4e Zondag na Pinksteren – juni 24e, Geboorte van de Heilige, Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes, de Doper.

        Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het Woord geweest zijn, ben ook ik [Lucas,= lichtgevend] tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus [=vriend van God], opdat gij de betrouwbaarheid zoudt erkennen van de zaken, waarvan gij onderricht zijt.
        Er was in de dagen van Herodes [= heldhaftig], de koning van Judea [Jehoed (Aramees), het gebied van de stam van Juda [=geprezen], een priester, genaamd Zacharias [= De Heer herinnert Zich], behorende tot de afdeling van Abia [=mijn Vader is de Heer], en zijn vrouw was uit de dochters van Aäron [=lichtbrenger] en haar naam was Elisabeth [= eed van God].
        Zij waren beiden rechtvaardig voor God en leefden naar alle geboden en eisen des Heren, onberispelijk. En zij waren kinderloos, omdat Elisabeth onvruchtbaar was, en zij waren beiden op hoge leeftijd gekomen.
        En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor God verrichtte in de beurt van zijn afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen. En de gehele volksmenigte was buiten in gebed op het uur van het reukoffer.
        En hem verscheen een engel des Heren, staande ter rechterzijde van het reukofferaltaar.
En Zacharias ontroerde bij dat gezicht, en vrees beving hem. Maar de engel zei tot hem: ‘Wees niet bevreesd, Zacharias, want uw gebed is verhoord en uw vrouw Elisabeth zal u een zoon baren en gij zult hem de naam Johannes [= de Heer, de genadige Gever heeft begunstigd] geven. En blijdschap en vreugde zal uw deel zijn en velen zullen zich over zijn geboorte verblijden. Want hij zal groot zijn voor de Heer en wijn en sterke drank zal hij niet drinken en met de Heilige Geest zal hij vervuld worden, reeds van de schoot van zijn moeder aan en velen van de kinderen van Israel [de Kerk] zal hij bekeren tot de Heer, hun God. En Hij zal voor zijn aangezicht uitgaan in de geest en de Kracht van Elia, om de harten van de Vaderen te keren tot de kinderen en de ongehoorzamen tot de gezindheid der rechtvaardigen, ten einde voor de Heer een wel-toegerust Volk te bereiden’.
En Zacharias zei tot de engel: ‘Waaraan zal ik dit weten? Want ik ben een oud man en mijn vrouw is op hoge leeftijd gekomen’.
        En de engel antwoordde en zei tot hem: ‘Ik ben Gabriël, die voor Gods aangezicht sta, en ik ben uitgezonden om tot u te spreken en u deze blijde mare [=bericht] te verkondigen. En zie, gij zult zwijgen en niet kunnen spreken, tot de dag toe, dat deze dingen geschieden, omdat gij mijn woorden niet geloofd hebt, die op hun tijd in vervulling zullen gaan’.
En het volk stond op Zacharias te wachten en zij verwonderden zich, dat hij zo lang in de tempel vertoefde. Toen hij dan naar buiten kwam, kon hij niet tot hen spreken en zij begrepen dat hij in de Tempel een gezicht gezien had. En hij wenkte hun toe en bleef stom.
        En het geschiedde, toen de dagen van zijn dienst vervuld waren, dat hij vertrok naar zijn huis.
Na die dagen werd Elisabeth, zijn vrouw, zwanger, en zij verborg zich vijf maanden, want, zeide zij: ‘Aldus heeft de Heer aan mij gedaan in de dagen, waarin Hij op mij neerzag om mijn smaad onder de mensen weg te nemen.
. . . . .  Toen voor Elisabet de tijd vervuld was, dat zij baren zou, bracht zij een zoon ter wereld.
En haar buren en nabestaanden hoorden, dat de Heer zijn barmhartigheid aan haar had groot-gemaakt en zij verheugden zich met haar.
        En het geschiedde, toen de achtste dag was aangebroken, dat zij kwamen om het kind te besnijden, en zij wilden het naar de naam van zijn vader Zacharias noemen.
Doch zijn moeder antwoordde en zei: Neen, hij moet Johannes genoemd worden.
En zij zeiden tot haar: Er is toch niemand in uw familie, die die naam draagt.
En zij beduidden zijn vader, dat hij beslissen zou, hoe hij het kind genoemd wilde hebben.
En hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef deze woorden: Johannes is zijn naam. En zij verwonderden zich allen.
        En terstond werd zijn mond geopend en zijn tong [losgemaakt], en hij sprak, God lovende.
En over allen, die in hun nabijheid woonden, kwam vrees, en in het gehele bergland van Judea werden al deze dingen besproken. En allen die het hoorden, namen het ter harte en zeiden: Wat zal er van dit kind worden? Want de hand des Heren was met hem.
En zijn vader Zacharias werd vervuld met de Heilige Geest en profeteerde, zeggende:
‘ Geloofd zij de Heer, de God van Israël [de Kerk], want Hij heeft omgezien naar zijn volk en heeft het verlossing gebracht.
. . . . .  En gij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste heten; want gij zult uitgaan voor het aangezicht des Heren, om zijn wegen te bereiden, om aan Zijn Volk [de Kerk] te geven kennis van Heil in de vergeving van hun zonden, door de innerlijke barmhartigheid van onze God, waarmee de Opgang uit de hoogte naar ons zal omzien, om hen te beschijnen, die gezeten zijn in duisternis 
en schaduw des doods, om onze voeten te richten op de weg van de Vrede.
Het kind nu groeide op en werd gesterkt door de Geest. En hij vertoefde in de woestijnen tot op de dag, dat hij zich aan Israel vertoonde
Luc.1: 1-25, 57-68, 76-80.

