10e Zondag na Pinksteren – breng de maanzieke jongeling hier

      Er kwam iemand tot Hem, knielde voor Hem neer en deze zei:

‘Healing of the epileptic’ – Evangelarium Iviron 13 cnt

        ‘Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en hij is er slecht aan toe; want dikwijls valt hij in het vuur en dikwijls in het water. En ik heb hem naar uw discipelen gebracht en zij hebben hem niet kunnen genezen.
       Jezus antwoordde en zeide:
‘ O, ongelovig en verkeerd geslacht, hoelang zal Ik nog bij u zijn? Hoelang zal Ik u nog verdragen? Breng hem Mij hier”.
       En Jezus bestrafte hem en de boze geest ging van hem uit, en de knaap was genezen van dat ogenblik af.
       Toen kwamen de discipelen bij Jezus en zeiden, toen zij met Hem alleen waren: ‘Waarom hebben wij hem niet kunnen uitdrijven?
Hij zei tot hen:
       ‘Vanwege uw kleingeloof. Want voorwaar, Ik zeg u, indien gij een geloof hebt als een mosterd-zaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn. Maar dit geslacht vaart niet uit dan door bidden en vasten.
Terwijl zij samen in Galilea verkeerden, zei Jezus tot hen:
        ‘De Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en ten derden dage zal Hij opgewekt worden
Matth.17: 14b-23b.

      Want het schijnt mij toe, dat God ons, Apostelen, de laatste plaats heeft aangewezen als ten dode gedoemden, want wij zijn een schouwspel geworden voor de wereld, voor engelen en de mensen. Wij zijn dwaas om Christus’ wil, maar gij zijt verstandig in Christus; wij zijn zwak, maar gij zijt sterk; gij zijt in aanzien, maar wij zijn niet in ere.
Tot op dit ogenblik verduren wij honger, dorst, naaktheid, vuistslagen en een zwervend leven; wij verrichten zware handenarbeid; worden wij gescholden, wij zegenen; worden wij vervolgd, wij verdragen; worden wij gelasterd, wij blijven vriendelijk; wij zijn als het uitvaagsel der wereld geworden, als aller voetveeg, tot op dit ogenblik toe.
        Dit schrijf ik niet om u beschaamd te maken, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Want al hadt gij duizenden opvoeders in Christus, gij hebt niet vele vaders Immers, ik heb u in Christus Jezus door het Evangelie verwekt. Ik vermaan u dus: volgt mijn voorbeeld1Cor.4: 9-16.

Paulus maakt ons duidelijk dat wanneer je Christus hebt leren kennen en je jezelf bekleed hebt met Christus – er met andere woorden voor hebt gekozen om je oude leven los te laten.
Als christen heb je ervoor gekozen ‘ànders’ te zijn dan ‘niet’-christenen.
Je wilt Christus’ voorbeeld volgen en Zijn Liefde uitstralen naar iedereen om je heen. Op deze wijze geef je het voorbeeld aan de wereld, dat het ànders kan.

Paulus gaf de mogelijkheid van gezinsleven en stabiliteit ‘òp’ om als reizende
apostel door de gehele mediterrane wereld te reizen en bracht de Blijde Boodschap naar wie er dan ook voor open zou staan.
Paulus’ manier van leven was anders dan die van de andere apostelen, zelfs Petrus [Cefas] en de leden van de eigen familie van de Heer, zoals de H. Jaäcobus.
Hij deed wat ‘niet’ vereist was of zelfs maar verwacht werd teneinde de mensen voor Christus te winnen.
Hij beschreef zijn levensstijl op een wijze, die tot in onze tijd zal weerklinken:
Wij zijn dwaas om Christus’ wil”, God’s Wil.

