Orthodoxie & Dankbaarheid voor hetgeen wij in onze schoot geworpen krijgen

… “Wij danken U, o Christus, onze God, dat Gij ons met Uw aardse goederen gezegend hebt.
Laat toch het Hemels Koninkrijk
voor ons niet verlorene gaan?
”…

Niet velen onder ons zullen dit gebed voorafgaand aan de maaltijd voor ogen hebben. Veelal wordt er een ‘Onze Vader’ gepreveld en zakt iedereen op z’n stoel neer om de maaltijd te nuttigen; reeds sinds de dagen van Karel de Grote maakten het ‘Onze Vader’ de kern uit van de volksdevotie; het werd immers door Christus ‘Zelf’ gepropageerd.
Toch staat bovenstaand gebed in het Nederlands Orthodoxe gebeden boek en
je kunt het nog zingen ook. Telkenmale wanneer we genieten van een maaltijd en dit gebed zingen/bidden, danken we onze Heer en Meester van ons leven,
dat Hij ons een land van melk en honing heeft gegeven,
dat we krijgen wat ons hartje begeert,
dat het ons ontzettend goed gaat en
 dat wij rijkelijk door Hem worden bedacht.
Toch zijn er velen, die zonder gebed ‘aanvallen’, afstand nemen en uiteindelijk
verraad plegen aan het Geloof dat hen van jong’s-af-aan werd bijgebracht.
In onze verwaandheid nemen we veel dat gebeurt in ons leven maar voor lief.

Al Bisharah Camp, 16-20 juli 2018

Het lijkt als vanzelfsprekend dat we te eten hebben, een dak boven ons hoofd, een leuke baan en een zorgzame partner of lieve vrienden hebben, maar dat is het niet. Stel je eens voor als je deze essentiële zaken niet zou hebben?
Inderdaad eerst dàn ervaar je dankbaarheid.
Een vorm van dankbaarheid is tevreden zijn over ons eigen handelen, een gevoel van voldoening – maar besef je wel dat dit niet zo maar een gegeven is; dit wordt je van hogerhand om niets via de ander geschonken.
Gezond zijn, financiële onafhankelijkheid en ‘leven in Vrede’ zijn voor ons aan de orde van de dag, maar sta jij er weleens bij stil dat dit voor velen onder ons ‘niet’ zó vanzelfsprekend is?
Je wordt ’s-morgens wakker en je kunt meer waardering ervaren wanneer je eerst eens de eerste 5 minuten stil staat bij jezelf, je leven en alles waarvoor je dankbaar mag zijn; het besef dat het allemaal ‘niet’ zo vanzelfsprekend is.

Er kan verdriet zijn, maar ook dankbaarheid – verdriet en lijden komt ‘niet’ alleen – ; tranen doen ons beseffen dat we door het water heen een rode draad dienen te gaan zoeken; datgene wat van belang is om weer in evenwicht te komen.
Wanneer je vaker dankbaarheid ervaart, zul je merken, dat je minder negatieve gevoelens, zoals stress, onzekerheid en boosheid, zult ervaren.
Oók zul je je vrienden, familie en eventuele partner meer waarderen en zul je eerder geneigd zijn om belangeloos voor anderen klaar te staan.
Kortom dankbaarheid zal jouw leven en dat van anderen een stuk aangenamer en waardevoller maken.
Veelal zult u denken dat we dankbaar zijn voor datgene wat wij in ons leven als goed en blijmoedig beschouwen, maar daar tegenover staat datgene wat ‘wenselijk’ is en dat is voor velen een Mysterie, iets wat vanwege z’n ingewikkeldheid maar wordt verzwegen.

Gods medearbeiders zijn wij; Gods akker, Gods bouwwerk zijn wij; We are God’s co-workers; God’s field, God’s building is us; Είμαστε οι συνεργάτες του Θεού. Το πεδίο του Θεού, το κτίριο του Θεού είναι εμάς; نحن زملاء الله. حقل الله ، بناء الله لنا.