    Want het Heil is ons nu meer nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
De nacht is ver gevorderd, de dag is nabij. Laten wij dan de werken der duisternis afleggen en aandoen de wapenen van het Licht!
      Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar wandelen, niet in brasserijen en drinkgelagen, niet in wellust en losbandigheid, niet in twist en nijd!
     Maar doet de Heer Jezus Christus aan [bekleed u met Christus] en wijdt geen zorg aan het vlees, zodat begeerten worden opgewekt.
. . . . .  Wie zijt gij, dat gij eens anders knecht oordeelt?   Of hij staat of valt, gaat zijn eigen Heer aan.
Maar hij
[zij] zal [zullen] staande blijven, want
de Heer is bij Machte hem
[n] vast te doen staan” Rom.13:11b-14:4.

In navolging van het thema van de honderdman, welke zondag, de 24e juni van dit jaar, gevierd wordt blijkt ook hier onze Heer, de Genade-Schenker, Die ons Zijn volgelingen heeft begunstigd.

Johannes heeft de betekenis van ‘de Heer, de Genadige Gever’ heeft begunstigd en we komen er dus niet om heen ook volmondig te bevestigen dat de Heer ons staande doet blijven in ons Geloof en ons in staat blijft hardnekkig vast te houden aan ons Geloof.
Het Woord zegt: “u bent aan de wereld verslaafd geweest en dat doet het Woord, omdat het slechts wil, dat wij het Woord ter van onze zaligheid met een gewillig hart opnemen“.
En tegelijkertijd laat Christus, het Woord ons weten
dat daarmee uit de wereld ontslagen zijn en bevrijd zijn van de slavernij van zonde en
dat wij, die in de woestijn verblijven, temidden van die zogenoemde slavernij,
niet behoeven te denken: dat hebben we leuk gefikst, wij hebben ons van de zonde losgemaakt,
maar: “Gij zijt daarvan door Christus losgemaakt”.

➥ Wat hebben wij zelf gedaan, gepresteerd:
✓ Door de Doop in Christus hebben wij een anderen Heer aanvaard; en
deze Heer is God.
✓ Door ons over te geven, ons te laten onderdompelen in het Levend water heeft
onze Heer ons verlost, ons vrijgekocht, ons gerechtvaardigd, zodat de zonde
al haar rechten op ons verloren heeft; bij deze Heer staan wij Gelovigen, Die ons vertrouwen hebben gesteld op God in Zijn Gerechtigheid.
✓ Zoals wij ons voorheen aan de wereldse geest overgaven, hebben wij ons overgegeven aan God
en mogen wij ons verheugen op de redding in Zijn Naam.

Wij Gelovige Christenen zijn in de dienst gekomen van “de Gerechtigheid”;
dat betekent, dat  wijzelf zijn tot eigendom geworden van de Gerechtigheid;
van de Rechtvaardige, wij zijn in de dienst van God overgegaan, knechten, dienaren, slaven van God geworden.
Eindelijk gerechtigheid!” wordt wel gezegd, hetgeen een uitroep is wanneer iemand iets overkomt wat hem/haar naar redelijkheid al lang had dienen te overkomen.