Door de eeuwen heen heeft de Kerk deze term – dwaasheid om Christus wil – gebruikt teneinde een ​​beperkt aantal mensen te beschrijven wiens christelijke leven de ‘dwaasheid’ van de Bergrede hebben omarmd.
In de Orthodoxe Kerk noemen wij dit soort Heiligen – ‘Dwazen om Christus wil’ -.
Paulus haalt het begrip vaker aan:
➻  “      Gij hebt immers gaarne geduld met onverstandigen, omdat gij zo verstandig zijt: gij verdraagt het immers, als iemand u als slaven gebruikt, als iemand u opeet, als iemand beslag op u legt, als iemand groot doet, als iemand u in het aangezicht slaat2Cor.11: 19,20;
➻  “     niemand dient mij voor onverstandig te houden; of anders: aanvaardt mij als een onverstandige; dan kan ik ook een weinig roemen. Wat ik zeg, zeg ik niet naar de Heer, maar als in onverstand, aangenomen, dat wij mogen roemen2Cor.11: 16,17.
Zelfs predikt Paulus ook openlijk:
➻  “       Laat niemand zichzelf misleiden! Indien iemand onder u meent wijs te zijn in deze tijd, hij dient dwaas te worden, om wijs te worden. Want de wijsheid van deze wereld is dwaasheid voor 
God. Want er staat geschreven: Die de wijzen vangt in hun sluwheid; en elders: De Heer weet, dat de overleggingen van de wijzen vruchteloos zijn” 1Cor.3: 18-20.
Op ons westelijk halfrond -bekend om haar Joods-christelijke cultuur wordt het vaak gebruikt om mensen te beschrijven die leven, zoals weinigen van ons zouden doen om de behoeftigen en de uitgestotenen te dienen: “ ja, die zijn gek!” en worden ze regelmatig als malloten gemeden.

Franciscus, kruisdrager

Ze worden vergeleken met de Heilige Franciscus van Assisi, die zich in jute zakken hulde – bij het verkondigen van z’n overtuigingen, niet alleen door woorden, maar tevens door de wijze van leven die hij omarmde.
Franciscanen-monniken, zijn volgelingen, staan bekend vanwege de eenvoud overeenkomstig de Blijde Boodschap in plaats van het ophemelen van de waarden van ons tijdperk. Ook andere waaronder diverse missionarissen kenmerken zich door deze leefstijl.

In de Orthodoxe Kerk is de term “Fool for Christ’s Sake” aan een ander type getuige van Christus gegeven.
Als Orthodoxe ‘dwazen‘ worden zij beschouwd, die aan de rand van, of zelfs buiten, de gemeenschap van respectabele christenen zijn gaan leven.
Zij imiteerden de dwaasheid als onnozele kinderen van God en deden zelfs alsof ze in sommige gevallen gestoord waren om het de Blijde Boodschap te verkondigen aan degenen, die het niet langer konden bevatten.

H. Basilios van Moscow

⁌ Misschien was de beroemdste wel de H. Basilios, de wonderdoener van Moskou, die Ivan de Verschrikkelijke kon berispen en ermee wegkwam omdat hij, levend op straat, niets te verliezen had. Het is ironisch dat de meest weelderige – en excentrieke – kathedraal in het Kremlin in Moskou naar hem is vernoemd.
⁌ Een bijna-hedendaagse ‘Fool for Christ’ was een bakker in een buitenwijk van Athene, die in de volksmond bekend stond als ‘Crazy John’.

‘Crazy John’ by Dionysios A. Makris [uitg. Amazon]

Hij kocht regelmatig twee grote zakken brood van zijn  zijn loon en deelde ze uit aan de ouderen en armen in zijn buurt. Hij ging de eer van zijn daden uit de weg en zei altijd dat het brood
een geschenk was van de heer Apostoly de bakker, zodat je deze zult gedenken in je gebeden”.
Dwazen voor Christus vertonen vaak een soort van spirituele aanblik, een bijzondere gave van de Heilige Geest.
Op een dag kwam John niet opdagen voor werk, men trof hem aan bij het schoonmaken van de waterafvoeren [de afvoerputten] in zijn buurt, bewerend dat hij op zoek was naar twee munten, die hij verloren had. Later op de dag overspoelde een grote overstroming het gebied – behalve de omgeving van ‘Crazy John’, die geen schade opliep,
omdat de rioolputten waren schoongemaakt!
Door de jaren heen werd Crazy John vereerd in zijn buurt voor de zorg die hij zowel geestelijk als materieel aan behoeftigen toonde.
Op zijn eigen manier evenaarde hij de verhalen, die wij kennen over de H. Nicolaas van Myra, tot genoegen van de handelaren, kocht hij regelmatig grote hoeveelheden kinder- en vrouwenbenodigdheden op de markt. Op een dag volgde iemand hem en kwam er op die manier achter dat hij deze spullen achterliet bij de armen, die zich de aanschaf niet konden veroorloven. Toen hij stierf, hield zijn achtergebleven spelleider deze buitengewone lofrede:
God heeft hem misschien geen spelleider [priester] gemaakt, maar hij heeft hem zeker tot toezichthouder [bisschop] gezalfd voor onze omgeving” en degenen, die hem mee begraven hebben riepen uit: “Axios, Axios, Axios”.

