Juni 4e, begin van de Apostelvasten

Meer dan eens dienen wij, die geroepen zijn tot heiligen [tot heelheid], die door onze Heer geroepen zijn Hem oneindig lief te hebben.
De Waarheid van de Blijde Boodschap dient door iedere sterveling te worden opgemerkt en daartoe werden de Apostelen uitgezonden.
Nadien werd die Boodschap van vader op zoon, eeuwen lang van geslacht op geslacht doorgegeven:
Onze Heer en Verlosser heeft bij de mensen, die
Hij heeft ontmoet vele vragen opgeroepen,
de weergave van de Evangelisten laten hier iets van zien: doven horen, blinden zien, lammen lopen; door Zijn Kracht gaan kerkers open.
Doden leven door Zijn Woord; de blijde Boodschap wordt gehoord.
Waarop Zijn Heerlijkheid duurt tot in eeuwigheid;
Sterkte, Macht, Wijsheid, Kracht, Zijn Heerlijkheid duurt tot in eeuwigheid !

Onthouding van zowel bepaalde producten als het afzien van de huwelijksgemeenschap werd door de Kerk nooit als een doel op zich beschouwd.
Onthouding is altijd een middel geweest om te leren hoe je je eigen natuur in de hand kunt houden, om daarin de verborgen spirituele en fysieke passies voor een vrije gemeenschap met God te overwinnen.
We zijn geroepen om vrij te zijn, maar vrijheid houdt verantwoordelijkheid in voor de keuze die er gemaakt wordt.
Vrijheid behouden is dus moeilijker dan slavernij overwinnen.
Immers, het is makkelijker om te zeggen:
Ik eet om te leven, dus ik wil -koste wat kost- leven“,
Dat is mijn uitgangspunt” – “Dat is de komende periode mijn passie
in plaats van vrij en dartel rond te gaan en
met de wereld om mij heen te doen waar ik zelf zin in heb.

De betekenis van het vasten is op zichzelf niet onthouding van iets
[ -‘ik kan het niet‘ -het is en blijft een vrije keuze op zich-],
maar het feit dat onze geest zich uiteindelijk inzet om ons mentale en fysieke leven te beheersen. En hieruit blijkt, dat een ‘dieet houden’ – zwaar tekort schiet, want de lichamelijke kant van de mens wordt niet alleen vertegenwoordigd door zijn maag,  maar ook zijn aandrang tot iets, waaronder de huwelijksgemeenschap en niet alleen honger drijft ons tot bepaalde neigingen.
Wat is de betekenis van onthouding van bepaalde voedingsmiddelen,
indien de lusten van het vlees in de vastentijd op geen enkele wijze worden beperkt?
Integendeel, het verlangen en bevredigen van de lust –
dicteert in onze samenleving mede de omstandigheden,
ieder moment van het jaar?
Daarom houden wij ons het gehele jaar op [maandag, de engelen (als monastiek gebruik) woensdag en vrijdag [de dag van het Groot en Heilig Kruis] aan de vastenregel en
trachten ons op die wijze te ontkomen aan onze door de wereld opgelegde lusten.

Stel je de Kerk voor als een sportgebeuren en de gelovigen als een atleet en
de Kerk zou zeggen: “Leef zoals je wilt, drink, rook en kom af en toe naar ons toe om meer omhoog te kijken“. Ik sluit niet uit dat een deel van de geïnteresseerden, zich hiertoe aangetrokken voelen.
Slecht degenen die niet wèrkelijk tot de selectie van de Heiligen behoren, zal beginnen te zeggen: “Weet je, in het oude regels van de wereld, was het vasten en onthouden allemaal niet nodig, de training hing er een beetje bij en we hadden een feestelijke onderlingen verbintenis, zonder al die oefeningen” – het is wel jammer dat wij aan de oproep van onze Heer niet kunnen voldoen, maar Hij heeft ons toch al gered. Het zal ons duidelijk zijn dat Christus’ niveau van deze sectie zal dalen.
Een andere benadering is dat de spelleider ons, hoewel we niet geïnteresseerd zijn voorhoudt:
Probeer het eens, laat eens zien hoe het verloopt – om te werken aan jezelf, door deel te nemen aan de strijd met jezelf, soms weliswaar een misstap doet, maar opnieuw verder gaat om het einddoel, de vervolmaking te bereiken“.
Denk je ook niet dat de Heer Zich over zo’n gemeenschap van gelovigen zal verheugen?
‘Ontwaakt mensen,
voor jullie is God ‘mens‘ geworden.
Ontwaakt, jullie die slapen, sta op uit de doden
en ‘Christus‘ zal jullie verlichten.
Voor jullie, ik zeg het nogmaals en nogmaals,
is God ‘mens‘ geworden.
Jullie zouden het leven niet opnieuw gevonden hebben,
indien Hij de dood niet was ingegaan.
Jullie zouden bezweken zijn,
indien Hij jullie niet te hulp was gekomen.
Jullie zouden vergaan zijn,
indien Hij niet gekomen was’.
H. Augustinus [5e eeuw]