God gaf ons alles wat maar begerenswaardig is, – een land van melk en honing – , maar wij betalen Hem veelal met trouweloosheid terug. Sterker nog we doen alsof het een ‘eigen’ verdienste is, datgene wat ons overkomt.
Door God’s Genadegaven hebben we het verdiend om [opnieuw] door de straten van een vrij land bewandelen – “een droom van honderd- en duizenden jaren” -, een droom die vele afgedwaalden zich niet waardig achten te gedenken; het is toch vanzelfsprekend dat de zon voor ons opgaat en ’s-avonds weer vertrekt, dat leert de wereldse wetenschap ons.
En religieus besef – het besef van hoger waarden – dankbaarheid is niet meer op God gericht ‘de ervaring ervan slijt weg’; we hebben er gewoon geen woorden meer voor.
Velen onder ons herkennen de culturele verandering doordat de relatie met het hogere is wegvallen, bijvoorbeeld bij rituelen, een van de aspecten van geestelijke zorg, waarmee de zielzorg zich bezighoudt.
Bij de meeste rituelen staat de relatie met God centraal, echter in de verwereldlijkende westerse omgeving zijn mensen individualistischer en bepalen veel meer ‘zelf’ hun eigen levensverhaal; het –‘Ik’-je viert hoogtij.
En dàn blijft ons een land boordevol halfslachtige gelovigen, die de Kerk niet meer serieus nemen en die klagen dat ‘de Kerk‘ verwoest is, door velen geminacht en … verlaten is en slechts bewoond is door grijsaards.
Toch is er naast het verdriet, dankbaarheid … voor het zaad, dat gezaaid is – voor ons onzichtbaar, klaar om te ontkiemen, teneinde weer vrucht te gaan dragen.
God heeft Israël en de Kerk immers een natie beloofd, een hemels Koninkrijk, dat wil zeggen na het tijdperk van de individuele grijsaards voor wie iedereen ‘nog’ respect kan opbrengen.
De ‘westerse mens’ zoekt het in andere dingen, andere mensen, of het lot: ‘ik ben dankbaar dat het lot mij en mijn partner bij elkaar heeft gebracht’.
Het verschil in houding tussen religieuzen en humanisten wordt goed zichtbaar bij de geboorte van een kind. Gelovige mensen danken God nog steeds voor voor dit geschenk uit de Hemel, hetgeen hun leven een nieuwe glans gaat geven.

De alheilige wereldomvattende Kerk, ‘een Mysterie’ – icoon

Het sieraad, o Israël [Kerk], op uw hoogten ligt het verslagen! Hoe zijn de helden gevallen! Verkondigt het niet te Gat [Hebr. = behorend aan de wijnpers], boodschapt het niet op de straten van Askelon [Hebr. het vuur van de schande of ik zal gewogen worden], opdat de dochters van de Philistijnen [immigrant of land van tijdelijke bewoners] zich niet verheugen, opdat de dochters van de onbesnedenen niet jubelen!
Bergen van Gilboa
[Hebr.= opgezwollen hoop], noch dauw, noch regen, zij op u, gij velden van de heffingen. Want daar is weggeworpen het schild der helden, het schild van Saul [Hebr.=verlangd], niet met olie bestreken.
Zonder het bloed van de verslagenen en het vet van de helden keerde de boog van Jonatan
[Hebr.= de Heer heeft geschonken] nimmer terug en ledig kwam het zwaard van Saul niet weerom.
Saul en Jonatan, de beminden en lieflijken, waren in leven en sterven niet gescheiden. Zij waren sneller dan arenden, sterker dan leeuwen
2Sam.1: 19-23.

Het Onze Vader, de Geloofsbelijdenis en de Tien Geboden vormen het volstrekte minimum dat een kind God’s dient te kennen. De ouders, aangespoord door spelleiders zijn daarvoor verantwoordelijk. Wie ze niet kent zou de Goddelijke Liturgie niet herkennen; waar zij immers onder aanvoering van een diaken worden gezongen/gebeden – vreemd is echter dat er zoveel verschillende vertalingen de ronde doen – éénheid in gebed zou de algemene christelijke levenswijze dienen te zijn.
Het volk dient te leren bidden, want het gebed is onontbeerlijk voor de Verlossing. Het Onze Vader is van alle gebeden het meest effectief, zowel omdat het ons door Christus is geschonken als om zijn zinvolle kortheid, waarin alles is begrepen wat wij moeten wensen en vragen.
Het is kenmerkend dat christenen meer bidden dan danken; er wordt meer gebeden omdat we van problemen verlost willen zijn.
We zouden ons meer op ‘danken’ dienen te bezinnen.
Indien je niet iets kunt bedenken om voor te danken, bid dan met je ogen geopend en dank Hem voor alles wat je ziet.
Na slecht nieuws komt dankbaarheid veelal niet bij ons op.
Ten opzichte van ontwikkelingslanden zijn mensen in onze ontwikkelde landen minder dankbaar en dat terwijl hier alle primaire levensbehoeften aanwezig zijn en wij niets te klagen hebben.
Het klopt dat dankbaar zijn een houding van een christen is.
Een christen dient daarin herkenbaar te zijn.
Hoe groot het lijden ook is, een christen wordt dankbaar
door de Hoop, Die er is, het Hemels koninkrijk.
Tel je zegeningen ‘laat zien wat je wél hebt’, God wil ons immers
laten ontdekken hoe we in Christus gezegend zijn.
Wat ons ook overkomt wij blijven vertrouwen op de goede afloop en danken onze Heer en Verlosser ook in moeilijke tijden, want we krijgen dit op onze weg om ervan te leren.
  Zij zagen de werken des Heren: Zijn wonderdaden in de geweldige diepte.
Hij sprak, en een stormwind stak op: de golven werden opgezweept.
Zij vlogen omhoog naar de hemel, en vielen omlaag in de diepte:
hun ziel kromp ineen van ellende.
Zij schudden en slingerden als waren zij dronken
al hun bedrevenheid schoot tekort
Psalm.106[107]: 22-25.