De vraag, die nu gesteld kan worden is, wie van ons kan een dergelijke tegenstrijdigheid met onze menselijke natuur overwinnen; het antwoord is al heel oud:
    Wie zal oversteken naar de overkant der zee, het voor ons halen, en het ons doen horen opdat [ook] wij het volbrengen? Maar dit Woord is heel dicht bij u, in uw mond en in uw hart, om het te volbrengenDeut.30: 13b-14.
Toen Paulus over de navolging van Christus, het christelijke leven schreef, drong hij erop aan dat dwaasheid deel zou uitmaken van de levenswijze van elke gelovige:
➥        “Laat niemand zichzelf misleiden! Indien iemand onder u meent wijs te zijn in deze tijd, hij dient dwaas te worden, om wijs te worden1Cor.3: 18.

Maanziekte werd in verband gebracht met slaapwandelen en duidt op de grilligheid en wispelturigheid van het menselijk handelen.
Een [werk-]paard is maanziek, als het een op bepaalde tijden terugkomende zinking op de ogen heeft, die zich vervolgens ‘dof en tranend’ voordoen. Meestal zijn de ogen afwisselend ontstoken en de ziekte eindigt gewoonlijk met volslagen ‘blindheid’.
Paulus stelde de wijze waarop de Leer van Christus, de weg van Christus, wordt nagevolgd  tegenover de gewoonten van degenen die ‘wijs zijn in deze tijd‘, die het allemaal -‘zó goed’- weten en bestudeerd hebben hoe het systeem van onze wereldse samenleving in elkaar zit, teneinde daar optimaal gebruik van te kunnen maken. Zíj kennen de juiste mensen, de juiste bewegingen, de manier waarop dingen in een bepaalde cultuur worden gedaan – niet om anderen te helpen, maar om met behulp van hun persoonlijke vriendenkring [netwerk] ‘eigen troost‘ te vergaren òf  om ‘zichzelf‘ op te hemelen en niet te vergeten van een bovenmatig heerlijk leventje te genieten.
Zij personifiëren zich in tegenstelling tot de overleden Patriarch Pavle van Servië, als – “de wijsheid van dit tijdperk” – tot bewondering van velen.
Elke tijdsperiode en elke sociale gemeenschap heeft zijn eìgen-‘wijsheid’. In een tijd van hoog-conjunctuur verlangen politieke leiders méé te regeren en wanen zich ‘heer en meester’ onder de paraplu van het groot-kapitaal.
In een tijd van laag-conjunctuur wordt de onderlaag van de bevolking, de werk- en daklozen, de gehandicapten en de mensen, die de boot op een of andere manier gemist hebben, uitgeknepen – teneinde het groot-kapitaal ter wille te zijn.
En ten alle tijden dienen dit soort spel- en toezichthouders op handen gedragen te worden en zwelgen in hun persoonlijke inkomensvoorziening[en] ten koste van de minderbedeelden.

      Voor degenen die Christus en de Apostel Paulus voor ogen houden, overwint de dwaasheid van de manier van leven van de Blijde Boodschap echter de wijsheid van ‘elke’ tijdsperiode.
In navolging van Christus leven overeenkomstig de Joods-Christelijke cultuur is het verkiezen bóven de mensen van aanzien te staan en zich ten opzichte van de wereld te distantiëren.
Een wereld – om ons heen – welke zich sociaal, zakelijk of religieus afkeren van deze ‘tijdsperiode’, die er slechts naar streeft ‘erbij’ te willen horen en daarmee flink uit de ruif mee-te-eten.

➥ ➥ ➥    Maar ik vermaan u, broeders, dat gij hen in het oog houdt, die, in afwijking van het onderwijs, dat gij hebt ontvangen, de onenigheden en de verleidingen veroorzaken, en mijdt hen. Want zulke lieden dienen niet onze Heer Jezus Christus, maar hun eigen buik, en misleiden door hun schoon klinkende en vrome taal de harten der argelozenRom.16: 17,18.    
☛ Heer, heb medelijden met onze behoeftigen, want zij zijn ziek op de golven van de economie en zijn er veelal slecht aan toe; want dikwijls vallen zij buiten de boot in het water. En ik heb hen naar uw volgelingen gebracht en zij hebben hen niet kunnen genezen.

