1e Zondag na Pinksteren – Zondag van Vaders van het 2e Oecumenisch Concilie [Nicea, 381]

      De overpriesters en de Farizeeën dan riepen de Raad samen en zeiden: ‘Wat doen wij, want deze mens doet vele tekenen? Als wij Hem zo laten geworden, zullen allen in Hem geloven en de Romeinen zullen komen en ons zowel onze plaats als ons volk ontnemen’.
Maar een van hen, Kajafas [=als bevallig], de hogepriester van dat jaar, zei tot hen: ‘Gij weet niets en gij beseft niet, dat het in uw belang is, dat een mens sterft voor het volk en niet het gehele Volk verloren gaat’.
       Doch dit zei hij niet uit zichzelf, maar als hogepriester van dat jaar profeteerde hij, dat Jezus zou sterven voor het volk en niet alleen voor het volk, maar om ook de verstrooide kinderen Gods bijeen te vergaderen. Sinds die dag dan beraadslaagden zij om Hem te doden.
      Jezus dan bewoog Zich niet meer vrij onder de Joden, maar vertrok vandaar naar de landstreek dicht bij de woestijn, naar een stad, Efraïm [‘Ik zal dubbel vruchtbaar zijn’] genaamd en Hij bleef daar met Zijn discipelen“ John.11: 47-54

      Dit is een getrouw Woord en ik wil, dat gij op dit punt een krachtig Getuigenis geeft, opdat zij, die hun vertrouwen op God gebouwd hebben, ervoor zorgen vooraan te staan in goede werken.
Die zijn schoon en voor de mensen nuttig; maar dwaze vragen, geslachtsregisters, twist, en strijd over de Wet moet gij ontwijken, want dat is nutteloos en doelloos.
                  Een mens, die scheuring maakt, moet gij, na hem een en andermaal terechtgewezen te hebben, afwijzen; gij weet immers, dat zo iemand het spoor geheel bijster is, en dat hij zondigt, terwijl hij zichzelf veroordeelt.
       Doe uw best, zodra ik Artemas [‘veilig’] of Tychikus [‘noodlottig’] tot u zend, tot mij te komen te Nicopolis [‘stad van de overwinning’], want ik heb besloten daar de winter door te brengen.
       Help Zenas [‘van de god Jupiter’], de wetgeleerde, en Apollos [‘gegeven door Apollo’] met alle ijver voort, opdat hun niets zal ontbreken.
       En laten ook de onzen leren voor te gaan in goede werken, ter voorziening in hetgeen noodzakelijk is, opdat zij niet onvruchtbaar zijn.
       Allen, die bij mij zijn, laten u groeten. Groet hen, die ons in het Geloof liefhebben.  De Genade zij met u allenTitus [‘verpleger’] 3: 8-15.

een verbintenis aangaan
Huwelijk’s contract tussen man en vrouw …
Het komt regelmatig voor, zeker wanneer er grote financiële belangen op het spel staan, dat het eigendom in geval van de een aan de ander wordt overgedragen doormiddel van een notariële akte: “Als de man sterft voor de vrouw zal zij het bezit verkrijgen  en is de vrouw eerder dan gebeurt dat andersom“.
          Ze waren nog niet zo aan elkaar gewend, maar hun huwelijksleven was nog niet begonnen òf er werd al over de dood nagedacht.
Vaak staat in het contract tevens beschreven wat er zal gebeuren als een zou kind sterven, hetgeen zij zullen voortbrengen: “Als het kind dat zal worden geboren sterft, zal dit òf dat gebeuren”. Zelfs over de afstammeling wordt niet heengekeken en er wordt al rekening gehouden met de beslissing na zijn dood, indien dit zal plaatsvinden!
Wat willen we daarmee duidelijk maken?
Dat, door naar de notaris te gaan voor het opstellen van een contract, iedereen weet dat de dood hem of haar soms persoonlijk zal kunnen overvallen.
Iedereen vindt dit volkomen normaal en het is niet te vermijden.

met God verbonden

‘wanneer de dood nadert, baat geen rijkdom’, by Maarten van Heemskerck [1508], Rijksmuseum; ‘when death approaches, no wealth avails’

