Juli de 1e – Heiligen Cosmas & Damianos, de onbaatzuchtigen

        En Hij riep zijn twaalf discipelen tot Zich en gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen.
Deze twaalf [Apostelen] heeft Jezus uitgezonden en Hij gebood hun, zeggend:
    Wijkt niet af op een weg naar heidenen, gaat geen stad van Samaritanen binnen;
     begeeft u liever tot de verloren schapen van het huis van Israël [de Kerk]’.
Gaat en predikt en zegt:
‘Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.
Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit.
Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet’Matth10: 1, 5-8.

      Gij nu zijt het Lichaam van Christus en ieder voor Zijn deel leden.
En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, verder krachten, daarna gaven van genezing, [bekwaamheid] om te helpen, om te besturen, en verscheidenheid van tongen.
Zijn zij soms allen apostelen? Allen profeten? Allen leraars? Allen krachten?
Hebben soms allen gaven van genezing? Spreken soms allen in tongen? Vertolken zij soms allen?
Streeft dan naar de hoogste gaven. En ik wijs u een weg, die nog veel verder omhoog voert.
        Al ware het, dat ik met de tongen der mensen en van de engelen sprak, maar had de Liefde niet, ik ware schallend koper of een rinkelende cimbaal.
        Al ware het, dat ik profetische gaven had, en alle geheimenissen en alles, wat te weten is, wist, en al het Geloof had, zodat ik bergen verzette, maar ik had de Liefde niet, ik ware niets.
        Al ware het, dat ik al wat ik heb tot spijs uitdeelde, en al ware het, dat ik mijn lichaam gaf om te worden verbrand, maar had de Liefde niet, het baatte mij niets.
De Liefde is lankmoedig, de Liefde is goedertieren,
zij is niet afgunstig, de Liefde praalt niet, zij is niet opgeblazen,
zij kwetst niemands gevoel, zij zoekt zichzelf niet,
zij wordt niet verbitterd, zij rekent het kwaad niet toe.
Zij is niet blijde over ongerechtigheid, maar zij is blij met de Waarheid.
Alles bedekt zij, alles gelooft zij, alles hoopt zij, alles verdraagt zij.
De Liefde vergaat nimmermeer1Cor.12: 27-13: 8a.

Cosmas en Damianus [Gr: Κοσμάς και Δαμιανός] waren volgens de christelijke overlevering tweelingbroers, geboren in de tweede helft van de 2e eeuw in Syrië.
Over hun leven is niets -‘met zekerheid’- bekend; zij zouden allebei geneesheren zijn geweest, die kosteloos hun geneeskundige diensten aanboden.
Kosteloos je diensten aanbieden wil in de Orthodoxe Kerk zeggen dat je onbaatzuchtig bent en daarom heten deze beide geneesheren ook Agioi Anárgyroi, hetgeen wil zeggen de Heilige Onbaatzuchtigen. Dankzij hun levenswijze hebben vele ongelovigen zich tot het christendom bekeerd.

Tijdens de christenvervolging onder keizer Diocletianus behoorden zij tot de eerste slachtoffers. Zij werden door de stadhouder Lycias gearresteerd en ondervraagd.
Nadat zij over hun christelijke geloof hadden getuigd, werden zij in 303 onthoofd.
Boven hun graf in Cyrrhus in het huidige Syrië is een kerk gebouwd.