Het blijkt dat ook in Christus tijd de oproep tot saamhorigheid en
gezamenlijke actie reeds werd gehoord . . . . .
Er bestaat helaas bij veel mensen die de Blijde Boodschap als richtsnoer voor hun denken en doen belijden dat dit een misverstand betreft en dat solidariteit á-religieus en een typisch politiek-socialistisch begrip is.
Het woord solidariteit komt inderdaad niet letterlijk in de H. Schrift voor, maar de zaak en de bedoeling zijn daarin ‘oprecht‘ en ‘volop‘ aanwezig.

Solidariteit, overleg en polderen als woord zijn het eerst in de economie gebruikt, om de samenwerking tussen werkgevers en werknemers aan te duiden. Daarna kwamen deze woorden en begrippen ook in zwang in de sociologie, de politiek, de psychologie en ook in de theologie.
Het woord solidariteit is afgeleid van het Latijnse ‘solidus’ met de dubbele betekenis van sterk, solide en gezamenlijk, met andere woorden overleg teneinde tot overeenstemming te komen.  Tegenwoordig duidt men ermee aan dat men samen voor een zaak of ideaal staat en daarvoor actie voert. We kunnen daarbij drie doelstellingen onderscheiden:
1.]. een positieve, wanneer een bepaald goed doel wordt nagestreefd of wanneer men een ongunstige situatie wil verbeteren of herstellen;
2.]. een negatieve, wanneer men zich gezamenlijk keert tegen verkeerd geachte overheden, wetten, partijen, werkgevers of zelfs individuele personen;
3.]. meestal is het een combinatie van positieve en negatieve actie.

Het Mysterie van de Drie-eenheid

We kunnen stellen dat –‘de meest absolute vorm van solidariteit’– in de Leer en Pedagogie van Christus is te vinden. Dogmatisch gezien is de Drieëenheid de hoogst Goddelijke vorm van samenleven in Liefde. Bij en in God is de volmaakte eenheid in zijn, denken en handelen.
De Vader en de Zoon en de Heilige Geest werken -‘in alles’- gezamenlijk; dat straalt ook uit in de schepping van de kosmos en de mens. Evenzeer is God’s Gerechtigheid en Zijn Liefde tot in alle consequenties een bewijs van Zijn ondeelbare bedoeling.
Een afschaduwing daarvan behoort in de christelijke Gemeenschap, als het Lichaam van Christus, en in het huwelijk gevonden te worden.
Door de zonde heeft dat laatste helaas niet op die manier de tand des tijds overwonnen! Het gevolg is dat in de Bijbel een dubbele solidariteit is aan te wijzen:

De mensheid heeft één Vader: God de Schepper. God heeft alle mensen geschapen en Zijn geboden gelden voor alle mensen.
Hebt uw vijanden lief en bidt voor wie u vervolgen, opdat jullie kinderen mogen zijn van de  Vader, Die in de Hemelen is; want Hij laat zijn zon opgaan over bozen en goeden en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigenMatth.5: 44,45.

Er is solidariteit in de zonde. Alle mensen hebben de wet overtreden en wantrouwen God en Zijn goede bedoelingen. Daarin spannen mensen samen tegen hun Vader en Zijn Koningschap.
Na de zondeval wordt zichtbaar dat er één beweging is, in haat gericht tegen God, en een andere, door Zijn Genadegaven om Hem lief te hebben en te gehoorzamen.