Maar wanneer de dood nadert, dan vergeet de mens te beschrijven wat hem overkomt en tot de anderen te zeggen. “Moest ik zoiets lijden?”.
Schreeuwt de verlamde mens niet klagend uit en wordt er verzucht. “Verwachtte ik zo’n ramp tegen te komen en mijn vrouw te verliezen?”.
Wat denk je ervan, m’n mensenkind?
Toen je dacht, òf liever dacht dat je dat je het helemaal was, wèg van de dood, kende je de natuur-wetten; nu je het ongeluk hebt onder-gaan, ben je dit vergeten? God heeft je vrouw misschien tot Zich genomen
– omdat Hij je tot matigheid wil leiden;
– omdat hij je geschikt acht voor een nòg grotere strijd; met het oog op een nòg hoger spiritueel leven, en heeft Hij je daarom bevrijd van de huwelijksband. 
H. Johannes de Chrysostomos.

in liefde verbonden zijn

1. Shelter from God, 2. Surrender, 3. Trust.

Vandaag de dag heeft de mensheid behoefte aan waarachtige christelijke liefde. We houden niet van liefde, want indien we zouden liefhebben, zouden onze werken daarvan  getuige zijn.
De werken getuigen van wat ons leven is en wat onze gedachten zijn.
Hoeveel gebroken huwelijken komen wij in onze tijd niet tegen.
Dat is de reden waarom in ons verborgen leven, hetgeen voor de buiten-wereld[-wacht] niet zichtbaar is, de geheime werken -christelijk werk, -in navolging van Christus-  opofferend dient te zijn.
Niet voor niets kroont de ene partner de ander bij de huwelijksvoltrekking
– de kroon is de zegening van de een over de ander, maar is
– tevens een teken van Martelaarschap.
Het betreft de verborgen geestelijke gesteldheid -het basiselement van de onbaat-zuchtige liefde- welke staat voor openheid en eerlijkheid ten opzichte van onze broeders/zusters niet alleen om te leven, maar ook om de overledenen niet vergeten, eeuwig te gedenken.
De pijn van zieke en wanhopige mens en de pijn van de veroordeelde mens in de gevangenis van Gods veroordeling wordt onze eigen pijn.
En wanneer dit dag in dag uit onze pijn wordt, zal God ons genezen.
Ouderling Ephraïm, de Philotheoriet [=afkomstig van het klooster Philotheou, Athos]

Daadkracht van de Blijde Boodschap

‘Wat is dan de Blijde Boodschap?’

We weten heel goed wat nodig is, ondanks momenten in ons leven, waarin we twijfelen over wat we dienen te doen, maar we ervaren maar al te goed wat goed is, wat de morele verplichting aangaat en beseffen wat ons te wachten staat indien wij ‘anders’ doen.
De Heilige Sterke en onsterfelijke God heeft toch ‘het bèste met ons vóór’ en
neemt het ons kwalijk, indien wij de strijd met onszelf niet aangaan en
de verheven staat trachten te behouden, alleen maar omdat wij rekening houden  met de reacties van de mensen, om ons heen en onze eigen wisselvallige persoonlijke interesses najagen, elke druk die je op de een of andere manier ervaart.
Dìt is derhalve een overduidelijk gegeven in de Joods- Christelijke samenleving en wordt ook inderdaad door iedereen gerespecteerd en als universeel aanvaard. Het geeft uiting aan de Joods-, Christelijke uitingsvorm, het geeft aan dat hoewel  iedereen gevarieerd reageert op de daadkracht van de Blijde Boodschap onafgebroken ‘lof’ aan God wordt gebracht.
De mens geeft daarmee tevens aan dat de rijkdom en macht niet per sé ‘slecht‘ behoeft te zijn, noch gedemoniseerd in de perceptie van de christelijke moraal, want indien ten doel wordt gesteld dat de schijnbaar rijken, de zwakken te ondersteunen, komt dit de eer ‘aan God‘ ten goede.
De schijnbaar, rijke, de sterke, de kritisch levende persoon geeft om iemand die schijnbaar zwak is. Het ons geschonken ‘Lichaam van Christus’, het samen Kerk zijn, wil zeggen dat wij bereid zijn iedere liefdesuitwisseling die plaats vindt -‘stilletjes’- op God gericht te laten zijn; stilletjes omdat het stilzwijgend en in het verborgene wordt gedaan, zonder enige ophef.

Uiteindelijk zal de Heilige God dit werk en deze persoon zegenen, de mens, die in de eeuwigheid, overeenkomstig God’s Wil besloten heeft God’s diensten openbaar te maken in de beslotenheid van De Blijde Boodschap.
Waar zijn individuen anders voor geschapen dan opdat God, Die allen oneindig liefheeft, elk van hen verschillend liefheeft.

In de woestijn verblijven

Jij bent die mens in de woestijn!

