Orthodoxie & volharding in het Geloof

      Welzalig de mens die wijsheid vindt, de mens die verstandigheid verkrijgt; want wat dit oplevert, is beter dan de opbrengst van zilver,  wat dit oplevert, is beter dan goud.
Dit is kostbaarder dan koralen, al wat gij kunt begeren, kan haar niet evenaren.
Lengte van dagen is in haar rechterhand, in haar linkerhand rijkdom en eer”
Spr. 3: 13-16.

We leven momenteel in een samenleving waar de mens z’n fundamentele houvast verloren is – de mens leeft ontdaan van aloude waarden en weet niet meer wat het is om een menswaardig bestaan te leiden. De oude waarden en rollen, die in de vroegere agrarische en patriarchale samenleving steun boden om zich aan vast te houden, lijken in onze geïndustrialiseerde samenleving nu bijna onmogelijk.
De persoonlijke binding, welke zich als van nature tussen ouders en kinderen van nare aanwezig was, is een zeldzame ervaring geworden.
Alsof dit voor de geestelijk gezinde niet moeilijk genoeg te dragen is wordt men overspoeld door vreemde en soms afwijkende opvattingen over seksualiteit en rolmodellen. We leven in een cultuur van toenemende ‘unisex’, perversie en immoraliteit – op het werk, thuis en soms zelfs in de kerkgemeenschap.
De “emancipatiebeweging” beginnend bij de vrouwen was een begrijpelijke reactie op onverantwoordelijke, hardhandige, arrogante en ongevoelige mannen; maar in plaats van het geweten en de moraliteit van mannen naar het traditionele opvoedende en morele niveau van vrouwen te brengen, had dit tot gevolg dat vrouwen naar het meer dierlijke niveau van het gedrag van mannen werden gebracht, terwijl dit tegelijkertijd de “mannelijke mythe” verbrijzelde zonder daarvoor in de plaats te stellen wat het is om een fatsoenlijk mens te zijn – of, in onze situatie, wat het is om een [orthodox] christelijke menswaardig bestaan te leiden.

Een buitengewoon relevant model voor de [orthodox] christelijke mens van vandaag is de profeet Job in het Oude Testament. Inderdaad, wordt ons hier een mens “naar Gods eigen hart” voor ogen gesteld. Zijn leven getuigt van bepaalde menselijke eigenschappen waaraan de [orthodox] christelijke mens zichzelf vandaag kan toetsen – een logische opeenvolging van punten, die spirituele groei opleveren als gevolg van een niet aflatende strijd, die met geen pen te beschrijven is.
Indien je nog ogen hebt om te zoeken naar wat het mensen om je heen ontbreekt en nog een hart bezit om te aanvaarden wat nog beter kan – ervaar je dingen waar anderen in hun haast van deze wereld aan voorbij lopen.
We horen het regelmatig om ons heen – vrienden, kennissen, die geconfronteerd worden met ongeneeslijke ziekte – die een strijd op leven en dood hebben te voeren. Wij zijn in onze tijd vergeten dat het liefdevol volharden tot het einde – de overwinning van problemen inhoudt.
Maar we zien en horen dit niet meer – weten er niet meer mee om te gaan – worden opgeslokt door nietszeggende afleiding’s-manoeuvres welke onze consumptie-maatschappij ons voorhoudt. 
We denken hierbij in de eerste plaats aan de profeet Job – in de betekenis van het gegeven, dat hij door de kwellingen van het leven een rechtszaak aanging tegen het Geloof, daarom ziet de orthodoxe Kerk hem als profeet van ‘het lijdende wezen’. We zijn in onze tijd vergeten dat hij – als ‘lijdend wezen’ volhardde tot aan het einde en de overwinning over zijn problemen behaalde.
We realiseren ons nog zelden dat hij om deze overwinning te behalen bepaalde eigenschappen van karakter en ziel nodig had – de kwaliteiten van een waarachtig,  op God ingesteld mens.