Op zeker niveau leert de Blijde Boodschap dat God de wereld schiep met ‘spraak’ [En God zei, ‘laat er licht zijn’, en er was licht, etc].
In het Joodse streven naar innige vereniging van de ziel van God, welke hunkert naar Verlossing wordt uitgelegd dat de 22 heilige letters van het Hebreeuwse alef-bet de spirituele ‘bouwblokken’ zijn van alle geschapen realiteit.
De naam van een Heilig bestaan van iets vertegenwoordigt in de Heilige Taal de combinatie van geheiligde letters die hun onderscheidende kenmerken en het doel en rol reflecteert naar waar het werd geschapen.
Zo wordt een Joodse [Hebreeuwse] naam de spirituele roepnaam, die de unieke karaktertrekken en de door God gegeven schenkingen symboliseren.
Ideaal gezien dient ieder mens, die 24 uur per dag te gebruiken, niet alleen wanneer je wordt opgeroepen om de Thora, de Blijde Boodschap [voor] te lezen of wanneer gebeden door of voor jou worden uitgesproken.
Je [Joods- Christelijke] naam functioneert als een geleide, die spirituele energie kanaliseert van God in je ziel en je lichaam. Dit is waarom, zo zeggen de Chassidische meesters, een onbewust persoon vaak zal antwoorden en zal opleven wanneer zijn of haar naam wordt genoemd.
Volgens Joodse gewoonte wordt een kritiek zieke persoon soms een toegevoegde Joodse naam gegeven – zoiets als een spirituele ‘bypass-operatie’ om nieuwe frisse spiritualiteit samen te voegen rond hun bestaande naam en in hun lichamen.
Als gevolg van de instroom van spiritualiteit wordt het lichaam hernieuwde kracht gegeven zichzelf te genezen.
Gewoonlijk wordt je veelal door de ouders een naam toegewezen na je geboorte.
Joodse jongens krijgen hun naam op de achtste dag na hun geboorte tijdens de Briet Mila [besnijdenis] en Joodse meisjes bij de Thora-lezing kort na de geboorte.
Je naam wordt gekozen door je ouders die je vaak vernoemen naar een geliefde die is overleden. Of, wanneer je niemand hebt om te herinneren een [Bijbelse, Christelijke of Hebreeuwse] naam naar eigen keuze. De Joodse wijzen hebben verklaard dat de keuze van de naam ‘een kleine profetie‘ inhoudt, omdat de naam die zij kiezen conform de aard van je ziel is.

Klim wedstrijd op een door oorlog gehavende muur

Indien wij onze jeugd achter ons hebben gelaten koestert de mens z’n kinderlijke identiteit, welke een beetje sneu overkomt, alsof hij/zij zich vastklampt aan een aloude, gênante betovering, die vooral van nut geweest is om blijk te geven van grote dadendrang.
Het blijken slechts ijdelheden, het draait in het leven niet om uiterlijkheden, niet om wie, maar om wàt iemand is, de aard en het karakter …..; je persoonlijke afkomst wordt bepaald ‘door de wijze waarop jij je gedraagt‘.
Op jeugdige leeftijd zijn de ‘enig’ echt belangrijke aspecten van iemands identiteit zijn/haar seksuele prestaties, z’n professionele wapenfeiten en geld – al ras blijkt dat de meesten op deze drie punten tekort schieten.
Dankij de aversie tegen dikdoenerij beseffen velen vervolgens dat ‘het gewichtig doen’ hen tegenstaat, dat ‘duur’ doen te patserig is en je ‘met eenvoud‘ in je eigen levensonderhoud dient te voorzien. We zijn niet allemaal geboren als rijkeluiszoontje en behoeven onszelf daarmee derhalve niet kwellen. We dienen zèlf te proberen onze broek op te houden en òf dat lukt hebben we veelal [als gevolg van gezondheid’s-problemen] niet zèlf in de hand.
Ambities worden vervolgens al snel in de kiem gesmoord.
Dat je een alledaags/gewoon leven gaat leiden is niet te wijten aan het feit dat je een slecht betalend beroep hebt gekozen of aan je ouders, omdat ze je niet voldoende hebben gestimuleerd.
Eigen verantwoordelijkheid en sociale bewogenheid dragen méér bij aan de persoonlijke ontwikkeling dan menigeen denkt. Het draait er in het leven niet om met buitenissige dingen indruk te maken. Het belangrijkste wat wij onze kinderen diene bij te brengen is dat zij in het leven staande kunnen blijven en dat begint naast esthetiek, sociaal bewustzijn, passie en toewijding met:
– leren lopen, leren luisteren, leren praten, leren fietsen [zeker in Nederland behoeven we niet allemaal een auto (via een banklening) te bezitten] en in Nederland is het ontzettend belangrijk te leren zwemmen.
– hoe eenvoudiger je je bestaan kunt inrichten, hoe rustiger ook je bestaan zal worden; wij zijn immers nomaden en verwachten iets groters, omdat juist dìt ons van Godswege beloofd is.