In het woord ‘woestijn‘ wordt dit landschap aangeduid als een gebied dat aan zich zelf is overgelaten en niet door mensen gecultiveerd is. Het is verwant met het Latijnse ‘vastus’ dat zowel met uitgestrektheid als met verwoesting te maken heeft. En het Latijnse ‘desertum’ benoemt het gebied als een streek die door mensen verlaten is.
Degene die zich daarin begeeft, stelt zich niet alleen bloot aan droogte en verzengende hitte, maar vooral ook aan de dientengevolge ontstane eenzaamheid. De woestijn is de plaats waar mensen die zich willen concentreren, zich terugtrekken en tijdelijk de eenzaamheid zoeken.
Zo’n verblijf kan dus de voorbereiding zijn op een profetisch optreden in het openbaar. En dan lijkt het Mysterie [het mirakel, het wonder] plaats te vinden, dat de woestijn gaat bloeien en dat vàn-dáár-uit een stem gehoord wordt, Die van beslissende betekenis blijkt te zijn.
Johannes de Doper was/is
de stem van roepende in de woestijn’;
      Hij nu, droeg een kleed van kameelhaar en een lederen gordel om zijn lendenen; en zijn voedsel bestond uit sprinkhanen en wilde honing. Toen liep Jeruzalem en heel Judea en de gehele 
Jordaan-streek tot hem uit en zij lieten zich in de rivier, de Jordaan, door hem dopen, onder belijdenis van hun zondenMatth.3: 4-6.
Deze extravagante persoonlijkheid heeft op zijn manier een interessante uitleg gegeven aan de functie van eenzaamheid en beschouwing als voorbereiding op een openbaar leven van Christus, Die Zich in bovenstaande lezing -een tijdelijke retraite- gunt, ‘opdat zij niet onvruchtbaar zijn’ te midden van een hectische samenleving. Wie spiritueel wil worden dient eerst de woestijn in te gaan, dat is een telkenmale terugkerend motief in de blijde Boodschap – de woestijn is een leerschool voor profeten.
Als dat zo is en dat blijkt onmiskenbaar het geval te zijn, waarom zou dan die stem, die profetisch roept in de woestijn, altijd maar weer opnieuw
-tot op de dag van vandaag-
worden uitgelegd als een vergeefs geluid?

Horen, wie horen wil

wee-klagen

Die niet horen wil, dient het maar te ervaren’, die niet naar vermaningen wil luisteren, dient maar op onaangename wijze de gevolgen te dragen van zijn onwil – zo zal een liefdevolle Vader in de Hemelen eveneens reageren.
Al eeuwen lang heeft een spiritueel gelovend Volk in de polder een betere uitleg voor de Blijde Boodschap ondervonden; sinds enige decennia weet zij het te vervormen tot een van de meest dorre frustraties.
Bouwen steeds maar weer bouwen aan het eigen ego blijkt het antwoord niet te zijn; steeds meer jongeren geraken psychologisch in de war en de specialisten weten zich op dit gebied geen raad.
Wat is er aan de hand in Oude Pekela? En in Ommen? In die gemeenten start de Raad voor de Kinderbescherming relatief vaak een onderzoek, zo blijkt uit nieuwe cijfers. Het is de eerste keer dat de raad cijfers uitsplitst per gemeente en
vergelijkt met algemene risico’s op kindermishandeling.
Kinderen hebben meer kans op schade in een gemeente die meer gescheiden ouders, eenoudergezinnen en tienermoeders telt.
Ook armoede, lage huizenprijzen voor krotwoningen en criminaliteit zijn risicofactoren, net als een laag opleidingsniveau van ouders. Hoe kan een op vooruitgang beluste samenleving hier bezuinigingen accepteren?
Grote steden rond het groene hart scoren hoog op beide vlakken:
ze vertonen zowel een piek in kinderbescherming’s-onderzoek als in risico-factoren. Niet alleen heel verrassend bij grote steden, maar ook Heerlen, Arnhem, Kerkrade en Vlissingen springen eruit in negatieve zin.
De kinderbescherming komt in beeld als het zo slecht gaat met een kind of gezin dat vrijwillige hulp niet meer voldoende is.
De raad is verzoeker van kinderbescherming’s-maatregelen en adviseert de rechtbank bij scheidingen en jeugdstrafzaken. Het zijn aardige inkijkjes, dat kinderen in de knel niet gezien worden – en dat er opvoedproblemen zijn,
inclusief ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van de kinderen;  rijk en arm, blank en gekleurd, ervaren en onervaren: het zit allemaal in hetzelfde schuitje.

Christus zegent de kinderen, ‘Laat de kleinen tot Mij komen, belet het hen niet, want in hen verblijft het Koninkrijk der Hemelen!’

