Orthodoxie & Christelijke verkondiging tegen elke tegenstreven in

Geloof

Teneinde je medeburgers tot Christus te brengen roept Christus ons op om Zijnentwil ‘uit te gaan’ en de medemens te redden.
Daartoe dienen we in de eerste plaats Christus Zelf te gaan zoeken en in ons leven op te nemen.
We dienen daarbij allereerst eerlijk ten opzichte van onszelf te zijn en geheel ons leven aan God aan te bieden.
Daartoe dienen wij ons onafgebroken tot God richten en met onszelf af te spreken en ons in te zetten al datgene wat wij aan goede eigenschappen kunnen opbrengen in Gods dienst te stellen.
Voor zoiets heb je durf nodig – want onze misleidde medemens – zal zich in z’n onschuld verzetten. de tegenstrever zal al het mogelijke doen je aan de schandpaal te nagelen.
Dit zal pijn doen en dat hebben wij te verdragen, teneinde hen op het rechte pas terug te voeren. De zieken zullen om zich heen slaan en ons vervloeken en bespotten, dit dienen wij als trouw aan de aangenomen beginselen te accepteren en niet onder hun beledigingen gebukt te gaan, maar het gewoon te accepteren als noodzakelijk om hen in hun ongezond bestaan te schande te maken.

Christus geneesheer door Zijn Woord, door Christine Hales

De zieke mensheid zal het dokter’s tenue besmetten, maar de geneesheer geeft z’n behandeling niet op. In alle oprechtheid probeer je zoveel mogelijk aan te tonen dat het lichaam en de ziel verzorging nodig hebben – we zien immers dat veel zielen onder ons verloren gaan en verderf uitzaaien en anderen in hun val meeslepen. De samenleving is bedorven en tast ieder, die zich hier niet van bewust is, aan tot op het bot.
Weest vriendelijk en barmhartig jegens elkander, elkaar vergevend, zoals God in Christus jou vergeving geschonken heeftEph.4: 32.
Paulus gedroeg zich misschien niet zo, maar hij zei: “Is hij geduldig en ben ik niet mezelf? Wie is er schandalig en geeft mij niet de schuld?”.
Wij dienen elkaar dus te vergeven omdat God ons vergeeft.
Dat is een bekende gedachte. Wij hebben een belangrijke reden om elkaar te vergeven! Vervolgens dienen wij elkaar te vergeven zoals God ons vergeeft.
God heeft ons in Christus het voorbeeld gegeven van vergeven.
Dat is een iets minder bekende gedachte.
Hoe dienen wij dan te vergeven?
Ons wordt gevraagd precies zo te vergeven, zoals God dat doet.
Wij behoeven, bij wijze van spreken, niet soepeler en niet strenger te zijn dan Hij, indien  wij over vergeven tussen mensen nadenken.
Als wij het ‘omdat’ van vergeven vergeten, kunnen wij te vrijblijvend over vergeven gaan spreken. Als wij het ‘zoals’ vergeten, zouden wij wel eens te wettisch kunnen worden.

Zodat de aanvaarde vlam in je opbloeit, wanneer je een broeder verloren ziet gaan, zelfs wanneer deze je kleineert, je nadrukkelijk verklaart je aan te pakken, te bedreigen met vijandschap en niets anders beweert wanneer je alles dapper dient te doorstaan, teneinde zijn redding te verdienen.
Indien hij je vijand wordt, zal God je vriend worden en op die dag zal de Heer je belonen met grote goederen. Wij geloven immers dat God barmhartig is.
Zegen, mijn ziel, de Heer; al wat in mij is, zegen Zijn Heilige Naam. Zegen, mijn ziel, de Heer; vergeet toch al Zijn vergeldingen niet. Hij vergeeft al uw zonden; hij geneest al uw kwalenPsalm 103: 1-3.
Op een andere plaats zegt de psalmdichter dat God goed is en graag vergeeft hen die zijn Naam aanroepen: “Gij, Heer, zijt immers goed en zachtmoedig en rijk aan Barmhartigheid voor eenieder, die U aanroeptPsalm 86: 5.
Nehemia noemt God ondanks alles: “ Het Volk weigerde te horen en gedachten de wonderen niet die Gij onder hen gedaan hadt, en verhardden hun nek en stelden in hun weerspannigheid een hoofd aan, om terug te keren tot hun slavernij. – Maar Gij zijt een God van Vergeving, Genadig en Barmhartig, Lankmoedig en groot van Goedertierenheid, 
en hebt hen niet verlatenNehemia 9: 17.
Daniël zegt: “  Bij de Heer, onze God, is Barmhartigheid en Vergeving, hoewel wij tegen Hem weerspannig zijn geweest, niet geluisterd hebben naar de stem van de Heer, onze God en niet gewandeld hebben naar de wetten die Hij ons gegeven heeft door de dienst van zijn knechten, de ProfetenDaniël 9: 9.
  En in Hem hebben wij de Verlossing door Zijn Bloed, de Vergeving van de over-tredingen, naar de Rijkdom van Zijn Genade, Welke Hij ons overvloedig heeft bewezen in alle Wijsheid en Verstand, door ons het Geheimenis van Zijn Wil te doen kennen, in  over-eenstemming met het Welbehagen, Dat Hij Zich in Hem had voorgenomen, om, ter voorbereiding van de volheid der tijden, al wat in de Hemelen en op de aarde is onder een 
hoofd, dat is Christus, samen te vatten, in Hem, in Wie wij ook het Erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het Voornemen van Hem, Die in alles werkt naar de raad van Zijn Wil,  opdat wij zouden zijn tot lof van Zijn Heerlijkheid, wij, die reeds tevoren onze hoop op Christus hadden gebouwdEph.1: 7-12.