Narcistische spelleiders blijken niet zo goed te presteren, indien hun werk objectief onderzocht wordt, inderdaad, ze zijn bedreven in politieke spelletjes . . . . . en al helemaal niet als hun leiding wordt omschreven als “hufters [arseholes] op de vloer van de gemeenschap”. Slechte spelleiders versterken de hufters en slijmballen in de manier waarop gemeenschappen in elkaar zitten.
Eerst dàn blijkt wáár wij ten opzichte van elkáár tekortkomen
, elkáár tekortdoen en tekortschieten.
Goed, je hebt mensen die menen dat de Schepper hen zegent op al hun wegen en dus volmondig roepen dat God niet teleurstelt. Maar kijken ze wel iets verder dan hun neus lang is, dan hun eigen kleine leventje?
Naar deze wereld vol leed, ziekte en verdriet?
Wij gelovigen vinden het ‘not done’ om te verkondigen dat God teleurstelt.
Wij roepen maar al te vaak in koor: ”Mensen stellen teleur maar God nooit”.
Ik vind dat eigenlijk een beetje raar, je krijgt er het gevoel bij dat het een leugen is of napraterij. Laten we dàt nu eens even van ons afschudden en eerlijk zijn.
Er zijn dingen in ons en in iemand anders leven die [mits je er open ogen en oren voor/naar hebt] uiterst teleurstellend kunnen zijn.
Wanneer de Kerk beweert dat alles wat ons overkomt uit Gods hand komt,
dan is het vrij onlogisch om als je kind ziek wordt, daaraan lijdt en dàn gaat roepen dat God nooit teleurstelt.
Dat is een masker dragen van vroomheid en daaronder zit de pijn en het onbegrip over het hoe en waarom je gebeden voor je lijdende en wellicht reeds overleden kind of geliefde brandt.
Een van de allerbelangrijkste dingen in het leven is eerlijkheid, ten opzichte van jezelf en ten opzichte van anderen.
Daar is lèf voor nodig want ons is min of meer jarenlang voorgehouden dat een kind van God positief is en nimmer teleurstellingen op de diepe overtuiging van de Schepper schuift.
Te ervaren dat naast de mensen, zelfs God teleurstelt is een teken van ‘ongeloof en zwakte’. Zo werd het u en mij immers geleerd; nu ben ik maar al te vaak teleurgesteld door God.
Dat lag nimmer aan Hem, begrijp mij goed, doch het beeld dat ik van Hem gevormd had was fout.
☦️

Sunset Sunday 15th of July 2018 – foto Vincent van Buuren.

God is niet de grijze oude man op een wolk, zoals die in menige fresco of icoon wordt afgebeeld en ons wel eens even zal geven waar we om vragen.
Hij is in veel de onbegrepene, een groot Mysterie.
Neen, in onze hoogmoed vernedert, dienen wij een toontje lager te zingen en dient niet God veranderen, doch dienen wij ons beeld van Hem te veranderen.
Wij dienen te leren dat God Zich niet laat vangen in het kleine vakje van onze kleinmenselijke logica, ons werelds denkvermogen.
Eerst dàn zullen wij nimmer meer teleurgesteld worden in Hem, omdat wij beseffen dat Zijn denken anders, ja hoger is dan het onze.
Iedere dag opnieuw doet God Zijn Aangezicht bevrijdend over ons lichten.
Hij is een God, die ons draagt en voedt, koestert en bemint.
Ieder moment van de dag is Hij aanwezig en legt Zijn hand op je hoofd, noemt
je bij de naam en geeft je het brood des levens.
Vertrouwen op God, daar komt het op aan en dat misschien moeilijk te aanvaarden, maar niet onmogelijk ….. als je maar wilt.
God zal ons ook in deze tegemoet komen.
1.]. Verheug je wanneer je de eerste fase hebt bereikt;
2.]. Versterk jezelf door gebed wanneer je in de tweede fase bent aangeland
en
3.]. Stort je vreugde bij Hem uit wanneer je je dankbaarheid over de gelukzaligheid bij onze ‘Heer en Meester’ kenbaar kunt maken.