wordt beschouwd te zijn toegewezen  aan de bescherming door de twee vooraanstaande onder de Apostelen, Petrus en Paulus.

Balamand‘ klooster – foto van Camille Enlart (1921)

⁌ NB. In 1833 werd het eerste catechetische onderwijs in het voormalige Cisterciënzer klooster geopend, welke het startsein gaf aan de huidige grote onderwijsinstellingen ‘Balamand’.  Momenteel is rond dit klooster, het theologische instituut, de middelbare school en de universiteit gehuisvest.