Deze vergevende Liefde van God verbaast en verwondert ons.
Tòch mogen wij dit gelovig aanvaarden. Dit Geloof in God heeft consequenties.
God wil mij m’n zonden vergeven, wanneer ik de toevlucht tot Hem neem.
God wil ook de zonden vergeven van de misdadiger die mijn leven kapot gemaakt heeft, als hij berouw heeft.
Dan ben ook ‘ìk’ geroepen hem z’n zonden te vergeven.
Indien ik dat niet doe, ben ik ongehoorzaam en
heb Ik tevens absoluut niets begrepen van de Grootheid van
de Genadegave van en in Christus.

In de stad Phillipi ]sprak Paulus met Lydia [Hebr. ‘moeite’, een purperverkoopster uit Thyatira (Hebr. “geur van droefenis)]. Omdat er veel Romeinse soldaten in de stad Phillipi rondliepen deed Lydia met haar purperen mantels goede zaken.
De Romeinen zijn trots op hun Romeinse burgerrecht [politheuma]. Maar Paulus heeft het niet over een stad of een staat op aarde [geen Europese Unie] en Paulus heeft het niet over geld [of de Euro], maar over een Ouranopolis [een Hemelse Stad]. Dáár gaan mensen op een bijzondere manier met elkaar om. Mensen staan er met beide benen op de grond, maar het ene been is net even anders dan het andere been [Een been in de Hemel en het andere been op de aarde].

  Indien er dan enig beroep [op u gedaan mag worden] in Christus, indien er enige bemoediging is van de Liefde, indien er enige gemeenschap is des geestes, indien er enige ontferming en barmhartigheid is maakt [dan] mijn blijdschap volkomen door eensgezind te zijn, één in Liefdebetoon, één van ziel, één in streven, zonder zelfzucht of ijdel eerbejag; doch in ootmoedigheid dient de een de ander meer uitnemend te achten dan zichzelf; en ieder lette niet slechts op zijn eigen belang, maar ieder dient ook op dat van anderen te letten. Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, Die, in de Gestalte van God zijnde, het aan God gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. En in Zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan het KruisPhil.2: 1-8.

      Israël [de Kerk] wordt door de Heer verlost met een eeuwige Verlossing; gij zult noch beschaamd staan noch te schande worden in alle eeuwigheid.
       Want zo zegt de Heer, die de Hemelen geschapen heeft [Hij is God] Die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft, Hij heeft haar gegrondvest; niet tot een baaierd [verwarde massa] heeft Hij haar geschapen, maar ter bewoning heeft Hij haar geformeerd: Ik ben de Heer en er is geen ander.
Ik heb niet in het verborgene gesproken noch ergens in het land der duisternis;
Ik heb tot het nakroost van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs.
Ik, de Heer, spreek wat recht is, verkondig wat rechtmatig is.
        Vergadert u en komt, nadert tezamen, gij die uit de volkeren ontkomen zijt. Zij hebben geen begrip, die hun houten beeld dragen en bidden tot een god die niet verlossen kan.
        Verkondigt en voert gronden aan. Ja, laten zij tezamen beraadslagen. Wie heeft dit vanouds doen horen, het van overlang verkondigd?
Ben Ik het niet, de Heer?
En er is geen God behalve Ik, een Rechtvaardige, Verlossende God is er buiten Mij niet.
        Wendt u tot Mij en laat u verlossen, alle einden van de aarde, want Ik ben God en niemand meer.
        Want Ik heb gezworen bij Mij Zelf, Waarheid is uit Mijn mond uitgegaan, een Woord dat niet zal worden herroepen: dat voor Mij elke knie zich zal buigen, dat bij Mij elke tong zal zweren.  Alleen bij de Heer, zal men van Mij zeggen, is Gerechtigheid en Sterkte,
tot Hem zal men komen; maar beschaamd zullen staan allen die tegen Hem in woede ontstoken zijn;
In de Heer wordt het gehele nakroost van Israël [de Kerk] gerechtvaardigd en zal het zich beroemenIsaiah 45: 17-23.

                                                                                     conf. H. Johannes Chrysostomos