Steeds opnieuw wordt ieder mens opgeroepen te onderscheiden  in welke richting de oproep tot solidariteit leidt.
Hoe te onderscheiden wat een goede oproep tot solidariteit is?
Daarvoor dienen we het antwoord te onderscheiden op verschillende criteria:
1.]. Wat is de bedoeling van de gepropageerde solidariteit?
Gaat het erom vrij en los te komen van de Wet van God of gaat het om Hem en om het onderhouden van Zijn geboden?
        Moge, Heer, Uw barmhartigheid over ons komen, zoals wij op U gehoopt hebben. Gezegend zijt Gij, Heer, leer mij Uw voorschriften.
Gezegend zijt Gij, Meester, geef mij inzicht in Uw voorschriften.
Gezegend zijt Gij, Heilige, verlicht mij door Uw voorschriftenuit de Doxologie
2.]. Wie zijn de spelleiders? Willen ze werkelijk dienaren zijn van elkaar en van het goede, of willen ze, heimelijk of openlijk, heersers en ‘δεσποτα’ te zijn?
3.]. Welke middelen worden in de solidariteitsactie gebruikt? Zijn de betoging en het protest vreedzaam en wil men slechts zonder dwang overtuigen, òf worden beschuldigingen, laster, stakingen, geweldsdaden en zelfs terrorisme gebruikt?
4.]. Tegen of voor wie worden we opgeroepen tot solidariteit? Helaas overheerst in veel oproepen tot solidariteit het negatieve. Dan gaat het tegen de eigen regering, bepaalde politieke leiders, overheersende regimes of bezettende machten, de bureaucratie in allerlei vormen, de bezittende, rijke klasse, tegenstanders in het algemeen, etnische minderheden, mensen van een ander ras of uit een ander land, etc. Ieder van ons kent hiervan voorbeelden te over.
5.]. Wat gebeurt er met mensen die, mogelijk wegens gewetensbezwaren, weigeren mee te doen aan de opgeroepen solidariteit? Worden ze geboycot, bedreigd, lastiggevallen of vervolgd?
6.]. Zijn we er zeker van dat er achter de oproep tot solidariteit geen verborgen agenda steekt?
7.]. Zijn mensen vrij om af te haken wanneer blijkt dat de gevraagde solidariteit toch een verkeerde richting inslaat of dreigt in te slaan?

Wie enigszins op de hoogte is van wat er plaatsvindt in de samenleving, merkt dat al deze zeven criteria vanuit de recente geschiedenis te illustreren zijn.
Maar aan de hand van het hierboven gegeven overzicht zijn er ook verschillende gebeurtenissen te onderscheiden uit de Bijbelse Historie. Deze voorbeelden zijn een lering voor ons. Dat is nodig, want we laten ons gemakkelijk misleiden.
Bij elk van de volgende voorbeelden dienen we te proberen ons te verplaatsen in de situatie van die tijd, achteraf oordelen is wel gemakkelijk, maar helpt in de actuele keuze niet.
• De torenbouw van Babel, uit Gen. 11. Tegen de intentie en opdracht van God wilden mensen hun eigen ideaal van eenheid en zekerheid handhaven.
• De uittocht van het nog niet gestabiliseerde volk Israël uit Egypte, Ex.13 en volgend. Telkens strijdt de begeerte om ‘vrij’ te zijn en Mozes te volgen met de angst voor de onzekere reis door woeste streken en het gemis van bepaalde zaken in Egypte. Het verzoek aan Aäron om ‘een gouden beeld te maken’ was een solidariteitsactie:
  Toen rukte het gehele volk zich de gouden ringen die in hun oren waren, af en zij brachten ze aan Aäron. Hij nam ze van hen aan, gaf er vorm aan met een stift en maakte er een gegoten kalf van. En zij zeiden:’ Dit is uw god, Israël, die u uit het land Egypte heeft gevoerdEx.32, 3,4.
• De opstand van de groep rond Korach en de zijnen tegen het leiderschap van Mozes uit Numeri 16.
• Het massale en gewelddadige verzet van het Israëlische Volk na de dood van koning Salomo tegen de regeringsverklaring van Rehabeam uit 1Kon.12.
• De vele voorbeelden van gezamenlijke afdwalingen in de tijd van de Profeten.
• Joodse leiders en veel inwoners van Jeruzalem waren één in de veroordeling van Jezus en verwezen Hem naar het kruis op Goede Vrijdag. Ze meenden daarin gezamenlijk goed te doen.
• Daartegenover staat de solidariteit in de eerste christelijke Gemeenschap:
    En zij bleven volharden bij het onderwijs van de Apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebedenHand.2: 42. Maar er was daar tevens het misbruik van Ananias en zijn vrouw.
• Paulus prijst in zijn brieven de jonge gemeentes om hun steun aan de behoeftigen, niet alleen in eigen kring maar ook voor de verre anderen. Vanuit Antiochië hielp men Jeruzalem.
• Bij de opstand tegen de Romeinse bezettende macht weigerden de christenen in Jeruzalem in het jaar 70 na Christus solidair te zijn in die strijd en weken uit naar het buitenland.