Ouderlijk gezag en de manier waarop kinderen worden grootgebracht heeft in het algemeen betrekking op:
• de dagelijkse verzorging en [opvoeding];
• de zorg en verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn [zorg];
• zorg en verantwoordelijkheid voor de veiligheid [toezicht];
• het bevorderen van de ontwikkeling van de persoonlijkheid van het kind [ontwikkeling];
• het geestelijk en lichamelijk vermogen van de minderjarige;
• de vertegenwoordiging van de minderjarige in juridisch opzicht.

De eigen verantwoordelijkheid van ouders en hun ‘netwerk’ laten het àfweten;
het accent ligt op produceren en consumeren en indien je het voorgeschotelde ideaal niet kunt bereiken – lever je jezelf als vanzelfsprekend over aan de financiering daarvan door lenigen aan te gaan.
De mens wordt gevangene van het systeem en weet niet meer hoe daar uit te geraken. Jeugdzorg-professionals en gedrags-wetenschappers binnen organisaties trachten aan de hand van wetmatig vastgelegde richtlijnen oplossingen te bieden.
Richtlijnen zijn vastgelegd aan de hand van uithuisplaatsing, echtscheiding, ADHD etc. Bevoegdheden, het geven van een schriftelijke aanwijzing, het uitwisselen van informatie met andere professionals, zoals betrokken psychiaters of therapeuten, verzoekschrift aan de kinderrechter, het voorleggen van geschillen betreffende de uitvoering en medische behandeling, verdeling van zorgtaken bij gescheiden ouders, gezinsvoogden en pleegouders, inclusief het vaststellen van een omgangsregeling en ondertoezichtstelling.
Onder het mom van vrijwillig, maar niet vrijblijvend,  wordt er van alles bedacht om kinderen te beschermen en zijn er formele wettelijke maatregelen vastgesteld. Het is allemaal verwant met het genoemde Latijnse vastus.

Net als alle andere soorten vormt de alomvattende interne strijd, deze innerlijke tweespalt een teken van het menselijke ego, waarbij de mensheid ‘veel zieker, haast dood’ is dan het wil bekennen, de schrikbarende duidelijkheid welke aan de dag wordt gelegd.
Het gevolg is : homo homini lupus [de ene mens is voor de andere een wolf].

Het draait om de verhouding tussen de soevereiniteit van de mens en de Christus Pantocrator, de alom heersende Macht van God. De individuele mens ‘ìs’ geen superheld en geen wijze, maar een anti-held geworden, bezeten van de wil zichzelf in stand te houden en daarbij heeft de mens behoefte aan alles-omvattende richtlijnen. Onttrekt de mens zich hieraan dan verscheuren ze elkaar, zodra hun egoïstische-haren overeind gaan staan.

De vraag wordt beantwoord in de verklarende, historische context van het Christendom, welke in korte tijd -zonder slag of stoot- de rug is toegekeerd.
Leviathan, het zeemonster is de complete ondermijning van het gedachtegoed  van de loyalisten die de Koning van de wereld trouw zijn bleven.
Deze Koning van de wereld verkondigde van oudsher de Blijde Boodschap:
    Hoe liefelijk zijn op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede aankondigt, die goede boodschap brengt, die heil verkondigt, die tot Sion spreekt: Uw God is Koning.
      Hoor, uw wachters verheffen de stem, zij jubelen tezamen, want met eigen ogen zien zij, hoe de Heer naar Sion weerkeert.
      Breekt uit in gejuich, jubelt eenparig, puinhopen van Jeruzalem, want de Heer heeft Zijn Volk getroost, Hij heeft Jeruzalem verlost. De Heer heeft zijn heilige arm ontbloot voor de ogen van alle volkeren en alle einden der aarde zullen zien het Heil van onze God.
     Vertrekt, vertrekt, gaat uit vandaar; raakt het onreine niet aan, gaat weg uit haar midden, reinigt u, gij die de vaten des Heren draagt. Want niet overhaast zult gij uittrekken en niet in vlucht heengaan: de Heer immers gaat voor u heen en uw achterhoede is de God van IsraëlIsaiah 52: 7-12.
Onze Heer en Meester van ons leven zendt Zijn dienaren uit opdat ze de Blijde Boodschap overal zullen verkondigen : “Het Koninkrijk der Hemelen is nabij, ‘Christus is onder ons !’”.