H. Johannes de Doper, de stem van een roepende in de woestijn,the Voice in the desert La voix dans le désert, by James Tissot, Brooklyn Museum

De Genade van God voert de Heerschappij, door Gerechtigheid tot het eeuwige leven door Jezus Christus, onze Heer.
Christus heeft de mens niet zo Zalig gemaakt, dat de Wet daarbij toezicht zou dienen te houden; erop zou moeten toezien, hoe zij tot haar recht kwam,
òf dat de zonde daarbij de overhand zou kunnen verkrijgen.
  Toen Christus ons zalig maakte, door de dood te overwinnen,
toen was het eerste, wat Hij deed, dat Hij de Wet vervulde, vervolmaakte.
  Door vervulling van de Wet nam Hij de zonde uit ons midden weg;
daarvoor leed en stierf Hij als de tweede Mens;
daardoor bracht Hij een eeuwige Gerechtigheid teweeg en herstelde ons weer in de eeuwige Gerechtigheid in God.

Het feest van de Geboorte van de Heilige, Glorieuze Profeet en Voorloper Johannes, de Doper – houdt dus in dat er een aanvang wordt gemaakt met de Heils-geschiedenis.
Wij vrienden van God [-Theofili-] horen vandaag het begin van de verkondiging van een lichtdrager [-Lucas-], die alles wat de Apostelen hebben meegemaakt van meet af aan nauwkeurig heeft nagegaan, op volgorde heeft gezet en dit als de Blijde Boodschap voor ons opgeschreven heeft.

Dìt is nu onze zalige toestand; in onze Heer zijn wij met Gerechtigheid en Heiligheid bekleed; wij zijn vrij en los gekomen van de slavernij van de zonde en in de Zalige dienst van God overgegaan.
Dìt is onze Gerechtigheid uit God, en onze Gerechtigheid in de Heer, Die onze Gerechtigheid is.
Nu bezitten wij nog onze leden, de leden van het lichaam, waarmee de zonde ten uitvoer gebracht wordt; – met de ogen ziet men, en de begeerte komt op; met de oren hoort men, en men gehoorzaamt aan de lust; met de voeten betreedt men de verbodene wegen, met de handen grijpt men naar de verbodene dingen.

Wij maken ons nog bezorgd, dat de leden niet met onze geest méé vóórtwillen;
daarom, denken wij, dienen wij bij de Genade de Wet er tòch óók bij te betrekken, teneinde deze leden te beteugelen, ze misschien wel uit- en af te houwen.
Maar Paulus zegt ons: “Dat is de verkeerde weg !!!“.
Op die wijze hebt u het weleer gedaan, en zo doet u het ook nog heden; maar
wat komt daaruit voort?
Dit, dat gij, ondanks alle poging en inspanning,
om  rein en met de Wet in overeenstemming te zijn,
uw leden van de onreinheid en van de ongerechtigheid ten dienste stelt,
om onder het voorwendsel van Liefde tot de Wet u van de Wet te ontslaan en
in het geheel niet meer naar de Wet te vragen; ja,
om er u door te slaan met een gestolen troost zonder waarachtige rust.

Op de weg, waarop u het tot dusver gezocht hebt, hebt u niets anders gevonden, dan wáárover u uzelf schaamt, en wáárvan het einde de dood is.
Zoals jullie in Christus Jezus voor God in Gerechtigheid zijt gesteld,
zo hebt jullie ook je leden, uw zondige en zondigende leden van de Gerechtigheid dienstbaar gesteld!
Ga je die weg, dan zul je wèl ervaren, wat “onze Heer” zal veroorzaken.
De kinderen van Israël werden gereinigd en geheiligd en gerechtvaardigd in
het bloed van de [geslachte] lammeren, en werden zo verzoend en rein verklaard; hoeveel te méér zal de Gerechtigheid, waarin u in Christus Jezus voor God gesteld zijt, deze vrucht van Zich geven, dat uw leden zich bewegen zullen overeenkomstig deze zaligen toestand van de dienst Gods, waarin
u opgenomen zijt in de gekruisigde Christus Jezus, onze Heer.
Wanneer wij dus het woord “Gerechtigheid” hier goed verstaan, en als vanzelfsprekend Heiliging verwachten, zo zal het ons al duidelijker worden, wat de Apostel bewezen heeft, dat, de vermaning van de Apostel geenszins naar een Wet terugleidt, Die wij zouden dienen te volbrengen, maar dat wij gered zijn in de Heer, waarop gezegd wordt “ Mijn Genade is jullie genoeg”.
Het Genadige Heil is ons nu méér nabij, dan toen wij tot het Geloof kwamen.
Laten wij, als bij lichte dag, eerbaar -in deze woestijn- wandelen,
–  niet in brasserijen en drinkgelagen,
–  niet in wellust en losbandigheid,
–  niet in twist en nijd!