De oproep tot solidariteit vindt veelal daar plaats in de samenleving waar aandacht ontstaat voor wat men sociaal en maatschappelijk onrecht noemt. En hoewel wij in West-Europa tot de meest rijke en bevoorrechte bevolkingsgroepen van de wereld behoren, is er ook bij ons nog veel wat verre van ideaal is. Veel meer geldt dat van mensen in andere delen van de wereld.
Er is onvoorstelbare armoede, er zijn allerlei soorten ziektes, er is onderdrukking tot slavernij toe, corruptie lijkt onuitroeibaar, bureaucratie kan wanhopig maken, discriminatie is aan de orde van de dag. Allemaal redenen om mensen tot solidaire actie op te roepen. Ook christenen horen die oproep. Dikwijls wordt gesteld dat juist christenen vooraan op de barricades behoren te staan.
Is dat overeenkomstig onze werkelijkheid?

Als christenen, die rekening met de Blijde boodschap begeren te behouden, dienen we meer en meer onze mond open te doen en daarnaast persoonlijk onze handen uit de mouwen te steken. Vanwaar komen al de hierboven genoemde ellendige zaken? Het is toch geen noodlot?
Het is een tijd lang mode geweest om de oorzaak van alle ellende in de wereld te zoeken bij verkeerde systemen en omstandigheden. Verander de omstandigheden en het komt weer goed.
Zelfs de meest rigoureuze pogingen daartoe hebben echter geen wezenlijke verandering ten goede gebracht. De Apostolische oproep tot onderlinge samenwerking en verantwoordelijkheid [= vroeg-Christelijke solidariteit] mogen dan voor een groot deel hebben afgedaan, de idee dat het kwade overwonnen kan worden door allerlei maatregelen overheerst nog sterk.

Christenen hebben geleerd dat het kwade en verkeerde niet in de eerste plaats in onjuiste stelsels en regels zit, maar zijn oorzaak vindt in de zonde van het egoïsme en de rebellie tegen God. Wanneer wij dàn op die manier blijven geloven dat onze houding en ons leven niet radicaal veranderd kan worden,
blijft ieder mens tevens zijn eigen belang ten koste van anderen zoeken.
Ondanks alle mooie woorden, solidariteitsacties en zelfrechtvaardiging.
Die zelfhandhaving en dat eigenbelang vinden we zowel bij slachtoffers als bij de spelleiders en toezichthouders, die zich als hulpverleners opwerpen.

Voor christenen geldt primair dat mensen veranderd dienen te willen worden, zich tot het Goddelijke, het goede dienen te keren. God zoeken en nastreven, dàt is de Blijde boodschap en zending van de Kerk, heb God lief door je naasten ten dienste te zijn. In deze zijn wij onderwezen door onze Heer en Zaligmaker, Jezus Christus, Die wij  zeggen te volgen.
Dat betekent niet dat we de andere kant op kijken, niets behoeven te doen om de materiële nood in de wereld aan te pakken en om de omstandigheden te verbeteren. Het dient wèl gelijk op te gaan met de oproep om zich tot God te bekeren. Wanneer voor díe boodschap geen plaats en ruimte is bij een bepaalde solidariteitsactie, worden we gedwongen af te haken. Dat verklaart en rechtvaardigt ook dat naast diverse seculiere acties tot leniging van noodsituaties kerken en christenen een eigen aanpak kiezen.

Apolytikion     tn.1
“   Terwijl de steen door de Joden verzegeld was
en de soldaten Uw alleruiterst Lichaam bewaakten,
zijt Gij na drie dagen opgestaan, o Verlosser,
om aan de wereld Leven te schenken.
Daarom riepen de Hemelse Machten U Toe, o Levenschenker:
Ere zij Uw Opstanding, o Christus.
Ere zij Uw Koninkrijk:
Ere zij Uw Voorzienigheid o enige Menslievende
”.

Kondakion     tn.1
“   Als God zijt Gij opgestaan uit het graf in Heerlijkheid
en de wereld hebt Gij mede opgewekt.
De mensennatuur bezingt U als God
en de dood is teniet gedaan.
adam jubelt o Meester
en Eva, uit haar noemen bevrijd, verheugt  zich en roept uit:
Gij zijt het, o Christus,
Die aan allen de Opstanding schenkt
”.

Theotokion     tn.1
“   Toen Gabriël tot U o Maagd het ‘verheug u’ sprak,
nam de Schepper van het heelal in U het vlees aan.
Toen werd gij ‘de Heilige Ark’, waarover David sprak,
meer omvattend dan de Hemelen.
Eer zij Hem, Die in U woning nam,
Eer aan Hem, die uit u tevoorschijn trad.
Eer aan Hem, Die ons door uw baren heeft bevrijd
”.