Heel het gewone volk van Galilea en Judea is veroverd, maar de farizeeën – de schijn-heiligen, ergeren zich slechts. Johannes-de-Doper leefde in de woestijn in de strengste boetedoeningen; maar de leerlingen van onze Meester leiden een gewoon leven ! En Hij is Zelf een eenvoudig mens geworden, Die zelfs op uit-nodigingen van zondaars ingaat !

Inderdaad  : Christus predikt een ‘eenvoudige’ Blijde Boodschap.
Hij vraagt niets heldhaftigs of iets buitengewoons;
Hij wil alle mensen redden op voorwaarde dat
de mens inspanning aan de dag legt om zich te bekeren en Hem als Redder te volgen, Die zó schoon en zó goed is voor hen.
En Zijn Lichaam, de geïnstitutionaliseerde Kerk zal op haar beurt eeuw na eeuw haar armen openspreiden voor de massa’s kleine zielen, die bevrijd zijn van hun zonden.
Op zekere dag kwam Christus, onze Verlosser voorbij en
Hij nam hen bij de hand zoals de schoonmoeder van Petros die
Hij genas van koorts, eenvoudig door haar bij de hand te nemen.
Hij verandert ons van zondaars in nieuwe mensen,
Zoals de z’n halve leven lang verlamde die zich in het geneeskrachtig zwembad wil gooien maar het nooit op tijd kan bereiken.
Zoals de zondares die zich aan zijn voeten gooit,  in tranen uitbarst en zich bekeert.
Zoals Zacheüs die spijt heeft en gul de helft van al zijn bezittingen aan de armen geeft.
Dàt is de Blijde Boodschap :
een Genadegave en een Mysterie [wonder] van God !
Dàt is het Goede Nieuws van onze redding.
Wij dienen het alleen maar te aanvaarden en trouw te beantwoorden aan  de Goddelijke Genadegaven en dan zullen wij  altijd hand in hand met onze Heer en Verlosser, Jezus Christus onze weg vervolgen, tot wij Hem in het Hemels Koninkrijk ontmoeten.

” Heer, mijn hart is niet hoogmoedig; ik heb mijn ogen niet trots opwaarts geslagen.
Ik houd mij niet op met grote dingen, noch met wat te wonderbaar voor mij is.
Als ik niet nederig gezind was, of zo ik mijn ziel had verheven.
Als een gespeend kind op de schoot van zijn moeder, zo had Gij mijn ziel vergolden.
Doch Israël vertrouwe op de Heer,
van nu af tot in eeuwigheid
Psalm 130[131] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

”   Bewaar mij Heer, want ik vertrouw op U en zeg: Gij zijt mijn God, mijn goederen hebt Gij niet nodig.
Voor de heiligen in Zijn land heeft de Heer al Zijn wonderen gedaan.
Zij waren van zwakheid vervuld, maar met Zijn hulp werden zij snel.
Ik wil niet deelnemen aan hun  bloedbijeenkomsten, noch hun naam met mijn lippen gedenken.
De Heer is mijn erfdeel, mijn deel aan de kelk: Gij toch hebt mij hersteld in mijn erfdeel.
Het meetsnoer viel voor mij in het vruchtbaarste land; als erfdeel kreeg ik het beste.
Ik wil de Heer zegenen die mij tot inzicht heeft gebracht: zelfs in de nacht onderricht Hij mijn hart.
Ik heb de Heer gedurig voor ogen: Hij staat naast mij, opdat ik niet wankel.
Daarover verheugt zich mijn hart en juicht mijn tong; zelfs mijn vlees zal wonen in vertrouwen.
Want Gij geeft mijn ziel niet prijs aan de hades; Gij zult Uw gewijde het bederf niet doen zien.
Gij hebt mij de wegen des levens doen kennen, door Uw Aanschijn hebt Gij mij met vreugde vervuld. De genietingen aan Uw rechterhand duren tot in eeuwigheid”
Psalm 15[16] vert. ROK ‘s-Gravenhage.

Apolotykion     tn.8.        officie 6, Concilievaders
”   Boven allen zijt Gij verHeerlijkt, o Christus onze God,
die onze Vader op aarde als sterren bevestigd hebt.
Door hen hebt Gij ons het ware Geloof gebracht;
Barmhartige Heer, ere zij U
“.

Kondakion     tn.8.        officie 6, Concilievaders
”    De Verkondiging van de Apostelen,
evenals de dogma’s van de Vaderen,
bewaren de Kerk in eenheid van Geloof.
Zij draagt het bruiloftskleed van de Waarheid,
geweven door de Theologie vanuit den hoge,
om het grote Geloofs-Mysterie recht te prediken
en te verheerlijken“.