     Maar wij die ‘ons’ door Genade bekleed hebben met Christus en geen zorg schenken aan het vlees, zodat valse begeerten worden opgewekt en gaan onbezorgd de Zalige Toekomst van het Koninkrijk der Hemelen tegemoet, wat wij ook zullen tegenkomen.
Voorwaarts en niet vergeten!

5e Irmos     tn.4. uit de Metten [Orthros]
Nu zal ik opstaan, heeft God door de Profeet gezegd;
nu wil Ik Mij verheffen; nu word Ik verHeerlijkt,
want Ik heb op Mij genomen de gevallen mens,
en deze daardoor opgeheven tot
het wonderbare Licht van Mijn Godheid
”.

Heden is de Grootste van de Predikers ter wereld gebracht:
de stem die met de tong van de Geest aan allen de Zoon der Maagd verkondigt,
Die uit de Hemel zal neerdalen in ons menselijk lichaam.
De Heer heeft u tot Christus’ ware Lamp gemaakt,
die allen verlicht door de verkondiging van het Woord, de Zoon van God
”.

Het heelal stond vol verbazing om uw van-God-geschonken Heerlijkheid:
want gij, die in het huwelijk Maagd gebleven zijt, draagt in Uw schoot God,
Die alles te boven gaat, en hebt geboren de Zoon Die is boven alle tijd.
Schenk aan de u prijzenden de heilige Vrede

De zo zwak geworden menselijke natuur is weer sterk gemaakt om
de goede Vrucht te kunnen dragen, door  Uw Geboorte uit de onvruchtbare schoot, die het Leven verkondigt aan de sterflijken, alom geroemde Voorloper.
Als een ondoofbare Lamp verkondigt Gij de Zon der Heerlijkheid, Die zal opgaan uit de Maagd, om over de gehele mensheid te schijnen als het Licht van de Genade
”.

Theotokion
De praatzieke tongen van de goddeloosheid worden gebonden, maar
onze monden worden wijd geopend om de Heerlijkheid te doen horen van de Komst van de God van het Heelal, Die de Voorloper heden zo helder doet weerklinken over de aarde.
Op profetische wijze verkondigde Elisabeth Uw Heerlijkheid, toen zij vol vreugde de grote dingen verhaalde over uw Goddelijk Kind, Al-Reine;
want Gij zijt de blijdschap en de trots van ons allen
”.


Kondakion     tn.3.
    Zij die onvruchtbaar was, baart heden de Voorloper van Christus.
Hij is de vervulling van alle profetieën:
want toen hij Hem, Die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als Profeet,
verkondiger en Voorloper van het Goddelijke Woord
”.

Apolytikion     tn.2. uit Goddelijke Liturgie
    Het aandenken der Gerechten wordt gevierd met hymnen.
Maar gij hebt het getuigenis des Heren, o Voorloper,
want gij zijt in waarheid de grootste der Profeten,
omdat Gij Hem, Die gij gepredikt had, mocht dopen in de wateren.
Nadat gij gestreden had voor de Waarheid,
hebt gij ook vol vreugde het Evangelie gebracht in de hades:
dat God in het vlees is verschenen,
om de zonden van de wereld weg te nemen
en ons de grote ontferming te schenken
”.

Kondakion     tn.3.
  God’s Profeet en Voorloper der Genade:
Johannes, geboren uit de onvruchtbare,
is de vervulling van alle profetieën.
Want toen hij Hem, Die de Profeten hadden verkondigd,
in de Jordaan met de hand aanraakte,
toonde hij zich als Profeet,
verkondiger en Voorloper van het Goddelijke Woord
”.

Theotokion     tn.2.
Door U hebben wij deel gekregen aan de goddelijke natuur,
altijd-maagdelijke Moeder God’s:
want gij hebt God in het vlees gebaard.
daarom zijn wij allen, zoals het past u vroom verheffen
”.

Prokimen     tn.7.
  De Rechtvaardige zal zich verblijden in de Heer
en op Hem vertrouwen” [refr]

– “  God, verhoor mijn gebed wanneer ik mij tot U richt;
maak mijn ziel vrij van vrees voor de vijand”

– “  Beschut mij tegen de samenzwering der booswichten; tegen de menigte van hen, die onrecht bedrijven”.

Alleluia
– “ De Gerechte zal bloeien als een palmboom;
als een ceder van de Libanon zal hij uitgroeien”.
– “ Zij worden geplant in het huis des Heren
en zullen bloeien in de voorhoven van onze God”.