Cyrrhus [Gr: Κύρρος Kyrrhos] was en stad ontstaan in het oude Syrië en
is gesticht door Seleucus Nicator, een van de generaals van Alexander de Grote.
Deze stad ligt ongeveer 70 km ten noorden van Aleppo en was de hoofdstad van het uitgestrekte district Cyrrhestica , tussen de vlakte van Antiochië en  Commagene .  Cyrrhus werd al in een vroeg-christelijke periode een bisdom, van Hierapolis Bambyce , hoofdstad en grootstedelijke zee van de Romeinse provincie Euphratensis. Onder Justinianus werd het een autocefaal kerkelijke metropool, die rechtstreeks aan de Patriarch van Antiochië viel, maar zonder diocesane bisschop.
In een prachtige basiliek stonden de relikwieën van de heiligen Cosmas en Damianos, die rond 283 in die streek het martelaarschap hadden ondergaan en waarvan de lichamen naar de stad waren vervoerd, vandaar ook ‘Hagioupolis’.
Er waren in die periode veel heilige personen in die omstreken, vooral kluizenaars, waaronder de heiligen Acepsimas , Zeumatius, Zebinas, Polychronius, Maron [de patroonheilige van de Maronitische kerk], Eusebius, Thalassius, Maris en tevens Jacobus, de wonderdoener.
Bisschop Theodoret wijdde een heel werk aan de illustratie van hun deugden en mirakelen.
Deze bisschop van Cyrrhus [423-458] was een productief schrijver, bekend om zijn rol in de geschiedenis van het Nestorianisme, het Eutychianisme en het Marcionisme.
Hij verhaalt ons dat zijn kleine bisdom [ongeveer veertig vierkante kilometer] 800 kerken hebben bevat, wat een zeer dichte christelijke bevolking veronderstelt. 
In 476 hield een bisschop met de naam Ioannes een synode tegen
Peter Fullo welke van 471-488 de patriarch  van Antiochië was en niet-Chalcedonisch. Sergius I van Cyrrhus een Nestoriaan werd in de late 5e eeuw afgezet door de Byzantijnse keizer Justin I, opgevolgd rond 518 werd opgevolgd door Sergius II van Cyrrhus, een Jacobiet.
In de Latijnse kerk wordt het bisdom als een voormalig diocees gezien, dat niet langer functioneert, ook wel een “dood bisdom” genoemd.

Horen, wie horen wil

Onbaatzuchtigheid of Altruïsme is een persoonlijke waarde en drijfveer. Inzicht in je persoonlijke waarden is belangrijk om vast te stellen wat u het belangrijkste vindt in uw leven.
Waarden hebben te maken met zaken waarvoor u staat en waarvoor u gaat. Het zijn dus ook diepergaande motivaties; persoonlijke waarden worden dan wel  drijfveren genoemd. Het betreft een levensvisie waarbij men mensen wil helpen zonder het eigenbelang voorop te stellen; het belang van de medemens heeft de overhand, prevaleert. Het is dus een gericht zijn op het welzijn van de ander, waarbij men bereid is zichzelf beleefd aan de kant te zetten.
Wanneer onbaatzuchtig handelen als tegenhanger van egoïsme wordt omschreven in de zin van betrokken zijn op anderen, kunnen we ons daar prima in vinden. Zodra het echter wordt uitgelegd als voorbijgaan aan eigenbelang of zelfs als morele zelfopoffering, dan haken de mens veelal af.  Hulp bieden aan anderen te koste van jezelf, zou weinig continuïteit in het vooruitzicht stellen.
Bovendien zijn we er in onze westerse cultuur mee opgegroeid dat ieder mens een belang heeft, weliswaar niet altijd een commercieel of financieel belang, maar toch zal iemand niet iets doen zonder eigen belang op het oog te hebben.
Onbaatzuchtig betekent dus dat er geen financieel gewin is. Mensen geven hun tijd, kennis of geld weg ten  behoeve van de medemens. Onbaatzuchtig is nog wat anders dan belangeloos. Want er is altijd sprake van een belang. Ook  altruïsten vervullen hun behoeften wanneer ze iets doen of iets nalaten. Ze halen bijvoorbeeld hun persoonlijke waardering uit hun daden en uit hun handelen. Of ze kunnen hun behoefte aan waardering halen uit het dienstbaar zijn voor de medemens.

De onbaatzuchtige artsen gingen zo op in hun navolging van Christus, dat zij hun geneeskundig handelen beoefenden uit Christelijke naastenliefde. Omdat zij zich zo volkomen overgaven aan deze taak en de zorg voor zieken, schonk God hun vaak mystieke [wonderbaarlijke] genezingen, waar hun kennis tekort schoot.
Zonder enig onderscheid te maken behandelden zij rijken en armen, stadgenoten en vreemdelingen, zonder ooit enige vergoeding te vragen. Hun medelijdende liefde strekte zich uit over elk lijdend schepsel en de mensen kwamen ook met hun zieke dieren bij hen om genezing te vinden. Hun roem, in Goddelijke medeleven, steeg steeds hoger en van heinde en verre kwamen de zieken hen opzoeken.

Troparion     tn.8.
Heilige barmhartige wonderdoeners,
zie neer op onze zwakheden.
Om niet hebt u ontvangen,
schenk daarom ook om niet aan ons,
door uw gebeden tot Christus onze God,
worden onze zielen gered
”.

Kondakion     tn.2
  U hebt de gave van genezingen ontvangen
om gezondheid te schenken aan de zieken,
wonderbare artsen Cosmas en Damianos.
Door uw tussenkomst verslaat u de hoogmoedige vijand
en geneest u de wereld door uw Mysteriën
”.