Hij begon zich niet pas tot God te wenden toen hem het water aan de lippen stond:
      O, zo ik was als in vroegere maanden, als in de dagen, toen God mij behoedde; toen Hij Zijn lamp [de zon] boven mijn hoofd deed schijnen, ik in de duisternis wandelde bij Zijn Licht; zoals ik was in de bloeitijd van mijn leven, toen God’s vertrouwelijke omgang in mijn tent toefde; toen de Almachtige nog met mij was, en mijn kinderen rondom mij waren; toen mijn schreden zich baadden in room en de rots in mijn nabijheid oliebeken uitgoot.
Wanneer ik uitging naar de stadspoort, mijn zetel deed plaatsen op het plein, dan verborgen knapen zich, als zij mij zagen, hoogbejaarden verhieven zich en bleven staan; vorsten staakten hun gesprek en legden de hand op hun mond; de stem van de edelen verstomde en hun tong kleefde aan hun gehemelte; wanneer een oor mij hoorde, prees het mij gelukkig en wanneer een oog mij zag, gaf het goede getuigenis van mij
Job 29: 2-11.
De profeet Job was een mens, die God en God’s liefdevolle zorg voor hem niet vergat, hoe vreselijk de huidige kwelling zich ook voordeed: “God was altijd met mij en de vriendschap van God beschermde mijn huis”.
De [orthodox] christelijke navolger van Christus streeft ernaar God en zijn zegeningen nooit te vergeten, hetzij in het verleden of in het heden en hij geeft ditzelfde voorbeeld aan z’n vrouw en kinderen door, met name in tijden van beproeving. Deze profeet hield van zijn kinderen en miste hen heel erg toen hij in ballingschap was; hij beschouwde hen niet als een irritante inbreuk op zijn eigen ‘levensstijl‘.
Hij stond vroeg op om te bidden en offers voor hen te brengen, om hen te zuiveren voor het geval zij hadden gezondigd.
De [orthodox] christelijke navolger van Christus bidt vurig voor zijn kinderen – zowel om wijsheid – de optimale begeleiding van hen, als om de Goddelijke zegen en Genadegaven over hen.
Dit is ook een model voor een spelleider in de christelijke gemeenschap, die nu eenmaal veel [‘spirituele’] kinderen heeft, maar ook de medechristenen bidden als lekenpriesters voor hun naasten.
De profeet Job was rechtvaardig, zowel voor z’n kinderen als voor degenen met wie hij buiten zijn familie verantwoordelijkheid opbracht.
Op dezelfde wijze is een [orthodox] christelijke navolger van Christus tot voorbeeld van rechtvaardigheid en onpartijdigheid ten opzichte van z’n eigen kinderen, waardoor Gerechtigheid met Genadegaven op een hoger plan wordt gebracht:
Want ik redde de ellendige die om hulp riep, de wees en hem die geen helper had; de zegenwens van wie dreigde onder te gaan, kwam op mij en het hart der weduwe [de gescheiden vrouw] deed ik jubelen; met gerechtigheid bekleedde ik mij, en mijn recht  bekleedde mij als mantel en hoofddoek; tot ogen was ik voor de blinde, en tot voeten voor de kreupele; een vader was ik voor de armen, en het rechtsgeding van mij onbekenden, onderzocht ik; ik verbrijzelde het gebit van de verkeerde en rukte de prooi uit zijn tandenJob.29: 12-17.
Job, de profeet erkent de behoefte van kinderen aan een veilig huiselijk gevoel en stabiliteit in hun leven te hebben. Hij was God’s-zoeker en streefde wijsheid na:
  de Heer geeft en de Heer neemt; gezegend zij de naam des Heren”.
De [orthodox] christelijke navolger van Christus streeft er ook naar om sereen te rusten in Gods voorzienigheid, zijn toewijding aan het [orthodox] Geloof levendig te houden en dit voor zijn gezin te modelleren op basis van zijn persoonlijke krachtige inbreng.
Wanneer je door de Pedagogie van de Heer geroepen bent, zijn aanwijzingen volgt zullen ook de Psalmen een rode draad [de kern] van je leven worden:
Juich voor de Heer, gehele aarde, zing een Psalm voor Zijn Naam,   breng lof aan Zijn heerlijkheid.
Zeg tot God: ‘Hoe ontzagwekkend zijn Uw werken; de volheid van Uw kracht doet Uw vijanden huichelen voor U’.
Dat heel de aarde U zal aanbidden en voor U zal zingen; dat zij de Psalmen zullen zingen voor Uw Naam, o Allerhoogste.
Komt en ziet de werken van God: hoe vreeswekkend Hij is in Zijn besluiten over de kinderen der mensen.
Hij veranderde de zee in droge grond, opdat zij te voet zouden trekken door de stroom.
Daar worden wij verblijd door Hem, Die door Zijn kracht heerst in eeuwigheid.
Zijn ogen zien neer op de volkeren, laten de opstandigen niet zichzelf verheffen.
Zegent, volken, onze God; laat horen de stem van Zijn lof.
Hij heeft mijn ziel in leven gehouden, Hij heeft mijn voeten niet prijs gegeven aan de branding.
God, Gij hebt ons op de proef gesteld, Gij hebt ons als zilver gekeurd in het vuur.
Gij hebt ons in een strik gevoerd, Gij hebt kwellingen op onze rug geladen, Gij hebt de mensen boven ons hoofd gesteld.
Wij zijn gegaan door water en vuur, maar Gij hebt ons daaruit gevoerd en verkwikt.
Ik wil opgaan naar Uw Huis met brandoffers, om U de geloften te volbrengen die mijn lippen hadden [toe]gezegd.
Die mijn mond had gesproken, toen ik in nood verkeerde.
Vette brandoffers draag ik U op, met wierook en rammen; ik offer U runderen en bokken.
Komt en hoort, gij allen die God vreest: ik zal U verhalen wat Hij aan mijn ziel heeft gedaan.
Met mijn mond heb ik tot Hem geroepen; ik heb Hem verheven met mijn tong.
Als er onrecht was te zien in mijn hart, dan zou de Heer mij niet hebben verhoord.
Juist daarom heeft God mij verhoord; Hij heeft geluisterd naar de stem van mijn smeking.
Gezegend zij God, Die mijn gebed niet afwijst en Zijn barmhartigheid niet van mij doet wijken
Psalm 65[66] vert. ROK ’s-Gravenhage

Waar haalt de profeet z’n motivatie vandaan? :
Ik dacht: Tegelijk met mijn nest zal ik de geest geven en mijn dagen vermeerderen als de feniks. Mijn wortel was voor het water toegankelijk, en de dauw overnachtte op mijn takken. Mijn eer was altijd nieuw bij mij, en mijn boog verjongde zich in mijn handJob.29: 18-20.
Vanwege al deze geestelijke kenmerken is de [orthodox] christelijke mens van vandaag in staat om verschrikkelijk lijden en ellende te verdragen, waardoor de Heer het laatste deel van het leven ons nog meer zal zegenen dan hij de eerste jaren gezegend had.
Hier wordt dus een waarachtig voorbeeld getoond voor de mens van deze tijd, die vaak geneigd zijn om zich terug te trekken in passieve zelfgerichtheid in het aangezicht van moeilijkheden en verleidingen, die te bereid blijkt te zijn [en door de maatschappij aangemoedigd wordt om dit te doen] om alles maar te laten vallen, echtgenote, en kinderen bij de minst of geringste bevlieging of moeilijkheid alleen te laten gaan.
Hier wordt ons een heelheid en vastberadenheid van een heilige voor ogen gesteld, die in de hedendaagse mens waarachtige menselijkheid kan inspireren in plaats van een nep-menselijkheid.
Een Heilige is die volmaakte mens, die blijft zoeken naar het beeld van God en tracht zijn wijsheid bij God op te doen:
  De Heer heeft gegeven, en de Heer heeft genomen; gezegend zij de naam des Heren”. De [orthodox] christelijke navolger van Christus blijft er naar streven om sereen te rusten in de Goddelijke voorzienigheid, zijn toewijding aan het orthodoxe geloof levendig te houden en dit voor zijn gezin te modelleren op basis van persoonlijk krachtdadig optreden.
      Als de rechtvaardigen juichen, is de Heerlijkheid groot, maar als de goddelozen aan de Macht komen, verbergen zich de mensen.
Wie z’n overtredingen bedekt, zal niet voorspoedig zijn; maar wie ze belijdt en nalaat, die vindt ontferming.
Welzalig de mens die gedurig vreest, maar wie zijn hart verhardt, valt in het onheilSpr. 28:12-14.
Gezegend hij/zij, die komt in de Naam des Heren!